Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Open naar de cultuur

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Open naar de cultuur

7 minuten leestijd

„We zijn geroepen om de spanning tussen geloof en cultuur vast te houden. Het kan zijn dat je via de weg van twijfel opnieuw de waarde van het gereformeerde belijden inziet. Soms is het goed dat aan je fundamenten geschud wordt”, vindt de landelijke preses van de CSFR, Aart Nederveen. „Aan de andere kant moet je je ook afvragen wat er gebeurd zou zijn als de CSFR er niet was geweest. Hoevelen zouden er dan misschien niet van de gereformeerde traditie of zelfs van het christelijk geloof vervreemd zijn?”

De CSFR heeft in haar 45-jarig bestaan vooral interkerkeüjk willen zijn. „Onze studentenvereniging is een van de weinige organisaties waar mensen uit verschillende kerken bij elkaar komen om samen Schrift en belijdenis te bestuderen. Elk CSFR-dispuut heeft een bijbelkring waar je elkaar echt ontmoet”, zegt Steven Lobregt.

Aart: „Als dit mogelijk is en men elkaar vindt rond de Bijbel en de belijdenisgeschriften, dan zie je vervolgens in de CSFR-geschiedehis ook vaak het verlangen naar kerkelijke eenheid. Men staat als student vaak schouder aan schouder, maar zodra je na je studie je eigen kerkelijke positie inneemt, is dat vaak weer weg”.

Ella: „Veel oud-leden van toen zijn de kerkelijke leiders van nu. Het intrigreert ons dat de CSFR-ervaring vaak niet kerkelijk heeft doorgewerkt”.

Breedheid niet verliezen

De CSFR staat nog steeds voor de confrontatie met de moderne cultuur?

Aart: „Er is altijd een openheid naar de cultuur geweest. De gedachte van bezinning op de dingen van deze cultuur komt voort uit de spanning tussen enerzijds het willen vasthouden aan het eigene, het geloof, en tegelijk het bezig zijn met de dingen van deze cultuur. We proberen te komen tot de eenheid van het leven; een geïntegreerd leven als christenacademicus. Het is niet zo dat we ons benauwd voelen en daarom de grenzen willen opengooien. Integendeel, nu er meer studenten komen vanuit de reformatorische scholen moeten we juist uitkijken dat we de breedheid niet verliezen en slechts bezig zijn met de thema’s die alleen spelen in de eigen zuil en niet die van kerk en samenleving”.

Ella: „We willen zeker geen verlengstuk van de reformatorische zuil worden”.

Steven: „De CSFR heeft altijd twee dingen willen benadrukken: de eenheid van de kerken en de eenheid van geloof en wetenschap. Als je van de middelbare school naar de universiteit gaat, komt alles over je heen en krijg je ook contacten met mensen van andere kerken. Onze openheid is ook niet een soort nieuwsgierigheid, maar een willen bestuderen van de verschijnselen van deze cultuur. De CSFR is een studievereniging”.

De Civitate

„Het gevaar van deze tijd is dat de universitaire studie steeds meer een beroepsopleiding wordt. Dan is de confrontatie met de cultuur afwezig. Als je de nummers van De Civitate van twintig of dertig jaar geleden ziet, lees je daar bewogen artikelen die spontaan zijn geschreven. Nu zijn het meer themanummers die door mensen van buitenaf, zij het wel CSFR-leden, zijn geschreven. De vereniging is nu wat zakelijker geworden”.

Aart: „Met ook weer het gevaar van langs elkaar heen leven. Als men soms zegt dat de CSFR minder diepgang heeft dan voorheen, hoor je ook wel eens van iemand van een oudere generatie, zoals van drs. C. Blenk, dat er juist niets is veranderd. Maar we zullen naar de toekomst moeten proberen deze diepgang vast te houden. Trou wens, ook de eigen kennis van de reformatorische traditie blijkt soms tegen te vallen bij eerstejaars die van reformatorische scholen komen.’ Er blijkt op eerstejaarskringen nogal eens dat zij de belijdenisgeschriften nauwelijks hebben gelezen”.

Depositum Custodi

Confrontatie is nodig om de eigen mening steeds opnieuw te toetsen, zeggen jullie. ‘Maar het is wel die openheid die leidde tot het ontstaan van Depositum Custodi. Die heeft zich vooral gericht op kennis van de eigen traditie en op het uitnodigen van ‘eigen’ sprekers.

Aart: „Wij hechten ook waarde aan eigen sprekers, maar we leggen vaak meer de nadruk op de kennis dan op de herkenbaarheid van de sprekers”.

Steven: „Met toch altijd weer de poging om het evenwicht te bereiken tussen deskundigheid over een bepaald onderwerp en de principiële betrouwbaarheid van de spreker. In een panelgesprek op het lustrumcongres betrek je juist weer mensen van de gereformeerde gezindte en val je terug op je eigen achterban”.

Aart: „Wat Depositum Custodi betreft, willen we via het RD niet gaan polariseren. Wel wil ik zeggen dat op bestuurlijk niveau de verhoudingen goed zijn en dat er van beide kanten behoefte is om inhoudelijk met elkaar te spreken. Ook met de Gereformeerde Gemeenten is de verhouding verbeterd. Wij waarderen het dat onze activiteiten vanuit het deputaatschap studerenden gevolgd”. positief-kritisch worden

Dag en nacht

Als ik de laatste CSFR-zomerconferentie meemaak en het symposium van DC in Ede, lijkt er toch een verschil tussen beide te zijn als tussen dag en nacht. Qua sprekers, publiek, kleding, enzovoorts.

Steven: „De CSFR is sarnengesteld uit de gehele breedte van de gereformeerde gezindte, DC is meer de gezindte in het klein”.

Aart: „Op die verschillen moet je je niet blindstaren. Een zomerconferentie is bij ons tegelijk een soort vakantie, dus iets heel anders dan een symposium. Er is echter meer overeenkomst als je ziet hoe de studenten doordeweeks zijn. Ook voor de komende lustrumconferentie hebben DC’ers zich aangemeld. Het gescheiden optrekken is voor ons nog steeds niet vanzelfsprekend, maar het bestaansrecht betwisten we niet meer”.

Ook de aansluiting met IFES-Nederland is geen probleem meer binnen de CSFR?

Steven: „Ik denk dat IFES-Nederiand voor de meesten de grote onbekende is. De meesten weten alleen dat er een IFES is”.

Aart: „Bij de dispuutsbesturen bestaat er volstrekte loyaliteit tegenover IFES. Eén dispuut, in Tilburg, is er geen lid van, onder meer door verschil in geloofsbeleving. Die is er natuurlijk, maar je kunt jezelf ook verrijken door andere tradities. IFESNederland geeft ons ook een link met het internationale christelijke studentenwerk”.

Idealisme

Het lustrumjaar staat in het teken van het Appèl en de kerkelijke eenheid. Is het niet zo dat het hele proces rond het Appèl een teken van idealisme is geweest uit die tijd?

Ella: „Bij de vergadering van oudcontioleden in het voorjaar werden wij zelfs aangemoedigd om onze doelen nog wat hoger te stellen. We hebben echter nooit willen werken aan organi satorische eenheid, wel aan het beter begrijpen van elkaar”.

Aart: „De idealen worden misschien wat minder en we zijn wat pragmatisch geworden na alles wat er is gebeurd. Op de achtergrond speelt het feit welhcht een rol dat de CSFR nu voor een groot deel bestaat uit leerlingen van reformatorische scholen die ook gewend zijn aan het bestaan van de verschillende kerken. Dat kan leiden tot een soort gewenningsproces. De idealen van toen hebben we nog wel, maar het postmoderne gevoel laat ook ons niet onberoerd”.

Tweede Appèl

Komt er rui 25 jaar nog een tweede Appèl?

Aart: „Wat ons als CSFR betreft, zouden we daar geheel achter staan. De geloof met ds. Moerkerken dat de wezenlijke verschillen nu meer door de kerken heen lopen. Het zou echter te betreuren zijn als de structuren de eenheid tussen mensen die zich wezenlijk één voelen, zouden blijven belemmeren”.

Steven: „Ds. C. van den Berg heeft op de laatste ambtsdragersvergadering van het Gekrookte Riet gezegd dat de jeugd meer lijdt aan de kerkelijke verdeeldheid dan de ouderen. Er is volgens hem een schreeuw om eenheid en onze verdeeldheid is een struikelblok om te komen tot Christus. Daar wil ik graag bij aansluiten”. „Er hangt soms een moedeloosheid in

de lucht. Mensen kunnen wel meer eenheid willen, maar je hoort vaak de klacht: Ik zit vast in mijn structuur. Dr. Jochemsen schreef in de lustrumbundel dat de structuren machten zijn die tussen God en de kerk zijn geschoven. Het zou zonde zijn als het congres een eindpunt is en wij niet weten hoe we de eenheid van kerken verder handen en voeten zouden moeten geven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 oktober 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Open naar de cultuur

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 26 oktober 1996

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken