Bekijk het origineel

Varkenspest, een half jaar later

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Varkenspest, een half jaar later

10 minuten leestijd

De varkenspest woekert voort. Het zeer besmettelijke virus waart al een halfjaar rond in Nederland. Bijna zeven miljoen dieren (!) zijn inmiddels gedood en het eind van de ziekte is nog niet in zicht. De pest: een sprake Gods, maar wie merkt het nog op?

De varkenspest heeft veel grotere vormen aangenomen dan deskundigen eigenlijk voor mogelijk hielden. Een halfjaar geleden, op 4 februari, werd op een bedrijf in het Brabantse Venhorst het eerste geval vastgesteld. De teller stond gistermorgen op 362 besmette boerderijen. Inmiddels schrikt bijna niemand meer van nieuwe gevallen in het zuiden van het land. „Het leven gaat gewoon door”, zegt varkenshouder A. de Vries uit de Bommelerwaard. „Alleen als je hoort dat de ziekte vlakbij is uitgebroken of in een heel andere omgeving, zoals in de Achterhoek of België, schrik je even. De pest kan immers ook hier komen”, stelt de boer, die een gemengd bedrijf heeft met 150 zeugen, 700 biggen en 70 koeien.

Gevreesde ziekte

Hoewel de uitbreiding van de varkenspest de laatste tijd nauwelijks meer als nieuws wordt gezien, betekent dit niet dat de boeren er laconiek over doen. Integendeel. De Vries: „De pest is een gevreesde ziekte. Zij is besmettelijk en gevaarlijk, omdat er geen medicijnen tegen bestaan. Het doden van alle dieren op een bedrijf is in feite de enige oplossing”.

Half maart kwam de ziekte dicht bij De Vries. „Een handelaar uit deze omgeving had net na het bekend worden van de pest in Brabant nog snel biggen versleept vanuit Venhorst naar zijn bedrijf in Ammerzoden, niet zo ver hier vandaan. De boerderij van de handelaar werd verdacht verklaard”.

„Toen er na vijf weken bij dat bedrijf nog geen pest was geconstateerd, dacht ik dat het wel mee zbu vallen. Maar toen ik het niet meer verwachtte, hoorde ik ineens dat de ziekte er toch heerste. Er werd gelijk een vervoersverbod afgekondigd, zodat de dieren niet meer weg mochten. Pas half juni werd deze maatregel ingetrokken”.

Opkoopregeling

Op het moment dat het vervoersverbod werd ingesteld, zaten de stallen bij De Vries net vol. De eerste tijd had hij echter geen last van ruimteproblemen, omdat er nog biggen in een schuur konden. Na een poosje kwamen de hokken toch

te vol te zitten. Daarom werden 500 biggen aangemeld voor de opkoopregeling.

Deze maatregel is door de Nederlandse overheid met financiële steun van de Europese Commissie ingesteld om varkens en biggen van boeren die kampen met overvolle hokken, op te kopen. Dat zijn biggen zijn vernietigd, vindt De Vries jammer. „Er mankeerde niets aan. Een andere oplossing was er echter niet. Je hebt geen keus. Nood breekt wet”.

Financieel gezien kwam de boer goed weg. Bij de opkoopregeling geldt een vergoeding die is gebaseerd op de marktprijs. „Op het moment dat de biggen werden afgevoerd, was de prijs 128 gulden”, zegt hij tevreden. Inmiddels is de prijs gedaald tot rond de 85 gulden.

Opvallende zaken

In een halfjaar varkenspest is er veel gebeurd. Een aantal opvallende zaken: het te laat instellen van een vervoersver bod op 4 februari, waardoor boeren nog op onverantwoorde wijze met dieren gingen slepen, de woedende reacties van varkenshouders op de eerste preventieve ruimingen, de verontwaardiging over het instellen van een exportverbod voor levende varkens en de aanhoudende beelden van de elektrocutiewagen, de grijper en vrachtwagens met dode dieren.

Er was echter nog meer, zoals onenigheid over het inenten van de dieren en het instellen van een fokverbod, de commotie over het doodspuiten van jonge biggetjes, het eerste pestgeval boven de grote rivieren, in Toldijk, en ‘last but not least’ de herstructureringsnota van landbouwminister Van Aartsen, waarin een verplichte inkrimping van het aantal varkens met 25 procent op alle bedrijven wordt voorgesteld.

Kosten

Ook de kille cijfers van een halfjaar varkenspest geven de ernst van de ziekte aan. Tot nu toe zijn al bijna zeven miljoen beesten, ofwel ongeveer de helft van de Nederlandse varkensstapel, gedood. Het gaat om 617.725 varkens en biggen van de 362 besmette bedrijven, 805.060 van de 8*39 preventief geruimde bedrijven en 5.195.012 dieren die zijn opgekocht en vernietigd wegens overvolle hokken.

De kosten voor de bestrijding van de pest en voor de opkoopregeling bedragen nu al ongeveer 1,6 miljard gulden. Circa 1,4 miljard gulden komt direct ten goede aan de betrokken veehouders. De Europese Unie dekt tot dusver 875 miljoen gulden, terwijl het bedrijfsleven zelf uit een speci aal fonds 42,5 miljoen gulden bijdraagt. De overige kosten -ongeveer 700 miljoen gulden- komen vooralsnog ten laste van de Nederlandse overheid.

In feite zijn de kosten nog veel hoger, omdat boerderijen in de pestgebieden stil zijn komen te liggen, transportbedrijven geen levende varkens mogen exporteren, en zo zijn er nog meer dingen te noemen. Wat echter niet in geld is uit te drukken, maar minstens zo belangrijk is, is de sociale nood op veel bedrijven in de pestgebieden. Die is groot, maar blijft meestal binnenskamers.

Geen oordeel

De grote omvang van de varkenspest roept de vraag op of er sprake is van een oordeel van God. Sommigen menen van wel. Zij stellen dat de varkenssector ver keerd bezig is, omdat het milieu en het dierenwelzijn ernstig worden geschaad. In de epidemie zien zij dan ook de slaande hand Gods.

Varkenshouder De Vries wil niet van een oordeel spreken. „Ik zie de pest wel als een sprake Gods. Ziektes en kwalen zijn altijd roepstemmen om de mensen terug te brengen tot de Heere. Ook blijkt uit deze epidemie duidelijk dat de dieren moeten lijden om onze zonden. In het paradijs was immers alles volmaakt. Als een oordeel zie ik de pest echter niet. Er zijn zo veel dingen in onze maatschappij die ons opmerkzaam zouden moeten maken. Je kan dan denken aan bijvoorbeeld de wateroverlast in deze omgeving, een paar jaar terug, en aan ongelukken. Waarom wordt de pest er dan nu uitgelicht?”

Ook is de boer het niet eens met de grote kritiek op de sector. „Ik heb de afgelopen jaren flinke investeringen gedaan in het terugdringen van de milieuverontreiniging. Zo heb ik een mestsilo gebouwd en ook is de afzet van mijn mestoverschot goed geregeld. Critici moeten echter niet vergeten dat niet alles tegelijk kan. Het kost wel geld”.

Aandacht voor het dierenwelzijn vindt De Vries eveneens belangrijk. Hij benadrukt echter wel dat het nemen van goede maatregelen soms moeilijk is. „Minister Van Aartsen wil bijvoorbeeld groepshuisvesting voor zeugen in plaats van aparte ligboxen. In de praktijk blijkt echter dat zeugen elkaar bijten als ze de kans krijgen, want ze zijn vrij agressief. Wat is dan dierenwelzijn?” vraagt hij zich af.

Schaalvergroting

Volgens de hervormde predikant ds. J. H. C. Olie uit Sprang-Capelle is kritiek op de intensieve veehouderij zeker mogelijk. „In de bio-industrie is de afstand tussen mens en dier groter geworden. Er vindt, net als in andere economische sectoren, ook in de veeteelt een vertechnisering plaats. Het beest wordt steeds meer als een ding beschouwd. De nadruk ligt op een zo hoog mogelijke productie. Om dat te realiseren wordt gebruikgemaakt van technieken zoals kunstmatige inseminatie en geneti sche manipulatie, die de grens van het toelaatbare overschrijden. Niet alles wat kan, mag immers ook”.

Ds. Olie voelt zich nauw bij de veeteelt betrokken. Zo hield de predikant in het begin van de jaren tachtig een serie preken over dieren in de Bijbel en was hij lid van een SGP-werkgroep over genetische manipulatie. Ook schreef de predikant een boek over de omgang van de mens met dieren. Hoewel de predikant kanttekenin gen plaatst bij bepaalde zaken in de intensieve veehouderij, waarschuwt hij toch voor eenzijdigheid in de kritiek. „Het proces van schaalvergroting is een gevolg van de maatschappelijke ontwikkelingen. De veehouders moeten produceren tegen lage kosten, want de meeste consumenten willen niet meer betalen voor hun vlees. Hierdoor hebben de boeren meer dieren nodig om aan een inkomen te komen. Ze móéten wel uitbreiden, wil hun bedrijf rendabel zijn”.

„Ik wil dan ook geen beschuldigende vinger uitsteken naar de veehouders. Ze kennen hun dieren door de grote aantallen wellicht niet meer bij naam, maar ze zorgen er over het algemeen wel goed voor. Dat neemt echter niet weg dat er door de schaalvergroting ethische principes in het gedrang zijn gekomen. Dan denk ik aan de manier van voortplanten en aan het welzijn van de dieren. Denken christen-boeren daar nog wel eens over na, of hebben ze alles geaccepteerd? De rechtvaardige dient toch het leven van zijn beest te kennen?”

Met de kritiek dat de varkenshouders onvoldoende oog hebben voor het welzijn van hun dieren is De Vries het niet eens. „Het is niet zo gemakkelijk om te bepalen waar de grens ligt. Waarom zou bijvoorbeeld een zeug niet vast mogen liggen, terwijl een koe wel aan een ketting staat? En waarom zou het werken met kunstmatige inseminatie verkeerd zijn? Omdat het onnatuurlijk is? Dat is moeilijk aan te geven. De dieren mogen volgens de Bijbel gebruikt worden en wij zien KI niet als misbruik. Bovendien kun je met KI betere beesten fokken.”

Rentmeesterschap

In het leggen van een relatie tussen verkeerde dingen in de varkenshouderij, de pest en een oordeel Gods, is ds. Olie voorzichtiger geworden. „Er wordt door sommigen zo gauw over een oordeel gesproken. Maar mag dat? Als er iets gebeurt, denken wij mensen zo gemakkelijk over Gods schouder mee te kunnen kijken, waarna we concluderen: Dat is een oordeel. We vergeten echter dat we God niet zijn. Er gebeuren zo veel dingen in onze omgeving, in ons land, in de wereld, dat je bijna elke maand wel kunt zeggen dat iets een oordeel is. We moeten daarom oppassen met het gebruiken van deze uitdrukking”.

Hoewel de predikant niet durft te spreken van een oordeel, is de varkenspest volgens hem wel een sprake Gods. „Met de pest krijgen wij van Godswege de rekening van onze handelwijze gepresenteerd, namelijk de rekening van ons rentmeesterschap. De mens wil van nature onafhankelijk van God zijn. God als Schepper moet van Zijn troon af. We hebben een karretje op Mars, we kunnen beesten maken, we berekenen alles, kiezen onze aanpak en denken dan, als het allemaal goed gaat: Is dit niet het grote Babel dat ik gebouwd heb? God hebben we echter niet meer nodig. Juist dat zie ik als een oordeel”.

Bidstond

De varkenspest bepaalt de mens bij zijn beperktheid, stelt ds. Olie. „Ondanks alle mogelijke vooruitgang vindt er toch zo’n erge uitbraak plaats. Daaruit blijkt duidelijk dat de mens niet alles in eigen hand heeft. De Heere heeft immers vele dingen waarmee Hij ons kan kastijden. De belangrijkste vraag is echter of we de roepstemmen opmerken. De Heere spreekt, maar horen wij het nog? De varkens lijden om onze zonden. Brengt dat ons in de binnenkamer of laat het ons koud? We kunnen bij de varkenspest wel praten over oordelen, maar hebben we in de gaten dat we er zelf aan meewerken? De oorzaak, de schuld ligt bij ons. Wij allen hebben God op het hoogst misdaan en zijn van het heilspoor afgegaan, maar erkennen we dat? Ik zie daarom het geestelijk verval, ook in de kerken, eerder als de nood der tijden dan de varkenspest. Laten we daar een bidstond voor houden”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Varkenspest, een half jaar later

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken