Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

EMU, een kwestie van aftellen en bluf

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

EMU, een kwestie van aftellen en bluf

Iedere zichzelf respecterende minister waagt zich aan voorspellingen

6 minuten leestijd

BRUSSEL - Er gaat geen dag voorbij zonder commentaar, voorspelling of ontkenning van een gezaghebbend persoon over de haalbaarheid of de niet-haalbaarheid van de Europese Economische en Monetaire Unie (EMU) waarvan de derde en laatste fase volgens het Verdrag van Maastricht uiterlijk in 1999 moet beginnen.

Denkwerk binnenskamers over mogelijkheden om zo veel mogelijk lidstaten van de Europese Unie (EU) de kans te geven vanaf het begin mee te doen, wordt via pers en media al snel gepresenteerd als alternatieve plannen, waarvan het bestaan in Brussel en andere EU-hoofdsteden dan weer onmiddellijk met grote stelligheid wordt ontkend. Welke landen zullen erbij zijn in 1999? „De wil er toch bij iedereen op aandringen om dergelijke speculaties achterwege te laten; die leiden tot niets en zaaien alleen maar onrust”, aldus premier Kok in december na de EU-top in Dublin aan de vooravond van het Nederlandse EU-voorzitterschap.

Voorspellingen

Het mocht niet baten. Bijna al zijn collega’s wagen zich aan voorspellingen, ten minste over de kansen van hun eigen land. Iedere zichzelf respecterende minister van financiën of van economische zaken doet regelmatig een duit in het zakje. En dan zijn er nog de mannen die de nationale schatkisten beheren, de presidenten van de veertien centrale banken (Luxemburg heeft er nog geen). Vooral in de zuidelijke lidstaten wordt snel en kribbig gereageerd wanneer in het noorden iemand de verwachting uitspreekt dat het ene of andere land de Maastrichtcriteria waarschijnlijk niet zal halen. Achteraf blijkt dat dan nooit zo expliciet gezegd te zijn, maar iedereen weet over welke landen het gaat.

Een dag voor de bijeenkomst van de G-7 in Berlijn, afgelopen zaterdag, kwam de Italiaanse premier Prodi naar Bonn om de kwestie met zijn collega Kohl te bespreken. Eensgezind verklaarden beiden na hun ontmoeting dat uiteindelijk de tijd zal leren welke landen aan de criteria zullen voldoen. Ook Kohl deed nog eens een oproep om het speculeren te staken en Prodi verklaarde voor de zoveelste maal dat Italië „een goede kans maakt”. Het is misschien nuttig om nog even te recapituleren wat de roemruchte criteria voorschrijven.

Op de eerste plaats staan de marges voor prijsstabiliteit (inflatie) en renteontwikkeling, waaraan overigens een groot aantal EU-lidstaten al voldoet. Knellender zijn echter de twee andere criteria, betreffende de staatsschuld en het financieringstekort. De schuld mag niet meer bedragen dan 60 procent van het bruto nationaal product (bnp). Is de schuld hoger maar beweegt zij zich duidelijk in de richting van die 60 procent, dan kwalificeert het desbetreffende land zich toch voor de EMU.

Minder souplesse zit er in het Verdrag van Maastricht voor het financieringstekort. Dat mag niet hoger zijn dan 3 procent van het bnp. Vooral dit laatste criterium baart een aantal regeringen nogal wat zorgen. Alle lidstaten hebben deze doelstellingen onderschreven, maar Groot-Brittannië en Denemarken hebben voor zich een opting- out bedongen, die beide landen de mogelijkheid biedt om niet mee te doen ook als zij wel voldoen aan de criteria.

Rapport

Wanneer wordt er beslist welke landen er mogen, kunnen of willen meedoen? Dat gebeurt in de eerste helft van volgend jaar. Daarbij worden de cijfers over dit jaar beoordeeld. De Europese Commissie en het Europees Monetair Instituut (EMI) in Frankfurt stellen een rapport op met een beoordeling van alle lidstaten. Via het EMI hebben de centrale banken de mogelijkheid om mee te praten. Het is dus geen wonder dat de zuidelijke lidstaten de regering in Bonn ervan proberen te overtuigen dat de rigide opvattingen van de Duitse centrale Bundesbank voor het EMU-toelatingsexamen niet doorslaggevend mogen zijn.

Het rapport van de Commissie en het EMI gaat naar de ecofin-ministerraad, het college waarin de ministers van financiën en van economische zaken zitten. De ecofin beslist met gekwalificeerde meerderheid over het EMU-lidmaatschap. Die beslissing gaat dan naar de EU-top, waar de regeringsleiders in juni volgend jaar bij consensus de eindbeslissing zullen nemen. Wanneer de zuidelijke landen zich gediscrimineerd zouden voelen door het rijke noorden, hebben zij in de ecofin de kans om te gaan dwarsliggen.

Voor een gekwalificeerde meerderheid hebben landen een bepaald ‘gewicht’. Duitsland, Frankrijk, Groot- Brittannië en Italië hebben 10 stemmen; Spanje heeft er 8; Nederland, België, Portugal en Griekenland hebben 5 stemmen; Zweden en Oostenrijk hebben 4 stemmen; Denemarken, Finland en lerland hebben 3 stemmen en Luxemburg ten slotte heeft 2 stemmen.

Voor een gewogen meerderheid zijn 62 van de 87 stemmen nodig. Het Zuiden kan dus in theorie een gewogen meerderheidsbesluit tegenhouden en daarmee EMU-beslissingen blokkeren. Omgekeerd kunnen landen als Duitsland, Nederland, België, Luxemburg en Oostenrijk (het zogeheten ‘Dmark- blok’) ook beslissingen tegenhouden als het Zuiden te hoge eisen zou stellen. Het is dus niet zo dat een club van selecte landen de andere lidstaten haar beslissing eenvoudigweg kan opdringen.

Twijfelgevallen

De belangrijkste beslissing is natuurlijk die over het lidmaatschap van de EMU. Daarbij speelt al direct een beleidsvraag mee, namelijk of men twijfelgevallen al meteen vanaf het begin laat meedoen of niet. Vooral de Bundesbank pleit ervoor om in 1999 te beginnen met de landen waarover geen twijfel bestaat.

De gemeenschappelijke euro begint dan vanuit een positie van sterkte aan de concurrentiestrijd met de Amerikaanse dollar en de Japanse yen. De landen met een zwakkere munt (bijvoorbeeld Italië met de lire en Spanje met de peseta) kunnen dan later aansluiten bij de sterke euro. Dat is volgens de Duitse schatmeesters beter dan die zwakkere munten direct in het euroblok op te nemen, waardoor de gemeenschappelijke munt vanuit een zwakkere positie zou starten. Daarnaast is er nog een aantal technische kwesties af te handelen en dan is er namurlijk de vraag over de onafhankelijke positie van de toekomstige Europese centrale bank (ECB). Vooral Frankrijk heeft altijd aangedrongen op politiek toezicht op de ECB. De Duitsers voelen daar niets voor.

In deze discussie spelen duidelijk de nationale tradities mee. En parallel aan die discussie is natuurlijk van belang wie er als eerste president aan het hoofd komt van die onafhankelijke ECB. President Duisenberg van De

Nederlandsche Bank gooit hoge ogen, want hij wordt op 1 juli voorzitter van het EMI, dat wordt beschouwd als de voorloper van de ECB. Maar de Fransen zouden liever een landgenoot zien aan het hoofd van de Europese, bank die toch al zo veel lijkt op de Bundesbank. Om Parijs nog wat meer invloed op het beleid van de ECB te geven dringen de Fransen aan op een politiek (ministerieel) tegenwicht tegenover de in hun ogen veel te onafhankelijke bank. Verder dan een informele ministerraad (waar geen concrete beslissingen genomen kunnen worden) is men niet gekomen. Wat het allemaal gaat worden, zal men pas over ruim zestien maanden weten. Tot dat tijdstip zal het aftellen voor de EMU-lancering ondanks de oproep van premier Kok worden begeleid door een onafgebroken stroom varianten van politieke en monetaire bluf.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 februari 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

EMU, een kwestie van aftellen en bluf

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 11 februari 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken