Bekijk het origineel

Ook moslims zijn bezorgd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Ook moslims zijn bezorgd

„Minderheden zijn in Pakistan slachtoffer van hun eigen rechten”

9 minuten leestijd

„Minderheden, zijn het slacht-offer van hun eigen rechten”. Daarmee typeert Muhammad Izaj Noori de situatie in zijn vaderland. Hij fungeert als voorzitter van de Pakistan Council for Social Welfare and Human Rights. Noori is moslim. Evenals secretaris Mansoor Ahmed, penningmeester Shakeel Younis en bestuurslid Arshad Ali Bhatti. Zij wijten gebeurtenissen zoals de totale brand in het christelijke dorp Shantinagar, begin dit jaar, aan extremisten. „Veel moslims zijn bezorgd over de situatie in ons land”.

Noori ontkent dat alle fundamentalisten als extremisten vallen te beschouwen. „Het was de laatste categorie die met een bulldozer een christelijke begraafplaats verwoestte in augustus 1996. Onze organisatie voor mensenrechten protesteerde als enige. Dergelijke daden zijn volstrekt in tegenspraak met de islamitische leer”.

Het in Sialkot gevestigde’ comité haalt met zijn protesten keer op keer de krant. De actie heeft in zoverre succes, dat bijvoorbeeld ten aanzien van het genoemde kerkhof de overheid een onderzoek gelastte. Dat meldde destijds “The Frontier Post”. En het gezaghebbende blad “Dawn” koos openlijk partij voor Noori’s protest. In beide gevallen gaat het om Engelstalige kranten, die slechts door een minderheid worden gelezen. Onderzoek en support houdt niet in dat geweld en onrecht voortaan van de baan zijn. Maar er gebeurt in elk geval iets.

Overigens zien Noori en de zijnen niet slechts onder moslims extreme figuren rondlopen. Een al te vrijmoedig en opdringerig evangeliseren van christelijke zijde komt ook voor zo’n typering in aanmerking. Maar in een zaak als van ds. Salim kiezen zij onverwijld partij voor de gediscrimineerde christelijke minderheid.

’Godslastering’

Begin 1995 had de aankondiging plaats van de doodstraf voor Salamat en Rehmat Masih, wegens overtreding van de wetsbepalingen op godslastering. De veroordeelden zouden Mohammed hebben beledigd. Noori en de zijnen vroegen de regering maatregelen te nemen tegen mis bruik van deze wet. Zij deden een beroep op het hooggerechtshof om gerechtigheid te betrachten. Met enig succes. Want dit college nam een besluit dat volgens Noori een bewijs vormde dat minderheden ook de volle rechten van Pakistani toekomen, aldus “The Pakistan Times”, maart 1995.

In februari 1996 verwoestten extremisten en ambtenaren een christelijke kerk in Gulberg Colony, Karachi. De organisatie uit Sialkot riep op tot actie tegen de daders. Zij vroegen ook om schadevergoeding voor de getroffenen, aldus “Dawn”. De pers -hoewel in Pakistan niet vrij van islamitische ideologie en vooroordeellevert genoegzaam bewijs dat de mensen van Pakistan Council for Social Welfare and Human Rights geen onzin vertellen.

„Niet één christelijke organisatie met een doel als het onze is in staat werkelijk de rechten van de mens te garanderen. Soms lokken zij zelfs verkeerde daden van extremisten uit”, zo meent Noori. „Maar wij zijn zélf moslims. Dat maakt ons minder kwetsbaar”.

Islamitisch

Hoewel de circa 1000 leden tellende mensenrechtenorganisatie ook christenen heeft onder haar begunstigers, heeft de club een islamitisch karakter. De informatiebrochure zet in met de volgende spreuk: „In the name of Allah, the most Gracious, the most Merciful”.

Minister Mahmud Ali van het Pakistaanse departement van sociaal welzijn schreef als speciale boodschap in deze brochure dat hij de organisatie succes toewenste. Hij vond haar een bemoedigend initiatief. De gouverneur van de provincie Punjab, Mian Mohammad Azhar, sprak van een mijlpaal en beval de activiteiten van Noori en de zijnen nadrukkelijk aan.

Sardar Muhammad Abdul Qayyum Khan, minister-president van de staat Jammu en Kashmir zag de start van de activisten als „eerste stap”. Om „moslims en niet-moslims dichter bij elkaar te brengen en in het bijzonder dichter bij de christelijke broeders”. „De islam is een religie van vrede, liefde, gelijkwaardigheid, tolerantie en respect voor het individu”, zo versloeg “Dawn” de rede van Mahmud Ali tijdens een door Pakistan Council for Social Welfare and Human Rights belegd seminar in november 1996.

Slachtoffers

Met te zeggen dat minderheden in Pakistan slachtoffer zijn van eigen rechten, doelt Noori op het verkiezingssysteem. De eerste kwestie die ter sprake komt, is het stemmen per district. Lahore krijgt altijd acht zetels in het nationaal parlement. Al deze plaatsen gaan naar de partij die de meeste voorkeur blijkt te genieten. Ook al heeft die procentueel slechts een geringe meerderheid. Christenen hebben recht op enkele zetels in het parlement. Maar -daar zit de pijn- hun vertegenwoordiging is qua aantal ver beneden de maat. Omdat er sinds 1981 geen volkstelling is gehouden en er weinig mensen staan geregistreerd bij de burgerlijke stand, hebben minderheden weinig harde bewijzen in handen voor wat betreft het percentage chistenen.

De voorzitter van het comité is jaloers op de gang van zaken in Nederland. Bij de tegenwerping dat de cultuur in Pakistan onvergelijkbaar is met die van Holland, komt er een meesmuilende trek op zijn gezicht. Het bezwaar dat misschien wel 75 procent van de Pakistani niet kan lezen of schrijven; dat zulke mensen zich niet sterk zouden moeten maken om volksvertegenwoordiger te worden; dat een regering immers een zekere ontwikkeling en niveau moet hebben - hij wuift het met dezelfde vaart weg. „Diverse parlementariërs in de huidige vergadering zijn ook niet de schrijfkunst meester”.

Een paar fanatieken

Joseph Francis valt Muhammad Izaj Noori helemaal bij in de visie dat het in de strijd tegen christenen vaak slechts een paar fanatieke imams zijn die de toon aangeven. „Zij zwepen in de moskee hun onontwikkelde aanhangers op in het emotionele”, vertelt de secretaris van het Centre for Legal Aid Assistance and Settlement.

Ondertussen ligt het gevolg van zulke stokerij op zijn bureau. Niet minder dan 350 dossiers. Op 6 februari van dit jaar verwoestten volgelingen van de ‘profeet’ in het Shantinagar 1500 huizen. Nadat zij deze actie hadden voltooid, ontving het leger opdracht in te grijpen.

Joseph legt uit dat zelfs bijbelverspreiding in deze islamitische staat niet in strijd is met de grondwet. Maar fanatieke moslims verzetten zich ertegen. En dan is er soms sprake van illegale arrestaties en marteling van minderheden.

Alle minderheden

Francis verschaft de organisatie Open Doors informatie. Hij is niet bang om te praten. „Internationale contacten garanderen een zekere mate van veiligheid. Wij onderhouden een nauwe relatie met Amnesty/ International, met de overkoepelende Aziatische organisatie voor mensenrechten en de Christian Council of werkingsverbanden van moslims. Asia. Maar ook met liberale samen Wij nemen het op voor alle gediscrimineerden. Niet alleen voor christenen. Of dat nu religieuze minderheden zijn, vrouwen of kinderen. Neen, niet voor homoseksuelen”. De secretaris, zelf van huis uit rooms-katholiek, moet op bijbelse gronden niets van die leefwijze hebben.

Het bestaansrecht van het actiecomité ligt eigenlijk vast in wetsbepalingen. Sommige regels lijken op gespannen voet te staan met de constitutie. Artikel 295b van het wetboek van strafrecht laat het niet onduidelijk: op ontheiliging of minachting van een exemplaar of gedeelte van de koran staat levenslange gevangenisstraf.

Het volgende lid zegt soortgelijke dingen over het niet respecteren van de grondlegger van de islam. Wie door woorden, gesproken of geschreven, of door afbeeldingen of insinuatie direct of indirect de „gewijde naam van de heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem)” onteert, krijgt de doodstraf of levenslang. Volgens een door menigeen aangehangen interpretatie vormt de uitspraak dat Jezus de Zoon van God is reeds blasfemie.

Hoezeer ook tal van moslims bezwaar hebben tegen deze wetsartikelen blijkt uit het voorzitterschap van het Centre for Legal Aid Assistance and Settlement. De nu ongeveer 40jarige moslimjuriste Asma Jhangir fungeert als president van het comité voor mensenrechten. Met vuur en verve verdedigde zij destijds de christen Salamat Masih, toen hij slachtoffer dreigde te worden van de bepalingen tegen godslastering.

Slachtoffers

De letter van de wet heeft inmiddels formeel vier slachtoffers geëist: Niamat Ahmer, Tahir Iqbal, Manzoor Masih en Baba Bantoe. Maar als fanatieke moslims minderheden met geweld lastigvallen, kijkt de politie niet zelden een andere kant op, vertelt Joseph.

Ayub Masih zit zijn gevangenisstraf uit in Shaiwal. Anwar Masih ondergaat deze in Faisalabad. En ene Nelson zit vast in Adyala. Het is niet op voorhand zeker dat elke „boef een christen is. Ook leden van islamitische sekten vallen onder de overheidsbepahngen. Francis biedt zulken, als zij gevaar lopen, zelfs tijdelijk onderdak in het pand van zijn organisatie.

De Pakistaanse samenleving functioneert anders dan die in West-Europa. „Als iemand zijn vrouw wil doden, beschermen wij haar. In uw land doet de staat dat. Zulke kwesties komen trouwens voor op de hoogste niveaus. Top secret”.


Joseph Francis van het Centre for Legal Aid Assistance and Settlement in Lahore, Pakistan, dropte eind juni een petitie bij het gerechtshof. Zijn verzoekschrift behelsde de vraag om vrijlating uit gevangenschap van Salim, een predikant Voor mensen uit West-Europa die niet veegewend, zijn een merkwaardige story.

Een meisje uit de gemeente van de pastor, Saleema, bracht haar moslimvriendin, Raheela, mee naar gebedssamenkomsten in de pastorie. De echtgenote van de voorganger, Hamida, vroeg Saleema dit niet te doen. Dat verzoek vormde een compromis. Lag er immers geen kans voor verspreiding van het Evangelie? Het risico voor christelijke gezinnen woog Hamida evenwel zwaar. Nadat Raheela een aantal meetings had bijgewoond, bleef zij weg.

Na verloop van tijd, op 19 juni, klopte Raheela ‘s morgens om vijf uur weer op de deur van het domineeshuis. Ze had problemen met vader en moeder, vertelde ze, en zocht toevlucht in de pastorie. De geestelijke ontzegde haar uit voorzichtigheid na een kwartier -hij wist dat haar ouders invloedrijke relaties hadden in de politiek- de toegang tot zijn woning.

„Rond het middaguur verzocht Raheela’s broer de protestantse pastor om opheldering”, zo vertelt Francis. „Waar was zijn zuster? Salim antwoordde daarover volstrekt onwetend te zijn.

Volgens de gewoonte van het land bracht hij een deelnemend bezoek aan de ouders; omdat hun dochter gekidnapt scheen te zijn”. Wie met de verworven wetenschap zoiets nalaat, laadt slechts verdenking van schuld aan het misdrijf op zich. Zo zit de samenleving in dat vergelegen land in elkaar.

„De vader en moeder van het moslimmeisje hielden Salim vast, Zij bezondigden zich aan marteling inin het privé. Daarna droegenzijzij dede predikant over aan de politie. Die ging hem te lijf met een leren zweep”, aldus de secretaris van de mensenrechtenorganisatie. De hermandad arresteerde vervolgens -„alles zonder een rechtsgeldige opdracht”- alle vrouwen van het predikantsgezin. Salim wees onder dwang van de politie deze kwelgeesten zijn eigen huis.

Francis: „In samenwerking met een zwager van de dominee gingen wij met een team van onze organisatie naar het bureau. De dames kwamen vrij. Salim bleef in de cel. ik ontmoette hem daar op 26 juni. Inmiddels arresteerde de politie ook Robin, de zoon van de voorganger, en Saleema”.

Joseph Francis heeft het druk. En zijn glimlach breekt zelden door in onze gesprekken. Verhalen in Nederland doen soms vermoeden dat in iedere moslim een christenhater steekt. Hoe is de werkelijkheid in Pakistan? En wat doen de mensenrechtenorganisaties?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Ook moslims zijn bezorgd

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 19 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken