Bekijk het origineel

De verhuur van een kampeerauto

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De verhuur van een kampeerauto

4 minuten leestijd

Mevrouw Enkler was m dienst bij het adviesbureau van haar man, ergens in Duitsland. Zij kochten m 1984 een camper, die ze op naam van mevrouw lieten zetten. Ook schreef zij zich in als ondernemer, verhuurder van kampeerauto’s.

Zo sloegen ze twee vliegen in één klap. Voor de inkomstenbelasting kon ze de kosten en afschrijvingen aftrekken. Voor de btw kon ze de zogenaamde voorbelasting in aftrek brengen, ja zelfs terugkrijgen. Bij de aankoop betaalde ze DM 6475 aan btw; daarbij kwam nog wat btw op de garagekosten en de stalling. Al met al vroeg ze van de fiscus DM 7270,77 aan btw terug. Van verhuur was in het jaar van aanschaf nog niet gekomen. De camper was nog alleen privé gebruikt door haarzelf en haar man.

Aftrek

Dit ging zo door. Wel gaf ze in de jaren 1985 en 1986 een hele kleine omzet uit verhuur aan, maar de btw op de kosten was steeds hoger dan de btw over die omzet. Het wekt dan ook geen verwondering dat de Duitse fiscus zijn wenkbrauwen fronste. Was hier wel sprake van echt ondememerschap? En zo ja, moest dat dan niet strikt tot de twee weken verhuur worden beperkt?

Bij onderzoek bleek dat de auto als particulier voertuig was verzekerd. Er werd helemaal geen reclame voor verhuren gemaakt. De auto stond het hele jaar in de eigen garage van het echtpaar Enkler. Al met al was er volgens de fiscus geen onderneming voor de btw. Naar objectieve maatstaven gemeten kon je niet zeggen dat mevrouw Enkler echt economische activiteiten verrichtte, duurzaam naar opbrengst uit verhuur streefde. De teruggaaf van btw ging dus niet door. Over de geringe inkomsten hoefde geen btw te worden betaald.

Voor de inkomstenbelasting ligt dat wat anders. Er is wel geen sprake van een onderneming, maar de inkomsten uit de verhuur van een kampeerauto zijn, hoe klein ze ook zijn, wel degelijk belast. Wel kan de verhuurder de daaraan toe te rekenen kosten in aftrek brengen. Dikwijls komt het dan niet of nauwelijks tot afdracht van belasting, tenzij de verhuur een flinke omvang heeft. Dan wordt de verhuurder ook snel btw-plichtig. De af te dragen belasting zal dan al gauw hoger zijn dan de voorbelasting, de btw die op de kosten drukt.

Belastingplichtig

De familie Enkler ging in beroep. De rechter in Duitsland vond het maar lastig. Enkler heeft echt verhuurd. Tegenover het privé-gebruik stelde dit niets voor. Ben je dan voor de btw ondememer of niet? Nu is de btw-wetgeving gebaseerd op wetgeving van de Europese Unie (EU). In dit verband kunnen we beter nog spreken van de EG. De EU is de politieke tak van de Gemeenschap Europa. De economische tak is nog steeds de Economische Gemeenschap (EG).

Alle wetgeving op het gebied van btw, accijnzen en invoerrechten hoort tot die economische tak, de EG. Die EG heeft ook een rechter. Dat is het Hof van Justitie van de EG in Luxemburg. Nationale rechters kunnen aan de Europese rechter vragen stellen over de uitleg van de Europese wetgeving. Dat deed de Duitse rechter toen maar. Is iemand als Enkler belastingplichtig voor de btw? Zo ja, is dat dan strikt beperkt tot de twee weken verhuur of hoort de periode van niet-gebruiken daar ook bij?

Het hof geeft nooit een beslissing in de zaak zelf. Het zegt alleen hoe de nationale rechter de EG-wet moet uitleggen. In dit geval probeerde het hof dus aan te geven waarop een rechter moet letten om in situaties als deze een oordeel te geven over de belastingplicht van een verhuurder. Dat is natuurlijk nog abstract en vaak lastig te volgen.

Leegstand

In de zaak-Enkler komt het erop neer dat het hof zegt dat je eerst moet letten op de verhuurde zaak. Is dit iets wat normaal gesproken door ondernemers wordt gebruikt, of kan het naar zijn aard zowel privé als bedrijfsmatig worden gebruikt? In dit geval natuurlijk het laatste. Dan moet je kijken naar wat er feitelijk gebeurt. Richt de eigenaar zich echt op verhuur van een zekere omvang of is dit een doekje voor het bloeden? Gaat men de boer op met advertenties en andere reclame of probeert men eigenlijk te vermijden dat er veel wordt verhuurd? Ook de omvang van de verhuur -het aantal dagen van verhuur- is belangrijk. Ik denk dat de familie Enkler op grond van deze criteria de teruggaaf van btw kan vergeten.

Als de verhuurder wel tot btw-plichtige wordt gebombardeerd, dan is het nog de vraag hoe het zit met de periodes van leegstand. Hierover is het hof niet helemaal duidelijk. Het lijkt erop dat het zegt dat je deze periode moet verdelen naar de verhouding verhuurde dagen/werkelijk verhuurde dagen. In die verhouding mag je dan de btw op de kosten uit de periode van leegstand in aftrek brengen.

Aangezien de regels in de hele EG dezelfde zijn, geldt de uitspraak ook voor Nederland. Met name het laatste is in Nederland dacht ik geen praktijk. De leegstand wordt als privé-gebruik gezien. Misschien kunnen verhuurders met deze uitspraak hun voordeel doen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 februari 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

De verhuur van een kampeerauto

Bekijk de hele uitgave van maandag 24 februari 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken