Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Het democratisch tekort in de EU

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Het democratisch tekort in de EU

Opwaardering rol nationale parlementen in besluitvormingsproces wenselijk

6 minuten leestijd

STRAATSBURG - Op de komende eurotop In Amsterdam zal ongetwijfeld aandacht worden besteed aan het veel genoemde democratische tekort in het Europese besluitvormingsproces. Dit probleem wordt ook wel het „democratisch tekort”, of nog moeilijker het „democratisch deficit” in de Europese Unie (EU) genoemd. Met het „democratische tekort” wordt de gebrekkige democratische controle op de in Brussel genomen besluiten bedoeld. Het tekort is ontstaan doordat het Europese bestuur in de afgelopen jaren steeds meer bevoegdheden van de nationale overheden heeft overgenomen, terwijl daar geen adequate parlementaire controle tegenover staat.

De gebrekkige parlementaire controle wordt veroorzaakt doordat op Europees niveau besluiten worden genomen die door de parlementen in de lidstaten noch door het Europees Parlement (EP) voldoende kunnen worden gecontroleerd. Slechts op een beperkt aantal beleidsterreinen heeft het EP, dat sinds 1979 rechtstreeks door de burgers wordt gekozen, medewetgevende bevoegdheden. Dat betekent dat in alle andere gevallen de raad van ministers, samengesteld uit de ministers van de lidstaten, het laatste woord heeft bij de besluitvorming.

Parlementaire controle op deze besluiten is ook door de nationale parlementen niet goed mogelijk, omdat zij onvoldoende zicht hebben op datgene wat door de ministers achter gesloten deuren is besloten. Vooral ook omdat de besluiten die door de raad van ministers worden genomen, bindend zijn voor de lidstaten. Daarbij moet wel onderscheid worden gemaakt tussen onderwerpen waarvoor het verdrag van de Europese Unie besluitvorming op basis van unanimiteit voorschrijft en gevallen waarin de raad bij meerderheid van stemmen beslist.

Landbouw

Landbouw is een voorbeeld van een beleidsterrein waarvoor de meerderheidsregel geldt. Het Europees Parlement noch de nationale parlementen kunnen de besluiten die op deze wijze worden genomen, beslissend beïnvloeden. De Nederlandse minister van landbouw die naar Brussel afreist, kan, hoezeer hij ook zijn best heeft gedaan voor de Nederlandse boeren, in een positie komen waarin hij door zijn collega-ministers wordt overstemd.

Als de raad met unainimiteit van stemmen beslist, kan de Tweede Kamer het optreden van de Nederlandse minister uiteraard beter controleren, maar ook deze controle heeft zijn beperkingen. De Kamer kan de minister immers niet meer terugsturen naar Brussel als de onderhandelingen zijn afgesloten, terwijl ook niet snel het vertrouwen in een minister wordt opgezegd als hij met een voor Nederland minder resultaat thuiskomt. Het is dus van belang dat de Tweede Kamer de ministers voordat zij naar Brussel vertrekken, zo goed mogelijk van haar standpunten op de hoogte brengt.

Volgens de voorstanders van Europese eenwording moet het „democratisch tekort” worden opgevuld door het EP volwaardige wetgevende en controlerende bevoegdheden te geven. Naar onze mening is dit een te eenvoudige voorstelling van zaken. Vergeten wordt dat de raad een overlegorgaan is, waarin regeringen, die optreden namens soevereine staten, gemeenschappelijke besluiten nemen. De ministers treden in Brussel niet zelfstandig op, maar doen dit in overleg met hun regeringen, parlementen, departementen, maatschappelijke organisaties en belangengroepen in de lidstaten die zij vertegenwoordigen.

Breed draagvlak

Dat de besluiten in de raad bij ruime meerderheid of in veel gevallen bij unanimiteit van stemmen moeten worden genomen, brengt bovendien met zich mee dat zij in hoge mate op een breed draagvlak in de meeste lidstaten kunnen rekenen. De legitimiteit van de besluiten van de raad wordt extra versterkt doordat niet één minister alle Europese besluiten neemt, maar de samenstelling van de raad per beleidsterrein wisselt.

Bij de beoordeling van de democratische controle op Europees niveau worden het EP en de nationale parlementen dikwijls op één lijn gesteld. Zoals de nationale parlementen hun regeringen controleren, zou het EP een Europese regering moeten controleren. Op basis van dit uitgangspunt concludeert men dat er sprake is van een democratisch tekort. Maar deze vergelijking gaat niet op. De EU is een samenwerkingsverband van zelfstandige naties en niet een Europese staat in wording. Het oude ideaal van een Europese federatie met een centrale Europese regering is vervlogen. Het moet daarom gaan om een juiste verdeling van taken tussen Europees bestuur en nationale overheden en het daarmee corresponderende evenwicht in bevoegdheden tussen het EP en de nationale parlementen.

Door in te zetten op versterking van de rol van het EP wordt bovendien voorbijgegaan aan een veel dieper liggend en wezenlijker democratisch tekort in Europa. Veel burgers herkennen zich niet in het Europese bestuur, dat sluipenderwijs steeds meer bevoegdheden heeft gekregen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het gebrek aan steun voor het Verdrag van Maastricht in Frankrijk en Denemarken en uit de steeds lagere opkomstcijfers bij de Europese verkiezingen in Nederland. Het verliezen van de nationale zelfstandigheid aan Brussel, dat ver en afgelegen besluiten neemt die het leven van de burger in toenemende mate direct beïnvloeden, stuit op verzet.

Hart

Problematisch is bovendien dat het EP met 626 parlementariërs slechts een beperkte representatieve afspiegeling vormt van de uiteenlopende politieke culturen en stromingen in de lidstaten van de EU. Alleen al door de taalbarrière, die een echt parlementair debat onmogelijk maakt, ontbreekt het het EP aan herkenbaarheid.

Door de vorming van Europees samengestelde fracties zijn de afgevaardigden voor hun nationale kiezers grotendeels onzichtbaar. Het is dan ook een illusie te verwachten dat een EP, zeker als het aantal lidstaten in de toekomst wordt uitgebreid, ooit een herkenbaar vertegenwoordigend orgaan kan zijn voor de miljoenen burgers in de EU. Het democratisch tekort kan dan ook niet simpelweg worden opgelost door versterking van de rol van het EP.

Het hart van de democratie klopt voor de burgers nog altijd in de parlementen van hun eigen land. Zij voelen zich het meest betrokken bij beslissingen van een bestuur dat dicht bij hen staat. Daarom moet versterking van het draagvlak voor de Europese politiek worden gezocht in een vorm van Europese samenwerking die het primaat van de nationale parlementaire democratie erkent en de blijvende zelfstandigheid van de lidstaten als uitgangspunt heeft.

Dat betekent een beperking van de taken en bevoegdheden van de Europese instellingen tot die terreinen waarop een Europese aanpak een duidelijke meerwaarde heeft ten opzichte van nationaal beleid. Te denken valt aan terreinen als economie, milieu, transport, landbouw, internationale handel enzovoorts. Dat zal de herkenbaarheid van en de waardering voor het Europese bestuur ten goede komen.

Functie

Het EP kan in een op deze wijze opgezette Europese Unie een aanvullende en controlerende functie vervullen op die terreinen waar de nationale parlementen hun greep grotendeels hebben verloren. Versterking van de democratische controle dient echter vooral gezocht te worden in de opwaardering van de rol van de nationale parlementen in het Europese besluitvormingsproces.

Het goed functioneren van de nationale parlementaire democratie is van wezenlijk belang voor de Europese samenwerking. De nationale parlementen zullen de Europese handel en wandel van hun regeringen daarom scherper moeten controleren. Dit kan worden bereikt als het Europees bestuur de nationale parlementen vroegtijdig van Europese wetgevingsvoorstellen en beleidsstukken op de hoogte stelt en de nationale parlementen worden geïnformeerd over het jaarlijkse wetgevingsprogramma van de commissie.

Het ziet er niet naar uit dat het „democratisch tekort” op deze wijze op de top van Amsterdam zal worden verminderd. De voorstellen zoals die begin deze week door het Nederlandse voorzitterschap aan de regeringsleiders en het Franse staatshoofd zijn voorgelegd, blijven beperkt tot een verbetering van de werking van het Verdrag van Maastricht. En dat betekent toch weer een verdere centralisering van de bevoegdheden op Europees niveau. De besluitvorming zal door enkele aanpassingen wellicht iets eenvoudiger worden.

Positief is ook dat de rol van de nationale parlementen waarschijnlijk duidelijker wordt geregeld in een apart protocol bij het verdrag. Een oplossing van het democratisch tekort door afslanking van het takenpakket van de EU, mede ter voorbereiding op de toetreding van enkele landen uit Midden- en Oost-Europa, zit er helaas niet in.

Ir. L. van der Waal is lid van het Europees Parlement namens SGP, GPV en RPF.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Het democratisch tekort in de EU

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken