Digibron cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Digibron te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Digibron.

Bekijk het origineel

Mit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Mit de kerkelijke pers

5 minuten leestijd

De vraag is al vaak gesteld en wordt steeds vaker gesteld: Lykt de dominee in onze tijd soms niet veel op een maatschappelijk werker? In “Schuilplaats” (periodiek van Stichting Schuilplaats) laat directeur G. van Brenk zijn gedachten gaan over de suggestie van dr. T. E. van Spanje om in grotere gemeenten een kerkelijk maatschappelijk werker aan te stellen.

„Naast de Woordbediening is het pastoraat aan individuele leden en/of de gezinnen van de gemeente een belangrijke taak voor de predikant, daarin bijgestaan door de ouderlingen. Het’ diakonaat van de gemeente is toegespitst op daadwerkelijke hulpverlening. Bij het verlenen van psychosociale hulpverlening zouden pastoraat en diakonaat hand in hand moeten gaan. De maatschappelijk werker was een professioneel opgeleide werker met een directe relatie van zowel diakonaat en pastoraat. Langzamerhand ontstonden diakonale instellingen voor maatschappelijk werk, veelal interkerkelijk georganiseerd. Deze instellingen werden bestuurd door diakenen en in de beginfase ook gefinancierd vanuit de kerken. Maatschappelijke dienstverlening is door verschillende fusies nu in veel plaatsen een algemene instelling. De relatie met het diakonaat is binnen veel instellingen tot nul gereduceerd zowel op beleids- als uitvoerend niveau. Daarmee is de relatie in de praktijk van het pastoraat en het maatschappelijk werk ook van elkaar vervreemd. Men kent elkaar niet meer, maar wat schrijnender is, men verstaat elkaar ook niet meer. Resultaat is dat de afstand tussen de kerken en de hulpverlening enorm is vergroot. De maatschappelijke werker verstaat in veel situaties en omstandigheden de hulpvragen vanuit de kerkleden niet meer. Schrijnend te moeten vaststellen dat een diakonale instelling voor maatschappelijk werk na een fusie tot een algemene instelling, binneri drie a vier jaar zijn wortels met betrekking tot de christelijke identiteit totaal kwijt is. Ten gevolge van genoemde zaken wordt op de landelijk werkende organisaties steeds vaker een beroep gedaan. In de achterliggende vier jaar is bij onze organisatie het aantal hulpvragen verdubbeld. We blijven echter, indien gewenst en noodzakelijk, samen werken met en afstemmen op predikanten, ouderlingen en diakenen. Hulpverlening en pastoraat zijn geen concurrenten van elkaar, maar mogen samen dienstbaar zijn voor de gemeente. Pastoraat bij psychosociale problematiek in de gemeente is een taak van zowel predikant als ouderling. Voor professionele hulpverlening bij genoemde problematiek is de maatschappelijk werkende de eerst aangewezene. Het zou een enorme lastenverlichting betekenen voor veel ambtsdragers als ze een aantal situaties in de gemeente konden delen met een hulpverlener. Samenwerken met behoud van eigen verantwoordelijkheid, maar samen gebonden aan het Woord als richtsnoer”.

De Elpeetse predikant ds. P. de Vries behandelt in de Hervormde Kerkbode voor de Veluwe enkele vragen rond de uitverkiezing. De verkiezing is een troostbron voor aangevochten kinderen Gods, schrijft hij, en geen leer om moedeloos of wanhopig te maken.

„Ben ik verkoren? En als ik niet verkoren ben, heeft dan mijn bidden en zoeken wel zin? Deze vragen leven in de harten van vele mensen. Mensen die bij Gods Woord zijn opgevoed. Die elke zondag de kerk bezoeken en soms ook nog doordeweeks. Deze vragen zijn echt niet van vandaag of van gisteren. De eeuwen door zijn er mensen geweest die hiermee geworsteld hebben. Luther schreef eens aan een vrouw: „Ik ken deze ziekte heel goed en heb zelf tot op de rand van de eeuwige dood in dit hospitaal gelegen”. Vele anderen die evenzeer van de waarheid van de verkiezing overtuigd zijn, hebben het er lang zo moeilijk niet mee. Integendeel, zij redeneren: Kan ik het helpen als ik onbekeerd blijf, dan ben ik blijkbaar geen uitverkorene. Wat moeten we van deze dingen zeggen. Ik wil bij het tweede beginnen. Kan ik het helpen dat ik onbekeerd ben? Is dat waar? Kun je daar niets aan doen? Heb je het dan ooit geprobeerd, breek je met datgene wat afhoudt van God. Heb je dat er voor over? Anders kunnen we wel heel vroom zeggen: God moet je bekereni Maar dan is de werkelijkheid dat je hét zelf niet wilt. Wie verloren gaat, heeft daar zelf heel uitdrukkelijk voor gekozen. Hier op aarde kan er heel veel af; geredeneerd worden. Maar als Christu’ op de jongste dag tegen degenen dtë Hij aan Zijn linkerhand stelt, zal zeg; gen: „Gijlieden hebt niet gewild dat i Koning over u zijn zou”, zal niemarfS Hem dat tegenspreken. Het wordt wéï gezegd: „God moet je bekeren”. MaS? dat is niet zo. God moet niets. God iV niets aan ons verplicht. Hij beveelt ons dat wij in Zijn Zoon Jezus Christus geloven en ons tot Hem bekeren. En jiu. kom ik bij die eerste vragen. Maar oirt te kunnen geloven, moet je toch eéii verkorene zijn?! Het is waar dat alleen” de uitverkorenen tot geloof komenj Maar het is een grote leugen dat je eerst’ van jezelf moet weten dat je een uitver-’ korene bent. Dat staat nergens in de’ Bijbel. Weetje wat wel nodig is: erkennen dat je Gods toom dubbel en dwars verdiend hebt. En nu lezen we in de Bijbel dat zondaren welkom zijn bij Christus. De verkiezing is niet bedoeld’ om mensen moedeloos of zelfs wanhd-; pig te maken. Waarom dan wel? Nu, jê hebt mensen die gaan ervan uit: wij zijn kinderen van God, want wij hebbeii; voor Jezus gekozen, wij leven naar; Gods wil. Zulke mensen zijn nogal iiigenomen met zichzelf. De verkiezing maakt ons duidelijk dat alleen menseii’ zalig worden die niets zijn gewordeii,’ Zij die zo ingenomen zijn met zichzélf hebben alle reden zichzelf eens ernstig te onderzoeken. De verkiezing is to.t’ troost voor alle aangevochten kinderen] van God”.

Dit artikel werd u aangeboden door: Reformatorisch Dagblad

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Mit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 5 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken