Bekijk het origineel

Van goudzoekersplaats tot toeristenoord

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Van goudzoekersplaats tot toeristenoord

Goldrush in vorige eeuw bij Canadese Klondike gaf stevige impuls aan economie

6 minuten leestijd

DAWSON - Eigenlijk was Robert Henderson de aanstichter van de goudlcoorts die een eeuw geleden honderdduizenden mensen naar de Canadese rivier de Klondike, een zijrivier van de Yukon, deed trekken om him geluk te beproeven.

Henderson, die zelf goud aan het zoeken was in een zijriviertje van de Klondike, was degene die George Carmack en diens indiaanse kameraden Skookum Jim en Tagish Charley adviseerde te gaan zoeken in wat later “Bonanza Creek” is gaan heten. Toen het drietal in 1896 in hun kreek een stuk goud ter grootte van een duim vond, vertelden ze dat aan Jan en alleman door, behalve aan Henderson, terwijl deze Cormack juist gevraagd had hem van hun vorderingen op de hoogte te houden.

Volgens sommige historici liet Cormack Henderson in het ongewisse omdat deze racistische opmerkingen had gemaakt over zijn twee indianenvrienden.

Hoe het ook zij, tegen de tijd dat Henderson, die zelf geen goud had gevonden, lucht kreeg van de vondsten in Bonanza Creek en de nogrijkereEldo rado Creek, waren alle concessies al vergeven.

Nieuwe stad

Carmack en zijn kornuiten werden van de ene op de andere dag schatrijk en de concessies van 150 meter die honderden andere vanuit de omgeving toegesnelde goudzoekers verwierven leverden in enkele jaren tijd soms meer dan een miljoen dollar op. Bij de vindplaatsen ontsproot een nieuwe stad, Dawson, en deze werd de bestemming van de honderdduizend gelukzoekers die de reis naar het gebied ondernamen. Dat gebeurde pas een jaar later, nadat de kranten lucht hadden gekregen van de spectaculaire vondsten en het publiek gek begonnen te maken.

Op 15 juli 1897 arriveerde het stoom schip Excelsior in San Francisco met aan boord twintig goudzoekers, mannen in stoffige kleren, die over de kade sjokten met koffers vol goud. Twee dagen later kwam een tweede schip met Klondike-goud binnenvaren in Seattle. Ditmaal was de komst echter aangekondigd door de Seattle Post-Intelligencer. „Goud, goud, goud, goud! 68 rijke mannen op het stoomschip Portland. Zakken vol geel metaal!” kopte de krant en prompt stroomden duizenden mensen naar de kade om een glimp van het goud en zijn haveloze eigenaars op te vangen. „Stel je dat voor", zei de Canadese historicus Pierre Berton, wiens boek “Klondike” wordt beschouwd als het ultieme verhaal over de goudkoorts. „Daar heb je mannen bij wie de modder van de Eldorado en Bonanza nog aan de kleren kleeft, en stuk voor stuk zijn zij rijk, hebben ze zakken mef goud. Dat heeft de mensen opgezweept en gek gemaakt".

Heteluchtballon

Politieagenten, barmannen, artsen, advocaten en winkelbedienden -zelfs de burgemeester van Seattle- gaven hun baan eraan en trokken met elk beschikbaar vervoermiddel naar Yukon. Somihigen bouwden sneeuwfietsen. bootsleden en andere waanzinnige voertuigen om de Klondike te bereiken. Er waren er die opperden per heteluchtballon naar de goudvelden te vliegen. De kranten wakkerden de gekte aan door elkaar de loef af te steken met sensationele -vaak verzonnen- verhalen over de rijkdommen die bij de Yukon te halen waren..

Het land verkeerde in een depressie en het plotselinge optimisme gaf de economie een impuls. „De depressie was deels een kwestie van geestelijke houding. Als je een ramp verwacht, dan krijg je er waarschijnlijk een", zei de in Skagway wonende Irene Henricksen, wier grootvader destijds met de goudzoekers naar het noorden trok en aan de aanleg van de spoorwegen van Yukon werkte. „De Klondike bracht hoop. Mensen zagen dat er wat te halen viel als je maar zorgde dat je erbij kwam". Veel trekkers overwinterden in Alaska - stroomafwaarts aan de Yukon of in Skagway en Dyea, steden die bij de bergpassen naar het goudgebied waren ontstaan. Skagway stond bekend om de wetteloosheid die er heerste. De stad was het domein van de bende van Soapy Smith - dieven en zwendelaars die het gemunt hadden op nieuwkomers die stofgoud niet konden onderscheiden van hoofdroos. Tot hij in 1898 bij een schietpartij om het leven kwam zorgde Smith ervoor dat veel gelukzoekers zonder een cent naar huis moesten terugkeren, zonder zelfs in de buurt van de Klondike te zijn gekomen.

De meeste van de 30.000 goudzoe kers die wel in Dawson aankwamen, begonnen bij de Chilkoot Trail, een tocht van 53 kilometer over een hoge bergpas, die bij de Yukon uitkwam.

Allesbehalve romantisch

Films, gedichten en romans hebben van de Klondike-goudkoorts een romantisch verhaal gemaakt, maar de werkelijkheid was allesbehalve romantisch. Een lawine langs de Chilkoot Trail doodde zestig mensen. Anderen verdronken of kwamen om van de kou. Weer andereri kregen scheurbuik of bevroren ledematen.

Degenen die het na de bittere winter nog konden opbrengen verder te reizen naar Dawson en daar in 1898 aankwamen, ontdekten dat er geen concessies meer voor hen waren en konden weinig anders doen dan op straat rondlopen en kijken hoe de nieuwe rijken leefden. De meeste fortuinmakers bleven overigens niet lang rijk, maar vergqoiden hun kapitaal aan drank, vrouwen of onverstandige zaken. „De mensen die geld verdienden waren niet degenen die een goudmijn vonden", zei Berton, wiens vader met de goldrush naar de Yukon kwam. „Zij vonden een man die een goudmijn had gevonden".

De meeste laatkomers keerden snel naar huis tprug zonder ooit de goudvelden te hebben gezien,-maar sommigen bleven om te werken of een bedrijfje op te zetten. John Firth uit Whitehorse, de hoofdstad van Yukon, zei dat zijn grootvader, toen hij geen goud kon vinden, in Dawson een verzekeringskan toor had geopend. „Hij was geletterd en veel mijnwerkers konden niet lezen of schrijven", zei Firth. „Zijn kennis bracht hem meer op dan het graven in de aarde".

Toeristenoorden

Net zo plotseling als ze was geko men, hield de goudkoorts weer op. De aandacht van het publiek verplaatste zich naar de Spaans-Amerikaanse oorlog en de Klondike werd vergeten. Sommige van de goudkoorts-steden gingen tenonder, zoals Dyea, maar Skagway en Dawson bleven bestaah en zijn nu drukbezochte toeristenoorden. Er wordt nog steeds goud uit de Klondike gehaald, door de oude concessies nog eens met moderne machines te bewerken.

Na de rush op de Klondike vertrok-’ ken de professionele goudzoekers naar nieuwe vindplaatsen bij Fairbanks en Nome in Alaska. Maar zelfs de mensen die zonder een cent naar huis teruggingen voelden zich volgens Berton verrijkt door de ervaring. „Als je hun dagboeken leest blijken maar weinig mensen die deelnamen teleurgesteld", zei Clay Alderson, directeur van het Klondike Gold Rush National Historical Park. „De meesten zeiden: We zijn niet rijk geworden, maar ik ben blij dat we gegaan zijn en er deel van hebben uitgemaakt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Van goudzoekersplaats tot toeristenoord

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 29 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken