Bekijk het origineel

De slag aan de Coolsingel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De slag aan de Coolsingel

6 minuten leestijd

Nog blaast de ontslagen Rotterdamse korpschef Jan Willem Brinkman de aftocht niet. Het moge zo zijn dat hij is overweldigd door het bevoegd gezag, de overgave tekent de voormalige landmachtgeneraal niet. Hij zal de strijd bij de ambtenarenrechter voortzetten. De zestien bijlagen behorend bij brief nummer EA97/U2195 aan de Tweede Kamer geven van binnenuit kijk op de slag aan de Coolsingel.

Uit bijlage 13, de vertrouwelijke reactie van korpsbeheerder Peper op „wat is gaan lieten de affaire-Brinkman”: Aan het eind van dinsdag 22 april is hij korpschef (KC) Brinkman kwijt en weet hij op dat moment niet wanneer deze weer komt opdagen.

Peper: „Verschillende mogelijkheden spoken door mijn hoofd. Ik begon ernstig te twijfelen aan het vermogen van de KC om nog langer de (psychische) druk waaronder hij werkte te weerstaan. Zou hij psychisch zijn ingestort? Zou hij zijn ontslag willen indienen? Of zou hij de terugweg naar Defensie inslaan? Verwarring troef’.

De korpschef is volgens Peper al twee volle dagen onvindbaar. Hij is „zeer verontrust” en houdt er „ernstig rekening” mee dat Brinkman er de brui aan heeft gegeven. „Het komt dan wat ‘slordig’ over wanneer plotseling moet worden geconstateerd dat de KC verdwenen is”.

Een week later zegt de ondernemingsraad (OR) het vertrouwen in de korpschef op. In een „persoonlijk vertrouwelijk” schrijven aan Peper (bijlage 3) geeft Brinkman zijn visie op de ontwikkelingen. Het zakelijk geschil met de OR is volgens hem „op de man” gespeeld. „Zonder argumenten is de korpschef zeer persoonlijk aangevallen (...). De actie van de ondernemingsraad is onbehoorlijk, overhaast en opportunistisch en mist elke grond”.

Brinkman wil af van de huidige OR, die ten minste tien politiefunctionarissen fulltime van de straat houdt. „De overlegcultus is te ver doorgeschoten en moet terug naar de basis”, meent hij.

„De handelwijze van de OR en de vakorganisaties dient sterk te worden afgekeurd”. De gemeenschap verwacht volgens de korpschef „een ferme houding van de leiding”.

‘Emmers bagger’

Om uit de impasse te raken, stellen de burgemeesters Jansen en Broekhuis op basis van vertrouwelijke gesprekken het rapport “Beleid in balans” op. Het conflict heeft lang genoeg geduurd en er is al genoeg schade aangericht. De burgemeesters en de hoofdofficier van justitie (het regionale college dat het politiekorps bestuurt) kunnen zich helemaal vinden in de rapportage.

Als op 2 juni het regionale college ver gadert, geeft Brinkman te kennen dat hij niet kan leven met een vijfde lid in de korpsleiding die het overleg met de bonden voor zijn rekening neemt. Ook passages waarin staat dat hij zijn stijl van leidinggeven moet veranderen, zijn onverteerbaar voor de korpschef. Uit het verslag van deze vergadering (bijlage 6a): „Alles wat door de OR en de bonden kan worden aangegrepen om ‘emmers bagger’ over hem uit te storten; moet uit de tekst worden verwijderd”.

Het college is geschokt, zo blijkt verder uit dit verslag. „De opmerkingen van de korpschef miskennen geheel wie het bevoegd gezag is”. De reactie van Brinkman stelt het college teleur. Volgens korpsbeheerder Peper leeft de hoofdcommissaris in een andere wereld.

In kleine kring spreekt het presidium van het college verder met de „halsstarrige” korpschef. Hoofdofficier van justitie De Wit heeft met hem ook nog onder vier ogen een gesprek. De Wit denkt dat „achter de felle reactie emotionele beroering schuilgaat”. Brinkman houdt het rapport in beraad en het college wacht af. Hij blijft bedenkingen houden, maar verklaart twee dagen later alsnog per fax het rapport loyaal te zullen uitvoeren. In een telefoongeprek met burgemeester Jansen geeft hij evenwel aan geen marionet te willen worden van het regionale college en de korpsbeheerder. Het college vindt de situatie op 5 juni onhoudbaar (bijlage 6b) en geeft een verklaring uit waarin wordt gesteld dat de korpschef het vertrouwen „ernstig heeft ondermijnd”. Volgens het regionale college heeft de hoofdcommissaris „onvoldoende gevoel inzake de relatie tussen een korpschef en zijn gezagsdragers”.

Het regionale college laat de korpschef vallen en de vertrouwenscrisis krijgt een onomkeerbare wending. Vooruiüopend op een voordracht tot schorsing en ont slag krijgt Brinkman maandag 9 juni de gelegenheid zijn zienswijze duidelijk te maken op het ministerie van binnenlandse zaken. Uit het vertrouwelijk verslag van dit gesprek (bijlage 9) blijkt dat Brinkman dan nog een oplossing ziet „indien er wederzijds wordt ingeschikt”.

De oorzaak van de crisis is volgens de hoofdcommissaris dat de OR bijna van meet af aan de korpschef niet vertrouwde en hem als een marionet van de korpsbeheerder zag. „En de korpsbeheerder bevestigde dat beeld. (...). De houding van de korpsbeheerder heeft de OR en de bonden gesterkt in de verwachting dat zij het conflict in hun voordeel konden beslechten”.

De directeur Politie op binnenlandse zaken meent dat de minister niet heen kan om de verklaring van het regionaal college dat het vertrouwen in Brinkman onherstelbaar beschadigd is. Dat wordt als uitgangspunt genomen. De hoofdcommissaris stemt in met tijdelijk buitengewoon verlof met behoud van bezoldiging.

„Beangstigend”

Omdat de situatie wellicht toch niet onherstelbaar is, vraagt minister Dijkstal dezelfde dag advies van commissaris van de koningin (CdK) Leemhuis-Stout en procureur-generaal (PG) Docters van Leeuwen over de vertrouwenscrisis. Zij komen tot de conclusie dat in Rotterdam-Rijnmond een korpschef, wie het ook zij, te weinig kans van slagen zal hebben als er geen maatregelen worden genomen (bijlage 11). Volgens de PG en de CdK wordt binnen het regiokorps „de verhouding tussen ‘stadhuis’ en korps al heel lang als beklemmend en beangstigend ervaren”.

Alles afwegend besluit minister Dijkstal de Rotterdamse korpschef op 1 juli eervol te ontslaan. De vertrouwensbreuk is volgens hem het gevolg van een geleidelijke verstoring in de verhoudingen en een groeiend onbegrip over en weer gedurende een langere periode. Een behoorlijke samenwerking tussen de korpsbeheerder, het regionale college en de korpschef sluit hij uit. „Een nader onderzoek, van welke aard dan ook, kan de vertrouwensbreuk niet ongedaan maken”, aldus de landsadvocaat in een brief aan de advocaat van Brinkman (bijlage 15). Op een persconferentie zegt de minister donderdagmorgen dat hij met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is opgetreden. Met „zeer, zeer grote energie” heeft hij aan de crisis gewerkt. Uiteindelijk had hij geen keuze, aldus de bewindsman. „Het kan toch niet zo zijn dat er 22 burgemeesters naar huis worden gestuurd en de korpschef niet. Dan ligt het in de lijn dat je de korpschef naar huis stuurt”.

De voormalige landmachtgeneraal weigert vooralsnog de overgave te tekenen. Hij maakt tegen het ontslag bezwaar bij de ambtenarenrechter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

De slag aan de Coolsingel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken