Bekijk het origineel

Het recht der hervormde gezindheid

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Het recht der hervormde gezindheid

8 minuten leestijd

Wie het belangwekkende boek van Groen van Prinsterer “Het recht der Hervormde gezindheid” heeft gelezen -onlangs kwam een heruitgave op de markt van dit in 1848 verschenen werk- zal niet willen ontkennen dat hier een evangeliebelijder aan het woord is die de strijd niet schuwt. Op eerlijke en zeer hoogstaande wijze wil hij het opnemen voor de rechtmatige plaats van de belijdenis der kerk.. De titel van dit werk van Groen kan vragen oproe

pen. Wie bij “Het recht der Hervormde gezindheid” denkt aan een min of meer kerkistisch pleidooi voor eigen kerk, vergist zich schromelijk. Groen geeft wel zijn visie op de Afscheiding, maar het gaat er hem vooral om dat duidelijk wordt hoezeer de belijders in de Hervormde Kerk recht hebben op handhaving van de leer, op de eerbiediging van de waarheden die de kerk belijdt. In de confessie heeft de kerk haar bestaan. „Jk verlang eerbiediging van het geloof der Kerk”.

Evangelische waarheid

Met het bovenstaande is tegelijk in kort bestek de inhoud weergegeven. Het gaat Groen om hartelijke en onbekrompen handhaving van de hoofdinhoud van het Evangelie „en als middel daartoe handhaving der Formulieren”. Daarbij dient niet alleen in de kerk maar ook in de staat en op school opgekomen te worden voor het goede recht van de belijdenis. Wat we in de kerk belijden, is immers niet los te maken van wat in de staat gebeurt en van wat de gedoopte kinderen op school wordt meegegeven. Met nadruk wordt gesteld dat ook in de vorige eeuw de Formulieren rechtens zijn gehandhaafd. Het beroep op de Symbolische Schriften geeft een onwaardeerbaar steunpunt in de strijd om het herstel van de kerk. De belijdenis van de evangelische waarheid staat met de oorsprong, de historische ontwikkeling en het wettig aanzijn van de kerk in voortdurend en onafscheidelijk verband. Herhaaldelijk blijkt het historische voor Groen van grote betekenis te zijn.

Intussen is met dit recht op handhaving van de belijdenis onlosmakelijk een plicht verbonden: de belijders, de gelovigen hebben de dure plicht zoveel in hun vermogen is op te komen voor der leer der kerk. Groen is er bepaald niet gerust op dat dit ook gebeurt! Felle pijn en diepe zorg heeft hij vanwege de slapheid, de gezapigheid en de onbijbelse verdraagzaamheid van bijna alle christenen.

Actuahteit

De actualiteit van dit werk komt heel duidelijk aan het licht, wanneer Groen uitvoerig spreekt over de plaats en waarde van de belijdenis(geschriften) en daarbij uitvoerig ingaat op de tegenwerping dat we aan de Bijbel alleen genoeg moeten hebben., JDe bedenking (dat wij met ons beroep op de belijdenis de algenoegzaamheid van de Schrift betwijfelen, MG) vervalt, omdat het vasthouden aan het Formulier een gevolg van de vasthouding aan de Heilige Schrift is”.

Het standpunt dat Groen inneemt ten aanzien van de Afscheiding en de afgescheidenen zal bij velen niet onbekend zijn. Zijn sympathie (medelijden én hartelijke belangstelling) voor de aifgescheidenen steekt hij, met hen verbonden inzake leer en belijdenis, niet onder stoelen of banken. Tot bij de koning neemt hij het voor hen op en protesteert tegen de maatregelen die jegens hen getroffen worden. Even steUig is hij echter in het afwijzen van de Afscheiding. Als de afgescheidenen menen de gevestigde kerk voort te zetten, vergissen ze zich. Bovendien zijn de Formulieren in 1816 rechtens bevestigd. Het afwijzen van de Afscheiding weerhoudt Groen er niet van de noden en gebreken van zijn eigen kerk tot op het bot bloot te leggen.

Vraag

Al bij het lezen van het “Voorwoord” van ds. L. H. Oosten rees een vraag die me hoofdstuk na hoofdstuk is bijgebleven. Groen stelt: „Uit het oogpunt van recht, is elke synodale verandering in de leer, voor de Kerk onverschiUig” (62). Met het wegnemen van het teken (de Symbolische Formulieren) valt de zaak die erdoor betekend wordt, niet weg. Dergelijke uitspraken komen opVliverse plaatsen voor. Wat bedoelt .Groen hiermee? Het behoeft weinig betoog dat bijvoorbeeld ten aanzien van onze houding in het Samenop-Wegproces dit punt van grote betekenis is. Ds. Oosten schrijft: „Anders gezegd: al schuift men de Symbolen, de Formulieren, de beUjdenisgeschriften terzijde, het geloof blijft, omdat daarin het wezen van de Kerk veramkerd ligt. (...) Zelfs synodale afschaffing van de belijdenis zou dus in het recht der gemeente op handhaving van het kerkjgeloof geen verandering brengen. Doe de beüjdenisgeschoriften weg, de belijdenis blijft, dé Hervormde Kerk blijft, omdat haar historische wezen kerk der Hervorming is”. De vraag blijft bij me haken of deze interpretatie van de woorden van Groen de juiste is.

Dat Groen wil poneren dat synodale afschaffing van de Formulieren geen verandering zou brengen in het récht der gemeente op handhaving van het kerkgeloof (49), lijkt me helder en onomstreden. Daarnaast is het echter niet zonder betekenis wanneer hij stelt dat afschaffing van de FormuUeren de afgescheidenen in het gelijk zou stellen (132). Blijkbaar is zo’n afschöfing wel beslissend en fundamenteel. Ook betekent de terzijdestelling van de Symbolische Schrif ten de overlevering van het kerkgenootschap aan hen die er uit behoorden te wijken (106). Het ging Groen om de rehgie der belijdenis, om het wezen van wat beleden wordt. Dan geeft het te denken dat hij toch spreekt over de Symbolische Schriften, die onafscheidelijk zijn van het wezen der Kerk (75 onder andere).

Beslissende betekenis

Deze en ook andere uitspraken doen mij een vraagteken zetten bij de interpretatie uit het “Voorwoord”. In ieder geval is het niet gemakkelijk de bedoeling van Groen op dit punt nauwkeurig te bepalen. Is mer toch geen sprake van een bepaalde onduidelijkheid? In ieder geval wil Groen benadrukken dat men „bij feiteUjke terzijdestelling gehouden zou zijn om zich te houden aan de leer, die, niet óm de Symbolen, maar blijkens de Symbolen de leer der Kerk is”. Ook tracht hij aan te geven dat de belijdenis van een kerk, eenmaal overeericomstig Gods Woord, waarachtig blijft.

Het zal niet zonder reden zijn dat op de achterkaft van het boek en in het “Voorwoord” gesproken wordt over het Samen-op-Weg-proces. Een nauw verband wordt gelegd tussen de vragen die Groen intens hebben beziggehouden en de vragen die zich vandaag aandienen. Het zou me niet verbazen als de verschillen in interpretatie van zijn uitspraken voortdurend aan de dag zullen komen wanneer “Het recht der Hervormde gezindheid” in het verband met SoW aan de orde wordt gesteld.

Daarmee is allerminst beweerd dat dit boek van Groen geen betekenis heeft voor de vragen die zich vandaag aandienen. Integendeel! Onmiskenbaar komen uiterst actuele zaken aan de orde. Van beslissende betekenis zijn ook vandaag de vragen met betrekking tot de grondslag van de kerk. Heel concreet: bij het lezen kan de vraag opkomen hoe Groen met zijn uitgangspunten zou hebben gedacht over een innerlijke tegenstrijdigheid in de grondslag van een kerk (denk aan de Leuenberger Konkordie tegenover de Dordtse Leerregels). De een zal wijzen op de onbekrompen handhaving van de belijdenis bij Groen en zijn milde uitspraken over de predestinatie, de ander zal iets citeren over „de verplichting om in de Kerk te leren wat met het geloof van de Kerk niet in tegenspraak is” (76). Of vragen we bij zo’n benadering te veel van iemand die anderhalve eeuw geleden in zijn omstandigheden dit werk schreef?

Hoogstaand en eerlijk

Het is volstrekt begrijpelijk wanneer we in zo’n uiterst moeilijke zaak als SoW zoeken naar kroongetuigen, naar gezaghebbende stemmen, maar laten we niet over het hoofd zien dat Groen -ook een mens!niet direct over SoW schreef Anders gezegd, we kunnen hier mijns inziens niet gedetailleerd lezen wat we hebben te spreken en te doen inzake SoW, maar wel worden ons de punten van bezinning aangereikt, waarbij op heldere wijze een aantal grondlijnen wordt getrokken. Daarbij kunnen we veel leren van wat naar voren gebracht wordt over het wezen der kerk en vooral ook mogen we ons aangesproken weten door Groens vurige liefde tot het „geloof eenmaal de heiligen overgeleverd” en zijn gedreven opkomen voor de belijdenis der kerk. Zijn wij vandaag één in deze hartelijke liefde tot de belijdenis, tot de hele belijdenis?

Het moge inmiddels uit het bovenstaande duidelijk geworden zijn dat dit werk van Groen als waardevol en belangwekkend aangeduid kan worden. Het vraagt weliswaar enige inspanning van de lezer, maar biedt dan ook veel. Bij het lezen kwam mij het beeld voor ogen van een schrijver die juridisch en historisch geschoold is, maar bovenal een evangeliebelijder begeert te zijn. Hoogstaand en eerlijk, in liefde tot de waarheid Gods, hanteert hij zijn welversneden pen.

N.a.y. “Het recht der Hervormde gezindheid”, door Groen van Prinsterer; uitg. Frits Hardeman, Ede, 1996; ^35,-. i *’

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1996

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Het recht der hervormde gezindheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 september 1996

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken