Bekijk het origineel

Gevormd op een Nunspeetse boerderij

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Gevormd op een Nunspeetse boerderij

Henk en Peta Westerink: De aanwezigheid van opa hebben we beiden als waardevol ervaren

14 minuten leestijd

Wi ie Henk en Peta Westerink werkpaarden noemt, overdrijft niet. In de beslotenheid van een Nunspeetse boerderij leerden ze in hun jonge jaren dat hard werken een deugd is. Het stempelde het leven van de twee, die in de brede gereformeerde gezindte hun eigen weg gingen. Het contact bleef. Met waardering en respect. De conrector: „Het waardevolle van Peta is dat ze op een persoonlijke wijze op dingen reageert”. De verpleegkundige: „Henk heeft een goed overhemd aan, ja”.

w.elcome. Het staat met grote letters bij de voordeur van een riante vi’oning in een Apeldoornse nieuwbouwwijk. Het aantal uren dat Henk Westerink als docent Engels voor de klas stond, nam in de loop der jaren af. In zijn functie als decaan en -tegenwoordig- conrector aan de Jacobus Fruytier Scholengemeenschap kwam hij op een andere wijze met leerlingen in contact. Zijn drukbezette bestaan laat raden dat de 44-jarige onderwijsman-in-hart-ennieren het tennisracket in de hal niet wekelijks in handen heeft.

Vanuit Zeist rijdt zus Peta voor, vier jaar jonger en even actief Via een omweg kwam ze als verpleegkundige in het Gereformeerd Psychiatrisch Ziekenhuis (GPZ) in Bosch en Duin terecht, terwijl ze als liefhebberij in haar eigen kleurenadviesbureau klanten over passende tinten van rok, blouse of -minder vaak- colbert adviseert. „Op een gegeven moment realiseerde ik me dat kleuren me altijd erg geïnteresseerd hebben. In dit werk ben ik nu op een heel andere manier met mensen bezig dan in de psychiatrie”.

Beiden tonen interesse in het werk van de RD-fotograaf en merken op dat hij veel van huis zal zijn. De relatie met het thuisfront lijdt daar niet onder, stelt deze hen gerust. „Mijn vrouw zegt altijd: Als je veel in je werk kwijt kunt, komt dat het gezin ten goede”. Henk Westerink veert op, roept zijn vrouw Marga uit de keuken en laat de fotograaf de zin herhalen. Peta is er direct bij om haar broer de waarschuwende vinger voor te houden: „Maak er geen misbruik van!”

Boerderij

De koeien aan de overkant van de straat vormen even later het decor voor een foto. Het voert de gedachten als vanzelf terug naar het Nunspeet van eind jaren vijftig, waar de kinderen Westerink op een boerderij leerden lopen en praten. Henk is de oudste zoon, Peta de oudste dochter uit een gezin met negen kinderen. De meisjes vormden met z’n drieën de minderheid. „Ik ben op een goede manier gehard”, zegt Peta. „Ik kan tegen plagerij. Dat vind ik positief Er was bij ons thuis altijd van alles te beleven, ook omdat er veel mensen aankwamen. Het was wel eens druk, maar dat weegt niet op tegen de gezelligheid. Het lijkt me ontzettend saai om enig kind te zijn”.

Henk: „We komen uit een behoudend gereformeerde-gemeentegezin. Als ik op mijn jeugd terugkijk, heb ik het gevoel dat het besloten was en oergezellig. Het opgroeien op een boerderij heeft enorme voordelen. We moesten hard werken, vooral de oudsten. Ik heb het als buitengewoon goed ervaren dat we stevig moesten aanpakken. Dat vormt je karakter. Pa en ma hadden echt, wat zij vonden, een natuurlijke rolverdeling: de mannen op de boerderij aan het werk en de rest binnen.

Toch liet pa ons ook best vrij. Er was ontzettend veel ruimte rond het huis. Je kon de weilanden intrekken, hutten bouwen, paardrijden”.

„We hadden de klassieke situatie dat opa bij ons inwoonde; de patriarchale verhouding van grootvader, ouders en kinderen. Opa was een echte Veluwnaar: een ingetogen man, die zich niet snel uitte. Hij wist goed zijn plaats, maar toonde met weinig woorden toch belangstelling voor ons, ook op kerkelijk en geestelijk gebied. Daarin had hij een goede invloed. Als hij iets zei, was het diep doordacht”.

Peta onderstreept dat. „We waren vaak bij hem. Ik heb weinig mensen meegemaakt die zo stil waren, maar tegelijk zo veel konden zeggen. De bewogenheid van het geloof waaruit hij leefde, ook al had hij daar zelf twijfels over, is me vooral bijgebleven. Het was aanwezig, en het was echt. Dat heb ik als zeer waardevol en positief ervaren. Ik weet nog wat ik als eerste zei toen hij overleden was: „Nu kan hij niet meer voor ons bidden””.

Ook de aanwezigheid van een tante vormt voor Peta een belangrijk element uit het verleden. „Zij was jong weduwe geworden en heeft met haar zoon lange tijd bij ons ingewoond. Ze was een soort tweede moeder voor me. Haar zoon was ongeveer even oud als een van mijn broers. Hij hoorde er helemaal bij. Je zou bijna kunnen zeggen dat ons gezin uit tien kinderen bestond”.

Hollands praten

Het onderwijs verliep volgens een vast stramien. Op de jongste na bezocht geen van de kinderen Westerink de kleuterschool. „Pas toen ik naar de lagere school ging, leerde ik Hollands praten”, zegt Peta. Nadien waren er twee mogelijkheden: aan de ene kant de ambachtsschool en de huishoudschool, aan de andere kant de mulo. Voor de oudste zoon en dochter werd het mulo. „Vader en opa Heten merken dat ik zelf een keuze mocht maken”, zegt Henk. „Aan de ene kant zouden ze het aardig vinden als ik in hun lijn verder zou gaan, aan de andere kant hebben ze me volkomen vrijgelaten.

Ik vond het werk op de boerderij best mooi, maar toen ik een jaar of veertien was, stootte de geïsoleerdheid van het boerenleven me wat af Als je verder wilde leren, was er eigenlijk maar één mogelijkheid. Dan werd je onderwijzer. Toen ik zestien was, ben ik naar De Driestar in Gouda gegaan. Daarvan heb ik nooit spijt gehad. Inmiddels heeft de twee-na-jongste het boerenbedrijf van pa overgenomen. Hij doet dat met verve. De ouderlijke boerderij is nog steeds een soort honk, waar iedereen in- en uitvliegt en waar we op zaterdagmiddag vaak even naartoe gaan”.

Hoewel Henk en Peta wat opleiding en werk betreft al jong ieder hun eigen weg gingen, bleef er goed contact. Het relatief kleine leeftijdsverschil is daarbij slechts één factor van betekenis. Peta noemt als overeenkomst dat ze evenals haar broer plichtsgetrouw is. „We leggen ook allebei snel contact, staan open voor andere mensen.

Dat hebben we van thuis meegekregen. Mijn ouders zijn heel gastvrij, iedereen is welkom. Dat geldt ook voor mensen van buiten de eigen kring”.

Verschillen zijn er ook. „Henk heeft meer leidinggevende capaciteiten”, zegt Peta. „Hij is over het algemeen ook wat rationeler dan ik. We hebben andere interesses”. Verder noemt Peta het kerkelijke verschil. Terwijl Henk lid van de Gereformeerde Gemeenten bleef, behoort zij tegenwoordig tot een hervormde gemeente van gereformeerde-bondssignatuur. Beiden vonden hun huidige werkkring in instellingen binnen de gereformeerde gezindte.

Peta: „Het GPZ heeft, zowel wat patiënten als medewerkers betreft, een bredere achterban dan de reformatorische scholen, omdat bijvoorbeeld de gereformeerd vrijgemaakten er ook bij zitten. We krijgen soms patiënten uit evangelische kring en incidenteel mensen met een rooms-katholieke achtergrond. Ik vind het positief hoe we binnen het GPZ kunnen samenwerken en elkaar over het algemeen respecteren.

Ik heb het wel verrijkend gevonden dat ik eerder ook in algemene instellingen heb gewerkt. Op Zon en Schild heb ik ervaren wat het betekent als enige in een groep of te midden van collega’s een christelijke achtergrond te hebben. Ik heb het moeilijk gevonden, maar bedoel dat niet negatief Het is vormend geweest. In het GPZ heb ik meer contact met mijn collega’s. Daar voel ik me er echt bij horen”.

Pluriformiteit

„Je werk heeft natuurlijk een enorme invloed op je”, zegt Henk. „De omgeving waarin je zit, stempelt je. Dat kan positief of negatief uitwerken. Ik ervaar dat wat de school betreft wel degelijk als positief Hoewel we minder breed zijn dan het GPZ, komen bestuursleden, collega’s en leerlingen toch uit vijf verschillende kerkgenootschappen. Dat brengt een redelijke pluriformiteit mee. Het betekent dat je over van alles en nog wat verschillend kunt denken, maar je hebt toch een gezamenlijke basis”.

In andere verbanden heeft Henk ook contacten biiften de gereformeerde wereld. „Het is zinvol verder dan je eigen kring te kijken. Ik neem bijvoorbeeld staatsexamens af in Den Haag. Dan zit je met een club examinatoren uit alle hoeken van het land. Dat is goed, want je bent constant bezig je eigen referentiekader aan te scherpen”.

Dat is iets anders dan naar buiten uitdragen watje beweegt?

„Het is goed aan volstrekte buitenstaanders uit te leggen wat voor werk je doet, op wat voor soort school. Pas werkte ik samen met een collega die lesgeeft op een openbare school in Rotterdam. Zij vroeg hoeveel allochtonen wij op school hebben. Die hebben we dus niet.

„Oh”, zei ze, „jullie zijn een streng gereformeerde school”. Ho even, dat klinkt me veel te etiketterend. We zijn een school met een eigen identiteit en bepaalde kenmerken. Dan probeer ik een reëel beeld te schetsen van datgene waarvoor we staan, waar we met hart en ziel aan werken. We moeten bereid zijn dat aan anderen uit te leggen. Dat scherpt jezelf op en het is een goede manier om iemand een boodschap mee te geven. Niet hoogdravend, maar er mag best iets positiefs van uitgaan”.

Zowel Peta als Henk heeft in het werk met psychische nood te maken. „Vooral toen ik decaan was, heb ik vaak gesprekken gevoerd met leerlingen die ergens in vastliepen en soms grote persoonlijke problemen hadden. Nu sta ik, in een directiefunctie, iets verder van hen af, al krijg ik nog wel met allerlei problemen te maken. Ik heb het altijd als een voorrecht ervaren als je daarin iets voor leerlingen kunt betekenen, een keer ten goede kunt bewerkstelligen”.

Als, u er niet uit komt, belt u ‘s avonds voor advies naar Zeist?

„Dat heb ik te weinig gedaan, maar het is een leuk idee. Als school hebben we de laatste jaren één ding geleerd: als er ingrijpende problemen zijn, moet je acuut doorverwijzen”. Peta: „Het is goed dat een school dat inderdaad doet. Problemen signaleren, zeker ook bij jongeren, is heel belangrijk. Hoe eerder iemand hulp krijgt, hoe beter”.

Ze merkt op dat een aantal interesses bij haar pas op wat latere leeftijd tot ontplooiing is gekomen. Haar werk als kleurenadviseuse valt daaronder. „Ik geef persoonlijk kledingadvies. Wat staat het beste bij de huid? Je kunt niet alle kleuren dragen. Ik leg uit hoe kleuren werken, dat de kleuren van huid, haar en ogen van nature in harmonie met elkaar zijn. Zo heeft God dat gemaakt. Je hoeft niet zo nodig je haar te verven of make-up te gebruiken om er goed uit te zien. Dat probeer ik mensen te laten zien”.

Seizoenkleuren

„Je kunt je afvragen of je dit werk vanuit een christelijke achtergrond kunt doen. Als je naar de natuur kijkt, zie je dat God kleuren heeft gemaakt. Dat zie je terug in de seizoenen. Als je kleren koopt, denk ik dat je dat bewust mag doen, dat je mag kijken wat je goed staat. Daarbij kunnen seizoenkleuren een rol spelen”.

De vraag naar de beoordeling van Henks combinatie levert in eerste instantie een algemeen antwoord op. „Ik zie vrij snel of iemand de juiste kleuren draagt. Henk heeft een goed overhemd aan, ja”. Ze heeft haar broer nog nooit met een uitvoerig advies gediend, maar geeft toe dat schoonzus Marga een goede smaak heeft. „Ik verdiep me daar nauwelijks in”, zegt Henk. „Maar wat past volgens jou echt bij mijn huidskleur? Even een snel testje”.

Peta: „Hetzelfde wat ik draag: felle, koele kleuren”.

Henk: „Ik heb het allemaal nog redelijk gedekt!”

Hoe kijkt u tegen deze activiteiten van uw zus aan?

„Het is niet iets wat mij ligt, maar ik vind het leuk om te horen welke filosofie daar bij Peta achter zit”.

Peta: „Kun je je daarin vinden?” Henk: „Ja, natuurlijk, maar ik ben niet zo artistiek begaafd,*dus dergelijke verhalen hebben bij mij misschien niet de juiste voedingsbodem”.

Op welke manier wordt het onderlinge contact erdoor beïnvloed dat Henk getrouwd en Peta alleengaand is?

Henk: „We hebben best een goede band, maar ik denk dat Peta met Marga wat natuurlijker contact heeft. Vrouwen begrijpen elkaar sneller. Of zie ik dat verkeerd?” Peta: „Het is niet alleen een kwestie van begrijpen. Over het algemeen reageer jij nuchterder op dingen dan ik. Ik heb één zus die ook alleen is. Met haar heb ik anders contact dan met jullie. Als je alleen bent, doe je andere dingen dan wanneer je je met name in een gezin beweegt”.

Henk: „Ik denk dat ik eerder meer dan minder contact met Peta heb doordat ze ongetrouwd is. Ze heeft meer interesses dan sommige zussen of schoonzussen, die zich meer op het eigen gezin richten. Dat maakt het boeiend het contact te onderhouden. Over sommige zaken denken we verschillend. We hebben daar wel eens aardige gesprekken over, pittige discussies soms”.

Waarover?

Henk: „Die gaan bijvoorbeeld over de kern van het bevindelijk beleven, die we van huisuit hebben meegekregen en Peta misschien op een iets ander manier invult dan ik doe. We hebben het over onze opa gehad. We weten allebei zeker dat die man een tere godsvreze had, doorleefd. Hij worstelde ook sterk met dingen. Niet iedereen hoeft zo’n weg mee te maken, maar de manier waarop opa dat beleefde en kon uitdragen, is voor ons beiden vormend geweest. Dat heeft meer invloed dan ellenlange discussies die we later op school voerden.

Laatst sprak ik een leerlinge die in moeilijke omstandigheden zat en zei: „Ik geloof helemaal nergens meer in”. Op zo’n moment moet je,niet met algemene waarheden schermen, maar zélf iets zeggen. Ik geloof écht dat de Heere bestaat en ook jóü kan helpen. Een persoonlijk getuigenis, heel direct. Ik denk dat Peta en ik het daarover eens zijn, maar het op een verschillende manier zouden verwoorden”.

Bewogenheid

Peta: „Het is belangrijk dat het geloof niet alleen iets van woorden is, maar ook uit andere dingen blijkt, op alle terreinen van het leven zichtbaar wordt”.

Henk: „Ik denk dat die samenhang wel eens gemist wordt. Niet dat we dat thuis zo ervaren hebben, maar je merkt soms dat kinderen precies weten wat ze moeten, maar niet waaróm het zo moet. Ze missen de beleving erachter. Het probleem van veel jongelui is, dat ze duidelijke voorbeelden missen. Daardoor zijn de regels waarnaar ze zich moeten richten, voor hen inhoudloos. Dat is een gevaar van deze tijd”.

Peta: „Het gaat niet alleen om wel of geen regels, maar om de vraag of je uit liefde bepaalde dingen doet of laat. Hoe is je persoonlijke verhouding tot God? Ik denk dat dat het belangrijkste is. Dat is me van mijn opa ook het meest bijgebleven”.

Waar buigt uw weg dan een andere kant op, ah die herkenning er toch is?

„Een aantal dingen, zoals geloof en bekering, beleef ik anders dan Henk. Dat is een moeilijk punt. Ik heb een iets ander beeld van God dan ik van huisuit heb meegekregen”.

Henk: „Ik denk dat jij er tegenaan loopt dat het in bevindelijk gereformeerde kring, waar we allebei uit komen, vaak als moeilijk wordt ervaren over deze dingen te praten. Jij trekt de basisnoties van het Woord iets sneller naar je toe, aanvaardt die eerder als een vast gegeven. Wij hebben het meegekregen dat niet zo gemakkelijk te doen. Ik heb die schroom iets meer vastgehouden”.

Beetje trots

Wat zien jullie als het meest waardevolle van elkaar?

Henk: „Het waardevolle van Peta is dat ze op een persoonlijke wijze op dingen reageert en de achtergrond van waaruit iemand spreekt goed probeert aan te voelen. Verder zie ik bij haar een goede mix van zakelijk met dingen omgaan en je eigen emoties op de juiste manier gebruiken”.

Peta: „Ik ben altijd een beetje trots op Henk geweest: een broer die goed kan leren, in de publiciteit treedt, conrector van een school is. De band met Marga en de kinderen is voor mij ook heel waardevol. Vorig jaar werd ik veertig. De familie heeft toen een boek voor me gemaakt. Het verraste me hoe Henk daarin over mij schreef Ik ben in een aantal opzichten een wat andere richting uitgegaan, maar ik voel me toch door hem geaccepteerd en gewaardeerd”. „

Volgende week deel 4 in deze serie: Jacob en Jannefce Slagter.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Gevormd op een Nunspeetse boerderij

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 25 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken