Bekijk het origineel

Rukmani, kind van twee werelden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Rukmani, kind van twee werelden

Tocht naar Nepal werd meer dan zoeken naar moeder, broertje en zusjes

13 minuten leestijd

Na twee jaar sparen is het eindelijk zover. Het havo-examen is achter de rug en de zomervakantie breekt aan. De reis waarop Rukmani Bloemendaal al zo lang heeft gewacht, staat voor de deur. Nog snel st opt de achttienjarige een aantal foto’s van haarzelf in de overvolle koffer. Rukmani vertrekt voor drie maanden naar haar geboortel and: Nepal. Een reis die op dit mome nt al weer een aantal jaren achter haar ligt.

Van jongs af aan is Rukmani vertrouwd met het verhaal dat haar moeder haar kort na de bevalhng naar het kindertehuis in Kathmandu heeft gebracht. Ze was erg ziek en kon niet langer voor de baby zorgen. Rukmani wist dat haar moeder tegen de mensen van het kindertehuis had gezegd dat ze spoedig zou sterven. Veel meer is er van de hele geschiedenis niet bekend.

Terwijl Rukmani in een Nederlands gezin opgroeit, merkt ze dat ze anders is dan de kinderen in haar omgeving. Ze heeft een veel bruinere huidskleur en gitzwarte haren. Maar waar ze zich meer druk om maakt, is de grote moedervlek op haar kin. „Waarom zit-ie ook uitgerekend op zo’ n opvallende plek?” vraagt ze zichzelf dikwijls af als ze in de spiegel kijkt.

Als Rukmani wat ouder is en het tot haar doordringt dat de ouders die ze nu papa en mama noemt niet haar echte vader en moeder zijn, krijgt ze een heel naar gevoel van binnen. Het is alsof er een grote leegte in haar hart komt. „Als dit mijn echte familie niet is, wie is mijn echte familie dan wél?” piekert ze. Maar niemand kan het haar vertellen. Dat doet pijn. „Ooit word ik zendeling in Nepal”, neemt Rukmani zich voor. Misschien zal ze dan haar familie terug kunnen vinden...

Haar geboorteland

Al voor die tijd krijgt Rukmani de kans een bezoek aan haar geboorteland te brengen. Ze besluit de drie vrije maanden na haar havo-examen de reis te ondernemen. „Hier ben ik geboren”, denkt Rukmani, als ze met haar koffers over het vliegveld van Kathmandu loopt en in de verte de toppen van het machtige Himalayagebergte ziet. Die tekenen zich wit af tegen de strakblauwe lucht.

De eerste en de tweede maand van haar vakantie maakt ze een rondreis door Nepal. Zo leert ze het prachtige land en zijn bevolking beter kennen. Ze slaapt in goedkope hotelletjes en bij zendelingen die ze de afgelopen twee jaar heeft geschreven. Via hen komt ze in contact met enkele vriendelijke Nepalezen bij wie ze kan overnachten. Zo leert ze het leven in Nepal van binnenuit kennen. Rukmani geniet van iedere dag. Ze ontdekt onder andere dat de mensen in dit land graag in de kleermakerszit zitten, net als zij. „Dat heb ik dus van geen vreemde”, bedenkt ze met een glimlach.

De laatste maand van haar vakantie gebruikt Rukmani vooral om haar Nepalese familie op te sporen. Ze reist daarvoor naar de hoofdstad Kathmandu. Daar bevindt zich het kindertehuis waar ze achttien jaar eerder was achtergelaten door haar zieke moeder. „Zullen ze mij daar kunnen vertellen waar ik mijn familie kan vinden?”

Slecht nieuws

De mensen van het kindertehuis zijn heel vriendelijk en behulpzaam. Ze heb ben gehoord waarom Rukmani hier is en ze willen haar graag helpen. Maar helaas blijken de noodzakelijke gegevens te ontbreken. „Ik ben bang dat we je niet verder kunnen helpen”, zegt de directeur van het kindertehuis, die het duidelijk moeilijk vindt om dit slechte nieuws te vertellen. „We weten niet waar je je familie zou kunnen vinden. Het spijt me, er is niets aan te doen. Maar geef ons je adres in Nederland, wie weet waar het nog eens goed voor is”. Met bevende handen schrijft Rukmani het adres van de familie Bloemendaal op. Ze houdt zich goed, maar innerlijk schreeuwt ze tot de Heere: „Geeft U me toch alstublieft m’ n familie terug...! Als ik mijn familie vind, zal ik ze over de Heere Jezus vertellen. Dat beloof ik U”.

Rukmani neemt afscheid van het kindertehuis en loopt naar buiten. Het liefst wil ze in tranen uitbarsten, maar ze beheerst zich. Het is alsof de zon ineens veel minder mooi straalt, nu ze weet dat elk spoor van haar Nepalese familie ontbreekt.

Tijdens de laatste week van haar verblijf in Nepal wordt Rukmani geïnterviewd door een journaliste van de Kathmandu Post, een plaatselijke krant. Zij heeft gehoord waarom Rukmani in Nepal is en ze wil haar verhaal graag in de krant zetten. „Misschien ziet je familie het artikel. Dan kunnen jullie elkaar toch nog ontmoeten”, zegt de journaliste en ze lacht. Rukmani’s ogen beginnen te glimmen bij deze gedachte. „Ja, wie weet...”. De hoop laait weer op in haar hart.

De journaliste belooft haar dat het artikel diezelfde week nog in de krant komt te staan. Rukmani geeft haar twee foto’s van zichzelf „De, ene is van toen ik nog heel jong was en de andere is nog niet zo lang geleden genomen”, legt ze uit. „Mooi”, antwoordt de journaliste.

Iedere dag kijkt Rukmani in de krant om te zien of haar verhaal er al in staat. Maar ook op de laatste dag van haar vakantie heeft ze nog niets gezien... Opnieuw een bittere teleurstelling. Waarom loopt alles zo anders dan ze gehoopt had?

Met veel pijn in haar hart keert Rukmani terug naar Nederland. Haar hoofd zit vol vragen. Waarom was er geen spoor van haar familie te vinden? En waarom is het artikel niet geplaatst?

Toch geplaatst

„Rukmani, er is post voor je... uit Nepal!”, roept mevrouw Bloemendaal. Rukmani rent de trap al af Het is een brief van het kindertehuis in Kathmandu, ziet ze. Snel scheurt ze de envelop open. De brief is geschreven in het Engels. „Er heeft zich een vrouw bij ons gemeld die je herkende van de foto’s in de Kathmandu Post. Ze zegt dat jij haar kind bent”, leest ze. Rukmani is totaal verbaasd en geeft haar moeder de brief „O meisje”, zegt mevrouw Bloemendaal als ze hem heeft gelezen, „het artikel is dus toch nog geplaatst. Je hebt je moeder gevonden! Er staat zelfs een adres bij waar ze woont!” Ze huilen allebei van vreugde en verbazing.

In de maanden die volgen, schrijven Rukmani en haar moeder elkaar vaak. Rukmani’ s moeder heeft nooit leren schrijven, maar ze kent gelukkig iemand die dat voor haar kan doen. Door deze brieven komt Rukmani te weten dat ze drie zussen en een broer in Nepal heeft, die samen met hun moeder in een huisje in de hoofdstad Kathmandu wonen. Bij een van de brieven die ze van haar moeder krijgt, zit een foto van haar zussen, haar broer en haar moeder. Rukmani is in de wolken. Het verlangen om haar familie te ontmoeten, wordt steeds groter.

Hartenwens

Rukmani bladert in haar bijbeltje. Ineens valt haar oog op een gedeelte in het Evangelie van Lukas. Daarin wordt verteld hoe de Heere Jezus een man geneest die bezeten is door boze geesten. De man vraagt of hij met de Heiland mee mag gaan. Hij wil Hem volgen. Maar de Heere Jezus antwoordt dat hij terug moet gaan naar zijn familieleden om ze te vertellen welke grote, daden God in zijn leven heeft gedaan. Voor Rukmani is het alsof Jezus’ woorden - „Ga terug naar je familie”- rechtstreeks tot haar worden gesproken. Dit zinnetje laat haar niet meer los.

„Ik ga nog een keer terug naar Nepal”, vertelt Rukmani tijdens het avondeten. „Ik weet nu waar mijn familie woont en ik wil mijn moeder, broer en zussen allemaal graag eens ontmoeten!” „Goed idee”, vinden meneer en mevrouw Bloemendaal. „Maar deze keer betalen wij je reiskosten. Dan hoefje tenminste niet wéér zo lang te sparen als de vorige keer. Wat denk je daarvan?” Rukmani is even helemaal sprakeloos. Dan vliegt ze haar adoptieouders om de hals. „O dank u wel, dank u wel!”, roept ze blij. „Dan kan ik deze zomervakantie al gaan!” Rukmani kan haar geluk niet op! Zal haar hartenwens dan toch in vervulling gaan?

Die zomervakantie reist Rukmani opnieuw naar Nepal. Ze zal er een maand blijven. Na een lange vlucht landt het vliegtuig in het zomerse Kathmandu. Achter hoge hekken staan mensen te wachten op de passagiers. Rukmani stapt uit het vliegveld en loopt naar de uitgang. Ondertussen let ze goed op of ze tussen al die mensen die op de passagiers staan te wachten haar familie kan ontdekken. Maar dat valt niet

Herkenning

Opeens ziet ze hen haar drie zussen en haar broer! Ze herkent ze van de foto die haar moeder had opgestuurd. En daarnaast staat haar moeder! Zo snel ze kan, rent Rukmani naar hen toe. Tranen van vreugde stromen over haar wangen nu ze elkaar in de armen sluiten. Eindelijk heeft Rukmani haar familie gevonden!

Het huisje waar de familie woont, is zo klein dat er eigenlijk geen slaapplaats is voor een gast. Daarom moet Rukmani haar intrek nemen in een van de goedkope hotelletjes in de omgeving, ledere dag bezoekt ze haar familie. Ze laten elkaar foto’s zien en ze praten honderduit. Rukmani’s broertje Ashok spreekt gelukkig redelijk goed Engels, zodat hij kan vertalen wat er wordt gezegd.

Rukmani voelt dat de Heere God de lege plek in haar hart iedere dag een beetje meer opvult. „Heere, dank U dat ik nu eindelijk mijn échte familie leer kennen”, bidt ze vaak voordat ze gaat slapen.

Geschikt moment

Rukmani denkt er vaak aan dat ze de Heere bij de vorige reis heeft beloofd dat ze over de Heere Jezus zou vertellen als ze haar familie ooit zou vinden. Want Rukmani weet dat haar moeder, broer en zussen hindoes zijn, die de God van de Bijbel niet kennen. Ze is haar belofte niet vergeten, maar ze besluit te wachten op een ge schikt moment.

„Hoe is het eigenlijk precies gegaan na mijn geboorte?” wil Rukmani weten. Er komt een droevige glimlach op de lippen van haar moeder. „Toen je nog een baby wis, leed ik aan een ernstige ziekte”, antwoordt ze. „Het ging al een tijd niet meer goed tussen je vader en mij. We gingen uit elkaar en ik zag geen kans om in m’ n eentje voor je te zorgen. Ik was ziek, eenzaam, zwak en wanhopig. Ik verwachtte dat ik zou sterven. Ten einde raad heb ik je naar het kindertehuis gebracht. Ik heb je daar achtergelaten, met de gedachte dat ik je nooit meer terug zou zien”. Een train glijdt over haar gerimpelde wang. Met een snelle handbeweging veegt ze hem weg. „Een halfjaar later voelde ik me weer veel beter”, vervolgt ze. „Ik ben teruggegaan naar het kindertehuis met de bedoeling je weer op te halen. Maar er stond mij een grote teleurstelling te wachten. Ik kreeg te horen dat jij door adoptieouders was opgehaald, een week voordat ik kwam. Ik was net een paar dagen te laat gekomen...”.

Moedervlek

„Maar u bent me na al die jaren dus weer op het spoor gekomen door het artikel in de Kathmandu Post?” vraagt Rukmani. „Inderdaad”, antwoordt haar moeder. „Ik kan zelf niet lezen en schrijven, dus ik lees die krant ook nooit. Maar een vriendin herkende je naam. Ze liet me het artikel zien en vroeg of dat meisje van die foto’s mijn dochter kon zijn. Ik bekeek de foto’s en herkende je onmiddellijk. Die moedervlek op je kin was voor mij het herkenningsteken”.

Rukmani bloost. Ze had zich altijd een beetje geërgerd aan die opvallende moedervlek op haar kin. Diep in haar hart heeft ze het de Heere zelfs wel eens kwalijk genomen dat ze daarmee geboren was... Maar zelfs met die moedervlek had de Heere dus Zijn wijze bedoeling! „Bent u toen snel naar het kindertehuis gegaan?” vraagt Rukmani. „Ja, inderdaad. Ik liet het artikel zien en ik vroeg of ze wisten waar ik je op dat moment kon vinden. Ze vertelden me dat je net een paar dagen daarvoor terug was gekeerd naar Nederland. Ik kwam dus te laat, eigenlijk precies zoals achttien jaar daarvoor, toen ik je weer op wilde halen uit het kindertehuis... Maar gelukkig had je het adres in Nederland achtergelaten, zodat ik je een brief kon sturen!” .

Ommekeer

Het moment dat Rukmani haar moeder, broertje en zusjes over de Heere kan vertellen, komt tijdens een kerkdienst. Ze heeft het adres opgevraagd bij een van de zendelingen die ze twee jaar geleden heeft ontmoet. Die dienst wordt het begin van een grote ommekeer in het leven van haar moeder en haar zusjes. Ze merken dat de hindoegoden nooit opkunnen tegen de levende God.

Haar broertje, Ashok, wil in het begin echter niets weten van de God van de Bijbel. Dat verandert als hij ‘s nachts een bijzondere droom krijgt, waarin de Heere Jezus hem toeroept: „A-shok, Ashok, verlaat de hindoegoden en volg Mij alleen!” Als Ashok dat aan Rukmani vertelt, weet ze van blijdschap en dankbaarheid niet wat ze moet zeggen.

In de dagen die volgen, vertelt Rukmani over de Heere Jezus aan haar familie. Ze merkt dat haar moeder, broer en zussen werkelijk hongerig zijn naar Gods Woord. Ze slaan geen kerkdienst over en ze stellen allerlei vragen over de Bijbel en over het leven als christen. „Wat jammer dat ik maar een maand in Nepal kan blijven!” verzucht ze vaak als er weer een dag voorbij is.

De laatste dag van de vakantie is aangebroken. Rukmani is al vroeg uit de veren. Ze voelt zich een beetje raar. Aan de ene kant wil ze heel graag terug naar Nederland om de familie Bloemendaal te vertel len welke grote wonderen de Heere in Nepal heeft gedaan. Maar aan de andere kant verlangt ze er ook naar om nog langer bij haar Nepalese familie te blijven, om ze meer te vertellen over de Heere God en het leven met Hem. Maar ze weet dat dft onmogelijk is. Haar vervolgopleiding zal binnenkort beginnen en de terugreis met het vliegtuig is al geboekt.

Het afscheid valt Rukmani zwaar. Maar de gedachte dat de Heere God Zijn handen beschermend om haar familie zal houden, troost haar. Ze omhelst haar moeder, broer en zussen een voor een en zegt dat ze gauw zal schrijven. „Ik zal voor jullie bidden!” belooft ze nog voordat ze in het vliegtuig stapt. Vanachter het kleine vliegtuigraampje zwaait Rukmani naar haar Nepalese familie. De tranen stromen over haar wangen als het vliegtuig opstijgt. „Ik zal voor jullie bidden”, herhaalt Rukmani zacht, terwijl ze een laatste blik op het vliegveld van Kathmandu werpt, dat in een mum van tijd lijkt te veranderen in slechts een stip.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Rukmani, kind van twee werelden

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken