Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

De machtswil van de mollahs

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De machtswil van de mollahs

Iraanse balling/dichter SAID analyseert angstsfeer in het vaderland

11 minuten leestijd

AMSTERDAM - „Bij het laatste telefoongesprek zei hij tegen me: „Probeer in Duitsland publiciteit te geveii aan mijn geval, opdat taxichauffeurs in Teheran mij niet overrijden. Begrijp je me?” Natuurlijk begreep ik hem”. In een hotel in Amsterdam delen we de tafel met de internationaal bekroonde Iraanse schrijver-dichter SAID (1947). Zijn indrukwekkende, aangrijpende boekje “Der lange Arm der Mullahs” (1995) ligt tussen ons in. “Notities uit mijn ballingschap” luidt de ondertitel. SAID vult zijn onmisbare kroniek van de Islamitische Republiek Iran aan met de jongste informatie.

Al vanaf 1965 vertoeft de Iraanse auteur in Duitse ballingschap. Maar door een waar netwerk van contacten is hij buitengewoon goed geïnformeerd over de situatie in het rijk der mollahs, over de meedogenloze heerschappij van de islamitische schriftgeleerden.

„De collega over wie ik zojuist vertelde, heb ik namens de Heinrich Böll Stichting naar Duitsland uitgenodigd. Tot twee keer toe is hij op de luchthaven van Teheran teruggewezen. Zonder opgaaf van redenen”.

Het Iraanse regime zet kritische auteurs blijkens recente rapportages van insider Navid Kermani steeds sterker onder druk.

SAID valt in: „Vorige week zondag is Faradj Sarkuhi, chef-redacteur van een van de belangrijke literatuurtijdschriften, verdwenen. Hij wilde naar Hamburg vliegen, naar zijn vrouw. Hij is het laatst gesignaleerd op de luchthaven van Teheran. In de rij voor controle. Sarkuhi is echter niet meer uit die controle gekomen. Hij is noch in Hamburg, noch in Teheran. Niemand weet waar Sarkuhi is”.

’Spionage’

De balling rekent op een toename van de represailles in zijn vaderland. „De regering geeft dat ook openlijk toe. Onafhankelijke schrijvers krijgen te horen: Wij laten jullie niet met rust!”

Vanwaar die harde opstelling? „Daar’oor zijn meer oorzaken aan te wijzen. Eén is het Mykonosproces dat in Berlijn loopt. Die rechtszaak over de moord op vier Iraniërs, onder wie drie Koerden. Onder de slachtoffers bevond zich een zeer goede vriend van mij. Op grond van het beschikbare bewijsmateriaal dient de rechtbank de Iraanse president in staat van beschuldiging te stellen. Van hem is de opdracht tot die moordpartij immers direct afkomstig!”

„Klopt deze informatie, dan zal de rechtbank in Berlijn een arrestatiebevel uitvaardigen tegen Rafsanjani, de president van Iran. In interviews met de Duitse pers heeft zowel Rafsanjani als de Iraanse minister van buitenlandse zaken, Velayati, in dat geval openlijk gedreigd „met consequenties”. Een van die consequenties is, naar ik vrees, het onder druk zetten van Iraanse literatoren”.

Die laatsten zijn reeds nadrukke lijk gewaarschuwd: „Als jullie voor het gerecht worden gedaagd, dan wegens spionage voor Duitsland. Wat moet een schrijver nu spioneren voor Duitsland?! Die politieke lijn volgt Teheran op dit ogenblik”.

Toch een contraproductief buitenlands beleid... „Absoluut! Maar daar trekken zij zich niets van aan”.

Toch geen angst

De activiteiten van SAID moeten de Iraanse machthebbers niet minder een doorn in het oog zijn. Loopt zijn leven niet reëel gevaar, juist door „die lange arm van de mollahs”?

„Uit eigen ervaring weet ik dat de Iraanse geheime dienst iedereen kan ombrengen. Iedereen! Overal ter wereld. Daarvan ben ik yast overtuigd. Daarom heb ik ook geen angst. Hoe moet ik me anders gedragen gegeven deze situatie? Ik kan me toch niet permanent verstoppen of onophoudelijk rondkijken als ik buiten ben”.

„Ach, ik ben ook niet zo belangrijk. Was dat wel zo, hadden zij mij allang uit de weg geruimd. Kijk, ik verricht mijn werk in het openbaar. En aan de publieke opinie heeft het Iraanse regime momenteel totaal lak. Dat bewijst zijn optreden klip en klaar. Minister Velayati laat daar geen twijfel over bestaan: Wanneer Iran in het Mykonosproces wordt veroordeeld, klagen wij Duitsland aan”.

Zijn interviewer, een reporter van de Frankfurter AUgemeine, reageerde met: In Duitsland doen rechtbanken in alle vrijheid uitspraak... „In Iran idem”, kaatste Velayati prompt terug.

„Een openlijk dreigement”, herhaalt SAID. „Ze malen in Teheran werkelijk niet om de westerse openbaarheid”.

Soms een motief voor de dichterpublicist om meer persoonlijke voorzorgsmaatregelen te nemen? „Nee. Ik neem bepaalde voorzorgsmaatregelen. Al sinds jaren. Toegegeven, tegenover zo’n apparaat baten ze niet het minst. Maar goed, je neemt je voorzorg”.

Klopt het verhaal dat zich onder de vele Iraanse studenten in de Bondsrepubliek talloze agenten van Teheran schuilhouden? „Zeker. Ik heb er overigens zelf nooit last van gehad. Punt is evenwel dat het Iraanse regime niet uitsluitend agenten, verklikkers werft onder landslieden. Arabieren, Turken, Indonesiërs, alle moslims kortom, komen daarvoor evenzeer in aanmerking. Dat is hét probleem. De Iraanse geheime dienst bezit een goede infrastructuur”.

Sociale kloof

Vormt de Islamitische Republiek Iran een wereldwijde bedreiging voor de (seculiere) burgerlijke samenleving?

Een sociaal vraagstuk, geen politiek probleem, meent de Iraanse literator. „Laat ik dat met een voorbeeld toelichten. Sinds het begin van de Islamitische Revolutie spreekt Teheran openlijk van een export van die revolutie. En de Iraanse machthebbers hebben zich daarvoor ook ingezet. Overal. Waar hebben ze gefaald? In Saoedi-Arabië, in Koeweit, in Bahrein. Precies op plaatsen waar de sociale kloof niet al te groot is”.

„Werpen we nu een blik op Noord-Afrika. Algerije, Marokko. Beide landen zijn islamitisch. In Marokko is niet veel aan de hand. Hoe anders is het beeld in Algerije! Want in dat land heerste honger. Sociale misstanden openen de weg voor een islamitische revolutie, respectievelijk een islamitische republiek”.

Maar spant Teheran zich nog altijd in zijn revolutiemodel ingang te doen vinden buiten de landsgrenzen?

„Ja, zij het niet openlijk”, stelt SAID. „Het wordt niet gepropa geerd. Naar bekend ondersteunt Teheran gelijkgezinden in Algerije, Egypte en Sudan. Financieel en materieel”.

Uit machtsbehoud

Over de ruggen heen van de eigen burgers. „Ook in Iran zelf verbreedt zich eigenaardig genoeg de sociale kloof. De rijken worden rijker, de armen armer. Het land gaat onder een enorme buitenlandse schuldenlast gebukt. Teheran noemt geen cijfers. De Duitse regering wel: 28 miljard D-mark! Een enorme som”.

„Het land produceert nauwelijks iets. Veel geld vloeit weg naar militaire projecten en propaganda. De aardolieproductie is gekelderd. Voeg daaraan toe het embargo van Amerika. Zeker, dat embargo werkt niet effectief. Veel landen houden zich er niet aan. Maar dankzij het embargo kunnen ze wel de prijzen verhogen. Tussenhandelaars profiteren. Iran draagt de kosten, is veel duurder uit”.

„De zie geen uitweg. Ik geloof niet dat de huidige machthebbers Iran uit het slop kunnen halen”.

Ontkiemt de binnenlandse oppositie? „Nee”, repliceert de langjarige banneling beslist. „Ten eerste heeft het regime in zijn aanvangsperiode keihard toegeslagen. En ook dezer dagen gaat het op die ingeslagen weg voort. De Iraanse burgers weten dus dat er met dit bewind niet valt te spotten”.

„Ten tweede ontbreekt het Iran aan een sociale groepering die kan opstaan tegen de machthebbers. De bazaar, zeg de handelsbourgeoisie, is besluiteloos. Hij pendelt tussen de verscheidene machtsgroeperingen. Idem het gros van de beroepsbevolking. Vergeet daarenboven niet dat de rol van de religie nog niet is uitgespeeld. Er ‘zijn veel opposanten die godsdienstig zijn. Ze zijn fel tegen het heersende regime, maar delen met het bestaande gezag het geloof in allah, de religieuze oriëntatie”.

Eén ding weet SAID zeker: staat de eigen macht op het spel, gaan de twee kampen in Iran, de zogenoemde gematigden en radicalen, weer met elkaar samen. „Want de regel is heel eenvoudig: laten wij de macht onder elkaar verdelen en de anderen buiten houden. De geschiedenis van de afgelopen achttien jaar heeft bewezen dat de machthebbers telkenmale volgens dit principe hebben gehandeld”.

Hij legt deels een verbinding tussen de repressiegolf van dit ogenblik en de komende presidentsverkiezingen van maart ‘97. „Een kwestie van orde en rust scheppen vóór de verkiezingen. Van die stembusgang verwacht ik trouwens geen wonderen. Het regime zal voorlopig in het zadel blijven”.

Opening naar Westen

De bezitter van het Iraanse staatsburgerschap -„Ik kan naar het land reizen, maar ik weet niet óf ik er ook weer uitkom”- accepteert het dikwijls gemaakte onderscheid tussen “gematigden” en “radicalen” binnen het politieke leiderschap van de Islamitische Republiek. „Ik maak dat onderscheid echter niet zo nadrukkelijk als de westerse pers gewoon is te doen. Per slot van rekening liggen er thans enige bewijzen op tafel dat de moorden in Berlijn op instigatie van president Rafsanjani zijn gepleegd. En Rafsanjani geldt toch als “gematigd”. Diens “gematigdheid” komt in feite neer op een bepaalde lijn binnen Teherans top die een opening naar het Westen voorstaat”.

Een levenslijn? „De groep rond Rafsanjani heeft vandaag niet de meerderheid. Op lange termijn kunnen de mollahs niet aan de buitenwereld voorbij. De wereld is immers een eenheid geworden. Iran kan zich niet isoleren. In zoverre is de lijn van Rafsanjani een verstandige beleidsoptie. Sla haar echter niet te hoog aan. Van een onverbiddelijke strijd tussen de twee kampen is geen sprake. Nogmaals: als het echt om de staatsmacht gaat, sluiten ze zonder meer de gelederen”.

Drugs als dekmantel

De handen van de mollahs, de geestelijke én politieke leidslieden van Iran, zijn bepaald niet brandschoon. Hebzucht is ook hun niet vreemd.

„De opbrengsten van complete steekpenningenaffaires verdwijnen in hun zakken. Aan wapensmokkel maken zij zich evenzeer schuldig. Staatspresident Rafsanjani bezit het monopolie op de export van pistaches”.

„Steenrijk en door en door corrupt. De Washington Post heeft eens de nummers van buitenlandse bankrekeningen van mollahs afgedrukt. In Offenbach, in Tokio, in Zwitserland. Zij verrijken zich schaamteloos”.

Met welk effect op de doorsnee Iraanse staatsburger? „Laat ik een paar cijfers geven. Bij het begin van de Islamitische Revolutie, tijdens de eerste jaarlijkse herdenking, bevolkten maar liefst negen miljoen mensen de straten. Een aanzienlijk aantal. Een jaar geleden was dat teruggelopen naar één miljoen. Waar zijn die acht miljoen gebleven? De mensen verliezen hun geloof in deze regering”.

„Ayatollah Khomeini was een zuiver mens, een boetepreker van het slag Savonarola. Een charismati sche persoonlijkheid. Zijn opvolgers kunnen niet in zijn schaduw staan, deugen niet”.

Deze levenswandel heeft, aldus SAID, zelfs geleid tot een verminderde religiositeit in het land van de Perzen. „Het geloof in de islam is afgenomen. Vóór de revolutie telde Iran meer overtuigde moslims dan vandaag. De burgers hebben ingezien dat deze leidslieden geen bestuurlijk concept hebben. Integendeel, ze zijn corrupt én gewelddadig. Dat zet geen zoden aan de dijk”.

Gewelddadig... Veel executies in gevangenisen? „Niet in de omvang van vroegere jaren. Maar ik krijg nog steeds zulke berichten binnen. Dit jaar zijn tot op heden 96 personen terechtgesteld. De autoriteiten hanteren daarbij een nieuwe methode. Ze geven niet meer politieke redenen op, maar wenden drugsmisdrijven voor. Een maskering. We weten de namen van enkele gevangenen. Puur politiek gedetineerden. Nu gaan zij door voor drugshandelaars en worden als zodanig bestraft, dat wil zeggen geëxecuteerd. Op die manier zet het regime internationale mensenrechtenorganisaties schaakmat”.

”Identificatie”

De lyricus houdt zich exact op de hoogte van de toestand in het verre vaderland door (telefoon)gesprekken, brieven, ontmoetingen met Iraanse reizigers.

„Vergeet niet dat zo’n vijf miljoen Iraniërs zich in het buitenland ophouden. Velen van hen reizen op en neer. Er zijn duizend mogelijkheden om je op de hoogte te stellen van de Iraanse situatie. Dat kunnen ze niet controleren!”

En het gevaar van het afluisteren van telefoongesprekken? „Dat gebeurt. Daarom bel ik via een omweg. Ik weet van mensen dat zij op de lijst staan. Hun toestellen worden afgeluisterd. Meestal hoef ik zelf niet te bellen. Een reiziger arriveert in het Westen en belt mij dan zelf op. Of vrienden overhandigen mij brieven uit Iran. Die informatiekanalen kunnen de mollahs niet aftappen”.

SAID’s familie ondervindt geen hinder van zijn activiteiten in het buitenland. „De machthebbers zijn slim genoeg om niet tegen hele families op te treden. Zij prefereren een maatschappelijke klimaat van schrik, intimidatie. Laat ik een voorbeeld geven. Een jonge vrouw vluchtte. Haar moeder belandde vervolgens achter de tralies. Drie weken later kwam ze weer op vrije voeten. Haar moeder staat nu angst en beven uit: Wanneer komen ze me opnieuw halen? Veel Iraniërs zijn gewoon doodsbenauwd”. ’

„Niet toevallig zendt de Iraanse televisie vandaag de dag een serie uit onder de titel “Identificatie”. In die programma’s figureren schrijvers en publieke persoonlijkheden als agenten. De dichter... is agent van dé VS. Bewijs? Hij heeft een Amerikaanse prijs gekregen. Probeer je je de positie van zo’n vals beschuldigde lyricus eens in te denken. Hij zit thuis en wacht op zijn onvermijdelijke arrestatie. Een atmosfeer van angst. Dat wachten op zich is al dodelijk”.

Overal verklikkers? „Het regime beschikt inderdaad over ampel spionnen”. Te vergelijken met het Roemenië van Ceau|escu? „Ik wil hier een voorbehoud maken. Hoeveel oprechte communisten telde Roemenië nog onder Ceausescu? In Iran vind je tenminste nog talloze aanhangers van de islam. Gelovige moslims. Dat is het kenmerkende verschil met het bewind van Ceausescu. De machthebbers in Teheran beschikken nog over ruggensteun onder de bevolking. Dat maakt de vraag naar verklikkers in wezen oninteressant. Want de groentehandelaar kan het zijn, de bakker of de krantenjongen, ja iedereen. De Iraniërs gaan sowieso van die situatie uit”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 13 November 1996

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

De machtswil van de mollahs

Bekijk de hele uitgave van Wednesday 13 November 1996

Reformatorisch Dagblad | 20 Pagina's

PDF Bekijken