Bekijk het origineel

Tussen de balkjes met de bolletjes

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tussen de balkjes met de bolletjes

Janneke Slagter: Voor Jacob is het spelen op de hoorn zijn vak, bij mij bleef zingen een hobby

14 minuten leestijd

De meeste EO-luisteraars denken bij de naam Janneke Slagter aan een jong meisje met een zuivere stem. Janneke was pas zeven toen ze met het zingen van geestelijke liederen begon. Het zangeresje is inmiddels 33 jaar en probeert de draad van haar muziekcarrière weer op te pakken. „Mijn zus wéét hoe ze iets op mensen over kan brengen„, zegt broer Jacob over haan Zelfs voordat de grote massa ooit van Janneke gehoord had, maakte hij al naam in de wereld van de klassieke muziek. Nu is hij solohoornist van het Koninklijk Concertgebouworkest. Janneke: „Jacob inspireert mij voor mijn werk„.

Tijdens het interview logeert Janneke bij Jacob. De inwoonster van het Friese Surhuizum is een aantal dagen over in zijn gezin in het Utrechtse Breukelen. Waar ze ook zijn, samen spreken ze Fries. De wortels van de familie Slagter liggen in deze waterrijke provincie. Drie jongens en een meisje groeiden met hun vader en moeder op in KoUum. Ze bezaten daar een tweeonder-een-kapper, die volgens Jacob en Janneke niet echt ruim was. Beiden bewaren ze goede herinneringen aan deze tijd. „Er waren momenten dat de een in de garage zat te letteren, de ander in het schuurtje en weer een ander boven op zolder„, begint Janneke.

„Mijn vader, Jacob en mijn oudste broer Harke speelden in de plaatselijke muziekvereniging, alleent. Ze oefenden maal op een blaasinstrumsamen in de kamer. Dat vond ik schitterend. Al snel zong ik met hen mee.

Ik kan me goed herinneren dat Harke eens thuiskwam van zijn werk. Hij deed zijn winterjas aan, pakte de stormlamp en vertrok naar het schuurtje. Iedereen had z’n eigen plekje„.

Sociale Junctie

Jacob: „We komen niet uit een familie met muzikale talenten, het is meer een gezin waar muziek een grote sociale functie innam, gezellig samen een instrument bespelen. Ik kan het me nog goed herinneren dat ik met mijn vader meeging toen hij in de kerk de gemeentezang moest begeleiden. Er was nog geen orgel. Dat zijn mijn allereerste indrukken van de muziek geweest en die waren belangrijk„.

Janneke: „Ik vond het heerlijk om met de bandrecorder liedjes op te nemen. Daarvan schreef ik dan de tekst op en ik zong het na. We hadden een springtouw met twee knotsen. Die stelden microfoons voor. Samen met m’n vriendin stond ik in de tuin daarmee te galmen. Daar schaamde ik me niet voor. Dat ging gewoon zo„.

Janneke had talent. Tenminste, dat vond haar vader. Hij had wel eens gepocht: „Dat meiske van ons doet al zo leuk mee„. Janneke: „In die tijd werd er in KoUum een muziekavond gehouden, speciaal voor gezinnen. Mijn vader kon niet meer onder deelname uit. Ik was een jaar of acht en zong: „Scheepke onder Jezus hoede„. Ik zong er zelfs een foutje in. Maar we wonnen. Zo is het balletje aan het rollen gegaan. Later zong ik in Veenklooster met de pinksterdagen tijdens een grote openluchtdienst, voor duizenden mensen. Ik was toen negen jaar. Mijn vader had wat contacten, het ging vanzelf De jaren daarna zongen vve als gezin in kerkdiensten, bejaardentehuizen en tijdens avonden van de vrouwenvereniging„.

Tuba

Jacob: „Het was een onmogelijke combinatie. Mijn vader speelde op een grote tu ba, een heel donker geluid. Mijn broer speelde bariton en ik hoorn. Harke blies de melodie. Natuurlijk kwam je er niet bovenuit. Een microfoon deed wonderen„.

Janneke: „Dat is een aantal jaren zo doorgegaan. Jacob kreeg het erg druk met zijn hoorn, Harke ging trouwen. Ikzelf ben doorgegaan, met begeleiding van piano of orgel. In die tussentijd werd ik uitgenodigd door de Evangelische Omroep, voor het programma „Van hart tot hart„. Op m’n elfde kwam ik voor het eerst in aanraking met de televisie. Ook daar ging weer een tijdje overheen. Toen ik veertien jaar was, zong ik voor het eerst mee tijdens een Doelenconcert. Een jaar later zijn we met een koor van Arie Pronk naar Israël geweest, daarna nog met een koor naar Canada. Tussendoor heb ik een aantal Ip’s gemaakt. Het verliep allemaal heel stormachtig.

Na de mavo wilde ik graag muziek gaan studeren. Iemand zei tegen me: „Als je voorzingt, word je zo aangenomen„. Maar op dat moment was ik er nog niet klaar voor om op mezelf te gaan wonen. Daarom ging ik naar de muziekpedagogische academie in Leeuwarden. Drie jaar heb ik daar gezeten. Wat ik echt wilde, kwam er helaas niet uit„.

Keus voor het gezin

„Toen de liefde in het spel kwam, koos ik voor m’n gezin. Dat was een heel bewuste keuze„. Ze valt even stil. Janneke vindt het niet gemakkelijk om over deze periode in haar leven te praten. „Dat is achteraf niet helemaal gegaan zoals ik wilde„, gaat ze verder. „Ik ben vorig jaar gescheiden. Ik heb heel veel tijd en energie in mijn gezin gestoken en daarvan heb ik geen spijt, maar ik heb mezelf daarin wel tekortgedaan.

Ik was in die tijd nog altijd met muziek bezig. Op een gegeven moment zetten ze me voor een dameskoor, als dirigente. Dat ging goed. Het was voor mij een heel leuke ervaring. Maar ik had nooit de ambitie om in de muziek verder te gaan, omdat ik voor m’n gezin had gekozen. Nu is het een kwestie van overleven, op een leuke manier. Ik heb privé-zanglessen van mevrouw Annet Essers. Ik heb twee gemengde koren en zing zelf in een cantorij van de streekmuziekschool te Buitenpost onder leiding van J. Nicolai. Daarnaast heb ik de zorg voor twee kleine kinderen, Simeon van acht en Laurens van vijf Dat moet je zien te combineren. Het liefst zou ik een opleiding aan het conservatorium willen doen, ik voel ook dat ik daar de energie voor heb, maar dat is nu moeilijk te combineren met m’n gezin. Je moet de situatie zoals die nu is, invullen. Daarmee moet je verder.

Af en toe treed ik nog wel eens op. Dat doet me goed. Voor Jacob is muziek echt z’n vak geworden, voor mij is het hobby gebleven. Maar daarom is het niet minder leuk„.

Trompet

Ook Jacob begon al op jonge leeftijd te musiceren. Na zijn eerste tonen op de flü gelhorn in de fanfare kwam hij snel hogerop. „Ik deed mee aan een aantal solistenconcoursen, waarbij ik veel punten kreeg. Mijn leraar zei: „Je kunt geen vleugelhoorn blijven spelen. Dat gaat niet in de beroepswereld„.

Dus wilde ik een trompet. De trompettist die mij daarvoor testte, zei: „Je bent erg getalenteerd, maar je moet geen trompet gaan spelen. Kies voor de hoorn. Er is een enorm gebrek aan goede hoornisten, goede trompettisten zijn er zat„. Ik had in mijn leven nog nooit een hoorn gezien, maar ik maakte een afspraak met de eerste hoornist van het Frysk Orkest, Oldrich Milek (uit Tsjechië), aan wie ik -achteraf bekeken- heel veel te danken heb.

Toen ik de eerste tonen speelde, vroeg hij aan m’n ouders of ik op les mocht. Ik heb van hem vanaf m’n 12e tot m’n 23e een fantastische opleiding gehad. Veel leerlingen beginnen pas op hun 17e. Dat is vrij laat. Als je op het conservatorium komt, moet je je alleen nog maar met muziek bezig kunnen houden. Je moet de techniek aanpassen aan je voorstellingsvermogen van de muziek.

Ik ben nu solohoornist van het Concertgebouworkest. Met mijn instrument doe ik alles wat ik met een instrument kan doen: solo, met andere instrumenten samen, in een orkest. Ik heb een belangrijke rol binnen het orkest. Daarnaast heb ik daar ook de kans solo te spelen, bijvoorbeeld een hoornconcert van Mozart of van Strauss„.

Te eigen

Jacob: „M’n eigen platen beluister ik weinig. Ik heb jouw Ip’s ook niet vaak gedraaid. Daarin ben ik eerlijk. Het is iets van jezelf Het is net als dat je je eigen stem terughoort, dat hoor je anders, ieder foutje ergert je. Dat is met spelen net zo. Je hebt een bepaald verwachtingspatroon. Als je de muziek terughoort, hoor je altijd foute dingen. Ik had dat zo of zo moeten doen. Als ik Janneke hoor zingen, heb ik dat ook. Dat komt omdat je broer en zus bent. Het is te eigen. Ik denk dat Janneke mijn platen ook niet zo vaak gedraaid heeft„. Janneke schudt haar hoofd. „Ik voel dat precies zo„.

Jacob: „In de muziek moet je iets overbrengen. Wanneer het moment daar is, moet het gebeuren. De manier waarop Janneke dat doet qn de manier waarop ik dat doe, daar zitten veel overeenkomsten in. Je weet allebei dat je het publiek moet gaan boeien. Janneke doet het door middel van haar stem, ik door middel van een instrument. Ik denk overigens dat het voor mij iets moeilijker is, omdat de zangstem het dichtst bij de mensen staat. Met een instrument moet je het met slechts één klank doen„.

Leeftijdsverschil

Jacob en Janneke verschillen bijna zes jaar. Dat was tijdens hun kinderjaren een grote hobbel. Jacob: „We trokken bijna niet met elkaar op, hadden ieder onze eigen vriendjes. De band was sterk, maar op afstand. Ik zag haar als mijn kleine zusje. Ik zie nu mijn eigen kindeten. Daar zit twee jaar verschil tussen. Zelfs dat leeftijdsverschil is soms al moeilijk te overbruggen’. Janneke: „In de tijd dat we met elkaar musiceerden, was die band er wel„.

Jacob: „Sinds we getrouwd zijn, houden we elkaar beter in de gaten. Er is niet buitensporig veel contact, maar als er iets is, dan komen we voor elkaar op. Dat gebeurde ook rond de moeilijke tijd van Jannekes scheiding. Heel de familie stond achter haar. Bij ons is het: geen bericht, goed bericht„.

Janneke, jij zit tussen drie broers in. Bekent dat dat je door hen verwend werd?

Janneke: „Nee, nooit„. Jacob: „Ik denk dat ze nu meer verwend wordt, omdat ze momenteel in een moeilijke periode zit„.

Was je jaloers toen ]anneke bekend werd?

„Nee, ik kwam zelf ook al veel op tv. Ik zat meer in de hoek van de AVRO: „Jonge mensen op het concertpodium„. Alles wat Janneke deed, deed ik hetzelfde. Ik had nooit zo’n jaloerse aard. Er is één ding dat belangrijker is dan wat een ander bereikt: je eigen identiteit. Ik had die gedachte al heel vroeg, het leek alsof ik eigenwijs was. Ik deed alles altijd op m’n eigen manier. Ik kan trouwens ook niet anders. Daarin verschil ik niet veel met vroeger. Alleen krijg ik daar nu meer respect voor„.

Janneke: „Jacob is een ontzettend sympathiek iemand. Hij is zoals hij is. Daar komt niets tussen. Hij is een sterke persoonlijkheid. Dat schept een bepaald vertrouwen. Hij is altijd zichzelf gebleven. Dat is zijn kracht, dat is belangrijk om het werk te kunnen doen. Hij heeft een ontzettend zware job. Als ik zie wat hij er allemaal naast doet, dan móét je zo zijn. Anders kun je de muziek niet overbrengen. Hij blijft zoals-ie is. Dat hoor ik van heel veel mensen„.

Gevoelsmens

Jacob: „Als ik Janneke zou moeten omschrijven?„ Janneke: „Dat is heel moeilijk...„ Jacob: „Nee hoor, daar heb ik geen moeite mee. Janneke is iemand die als het moment daar is, iets kan overbrengen dat mensen kan ontroeren. Janneke heeft geen grote carrière gemaakt, maar daar gaat het ook niet om. Waar het om gaat in de muziek, is dat je iets kunt overbrengen. Het zijn er maar weinig die daar goed in zijn. Janneke kan dat. Het heeft te maken met gevoel, het gevoel kunnen delen met een ander. Niet alleen in de muziek, maar ook als persoon is ze daar sterk in„.

Jacob gaat verder tegen Janneke: „Je hebt een moeilijke tijd achter de rug. Jij kunt niet datgene opbrengen waar ik alle ruimte voor gekregen heb. Vooral van mijn vrouw Fokje en mijn drie kinderen, Mirjan, Sybrand en Douwe Reinier. Zij moeten zich vaak aan mij aanpassen, omdat je als artiest soms nukkig en egoïstisch bent. Dat ze ondanks dat binnen ons gezin ook hun eigen leven inrichten, heeft mijn bewon dering en respect„.

Janneke: „Ik ben een laatbloeier„. Jacob: „Misschien in materialistische zin, maar wat is materialisme? Als je iets bereikt hebt, wil je verder. Het is nooit genoeg. Toen ik vierde hoornist in het Frysk Orkest was, wilde ik eerste hoornist worden; was ik eerste hoornist, wilde ik naar het Concertgebouw; zat ik in het gebouw, wilde ik solo gaan spelen. Dat zijn alleen maar materiële zaken. Wanneer je slechts denkt aan carrière maken, dan ben je niet goed bezig„.

Muziekheleving

„Het zijn bij mij de balkjes met de bolletjes. Daar kijk ik naar. Dan gaat het van binnen zingen. Je hoort het. Dat wil je overdragen op het publiek. Daar ligt het echte geheim van de muziek. Als je dat geheim goed weet te hanteren, is carrière niet belangrijk. Ook het niveau is niet bepalend voor de echte muziekheleving„.

Janneke: „Over dat gevoel kunnen we samen heel goed praten. Denk je eens in dat je voor een zaal mensen staat en je adem is opeens op. Vreselijk!„ Jacob: „Ik maak daar niet zo’n punt meer van. Dat leer je door de jaren heen. Je haalt gewoon een keer extra adem„.

Komt jullie gezamenlijke talent uit de familie?

Janneke: „Mijn vader is altijd amateurmuzikant geweest en is vrij koel en nuchter. Mijn moeder speelde niet, maar is een zeer emotioneel mens. We hebben van beiden wat meegekregen. Vaders moeder kon erg mooi zingen. Moeders moeder, beppe Janke, was een komisch mens, ze was goed in voordrachten„.

Jacob: „De talenten zitten niet in de directe familie, maar komen van een stukje verder weg„.

Ouderlkind

De ouders van Jacob en Janneke leven nog. Ze hebben altijd een belangrijke rol in de ontwikkeling van hun kinderen gespeeld. Toch had Jacob een andere relatie met zijn ouders dan Janneke. „Ik had altijd een grote drang naar zelfstandigheid. Janneke kende dat niet. Ik had niet zo’n behoefte aan de wijze raad van mijn ouders, was vrij eigenwijs. Ik ging ook al jong met het orkest weg, leerde daar op mijn eigen benen te staan. Maar als ik ergens heen moest en ik had geen vervoer, dan ging vader mee. Hij stond altijd achter me, terwijl mijn ouders mijn muziekwereld niet altijd begrepen.

Bij Janneke was dat anders. Zij zat meer in hun wereld, zong het geestelijke lied. Dat kenden ze. Ik ben in de christelijke achterban ook niet bekend. Zo bouwden we allebei ons eigen publiek op„.

Jacob: „Jij bent veel beschermder opgegroeid. Tussen mijn ouders en jou was het altijd veel closer. Jij bent het enige meisje. Er vyerd aan mij minder aandacht besteed, ik was ook geen gemakkelijke jongen, kwam met de verkeerde vrienden thuis.

Toen ik succes in de muziek kreeg, ging mijn vader naar mijn leraar toe. Die was enthousiast over mij. Vader dacht toen: „Hoe kan dat toch? Hij doet er helemaal niets aan, hij is moeilijk hanteerbaar„. Ik kan me dat nog goed herinneren„.

Geloof

Het verschil tussen Janneke en haar broer bouwde zich in die jaren nog verder uit, vooral op geloofsgebied. Janneke werd belijdend lid van de Gereformeerde Kerken. Jacob bleef dooplid. Alhoewel Janneke in geloofsopzicht ver met haar broer meegaat, is de opvatting die hij naar voren brengt voor haar toch een brug te ver. Jacob: „Waarom moet je nog belijdenis doen, zei ik een keer tegen de dominee. Belijdenis doe je toch elke dag, voor het aangezicht van God? Ik vind het moeilijk om de verplichtingen ten aanzien van de kerk te combineren met mijn beroep. Met een belijdenis ga je die verplichting wel aan. Ik geloof wel dat er iets is. Je merkt het aan de dingen die je meemaakt, de dingen die je overkomen. Dat is voor mij een soort geloof’.

Janneke: „Dat is een stuk verantwoordelijkheid van jezelf Als ik het echt moeilijk heb, kan ik het in ieder geval nog aan God vertellen„.

Ondanks dat grote verschil vindt Jacob de liederen die Janneke zingt mooi. Jacob: „Het mooiste lied dat je ooit zong, is voor mij: Pie Jesu. Niet de woorden, de muziek ontroert me. Zeker toen je jong was, gaf dat een extra dimensie„.

Ook Janneke houdt van het werk van haar broer. Ze kan helemaal lyrisch worden bij een bepaald hoornconcert van Mozart, tenminste, als Jacob het speelt. Een paar dagen geleden ging Janneke met haar broer mee naar het Concertgebouw. Er werd een cd opgenomen. „Ik geniet daar. Ik doe bij Jacob inspiratie op voor mijn eigen werk. Hoe hij het overbrengt, dat is geweldig, ‘t Liefst ging ik altijd met hem „ mee .

Volgende week deel 5 in deze serie: Marietje en Karel van Oordt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Tussen de balkjes met de bolletjes

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken