Bekijk het origineel

Festschrift voor prof. dr. W. van ‘t Spijker

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Festschrift voor prof. dr. W. van ‘t Spijker

5 minuten leestijd

Behalve het boek “Om de Kerk”, dat aan prof. Van ‘t Spijker bij zijn jubileum en afscheid door zijn Nederlandse collega’s is aangeboden, hebben voornamelijk buitenlandse geleerden hem een “Festschrift” bereid, dat door de uitgever in dezelfde vorm is gegoten als het boek “Om de Kerk”. Ook heeft het nagenoeg dezelfde omvang als de uitgave in het Nederlands.

De meeste bijdragen betreffen de periode van de kerkgeschiedenis, die Van ‘t Spijkers voorliefde heeft: de begintijd van de Reformatie. De vrouwelijke hoogleraar Elsie Anne MacKee, die aan Princeton verbonden is, beschrijft een document waarin de gewezen non Katharina Schütz het voor haar echtgenoot, de Straatsburger reformator Mattheus Zeil, opneemt wanneer het gaat om de legitimiteit van hun huwelijk.

Vreemd

De Zuid-Afrikaanse hoogleraar D’Assonville uit Potchefstroom vergelijkt de Straatsburgse Psalmen en Gezangen van 1539 met de Afrikaanse bundel van Totius uit 1937 en ontdekt wonderlijke overeenkomsten. Het doet wat vreemd aan wanneer de auteur Luthers “Ein feste Burg” uit een Beierse bundel van 1875 citeert, maar ik begrijp dat het gebruik van juist die bundel bij de Duitssprekenden aan Kaap de Goede Hoop deze manier van aanhalen rechtvaardigt en de overgang naar Totius verstaanbaar maakt.

De Calvijnspecialist uit Munster, Wilhelm Neuser, stelt onbekende Unionsversuche rond en na het Godsdienstgesprek van Marburg in het licht, terwijl Janse, die aan de RU Leiden verbonden is, aan de hand van avondmaalsopvattingen duidelijk maakt dat Wittenberg rond 1560 calviniseerde zonder calvinistisch te zijn. Hij argumenteert terecht vanuit de afwezigheid van de pneumatologie bij de vraag naar Christus’ aanwezigheid in het heilig avondmaal.

De Ziiricher hoogleraar Büsser gaat in op BuUingers ecclesiologie en spreekt over BuUinger sr. als over de oecumenische patriarch van de Reformatie. Strauss, verbonden aan de universiteit vap Bloemfontein, behandelt het Zuid-Afrikaanse aspect van de autoriteit der meerdere kerkelijke vergaderingen, terwijl de Zuid-Afrikaner Smit ingaat op de kerkregering volgens Calvijn als een zaak van het hart, daarbij aansluitende aan de uitspraak van de jubilaris Van ‘t Spijker dat kerkrecht pastoraal recht is.

Complexe zaak

De Nederlandse predikant De Greef schrijft over Calvijns visie op profetie als bijbels en actueel verschijnsel en maakt ons duidelijk dat profetie in bijbels Ucht voor Calvijn een zeer complexe zaak was. Dat de Bijbel zelf volgens De Greef overi gens geen verschil maakt tussea tijdelijke en blijvende ambten, waag ik te betwijfelen. Vooral het functioneren van vrouwen als Debora en Hulda in het Oude Testament wijst me dunkt in een andere richting.

Democratie

Coertzen van de universiteit van Stellenbosch gaat in op de verhouding tussen kerkrecht en democratie c.q. mensenrechten in de kerk. Gamble vertegenwoordigt Calvin Theological Seminary in Grand Rapids en stelt het thema van Calvijns relatie tot tucht en gewetensvrijheid aan de orde om dit thema vervolgens te plaatsen in een zestiende-eeuwse context. Een interessant verhaal, dat overigens de betekenis van gewetensvrijheid in het zestiende-eeuwse Europa in het midden laat. De spreuk bijvoorbeeld die aan de in 1574 gestichte Leidse universiteit door de Prins van Oranje werd meegegeven -Haec libertatis ergo, dit omwille van de vrijheid- heeft tot op heden geen bevredigende interpretatie gekregen. En om een ander voorbeeld te noemen: wat is Europa in vragen van het geweten evenzeer als in vragen rond de wil diepgaand beïnvloed door de tegenstelling tussen Luther en Erasmus inzake de wilsvrijheid.

De Amsterdamse hoogleraar Augustijn zet Calvijns brief aan Bucer naar aanleiding van de problemen die zich in en vóór 1538 te Bern voordeden, tegen de achtergrond van de theologische posities die Bucer in die tijden innam ten opzichte van Luther en de Rooms-Katholieke Kerk.

Selderhuis gaat in op de betekenis van Wolfgang Musculus’ “Loei communes” ofwel diens dogmatiek, waarbij het mijns inziens zeer twijfelachtig is (blz. 172) of Melanchthons en Musculus’ Loei zijn ontstaan volgens het recept van Erasmus en het me dunkt wel zeker is dat Musculus’ reputatie dat hij zijn Loei niet haastig heeft neergeschreven, een verschil met Erasmus bedoelt aan te wijzen. Deze heeft immers meermalen het verwijt moeten incasseren dat hij zijn boeken te haastig schreef en ze publiceerde wanneer ze er nog niet rijp voor waren.

Het grote belang van Musculus wordt getemperd door de dogmenhistorische vraag die Selderhuis zelf opwerpt: „Waar stond deze man?” Heeft hij niet duidelijk stelling genomen in de strijd tussen gnesiolutheranen en philippisten en matigt dat niet ons enthousiasme over de invloed van zijn Loei communes? Ik denk dat ook dit -en niet Musculus’ irenische houding- de voornaamste reden is waarom zijn werk later zo weinig benut is (blz. 185). Overigens besluit Selderhuis zijn artikel met een prachtige paragraaf over Musculus in verhouding tot de gereformeerde scholastiek. Jammer dat bij de vragen over Gods omnipotentie, die ter sprake komen, geen gebruik is gemaakt van het vele materiaal dat in Van den Brinks dissertatie over dit onderwerp ligt opgetast.

De Amerikaanse hoogleraar Arm strong gaat in op Calvijns predikarbeid en stelt ten onrechte (blz. 191) dat de geleerden die, in vergelijking met de aandacht die Calvijns Institutie en commentaren bij het onderzoek hebben, verwaarloosd. Voor Nederland is deze conclusie tenminste beslist niet terzake. Maar ook in het Duitse spraakgebied zijn verschillende werken en kleinere studies, bijvoorbeeld van Mühlhaupt, Rückert, Barth(!) en Bohren, aan Calvijns prediking gewijd.

Misdruk

Balke, als hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam verbonden, sluit de rij af met een weloverwogen uiteenzetting van de vijftien hermeneutische regels voor schriftuitleg van Philips van Marnix van Sint Aldegonde in diens boek “Geestdrijvische Leere”.

Jammer dat met de bladzijden 198 en 200 een verwarrende misdruk heeft plaatsgevonden. Overigens verdient ook deze uitgave alle aandacht. We zijn blij met de nieuwere gegevens die in verscheidene bijdragen tot uitdrukking komen. En we begrijpen de uitnodiging van diverse auteurs aan hun lezers om zich diepgaand bezig te houden met nader onderzoek van vermelde bronnen.

N.a.v. “Ordenlich und fruchtbar; festschrift für Willem van ‘t Spijker”, onder redactie van dr. Neuser en dr. Selderhuis; uitg. J. J. Groen, Leeuwarden, 1997; ISBN 90 5030 785 X; 237 blz.; ƒ49,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Festschrift voor prof. dr. W. van ‘t Spijker

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken