Bekijk het origineel

Neptunus en Mercurius staren op Utrechtse Vecht

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Neptunus en Mercurius staren op Utrechtse Vecht

Schoonmaken rivierlandschap met oude buitenplaatsen en stinsenjflora duurt tot 2015

6 minuten leestijd

“Van Spiegelrust tot Nigtevecht toe ben ik geen mensch tegengekomen dan een klein jongetje van tussen de drie en vier jaar, me zeker aangenaam verrast was door ‘t verschijnen van een menschelijk wezen...”. Dat maakte Jac. P. Thijsse tachtig jaar geleden langs de Vecht mee. Di e tijd is definitief voorbij. Maar nog is daar de aparte schoonheid, die vooral aan menselijke activiteiten uit het verleden is te danken. Nu wordt die pracht daardoor juist bedreigd.

De Utrechtse Vecht kronkelt met bevallige bochten door een landelijke streek vol groen en bloemen vanaf de Domstad naar Muiden. Daar vloeit het water in het IJmeer. Langs de rivier ligt het beroemde plassengebied van Maarsseveen tot Naarden. In de 176 en 18e eeuw streken hier de rijke Amsterdamse kooplieden neer. Ze bouwden er buitenhuizen en legden lusthoven aan: Slangevecht, Gunterstein, Rupelmonde en hoe ze verder heten.

Wie in het album van Thijsse de plaatjes bekijkt, krijgt heimwee naar die door de welvaart opgeslokte tijd. Helaas wordt nu van de Vechtstreek gezegd: „Het is misschien wel het grootste verschil dat de rust, de stilte van toen is verdwenen”. Een echtpaar uit Maarssen bevestigt dat. „Het plezier om hier te fietsen is er allang niet meer door het langs je heen razende verkeer”. Maar nog is een tocht langs de Vecht boeiend en vol landschappelijke verrassingen. De parkachtige tuinen met de bijzondere stinsenflora geven er een enorme natuurwaarde aan en vormen een bron van schoonheid.

Prachtige panorama’s

We drentelen ergens in Loenen aan de Vecht door een zee van groen en voorjaarsbloemen, langs rustieke gevels, knusse hui zen en idyllische doorkijkjes. Een molen, half verscholen achter hoog opgaand hout, heeft het beeld langs het water zien veranderen. Er zijn geen natuurlijke oevers met rietwallen meer, maar er is nu een afzetting met woonboten. Futen duiken sierlijk en blijven vaak lang onder water. Meerkoeten dobberen als kleine bootjes op de speelse golven. Boerenzwaluwen flitsen twetterend langs wolligwitté wolken. Iets verderop een prachtig panorama van water tussen weilanden en struikgewas. Maar ook daar liggen veel woonboten. Onwillekeurig zien we in gedachten de landelijke beelden uit Thijsses album. Die zoeken we echter tevergeefs.

Bij Nieuwersluis is het landschap vriendelijker. Daar kun je nog dromen over hoe het tachtig jaar geleden was, -of in gedachten nog verder teruggaan. Zonlicht en schaduwen door stapelwolken wentelen over het water. Dat vertoont daardoor twee gezichten: glanzend en vol golvenschittering of zwart met donkere rimpels van oever tot oever. Hier schijnt de tijd te hebben stilge Staan. Van het zwaar geboomte, de boothuisjes, landingsplekken, theekoepels en statige woningen is gelukkig nog veel bewaard.

Serene rust

We strijken neer op de graiige oever tegenover een eeuwenoud statig herenhuis dat de sfeer van vroeger uitstraalt: Rupelmonde. Het front wordt bepaald door acht ramen van 35 ruitjes, die door ouderwetse trapjesluiken, die de zon tegenhouden maar het licht doorlaten, bedekt kunnen worden. Op de gootlijst staan wapenschilden van Bentheimer zandsteen. De schildhouders zijn Neptunus met zijn drietand en Mercurius met zijn gevleugelde hoed. Zo verfraaiden de Amsterdamse kooplieden hun landhuizen.

Het terras aan de oever van het water is ingesloten door buxusvlakken. Witte stoeltjes in Franse stijl wachten op deftig bezoek. Wie zich wil terugtrekken vindt dezelfde zetels in een hoekje bij de border. Achter de woning staat hoog opgaand geboomte. Het grote gazon is glad als een biljartlaken. Een straatlantaarn in de tuin en gelijksoortige lampen op de hoeken van de woning verdrijven ‘s avonds de schemering. Een treurwilg doopt zijn tak kenslierten in het water, dat zacht kabbelt. Twee aalscholvers vliegen als zwarte, zwijgende schimmen laag boven de rivier.

Het is tijdens ons bezoek nog geen vakantietijd en op dit vroege uur is er weinig verkeer. Daardoor is er rondom het huis een serene rust, die aan vroeger doet denken. Er zijn langs de Vecht nog plekken waar sommige beelden uit Thijsses album herkenbaar zijn. De’prachtige aquarellen van Wenckebach, Voerman en Koning laten de tijd van 1915 voor ons geestesoog wel herleven, maar doen ons tevens zien welke offers het industriële tijdperk, de welvaart en de recreatiedruk hebben gevraagd.

Oude buitens

De Vecht is de streek van buitenplaatsen, kasteeltjes en idyllische theekoepeltjes. Onder de rook van Utrecht staat het fraaie slot Zuilen, waar Jacoba van Beieren een moerbeiboom moet hebben geplant. Het fraaie bos op Vechtstein bij Maarssen is bekend door de rijke flora en fauna en vormt een heerlijk wandelpark voor de bewoners van het groot geworden dorp. Op Goudestein is in het voorjaar de bodem onder de monumentale beuken lila van de voorjaarshelmbloem.

Heel bijzonder is kasteel Nijenrode, na de verwoesting in 1682 herbouwd en nu blinkend met goud en rood. Een mooie trapgevel staat tussen de twee puntige to rentjes, waaruit het carillon z’n ijle geluid laat tinkelen en waar in het voorjaar het gazon wit is van de knikkende vogelmelk. Ook Gunterstein bij Breukelen is een heerlijk wandeloord over brede lanen onder hoge bomen.

Al die oude buitens dragen nog het stempel van de aristocratie, maar ook van de scheppingskracht van de natuur. Want in de loop van enkele eeuwen zijn de flora en de fauna daar steeds rijker en boeiender geworden. Daar groeien en bloeien in het vroege voorjaar de vele stinsenplanten. Dan bedekken krokussen, sneeuwklokjes en de bijzonder sierlijke lenteklokjes de gazons, of zijn ze geel van de winterakonieten. Dan prijken er sterhyacinten, sneeuwroem, anemonen en blauwe druifjes tussen en onder de hogere begroeiing. In de lente is het in die buitenplaatsen

nog zoals Thijsse het beschreef: „Vinken schetterden, roodborstjes zongen en merels floten er en op de grond gonsden bonte hommels over de paarse trossen van de helmbloem, een echte plant van kloostertuinen en slotparken en die de heele Vechtstreek door in al de oude tuinen bloeit”.

Het lawaai en de drukte van onze tijd heeft dat beeld gelukkig niet kunnen aantasten. Nu wordt er alles aan gedaan om die schoonheid te behouden en waar nodig te herstellen.

Restauratie

Vorig jaar werd Thijsses Verkade-album opnieuw uitgegeven ter gelegenheid van de toen gestarte grootscheepse reconstructie en schoonmaak van de Vecht, een restauratieplan dat tot het jaar 2015 moet lopen. Want de Vecht is een bedreigde rivier, vooral door het verontreinigde water. Daardoor zijn de fraaie waterplanten vrijwel verdwenen en kromp het aantal diersoorten ook in. Veel van de verontreiniging ligt op de bodem, bezonken in het slik.

Tachtig jaar geleden waren er bij Vreeland nog ondiepe, drassige oevers, begroeid met riet en biezen. Men wil daarvan iets trachten terug te krijgen en op acht plaatsen de oevers natuurvriendelijk maken.

Van de drie- tot vierhonderd woonboten wil men er een aantal verplaatsen en op langere termijn dat aantal verminderen. Wie een van de wandelingen maakt die in eep bijlage aan het album zijn toegevoegd, ervaart dat de Vechtstreek een oord is van sterk aangetaste schoonheid. Toch verwacht men reeds binnen enkele jaren resultaten van het restauratieplan te zien. Terecht wordt de Vecht genoemd „een landschappelijk cultuurmonument, met natuur als drager, economie als motor en mensen als rentmeesters”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Neptunus en Mercurius staren op Utrechtse Vecht

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken