Bekijk het origineel

Op safari beneden de waterspiegel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Op safari beneden de waterspiegel

Oosterschelde als mooiste duikplek van Nederland

4 minuten leestijd

GOESE SAS - Zomer 1997. Grijze wolken hangen laag boven de Oosterschelde. Een frisse wind, kracht zes, waait de haren naar aditeren. Zeven duikers lopen voorzichtig over de drooggevallen slikken van Het Slurfje bij de Goese Sas. Een laatste buddycheck, en dan verdwijnen de mannen in „de mooiste duikplas van Nederland” voor een safari onder de waterspiel.

De wereld daar blijkt een toeristische trekpleister bij uitstek. Zeker als het leven in de plas zo divers is en het zicht zo helder als in deze zeearm. Zeeland, de enige provincie die duikvergunningen uitgeeft, telt 35.000 licentiehouders. En de meesten van hen bekijken regelmatig de zilte kraamkamer aan de onderkant. Files onder water dus?

Geen sprake van, zegt Frank van der Vegte, duikinstructeur bij de Zeeuwse Vereniging Voor Onderwatersport Dolfijn. Het begeleiden van aspirant-duikers is voor hem een hobby die vooral veel tijd en geld kost. In het dagelijks leven werkt hij bij de pohtie te water. Daarnaast runt hij samen met zijn vrouw een reclamebureau. De Oosterschelde is beslist geen plas waar duikers regelmatig tegen elkaar opbotsen, vertelt de duikchef. Het gebied is daarvoor veel te groot. Wel staan de dijken voor de populaire duikplekken soms vol voertuigen en dan is het lastig om nog een parkeerplaats te vinden. Bovendien is duiken op veel plaatsen in het natuurgebied niet toegestaan.

Imago

Dat duikers geen best imago hebben in de provincie, is duidelijk. Al jaren is er veel publiciteit over de stropersactiviteiten van de onderwatertoeristen. Ze zouden de netten van beroepsvissers leegroven en kreeften en oesters van de zeebodem plukken. „Zwaar overdreven”, vindt Van der Vegte. En hij kan dat weten als politieman. „Natuurlijk, je hebt altijd en overal mensen die de wet overtreden. Dus ook onder de duikers. Maar zelf heb ik nog nooit iemand betrapt, ondanks dat ik regelmatig duik”.

Bovendien zijn stropende duikers volgens hem makkelijk te herkennen. „Hun materiaal is vaak vrij oud en ze dragen zo weinig mogelijk uitrustingsstukken. Logisch, wie betrapt wordt, raakt al z’n spullen kwijt. Het wordt direct in beslag genomen”.

De regels zijn simpel. Duikers mogen alleen kijken, maar nergens aankomen. En ze moeten 25 meter bij de netten en fuiken van beroepsvissers vandaan blijven. De mooiste duiklocaties zijn echter ook vaak de plaatsen waar de meeste vis zit. Kortom, duikers en vissers hebben nogal eens last van elkaar. Om die reden zijn er zogenaamde corridors gevormd. Vissers en duikers hebben met elkaar afgesproken dat op zo’n zestig plaatsen in de Oosterschelde tussen de netten 50 meter ruimte zit. Op die plaatsen kunnen duikers ongehinderd het water in.

„In de praktijk werkt dat niet altijd”, vertelt de duikinstructeur. „Beroepsvissers houden zich in het algemeen goed aan deze afspraken. Maar vaak zie je dat recreatievissers die gaten opvullen met hun eigen netten en fuiken”. Ook stropers weten drommels goed waar de meeste vis zit. Hun materiaal is niet gemerkt en dus boven water niet zichtbaar. Vaak gebruiken ze dwarrellijnen. waar duikers in verstrikt kunnen raken. „ 3n dat is een van de redenen waarom we vrijwel nooit alleen duiken, maar altijd met z’n tweeën gaan”.

Veiligheid

Veiligheid is een eerste vereiste. Voordat de duikers hun spullen aantrekken en omhangen, wordt alles zorg vuldig gecontroleerd. De voorbereidingen kosten veel tijd en duren langer dan het verblijf onder water. Afhankelijk van het tij -er mag niet te veel stroming staan- en de hoeveelheid perslucht in de flessen, is dat 30 tot 60 minuten. Vlak voordat de duikers definitief on der water verdwijnen, wordt bij elkaar de uitrusting nog eens gecontroleerd, de zogenaamde buddycheck. En dan begint het avontuur in een wereld die de meeste mensen alleen van foto’s kennen.

„Je hebt hier alles”, vertelt Van der Vegte enthousiast. „De Oosterschelde bezit onder water een prachtige natuur. Een mooiere plek om te duiken is er in Nederland niet. Natuurlijk is het niet te vergelijken met Indonesië of de Rode Zee. Daar zwem je in een soort aquarium, waarbij de vis naar je toe komt. Maar voor Nederlandse begrippen is de

Oosterschelde uniek; de kraamkamer van het leven. Het zicht is zo’n 3 tot 5 ;meter. En met een duiklamp zijn de kleuren onder water prachtig. Vaak zie je schitterende anemonenvelden, krabbetjes, platvis, paling en tal van andere dieren en planten. Zeebaarzen kun je soms vrij dicht benaderen voordat ze wegschieten. Een enkele keer ontdek je zelfs roggen of zandhaaien”.

Cursus

Veel duikers maken gebruik van een onderwatercamefa om al dat moois op de gevoelige plaat vast te leggen. Dat maakt de hobby overigens nog duurder dan ze al is. Een doorsnee uitrusting komt rond de 3000 gulden. Daarbovenop komt de duikcursus. „En in een week leer je echt niet alles”, verzekert de instructeur.„Om niet in paniek te raken heb je veel training nodig. Een duikongeval is een opeenstapeling van dingen die mis gaan. Belangrijk is dat je altijd kalm blijft”.

Troep of afval ligt er nauwelijks onder water in het nationaal park. „Hooguit kom je af en toe eens een leeg blikje tegen. Verder is het er bijzonder schoon en helder”. En als het aan de duikers ligt, blijft dat ook zo.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Op safari beneden de waterspiegel

Bekijk de hele uitgave van woensdag 30 juli 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken