Bekijk het origineel

Op een gegeven moment komt het einde

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Op een gegeven moment komt het einde

8 minuten leestijd

De onrust steeg, de onzekerheid groeide, de verwarring nam toe toen vorige week ophef ontstond over het Groningse verpleeghuis ‘t Blauwbörgje. Sommige patiënten zouden onder dubieuze omstandigheden zijn overleden. Vervolgens zegt een Noord-Hollandse verpleeghuisarts dat de helft van de dementerenden in het verpleeghuis waar zij werkt overlijdt door zogeheten versterving. Onduidelijk is echter of het bij versterven gaat om levensbeëindiging of niet.

De psychiater B. E. Chabot introduceerde begin vorig jaar in zijn boek “Sterven op drift - over doodsverlangen en onmacht” het verschijnsel versterven als alternatief voor het euthanasiespuitje. Dat maakte een discussie los over het begrip versterven.

De eerste verklaring van de term “versterven” in de dikke Van Dale luidt “afsterven”. Recent kwam daar de uitleg bij dat een patiënt overlijdt door het geleidelijk verminderen van de toediening van voedsel en vocht. Daardoor vergiftigt de patiënt langzamerhand en dat bevordert het stervensproces.

Chabots boek, dat versterven aandraagt als alternatief voor de euthanasievraag, vertroebelde de discussie over de betekenis van het woord versterven. Essentieel is de vraag of de patiënt zelf het eten en drinken weigert. Daarbij is weer van belang of die persoon in staat is zijn wil te uiten; de vraag van de zogenoemde wilsbekwaamheid.

Na het boek van Chabot is in de Volkskrant en Trouw een discussie gevoerd over de relatie tussen versterving en euthanasie. Huisarts Goudswaard stelde in Trouw dat versterving niet in de discussie over euthanasie thuishoort. Vele stervenden in zijn praktijk stoppen met eten en drinken. Dat is volgens hem geen actieve daad, maar een natuurlijk gevolg van het ziekteproces. „Wat hij (Chabot) versterving noemt, noem ik doodgaan”. Directeur G. van den Berg van de Nederlandse Patiënten Vereniging (NPV) kan dan ook niet uit de voeten met het begrip versterven. „Die term is zo breed, datje er van alles onder kunt verstaan”.

Dodelijk ziek

Verpleeghuisarts B. Keizer en auteur van “Het refrein is Hein” zei tijdens de discussies in de Volkskrant dat het niet of nauwelijks eten en drinken een gebruikelijke uiting is van dodelijk ziek zijn. Versterven komt veel voor in een verpleeghuis. Het stervensproces wordt daar niet vaak met een infuus gerekt. In een ziekenhuis gebeurt dat meestal wel. C. Hertogh, arts en verbonden aan de opleiding voor de Nederlandse Vereniging van Verpleeghuisartsen, beaamde dat verhongering en uitdroging als alternatief voor euthanasie veel voorkomen in verpleeghuizen. De criminoloog Chr. Rutenfrans, een

verklaard tegenstander van euthanasie, en de kankerchirurg A. Smook, een vooraanstaand lid van de Nederlandse Vereniging voor Vrijwillige Euthanasie, spraken zich tegen het verschijnsel versterving uit. De eerste vindt het macaber dat artsen uitdrogingsverschijnselen bestrijden terwijl ze de uitdroging zelf niet tegengaan.

Smook daarentegen vindt het vergiftigingsproces mensonwaardig in vergelijking met de ‘waardige’ euthanasiedood. De anesthesist prof. dr. B. Smalhout fulmineerde na het overlijden van comapatiënt Ineke Stinissen, zeven jaar geleden, tegen versterving als een dood die je een hond niet zou aandoen. „De huid- en slijmvliezen drogen uit, het bloed dikt in, de nieren produceren geen urine meer en gaan geleidelijk tot versterf over. In de luchtwegen ontstaan korsten van ingedroogd slijm, waardoor de ademhaling steeds moeilijker wordt. En zo teert de bewusteloze patiënt langzaam weg onder de ogen van artsen, verpleegkundigen en familieleden”, aldus Smalhout.

Menswaardige dood

De uitspraken wekten grote woede bij (verpleeghuis)artsen, die vinden dat versterving een menswaardige dood is. Chabot, Hertogh, Keizer en Goudswaard bestrijden met klem dat uitdroging tot een vreselijke dood leidt. Dit hoeft inderdaad niet het geval te zijn. Natte wattenstokjes, kleine slokjes drinken of ijsklontjes kunnen de gevolgen van uitdroging verlichten.

Ook verpleeghuisarts drs. E. Fischer constateert in haar scriptie “Welke dood is natuurlijker dan versterving?” dat „het geleidelijk verminderen van voedsel- en vochtinname” kan leiden tot een humane dood. Ze studeerde deze zomer af aan de Vrije Universiteit op grond van haar onderzoek naar versterving in een verpleeghuis in Noord-Holland, waar zij werkzaam is. De arts wil de naam van de instelling niet bekendmaken. Ze schrijft dat „versterven wordt gezien als een rustig en vredig proces dat veelvuldig voorkomt”.

Chabot noemt versterven „zo oud als de weg naar Rome”. De bedoeling van zijn boek was echter versterven te presenteren als een alternatief voor mensen die geen euthanasie durven of willen vragen. Rutenfrans hekelt dat: „Ik hoop vurig dat het woord “versterving” zijn eigenlijke betekenis blijft behouden: „oefening van het geestelijk leven ter beheersing van de driften, nodig voor een leven zonder aardse genoegens (Van Dale). Het euthanasiasme beijvert zich niet alleen voor de beëindiging van het leven, maar maakt -in zijn zucht naar verzachtende woorden- ook de taal kapot”.

Veel onrust

NPV-directeur Van den Berg constateerde dezer dagen dat het gebeuren in ‘t Blauwbörgje veel onrust veroorzaakt. „We hebben veel telefoontjes gekregen. Mensen willen iets weten over de behandeling van familie in een verpleeghuis of willen nu toch van huisarts veranderen omdat hun huidige dokter niet pro life is”.

De ervaringen in Groningen bevestigen voor Van den Berg de noodzaak van het Landelijk Consultatiepunt, dat de NPV 2 oktober officieel zal openen. Tot nog toe was dit punt, eerst regionaal en later landelijk, in een experimenteel stadium. Via de telefonische consultatielijn zal de patiëntenvereniging 24 uur per dag bereikbaar zijn voor vragen rond het levenseinde. Bij moeilijke situaties, waar het direct spant, kunnen „hoogopgeleide vrijwilligers” met de familie meegaan. De NPV heeft twee jaar aan dit project gewerkt.

De christelijke patiëntenorganisatie volgt het beleid van alle verpleeghuizen in helj land. Vrij recent nog adviseerde de NPV iemand zijn familielid naar een ander verpleeghuis te verplaatsen. Dat gebeurde. „Spms is het beleid ten aanzien van het levenseinde in een niet-christelijk verpleegtehuis beter dan in een christelijk. Dat loopt door elkaar heen en maakt de verwarring alleen maar groter”. De NPV hoopt eind dit jaar of begin volgend jaar een lijst klaar te hebben waarop een aantal belangrijke termen uit de wereld van verpleging en verzorging scherp zijn gedefinieerd. Volgens Van den Berg vergemakkelijkt zo’n lijst het gesprek met artsen en instellingen. „Patiënten kunnen aan de instelling vragen deze lijst van de NPV te gebruiken. Je weet dan in ieder geval dat je over hetzelfde praat en komt er niet na drie kwartier achter dat je bij dezelfde term iets anders bedoelt”.

De NPV is al geruime tijd bezig met het verzamelen van protocollen van behandehngsmethoden van verpleeghuizen. De inzamelingsoperatie verloopt echter moeizaam. „Niet alle verpleeghuizen zijn bereid de protocollen af te geven. Ze geven niet gemakkelijk hun beleid prijs. Dat is eigenlijk vreemd. Wat hebben ze te verbergen? Waarom kunnen ze zoiets niet aan een cliëntenorganisatie geven?” vraagt Van den Berg zich af.

Natuurlijk sterfproces

W. J. van Duijn, verpleeghuiarts van het Sint-Elisabeth Gasthuishof in Leiden en voorzitter van de Schuilplaats-jongeren, zegt dat versterven een onderdeel van een natuurlijk sterfproces kan zijn. De patiënt is dan in de stervensfase (terminaal) en heeft geen behoefte meer aan eten of drinken. De verzorging moet volgens hem voedsel en vocht blijven aanbieden, maar de stervende weigert. Hij ervaart dan geen honger- of dorstgevoelens meer. Doordat er geen nieuwe stoffen in het lichaam komen, treedt er langzaam vergiftiging op, dat versnelt het stervensproces.

Van Duijn vindt het beschreven proces heel wat anders dan het versnellen van het stervensproces door de patiënt bewust eten en drinken te onthouden. „Dan wordt het levenseinde beoogd. Dat lijkt een gradueel verschil, maar dat is mijns inziens een principieel verschil. Hetzelfde geldt voor pijnbestrijding. Verhoog je de dosis morfine om de pijn te bestrijden of gebeurt het met als doel het levenseinde te versnellen?”

De verpleeghuisarts vindt het van groot belang dat een instelling goed overlegt met de patiënt zelf of met de wettelijke vertegenwoordigers. „Daarmee bespaar je heel veel ellende. Ik heb vooral niet-dementerende patiënten, dus ik overleg meestal met henzelf over de medicatie. Bij dementerenden moet je goed met de familie overleggen”.

In de keel

De beoordeling wordt moeilijk als een dementerende spijs en drank weigert. „Moet je dan het eten en drinken letterlijk in de keel van een uitgemergelde patiënt stoppen -wat een dementerende in de terminale fase meestal is- of aanvaard je de weigering als onderdeel van het dementeringsproces dat uiteindelijk tot de dood leidt? Voor mij hoeft dat laatste niet altijd verkeerd te zijn, al heb ik er wel bepaalde gevoelens bij. Op een gegeven moment komt het einde”.

Net als in Leiden wordt ook in het reformatorische verpleeghuis Salem in Ridderkerk het beleid rond het levenseinde altijd vastgesteld na overleg met de patiënt of de familie. Volgens verpleeghuisarts W. Loeve zal de verpleging bij weigering van eten of drinken dit niet koste wat het kost toedienen. „Er zijn grenzen aan de menswaardigheid. We zoeken altijd eerst naar de oorzaak van de weigering en proberen die weg te nemen”.

Van den Berg benadrukt dat versterven alleen in de terminale fase kan. „Kunstmatig verlengen en oprekken van het leven is ook onbijbels. Maar dat durf je bijna niet meer te zeggen. Want dat andere (euthanasie, GW) gebeurt veel meer. Daar ligt een groot grijs gebied”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Op een gegeven moment komt het einde

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 2 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken