Bekijk het origineel

Perikelen over vakantiegeldbelasting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Perikelen over vakantiegeldbelasting

5 minuten leestijd

De bdasting éen kansspel? Soms lijkt het er wel op. Toen ik een paar weken gdeden op vakantie ging, was net de publidtdt lombarsten over de belasting op het vakantield. Kop in De Teleiraaf van 18 juni: “Kans op teruggave van deel belasting over vakantiegeld”. En op 2 juli: “Bezwaar maken heeft altijd zin”. Dit laatste was een uitspraak van wat werd genoemd de ‘aanstiditer’ van de “vakantiegdd-run op de fiscus”.

Maar terug van vakantie was de juichstemming weer over. Een professor in het belastingrecht vond dat er veel geschreeuw was, maar weinig wol. Er is volgens hem helemaal niet zo veel kans dat iedereen extra vakantiegeld van de fiscus krijgt. Wat moet de gewone krantenlezer daar nu van denken? Wie heeft gelijk, en vooral: Moet ik wat doen? Natuurlijk kan ik hierop niet het laatste antwoord geven.’ Dat moet de rechter uiteindelijk doen.

Bonnen

Wat is er aan de hand? De meeste werknemers in Nederland krijgen in mei extra salaris. In een grijs verleden was dit een extraatje dat men opspaarde om wat over té houden voor de vakantie, die toen van lieverlee gemeengoed werd. Je zou kunnen zeggen dat de werkgever een deel van het week- of maandloon opzijlegde. De werknemer kon er (nog) niet aankomen. Een keer per jaar, vlak voor de vantieperiode, werd het geld uitgekeerd, zodat de werknemer ongestoord vakantie kon vieren. Het recht op dit extraatje is altijd gebleven, tot op de huidige dag.

In bepaalde bedrijfstakken, met name de bouw, wordt geen vakantiegeld uitbetaald. Ook dit is in de loop van de geschiedenis zo gegroeid. In plaats van het vakantiegeld in mei krijgt de bouwvakker bonnen. vakantiebonnen of -zegels. Deze boimen geven recht op geld. Dat geld claimt de werknemer niet bij zijn baas, maar bij een sociaal fonds. De werkgevers in de bouw hebben gezamenlijk een potje gevormd. De bouwvakker kan zijn bonnen bij dit fonds inleveren.

Bij elke loonbetaling ontvangt een bouwvakker van zijn baas vakantiezegels. Vergelijk het maar met de zegels bij Albert Heijn en dergelijke. Het gaat dus om een soort loon in natura. De werknemer krijgt nog geen geld, maar zegeltjes, die hij, als hij dit wil, in geld kan omzetten. Volgens de wet moet ook over loon in natura belasting worden betaald. De vraag is dan altijd hoeveel dit loon in natura in contant geld waard is. Is dat het bedrag dat de bouwvakker te zijner tijd bij het fonds kan claimen? Of is dit minder, omdat hij het geld per slot van rekening nog niet in handen heeft? Er kan immers van alles gebeuren. De zegels kunnen wegraken. Misschien claimt de werk- nemer pas veel later en is de gulden dan door inflatie in waarde gedaald. Een zegel is nog geen geld. Dat moet nog worden waargemaakt.

Gelijkheidsbeginsel

Op grond van al deze overwegingen heeft het ministerie van financiën indertijd de waarde van de bonnen gesteld op 75 procent van het bedrag van de zegels. De werkgever betaalt bij de uitkering niet over 100 procent loonbelasting, maar over 25 procent minder. Hetzelfde geldt voor de inkomstenbelasting. De vraag is nu of dit gerechtvaardigd is. Want alle andere werknemers betalen wel over hét volledige vakantiegeld van mei belasting.

Is er zo geen ongelijke behandeling van Nederlandse staatsburgers, een ongelijke behandeling die nergens op berust? Professor Feteris vindt van wel (De Telegraaf van 2 juli). Hij is niet alleen professor maar ook belangenbehartiger van belastingplichtigen, want een belangrijk deel van zijn tijd besteedt hij aan het verdedigen van cliënten tegenover de Belastingdienst.

Inderdaad bestaat er een toenemend aantal uitspra ken van de rechter over het zogenaamde gelijkheidsbeginsel. De overheid mag niet met willekeur te werk gaan. ledere onderdaan moet op dezelfde wijze behandeld worden. Vooropgesteld natuurlijk dat zijn omstandigheden gelijk zijn. Op grond daarvan meent Feteris dat de rechter niet anders kan doen dan ook het vakantiegeld van anderen dan bouwvakkers 25 pro-, cent lager belasten.

Nuance

Nu is hierover al eerder geprocedeerd. In 1992 beshste de Hoge Raad dat er wel degelijk een goede reden was om vakantiebonnen tegen 75 procent te belasten en gewoon vakantiegeld tegen 100 procent. Geen kans meer voor Feteris, zou je zeggen. Toch past daarbij een kanttekening. Sinds het jaar waarover de Hoge Raad besliste (1987) is er het een en ander veranderd. De vakantiebonnen lijken nu yeel meer dan vroeger op gewoon vakantiegeld. Zo is het niet meer mogelijk dat bonnen ‘wegraken’.

Ondanks dit alles is de 75 procent-regeling blijven bestaan. Daarmee lijkt echter wel een ongelijke behandeling te zijn ontstaan. Niet te overzien valt of de rechter nog een fijne nuance zal vinden om te beslissen dat er helemaal geen ongelijke behandeling is. Kans op succes voor de belastingbetaler is er zeker.

Zo zou eigenlijk iedereen een bezwaarschrift moeten indienen tegen elke definitieve aanslag inkomstenbelasting en tegen de inhouding van loonbelasting over het vakantiegeld. Om een stortvloed aan bezwaarschriften te voorkomen, heeft de staatssecretaris van financiën bekendgemaakt dat hij de te veel betaalde belasting aan iedereen zal teruggeven als de Hoge Raad hem in het ongelijk zal stellen. Ook als men geen bezwaarschrift heeft ingediend. Natuurlijk staat het iedereen vrij om toch een bezwaarschrift in te sturen of-als u nog bezig bent met de aangifte 1996- 25 procent van het vakantiegeld buiten de aangifte te houden. Dit moet dan wel in een bijlage worden ver-meld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Perikelen over vakantiegeldbelasting

Bekijk de hele uitgave van maandag 28 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken