Bekijk het origineel

Suikerziekte is niet zeldzaam

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Suikerziekte is niet zeldzaam

Alvleesklier produceert onvoldoende hoeveelheid insuline

5 minuten leestijd

Suikerziekte -diabetes mellitus- met bijbehorende verschijnselen komt in de westerse landen naar schatting bij 1 a 2 procent van de bevolking voor. Het is dus geen zeldzame ziekte. Een sleutelrol bij deze ziekte speelt het hormoon insuline.

Dit hormoon wordt door de alvleesklier gemaakt. Afhankelijk van de hoeveelheid glucose in het bloed geeft de alvleesklier meer of minder insuline af. Insuline regelt nogal wat activiteiten in ons lichaam. Hieronder staan de belangrijkste activiteiten genoemd.

• Insuline stimuleert de opname van glucose vanuit het bloed naar de cellen;

• tevens stimuleert het de verbranding van glucose tot water en koolstofdioxide;

• in de lever wordt door werking van insuline de omzetting van glucose in glycogeen mogelijk gemaakt. Zo kan in het lichaam een beperkte voorraadvorming plaatsvinden;

• in het vetweefsel wordt door insuline uit vetzuren vet gevormd. Het werkt op deze wijze de voorraadvorming van het lichaamsvet in de hand;

• vetzuren worden, ook weer onder invloed van het insuline, in de cellen tot water en koolstofdioxide verbrand;

Heel simpel gezegd is suikerziekte een onvoldoende productie van insuline door de alvleesklier. Uiteraard is de werkelijkheid veel ingewikkelder. Er zijn namelijk vele vormen en oorzaken van suikerziekte, maar in de meeste gevallen komt het ongeveer hierop neer.

Gevolgen

De gevolgen van onvoldoende productie door de alvleesklier zijn:

• veel plassen, heldere lichte urine en veel dorst;

• hoog glucosegehalte in bloed en urine;

• vermoeidheid, vermagering en vatbaar voor infecties;

• jeuk, droge huid, dorheid van het haar;

• adem heeft een acetongeur, ook komt er aceton in de urine voor;

• verzuring van het bloed;

• sufheid, misselijkheid en braken;

• afwijkende ademhaling (zeer diepe of snelle ademhaling);

• uitdroging;

• coma.

Het is een hele lijst. Nu komen al deze symptomen niet tegelijkertijd naar boven. Afhankelijk van de mate van insulinetekort en de duur daarvan zullen deze verschijnselen zich voordoen.

Glucoseverbranding

Is de insulineproductie onvoldoende, dan heeft dat invloed op de opname van glucose vanuit het bloed naar de cellen. De lichaamscellen krijgen te weinig glucose binnen voor-de verbranding. Ook zal de verbranding van glucose in de cellen afnemen. In het vetweefsel zal de omzetting van vetzuren in vet afnemen. Eveneens is er een terugval van de opname van glucose door de lever. Het zal duidelijk zijn dat het glucosegehalte in het bloed toeneemt; dit geldt ook voor de vetzuren in het bloed.

Glucose is onze belangrijkste brandstof Neemt de hoeveelheid glucose in de cellen af, dan ontstaat er een energietekort. Dat verklaart onder meer de optredende vermoeidheid.

De cellen gaan over op andere brandstoffen, ze gaan namelijk vetzuren en eiwitten verbranden. Bij de overmatige verbranding van vetten ontstaat een ophoping van zure vetafbraakproducten in het bloed. Dat leidt tot verzuring van het bloed. Veelal treedt hierbij een toenemende sufheid op, soms vergezeld van misselijkheid en braken. De zure afbraakproducten die bij overmatige ververbranding ontstaan, worden door het lichaam omgezet in het vluchtige aceton, dat onder andere via de longen wordt uitgescheiden. Een overmatige vetverbranding gaat ten koste van de vetvoorraad. Het is niet moeilijk te bedenken dat het vermagering tot gevolg heeft.

Eiwitten zijn belangrijke bouwstoffen van ons lichaam. Eiwittekort, omdat in dit geval het lichaam de eiwitten als brandstof gaat gebruiken, heeft tot gevolg dat men vatbaarder voor infectieziekten wordt. Ook zullen snelgroeiende weefsels, zoals huid en haar, er minder florissant uit gaan zien.

Ademhaling

De longen en nieren regelen onder andere het zuurgehalte (pH) van het bloed. Het is heel merkwaardig dat het tekort aan zuurstof in het bloed heel weinig invloed heeft op de snelheid van ademen. Ademnood treedt op als het koolstofdioxidegehalte in het bloed hoog is.

Koolstofdioxide heeft de eigenschap redelijk goed in water op te lossen. Lost koolstofdioxide op in water, dan wordt het water iets zuurder. Dat gebeurt ook met bloed. Zit er veel koolstofdioxide in ons bloed, dan is het bloed iets zuurder.

In de bloedvaten zitten zintuigen die het zuurgehalte (pH) van het bloed meten. Is het bloed te zuur, dan geven die zintuigen signalen af naar de hersenen, die op hun beurt de ademhaling stimuleren. Het is dus te begrijpen dat de ademhaling door het verzuren van het bloed ais gevolg van suikerziekte gaat afwijken.

Urine

In de nieren spelen zich twee belangrijke processen af. Het eerste proces is de filtratie. Het bloed wordt gedurende dat proces door een zeer fijn haarvatennet geleid. Tijdens het doorstromen van dat haarvatennetwerk geeft het bloed water met de daarin opgeloste stoffen af. Gedurende 24 uur wordt er globaal 200 liter vocht door het haarvatennetwerk afgegeven. Onze urineproductie is gelukkig geen 200 liter per dag. Wij produceren globaal 1,5 liter per dag. Er wordt dus nog heel wat teruggezogen het bloed in. Het terugzuigen is het tweede proces, dat resorptie wordt genoemd.

Tijdens het terugzuigen worden nuttige stoffen actief door de nier teruggepompt naar het bloed. Het neemt daarbij water mee. Een van die nuttige stoffen is glucose.

Nu doet zich bij suikerziekte het probleem voor dat de hoeveelheid glucose in het bloed te hoog is. Glucose wordt minder geresorbeerd door de nier. Tevens hebben de niercellen te weinig glucose om te verbranden. Er is dus een energietekort in de niercellen. De niercellen hebben veel energie nodig om de terugresorptie te realiseren. Ten slotte hebben de niercellen ook last van de hoge concentratie afbraakproducten die bij de overmatige vetverbranding in de cellen ontstaan.

Kortom, de terugresorptie in de nieren verloopt slecht. Dit leidt tot overmatige urineproductie (veel plassen).

Dorst

Veel waterverlies via de urine betekent een tekort aan water in het lichaam. Dat is te merken. Iemand krijgt dan veel dorst. Het is logisch dat iemand die suikerziekte heeft en dat nog niet weet veel gaat drinken.

Uitdrogen van het lichaam kan, als er onvoldoende gedronken wordt, het gevolg zijn. Dat leidt tot nog meer suffigheid, want de hersencellen zijn erg gevoelig. voor uitdrogen.

In het ergste geval kan iemand dan in coma of zelfs in een shock raken. Een shocktoestand ontstaat door een te laag bloedvolume en daardoor te lage bloeddruk. Het hart probeert dat te compenseren door een verhoogde activiteit, met als resultaat een snelle, maar wel zwakke pols.

De artikelen op deze pagina sluiten aan bij de onderwerpen voor de eindexamens geschiedenis, aardrijkskunde, maatschappijleer, economie en biologie voor het voortgezet onderwijs. Ze worden enerzijds geschreven op het niveau van de leerlingen, terwijl de auteur anderzijds het gehele lezerspubliek als doelgroep voor ogen heeft gehad.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Suikerziekte is niet zeldzaam

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken