Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de kerkelijke pers

8 minuten leestijd

NIW

Rabbijn L. B. van de Kamp zegt in het “Nieuw IsraelietiscJi Weekblad” dat stierengevechten uit den boze zijn. „Maar ook wij hebben onze arena’s”.

„De beelden van massahysterie en van de bloedende, opgejaagde en gekwelde dieren passen niet meer in deze tijd. Zij stimuleren slechts de meest primitieve gevoelens in de oermens. En welke beschaafde moderne burger wil daar nou toch aan toegeven? Toch trekt zo’n evenement in het verre Spanje vanwege de spanning nog steeds duizenden belangstellenden. En wat is dat voor spanning? Het risico dat de torero wordt genomen wanneer deze zich met zijn veelkleurige doeken in de onmiddellijke nabijheid van. de tot waanzin gedreven stier begeeft? Mocht de torero op de hoorns worden genomen dan walgt iedereen. Maar even daarvoor, wanneer dat nog net niet gebeurt, geniet iedereen intens van wat er zou kunnen gebeuren. Een geweldig gevoel.

De tragische afloop van de vhegshow in het Belgische Oostende waarbij een van de ‘helden’ van het luchtruim door een verkeerde manoeuvre verongelukte, samen met acht mensen op de grond, laat zien dat wij ook onze arena’s hebben. Weliswaar zonder stieren maar wel met duizenden belangstellenden die genieten van dat intense gevoel van gelukzaligheid wanneer het allemaal nog net goed gaat. Maar dan één misser en. het verdriet kent geen grenzen. Behalve dan de grens tussen België en Nederland. Want nog geen twee dagen later vindt in Den Helder toch weer een vhegshow plaats. De organisatoren verklaren heel nadrukkelijk dat in Nederland de veiUgheidsnormen streng in acht worden genomen. De stuntvliegers boven de zee, de kijkers op het strand. Dus mocht er iets misgaan? Het publiek is veilig. En de piloot? Dat is het risico van zijn vak.

De stringente wetgeving, geboden en verboden, die het jodendom kent, wordt overtroffen door één regel die nog belangrijker is. Dat is de regel van “Wachaj Bathem”, mét alles zal het leven in stand blijven. Het leven is belangrijker dan alles. Het organiseren van evenementen zoals de bovenstaande is dan ook niet iets dat het jodendom stimuleert. Het scheppen van omstandigheden in de hoop dat alles goed, maar met de wetenschap dat het wel eens mis kan gaan, is uit den boze. En of het nu gaat om het leven van de piloot of van de omstanders maakt verder niets uit.

Vanzelfsprekend laait nu de discussie weer op over het al dan’niet verbieden van dit modem middeleeuwse volksvermaak. Het is te betreuren dat het iedere keer over een verbod moet gaan. Zou de mens, na zo veel eeuwen, nou niet gewoon afscheid kunnen nemen van die oerinstincten waar de waarde die het leven heeft helemaal naar de achtergrond verdwijnt? Kennelijk niet. De mens is en blijft toch maar een primitief dier. Nog primitiever dan de stieren in de arena. Deze tonen tenminste nog enige onwil om aan volksvermaak mee te doen waarbij het leven van mens en dier nog nauwelijks telt”.

visie

In een gesprek met “Visie”, het programmablad van de Evangelische Omroep, geeft prof. dr. A. Th. van Deursen zijn visie op het paarse kabinet Dat voert in zijn ogen een antichristelijk beleid.

„Je ziet dat dit kabinet op verschillende punten afstand neemt van christelijke tradities. Het christelijk geloof wordt steeds meer gezien als een belemmering voor de zelfontplooiing. Je ziet dat duidelijk bij de zondagswetgeving. Een verschil tussen de zondag en de andere dagen van de week lijkt nauwelijks meer te bestaan. En wie zijn hier de dupe van? Onder meer de kleine winkeliers. Als supermarkten in de buurt op zondag open mogen zijn, moeten zij, om het hoofd boven water te kunnen houden, ook langer open. Zij staan voor de keuze of ze ook op zondag open moeten zijn, of dat ze, als ze christen zijn, op zondag gesloten blijven. Voor christen-ondernemers wordt het steeds moeilijker. Misschien moeten ze er meer op gaan vertrouwen dat hun ‘eigen’ mensen hen blijven steunen. Ik vind dat wij het moeten waarderen in onze geloofsgenoten als zij er principieel voor kiezen om op zondag dicht te blijven. We moeten ons dan ook afvragen of het op onze weg ligt om hen te steunen”.

(...)

„Het is in ons land de opvatting dat iedereen een recht heeft zichzelf te ontplooien, als je de ander maar niet tot last bent. Er zijn geen algemene normen meer die iets zonde noemen. Zonde bestaat niet meer. De praktijk van alle dag wordt verheven tot norm. De zwakken hebben daarom ook geen stem meer, zoals de ongeboren kinderen”.

Van Deursen signaleert dat paars allerlei samenlevingsvormen, zoals twee samenwonende homofiele mannen of twee lesbische vrouwen, steeds meer gelijkstelt aan het huwelijk. „De nietchristelijke partijen gaan uit van het persoonlijke belang van iedereen. Je kunt dus relaties aangaan en stoppen naar eigen believen. En een kind wordt niet zozeer beschouwd als gebonden aan de ouders. Het gaat erom dat het verzorgd wordt. Dat kan ook best in een ‘kinderbewaarplaats’ van acht tot zes uur, vindt men.

De overheid streeft ernaar dat beide ouders werken. Wie als vrouw na 1971 geboren is, moet namelijk voor eigen inkomen zorgen. Wat hier achter zit? Het is een sterk ideologische kwestie. In de huidige politiek heeft het vrouwenbelang prioriteit. Er is nauwelijks een verschil meer tussen man en vrouw. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de ontkerstening. Het bijbelse spreken over man en vrouw wordt gerelativeerd.

Ik pleit meer voor het belang van de ander. Als een man en vrouw kinderen hebben, moeten ze zich afvragen hoe die kinderen tot hun recht komen. Ik denk dat dat heel moeilijk wordt als je elkaar de hele dag niet ziet.

Ik vind dat mensen op elkaar aan moeten kunnen. Dat wordt minder, omdat het steeds makkelijker wordt om te scheiden. Persoonlijke relaties kunnen te gemakkelijk worden opgezegd. De zwaksten, de kinderen in het geval van een huwelijk, hebben daar geen inbreng in en worden het slachtoffer”.

Van Deursen vindt niet dat paars nu bij uitstek slecht voor het gezin is. „De stabiliteit van het gezin is de laatste twintig jaar al ondermijnd. Het proces gaat ‘gewoon’ verder”.

Ook van de zorgwekkende ontwikkelingen in het christelijk onderwijs kun je niet direct paars de schuld geven, vindt Van Deursen. „Eerder het onderwijs zelf. In hoeverre is een christelijke school nog christelijk? Als christelijke scholen hun christelijke karakters afleggen, vragen ze om moeilijkheden””.

Om Sions Wil

Op verzoek van een lezeres legt ds. W. Pieters in “Om Sions Wil” uit wat het inhoudt dat elk bij zichzelf van zijn geloof uit de vruchten verzekerd zij.

„De Catechismus heeft in antwoord 21 van zondag 7 al duidelijk gemaakt dat het ware geloof een stellig of een zeker weten is. Verder is het ware geloof ook een vast vertrouwen. In de oorspronkelijke Duitse uitgave staat: ein herzliches Vertrauen. Duidelijk is wel dat het ware geloof zekerheid in zich heeft. Nu schrijf ik erbij: min of meer. De zekerheid van het geloof is niet altijd even groot en sterk. Het geloof wordt immers dikwijls aangevochten/bestreden. Dit kan betekenen dat er twijfel in Gods kind komt, dat hij zich afvraagt: „Heb ik het ware geloof wel? Is bij mij niet alles inbeelding, zelfbedrog?” Maar toch, ondanks alle aanvechtingen, is er in het ware geloof toch enige zekerheid. Niet in de eerste plaats met betrekking tot ons en ons geloof, maar met betrekking tot God en Zijn Woord.

In antwoord 86 gaat het nu over dat geloof, dat er nog meer zekerheid is te verkrijgen. Soms is dat misschien niet zo erg nodig, maar soms is dat een welkome ‘aanvulling’ op de zekerheid die we reeds hebben. In het bijzonder kan het fijn zijn om deze extra zekerheid te ontvangen, wanneer we door de duivel benauwd worden en wanneer de vurige pijlen uit de hel onze arme ziel hevig bestoken. Deze extra, aanvullende, zekerheid ligt nu in de vruchten van het geloof.

Het ware geloof draagt vrucht. Dat kunnen we lezen in onze Catechismus, vraag en antwoord 64. Daar wordt gevraagd met betrekking tot de leer van de genadige rechtvaardigheidverklaring van de goddeloze door het geloof alleen zonder enig goed werk van ons erbij: Maar maakt deze leer niet zorgeloze en goddeloze mensen? Dat zou je immers kunnen verwachten. Als iemand goede werken doet, alleen maar om daarmee zijn eigen voordeel te zoeken, dan houdt hij er natuurlijk gauw mee op, wanneer hij er toch niets mee bereikt.

Maar de Catechismus antwoordt dan: „Neen, want het is onmogelijk, dat, zo wie Christus door een waar geloof ingeplant is, niet zou voortbrengen vruchten der dankbaarheid”. De vruchten horen bij het geloof, het geloof zonder vrucht is geen waar geloof. Er staan twee teksten uit de Heilige Schrift onder, Matthéüs 7 vers 18, waar Christus zegt, dat een goede boom goede vrucht voortbrengt en dat een kwade boom kwade vrucht voortbrengt. Verder Johannes 15 vers 5, waar Christus spreekt over Zichzelf als de ware Wijnstok en Zijn volgelingen als de vruchtdragende ranken.

Welke zekerheid is er nu in de vrucht? Deze: als ik het ware geloof heb ontvangen, zal mijn leven ook vrucht dragen. En als ik geen vrucht draag, heb ik dus ook het ware geloof niet. De apostel Jacobus zegt dat het geloof zonder vrucht of werk dood is, waardeloos is, zonder inhoud is. Je kunt dat zogenaamde geloof beter meteen begraven! Het ware geloof heeft werken, het uit zich, het bewijst zich in werken”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken