Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Oppositie door GroenLinks en SGP

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Oppositie door GroenLinks en SGP

„Als het gaat om stoken tussen coalitiepartners, zijn wij afwachtend”

4 minuten leestijd

SLIEDRECHT - „Als je niet in de regering zit, ben je oppositiepartij. Noem jezelf dan ook maar zo”. Dat is het advies van P. Rosenmöller aan ir. B. J. van der Vlies. Gistovn gingen de fractieleiders van GroenLinks en SGP met elkaar in debat op een door de staatkunde gereformeerde jongeren belegde bijeenkomst Het thema was: ”Op-positie”.

Rosenmöller beseft dat het voor de SGP niet gemakkelijk is zijn raad op te volgen: „Van der Vlies is het meest beginselvaste kamerlid dat ik ken. Zijn fractie is niet geneigd tot compromissen, niet zozeer gericht op resultaten. Dat is in mijn waarneming een onderscheid met RPF en GPV. En ook met GroenLinks”.

Kenmerkend voor GroenLinks is volgens Rosenmöller „dat wij invloed willen hebben”. „We schuwen het gevecht op de vierkante meter niet. Zodoende staan we ook vaak midden in het debat. GroenLinks wil haar idealen combineren met praktische voorstellen. Zij wil kwaliteitsoppositie voeren”.

Volksmennerij

Van der Vlies kijkt een slagje anders aan tegen oppositie voeren. „Dat woord wordt meestal verbonden met ongezouten kritiek, met volksmennerij, met vergeetachtigheid ten aanzien van wat je zelf vroeger hebt beweerd. De oppositie heeft vaak een houding van: onder dezelfde omstandigheden zouden wij het heel waf beter gedaan hebben. Als het gaat om stoken, coalities uit elkaar drijven, is de SGP inderdaad afwachtender dan GroenLinks”.

De SGP wil in die zin geen oppositiepartij zijn, aldus Van der Vlies. „Maar we voeren wel oppositie. Het beleid van het paarse kabinet staat in ethisch opzicht haaks op wat mijn fractie voorstaat. Zo’n beleid moeten we dus met alles wat in ons is, bestrijden”.

Iemand uit de zaal wil weten hoe de fracties zouden stemmen als er een motie wordt ingediend om het kabinet ten val te brengen waarbij de stemmen van GroenLinks of SGP doorslaggevend zijn. Van der Vlies: „De moet er wel een verhaal bij kunnen houden. In het IRT-debat in 1994 gaven de stemmen van de SGP de doorslag, waardoor uiteindelijk Van Thijn en Hirsch Ballin opstapten. Maar wij konden ook inhoudelijk achter die motie staan”.

Rosenmöller hoeft geen seconde over een antwoord na te denken. Breed lachend: „Het moet wel heel gek gaan, als wij in zo’n situatie het kabinet niet laten vallen. Ook als die motie mij niet helemaal op het lijf is geschreven”.

Prikje

Al hebben GroenLinks en SGP een verschillende wijze van oppositie voeren, in de inhoud van hun ideeën zijn er wel degelijk overeenkomsten. „Als het gaat om de strijd tegen armoede, het verzet tegen biotechnologie en 24- uurseconomie, trekken we vaak samen op”, stelt Rosenmöller vast. En met een prikje naar zijn gesprekspartner: „Dat geldt ook voor het milieubeleid, zij het dat de RPF op dat gebied nog wel een straatlengte voor ligt op de SGP”.

Van der Vlies („Ik zal af en toe ook maar een steekje geven”) heeft daar wel een verklaring voor: „RPF en GroenLinks sluiten de ogen voor de werkelijkheid. Als een groot deel van de boeren door het mestbeleid van de overheid in de problemen komt, moet de politiek op haar tellen passen. Soms heb je veel kleine stapjes nodig om de afstand af te leggen die je met een grote stap niet haalt”.

In hun visie op het CDA zijn beide fractievoorzitters het aardig eens. Rosenmöller zag liever dat het CDA „een heldere, christelijk sociale koers hield”. „We hebben op dit moment behoefte aan een sterk CDA. De discussie over het leiderschap heeft mij buitengewoon verbaasd. Men heeft nota bene zowel Blankert uit het werkgeverskamp als Westerlaken uit het ondememerskamp voor het leiderschap gepolst. Maakt het het CDA dan helemaal niet meer uit welke koers het gaat varen? Gaat het alleen nog om de mannetjes?”

Zedenmeester

De verschillen tussen GroenLinks en SGP bleven gisteren niet onder tafel. Voor Rosenmöller ligt het duidelijk: „Het principiële verschil is of je de overheid ziet als dienares van God of niet. Ik kom uit een libertaire traditie en wil dat de overheid aan het individu zoveel mogelijk de vrije keuze laat. De overheid mag geen zedenmeesterzijn”.

„Over samenwonen bijvoorbeeld wordt ook in christelijke kring verschillend gedacht. Dan kan de overheid daar toch geen uitspraken over doen? Dat moet ieder zelf weten”, aldus de GroenLinkser, die er om misverstanden te voorkomen aan toevoegde dat hij persoonlijk een groot voorstander is van trouwen: „Ik ben in mijn leven zelfs twee keer getrouwd”.

Van der Vlies kijkt anders tegen de overheid aan. „Wij spreken de overheid aan op de normen en waarden van de Schrift. Er zit inderdaad iets zedenmeesterigs in de overheid. Daar moeten we niet te bunzig van zijn. We stellen op allerlei gebieden regels: verkeer, tabak, geweld. Waarom dan op het gebied van de zedelijkheid niet?”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Oppositie door GroenLinks en SGP

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 14 maart 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken