Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Naar een passend evenwicht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Naar een passend evenwicht

9 minuten leestijd

Het ziet ernaar uit dat het nieuwe erfrecht binnen afzienbare tijd wordt ingevoerd. De Tweede Kamer heeft de in de procedure gebruikelijke schriftelijke vragen over het wetsontwerp ingediend. Die nieuwe wet laat overigens al veertig jaar op zich wachten. Ook de ‘oude’ regels zijn niet zo bekend. Daarom een opifrisser over het heden en een blik op de toekomst

Het nieuwe erfrecht moet de langstlevende echtgenoot betere bescherming bieden tegen de aanspraken van de kinderen. Bij de totstandkoming van de wet staat daarom de vraag centraal hoe een passend evenwicht kan worden gevonden tussen de belangen van de langstlevende echtgenoot en die van de kinderen. De ouder moet zo goed mogelijk zijn leefpatroon kunnen voortzetten, of dezelfde verzorging krijgen als voorheen. De kinderen moeten uitzicht houden op de goederen die hun overleden ouder heeft nagelaten.

Het erfrecht zal ook nadat de vernieuwingen zijn doorgevoerd in beweging blijven. De toename van de diverse niethuwelijkse samenlevingsvormen zal nog de nodige regels vragen en de ingewikkeldheid vergroten. Mede daardoor is het een boeiend, maar steeds ingewikkelder wordend rechtsgebied. Dat geldt zeker wat de fiscale aspecten betreft. De notaris kan daarbij een belangrijke adviserende functie hebben.

Het huidige recht

Om een beetje inzicht te krijgen in wat er op hoofdlijnen gaat veranderen, is enige kennis van het huidige erfrecht nodig. De burger krijgt ermee te maken bij het overlijden van de echtgenoot/echtgenote of een van de ouders. Het vermogen van de overledene, de bezittingen en schulden, gaat dan van rechtswege over op de erfgenamen. Heeft de-overledene geen testament gemaakt, dan geldt het wettelijk erfrecht. We noemen het ook wel versterf-erfrecht. Daarover gaat het hier.

De wet verdeelt de mogelijke erfgenamen (familieleden) in vier groepen. Pas als er van de eerste groep geen erfgenamen zijn, komen die uit een volgende groep in aanmerking. De vroeger heersende gedachte: „’t Naeste bloet erft het goet” is in deze groepsindeling duidelijk terug te vinden.

Niet-bloedverwanten, zoals zwagers, schoonzusters, aangetrouwde kinderen of stiefkinderen, kunnen volgens het wettelijk erfrecht geen erfgenaam zijn. Echtgenoten, ook niet-bloedverwanten!, vormen een uitzondering op deze regel. Uiteraard komt na scheiding een ex-echtgeno(o)t(e) niet meer in aanmerking. Van deze wettelijke regeling kan worden afgeweken door het maken van een testament.

Voorbeeld

In het volgende beperk ik mij tot de situatie waarin sprake is van erfgenamen uit de eerste groep. De echtgenoot en de directe afstammelingen (kinderen en/of kleinkinderen) erven ieder afzonderlijk een gelijk gedeelte. Het volgende geval kan als voorbeeld dienen.

Er overlijdt een man. Hij laat zijn vrouw en twee kinderen achter. Er is geen testament. De man heeft dus drie erfgenamen, de vrouw en de twee kinderen. Ieder van hen erft een derde gedeelte.

Toch is dit nog niet het hele verhaal. Je hoort vaak zeggen: de vrouw erft de helft pïus een kindsdeel. Feitelijk is dat onjuist. In zo’n geval zijn man en vrouw in algehele gemeenschap van goederen gehuwd. Dit betekent dat de man alleen zijn onverdeelde helft van de bezittingen en schulden nalaat. De andere helft van de nu door het overlijden ontbonden huwelijksgoederengemeenschap is al van de vrouw. Zij krijgt krachtens het erfrecht een derde deel van de nalatenschap.

Is een van de kinderen -we volgen het voorbeeld verder- reeds overleden, met achterlating van kinderen, dan erven deze kleinkinderen. Hun gezamenlijk erfdeel is gelijk aan dat wat hun overleden ouder anders gekregen zou hebben.

In getallen: de nalatenschap in het voorbeeld is 120.000 gulden (eigen huis, auto en geld). De drie erfgenamen iiebben dus ieder recht op 40.000 gulden in natura. Dit laatste wil zeggen dat de kinderen recht hebben op goederen uit de nalatenschap. Zij zijn nu mede-eigenaar van de goederen.

Als de vrouw in het huis wil blijven wonen en de roerende goederen wil houden, moet zij de kinderen uitkopen. Zij moet -nog steeds geldt het voorbeeldtweemaal 40.000 gulden uitkeren. Dat kan betekenen dat zij het huis met hypotheek moet bezwaren of, in het ergste ge- val, dat zij het moet verkopen.

Langstlevendetestament

Bij het overlijden van een van de echtgenoten ontstaat dus een belangentegenstelling. De ene partij is de langstlevende, die het liefst op dezelfde (financiële) voet verder wil (kunnen) leven. De ande erfdeel (goederen) kunnen opeisen. Dat re partij bestaat uit de kinderen die hun kan altijd, want de (klein)kinderen (legitimarissen) hebben, ook al zijn zij onterfd, volgens de wet recht op een legitieme portie. Deze legitieme portie is een vastgesteld gedeelte van de nalatenschap. De grootte ervan is onder meer afhankelijk van het aantal kinderen.

Nu kunnen de echtgenoten een zogenaamd langstlevendetestament maken. Daarin wordt vastgelegd dat de erfrechtelijke aanspraken van de kinderen zo veel mogelijk ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van de langstlevende echtgenoot.

De verzorgingsverplichting die echtgenoten jegens elkaar voelen, is dan moeilijk door de legitimarissen aan te tasten. De ontwikkelingen in de rechtspraak duiden in zo’n geval op bescherming van de langstlevende echtgenoot.

Het meest voorkomende langstlevendetestament is de ouderlijke boedelverdeling (OBV). Een OBV ontneemt de kinderen het recht om hun erfdeel in natura op te eisen. Later, als de langstievende overlijdt, komen de goederen alsnog bij de kinderen terecht.

Een OBV houdt in dat de eerstoverledene in zijn testament zijn aandeel in de bezittingen en schulden van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap toedeelt aan de langstlevende echtgenoot. De langstlevende wordt daardoor wél overbedeeld en de kinderen krijgen op dat moment te weinig. Daarom blijft de langstlevende de waarde van het erfdeel van de kinderen aan hen schuldig.

Het bijzondere van deze vorderingen is dat in het testament wordt bepaald dat de langstlevende de vorderingen altijd mag aflossen, maar daartoe niet is verplicht. Dat wil zeggen dat de kinderen de vordering niet kunnen opeisen, behalve in een aantal in het testament genoemde gevallen. Daarbij horen het faillissement van de langstlevende, hertrouwen van de langstlevende of wanneer de langstlevende wordt opgenomen in een bejaardentehuis.

De vorderingen kunnen uiteraard rente dragen. Deze rente wordt dan bijgeschreven op de hoofdsom. De langstlevende hoeft de rente niet uit te keren aan de kinderen.

Heeft de langstlevende echtgenoot het eigen geld en het geld van de nalatenschap geheel opgemaakt voor de eigen normale dagelijkse verzorging, dan hebben de kinderen ‘pech’ gehad. De verzorgingsgedachte staat voorop.

Vooral wanneer de kinderen nog minderjarig zijn, is het noodzakelijk een OBV te laten opstellen. Bij minderjarigheid van de erfgenaam is sprake een tegenstrijdig belang tussen de langstlevende en de kinderen over het wel of niet opeisen van het erfdeel. De kantonrechter ziet erop toe dat de belangen van de minderjarige erfgenamen worden gewaarborgd. In zo’n geval biedt de OBV de door de kantonrechter gewenste zekerheid wat betreft de veiligstelling van het erfdeel van de minderjarige erfgenamen. De hiervoor bedoelde uitkoop ten behoeve van de kinderen hoeft dan niet plaats te vinden.

Afhankelijk van de omstandigheden hoeft een OBV en een daarmee gepaard gaande niet-opeisbairheid van de vorde ringen niet altijd de juiste oplossing te zijn. De varianten zijn zo specialistisch, dat een bezoek aan de notaris is aan te bevelen.

Het wetsontwerp

Minister Sorgdrager wil van deze OBV-testamenten en de daarbij horende ontwikkeling in de rechtspraak een wettelijke regeling maken.

Dit houdt in dat als -na aanneming van het wetsontwerp- geen testament is gemaakt de OBV ‘automatisch’ van toepassing is. Maar er worden wel aanvullingen voorgesteld.

De hoofdregel zal zijn dat de langstlevende echtgenoot de goederen van de nalatenschap verkrijgt, met de verplichting de schulden van de nalatenschap te betalen en de successierechten van de kinderen voor te schieten. De kinderen krijgen een geldvordering ten bedrage van hun erfdeel. Dat is, behalve in geval van faillissement, pas opeisbaar bij het overlijden van de langstlevende.

Verder zal worden voorzien in enige aanvullende voorzieningen in de vorm van „wilsrechten”! Dat is om te voorkomen dat de kinderen uit verschillende huwelijken/relaties uiteindelijk hun recht op de goederen telkens bij een volgend huwelijk van de langstlevende zien opschuiven en ten slotte zien opgaan in een geldvordering.

In het geval dat een langstlevende overblijft met kinderen van de overledene die niet de eigen kinderen zijn, heeft elk van die kinderen -volgens het nu ingediende wetsontwerp- het wilsrecht zich het eigendom te laten overdragen van de goederen die hij of zij wenst, tot aan het bedrag van hun erfdeel. De langstlevende krijgt van die goederen (door vestiging) wel het vruchtgebruik. Overlijdt de langstlevende, dan kunnen de kinderen voldoening van hun geldvordering onder meer in goederen vragen.

Deze wilsrechten voorkomen dat de goederen van de overledene terechtkomen bij de stieffamilie van de kinderen. Eenzelfde wilsrecht ontstaat voor de gezamenlijke kinderen van de overledene en de langstievende in geval de langstlevende opnieuw in het huwelijk treedt.

In het kader van de vernieuwing van het erfrecht zal ook de grootte van de legitieme portie van de (klein)kinderen ter discussie worden gesteld. De discussie daarover is echter nog lang niet uitgekristalliseerd.

Testament

Het hiervoorstaande houdt niet in dat ouders met kinderen geen testament meer behoeven te maken. De voogdij van de kinderen moet, om een voorbeeld te geven, ook na de invoering van het nieuwe erfrecht in een testament worden geregeld.

Overlijdt een van de ouders, dan heeft de langstlevende ouder alleen het ouderlijk gezag. Sinds 2 november 1995 is de toeziend voogd afgeschaft en hoeft daar niet meer in te worden voorzien.

Het regelen van de voogdij (wanneer beide ouders zijn overleden) bij testa- ment is van belang omdat daarmee ook wordt bepaald in welk (geestelijk) milieu de kinderen opgroeien. De rol van de rechter is bij de voogdijbenoeming door de ouders uitgespeeld. Hebben ouders niet in de voogdij voorzien, dan zal de rechter een voogd benoemen. Uiteraard houdt hij daarbij rekening met de belangen van de kinderen.

Het is zinvol in een testament ook een uitsluitingsclausule op te nemen. Door deze clausule heeft de “koude kant” (aangetrouwd) geen recht op de helft van het erfdeel van de kinderen bij echtscheiding dan wel enige verrekening op grond van huwelijksvoorwaarden.

De auteur is kandidaat-notaris te Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 november 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Naar een passend evenwicht

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 november 1996

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken