Bekijk het origineel

Welzijn Deense varkens onder de maat

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Welzijn Deense varkens onder de maat

Zweedse veehouders willen Nederland naar de kroon steken

4 minuten leestijd

KOPENHAGEN - De Deense varkenshouderij -Europees concurrent nummer 1 van Nederlandstaat voor een ingrypende herziening van de huisvestingsstructuur. Het in sommige Nederiandse kringen na de uitbraak van de varkenspest veel geroemde ‘Deense model’ heeft de afgelopen zeventien jaar niet kunnen verhinderen dat zidi op grote schaal gezondheidsproblemen voordoen. Vorig jaar werd ruim 26 procent van het totale aantal varkens dek afgeleverd bij de slachtergen. Dat is de tol die moet worden betaald voor de intensivering van de productie.

Tevens breekt het inzicht door dat het roer radicaal om moet als men de aansluiting bij de wensen van de consument niet wil verliezen. De varkenshouderij levert jaarlijks 20 miljoen varkens af aan de slachthuizen. Omgerekend komt dat neer op vier dieren per Deen. Geen wonder dat 80 procent van de vleesproductie wordt geëxporteerd naar landen als Groot-Brittannië, Duitsland en zelfs ook Japan en ZuidKorea.

In tegenstelling tot de Nederlandse varkensvleesbranche is de Deense hecht georganiseerd binnen slechts vier coöperatieve concerns, met zowel leveringsplicht voor de boeren als afnameplicht, bij de slachterijen. Geen boer hoeft met zijn varkens te leuren en de concerns weten vrij, lang van tevoren waar ze hun slachthakencapaciteit op moeten afstellen. Handel in levende dieren over en weer met het buitenland behoort tot de uitzonderlijkheden. Lange transporttijden kennen de Deense varkens niet en het risico op het binnenhalen van catastrofale epidemieën is daarmee navenant kleiner.

Dit is in korte trekken het Deense model, dat de Nederlandse varkenshouderij ten voorbeeld wordt gesteld. Na de varkenspest van dit jaar is het geen vraag meer welk van de twee landen momenteel vooropligt in de race om de top in de Europese varkensvleesindustrie.

Welzijn dieren

De vraag is wel, hoe lang de Deense branche het succes kan prolongeren. Als het aan de overheid en de branche zelf ligt, is dat uiteraard nog heel lang. Daarom willen ze vaart zetten achter de invoering van stalsystemen waarbij de varkens aanzienlijk meer bewegingsvrijheid en meer natuurlijke leefomstandigheden krijgen.

De Deense landbouwminister Henrik Dam Kristensen is voor. „In gebonden dieren zit geen toekomst”, waarschuwt hij de boeren en hij wijst daarbij op de al op korte termijn te verscherpen welzijnseisen in het Verenigd Koninkrijk en de situatie in Zweden. Mogelijk legt ook Nederland de varkenshouders binnenkort de podige welzijnsverplichtingen op.

In de EU als geheel is welzijnsverbetering ook nog slechts een kwestie van tijd. De Deense minister mikt daarentegen vooralsnog op medewerking op basis van vrijwilligheid, de alarmerende gezondheidssituatie bij de slachtvarkens ten spijt. De boeren in kwestie willen echter eerst geld zien in de vorm van een meeropbrengst voor hun varkens, voordat ze op grote schaal investeren in welzijnssystemen. Zeugen in groepshuisvesting kosten nu eenmaal meer werk en roostervloeren zijn makkelijker schoon te houden dan vloeren met strostrooisel.

Daar komt twijfel bij over het surplus van groepshuisvesting voor het welzijn van de varkens. „Hoe kan men de varkenshouders betichten van slechte omstandigheden in de stallen als de deskundigen ons niet hebben kunnen vertellen hoe we het anders moeten doen? “, zo vraagt zich bijvoorbeeld de Deense ondernemer Mogens Jacobsen uit Hornslet bij Aarhus af.

Jacobsen is een van de ongeveer 12.000 varkenshouders iii zijn land en bovendien ook voorzitter van de boerenbond in zijn regio. Zijn scepsis inzake de welzijnsdiscussie is tekenend voor de branche. Niettemin is hij geneigd het hoofd te buigen voor de wensen van de consument. „Wat mij betreft gingen we door zoals nu, met roostervloeren en het aanbinden van zeugen. Dat is gemakkelijker en de varkens hebben het goed genoeg. Maar de markt eist kennelijk wat anders”.

Macht consument „

Over de macht van de markt en de gevoeligheid van de consument voor negatieve berichten over de vleesveehouderij heerst geen twijfel. Over het tempo waarin de maatregelen moeten worden genomen des te meer. De landen die de welzijnseisen het snelst weten door te voeren maken daarmee in de concurrentie kans op een grote voorsprong. Zweden is van oudsher al zover. De qua omvang bescheiden Zweedse varkenshouderij zou zich tegen die achtergrond wel eens als een belangrijke runner-up kunnen gaan manifesteren. De productie is nu nog te klein en te duur voor export van betekenis, maar de wens om de voorsprong uit te buiten zodra dat mogelijk is, leeft al geruime tijd.

De strategie van de coöperatieve vleesindustrie is de productie binnen een aantal jaren op te voeren van 4 miljoen naar 7 miljoen varkens. Gedroomd wordt van een productie van het formaat van die van Nederland en Denemarken. De ruimte is aanwezig en de vakkennis eveneens. Wat nog ontbreekt, is de juiste marktsituatie en het politieke kader. Voorzitter Hans Thuresson van het Zweedse slachterijconcem Skanek bevestigt dat er geen reden is voor pessimisme. „Varkenshouderij heeft niets te maken met sociale werkvoorziening, maar moet een hoogefficiënte industrie zijn”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Welzijn Deense varkens onder de maat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 24 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken