Bekijk het origineel

Therapie in dienst van geestelijke groei

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Therapie in dienst van geestelijke groei

Psycholoog Crabb roept ambtsdragers en hulpverleners op tot bezinning

7 minuten leestijd

Mensen die in psychische nood zijn, hebben niet in de eerste plaats behoefte aan deskundigheid, maar aan verbondenheid. Dat is wat de christelijke gemeente kan en ook zou moeten bieden. Hulpverlening is daarom in de eerste plaats een taak voor de gemeente. Dat houdt de bekende Amerikaanse psycholoog Crabb ons in het boek “Lichtpunt in het lijden” voor.

Wie in de problemen komt, zoekt naar verklaringen. Begrip biedt, zo menen we, grip op de problemen en belooft een oplossing. Wie de problemen verklaart vanuit de geestelijke strijd, zoekt het in bijbellezen en gebed. Waar het ontstaan van problemen in de jeugd wordt gezocht, wordt de hulp van een psychotherapeut ingeroepen. Overtuiging, belijden en berouw worden toegepast als men de problemen aan persoonlijke zonde wijt. En medicijnen worden gebruikt bij biochemische stoornissen.

Hoe groot ook de verschillen, alle verklaringen hebben gemeenschappelijk dat men het zoekt in de beheersing in plaats van zich in liefde te verbinden met de Heere en medechristenen. Eigenlijk verwacht men van hen geen echte hulp. Crabb vergelijkt het met de lik van je hond als je huilt: vertederend, maar het maakt uiteindelijk niets uit.

In toenemende mate wordt hulp gezocht bij een deskundige hulpverlener. Problemen worden zo gepsychologiseerd en geïndividualiseerd. Toch is wat deskundige hulpverleners doen, niet altijd zo ef.fectief als wel gehoopt wordt. We lopen maar al te gauw tegen de grenzen van ons inzicht en ons kunnen op.

Deskundigheid

De psychotherapeut Dan Allender schrijft (nogal technisch) over verschillende therapievormen. Hij betoogt dat elke therapeutische aanpak van een impliciete „religie” uitgaat, omdat er een mensbeeld en waarden in opgesloten liggen. Hoe neutraal ook gebracht, de therapie probeert de patiënt in feite tot die religie te bekeren. Allender poogt de onbijbelse waarden bloot te leggen en te toetsen aan Gods Woord.

De christenhulpverlener is, als het goed is, een gemeentelid met gaven ten dienste van de gemeente en zijn medemens. Dat kan alleen als hij een levende christen is, daarin groeit en zijn deskundigheid niet los daarvan laat functioneren. Hij heeft vooral een profetische functie in het bevnist laten worden van verkeerde keuzes en de gevolgen daarvan. Maar hij zorgt ook als priester en als koning wijst hij de weg tot God. Zo behoort therapie volgens Allender geestelijke groei te bevorderen.

Crabb heeft vervolgens kritiek op het feit dat ambtsdragers en gemeente slechts een bijrol hebben in het omgaan met problemen. Hij erkent dat het voorkomt dat er gemakkelijk met teksten wordt gezwaaid en dat ambtsdragers niet altijd voldoende luisteren. Ook heeft hij oog voor het gebrek aan daadwerkelijk meeleven en het gepraat over elkaar in veel gemeenten. Maar moeten we dat als norm accepteren? Maakt de beschikbaarheid van hulpverleners niet lui en holt het de ambten en het functioneren van de gemeente niet uit?

Verbroken relaties

We zijn geen psychologische “entiteiten", die voor psychische stoornissen behandeld moeten worden, maar mensen die aangelegd zijn op een relatie met elkaar en met de Heere. Door dé zonde zijn die relaties verbroken en daaruit komen onze problemen voort. Relatieherstel en verbondenheid zijn een voorwaarde om tot onze bestemming te kunnen komen. Deskundigheid en techniek hebben een bijkomend nut. Maar als we het heil daarin zoeken, bieden ze niet meer dan surrogaat: beheersing voor liefde, verklaring voor verbondenheid en vertrouwen in menselijk kunnen voor geloof in God.

In de laatste drie hoofdstukken wordt de boodschap nog eens samengevat en toegespitst. De gemeente onderschat de haar ge geven gaven. Ze functioneert niet meer als gemeenschap. Daarin wordt Gods bedoeling te weinig nagestreefd en Zijn aanwezigheid en kracht daardoor niet meer genoten. Daardoor zijn ook de oudsten niet meer in aanzien. Ambtsdragers zijn vaak meer bestuurders op afstand dan herders. De betrokkenheid en verbondenheid met mensen in nood gaat men uit de weg.

We reageren vanuit een vermeende onmacht te veel met moraliseren of vermijding, met geestelijk klinkende dooddoeners of door therapeut te spelen. Dat komt omdat we de problemen verkeerd zien. Alsof eerst een professional de diagnose moet stellen en behandelen en daarna de gemeenschap en het geloof pas weer kunnen functioneren. Crabb draait het om. Eerst moeten we God zoeken. Maar we zijn bezweken voor de verleiding van de autonome psychologie en van de gemeenschap zijn we vervallen tot assertiviteit. In plaats van God zoeken we eerst een “gezonder zelf’. Therapie lijkt een voorwaarde te worden om God en elkaar echt te kennen.

Gemeenschap

Een andere misvatting is dat we eerst hulp moeten krijgen voordat we weer gezond met elkaar om kunnen gaan. De Bijbel leert echter dat we beter worden van geven in plaats van krijgen. Belangrijk in het elkaar bijstaan zijn zorgvuldig luisteren, de ander waarderen en erkennen in zijn nood, zodat hij ervaart dat God om hem geeft. En tevens eeii gevoelig onderscheidingsvermogen om te zien waar de pijn en de zonde zitten.

Zeker, er is plaats voor hulpverleners die daarvoor de gaven hebben ontvangen. In een wereld vol ellende vanwege de zonde mogen we dankbaar zijn voor alles wat helpt, mits het niet ingaat tegen Gods Woord, het niets afdoet aan onze afhankelijkheid van de Heilige Geest om ons te maken als Christus en het leven van de gemeenschap er niet door ondermijnd wordt.

Die gemeenschap biedt hoop. Niet in de zin dat alles gaat zoals we willen. De zonde blijft en ook allerlei psychische symptomen kunnen ondanks alle goede zorg blijven. De gemeenschap biedt wel hoop als het erom gaat te komen tot het doel dat God met ons voorheeft. Dat kan zijn door genezing en door oplossing van problemen. Dat kan ook zijn in de weg van het dragen van die lasten achter Christus aan. Onze hoop ligt in dat vertrouwen. Daarin kunnen we elkaar dragen en bemoedigen.

Bewogenheid

Tot zover een weergave van de inhoud van dit boek. Laat ik op enkele punten nog de aandacht mogen vestigen. Wat me het meest trof was de warmte en bewogenheid waarmee Crabb zijn boodschap brengt. De verbondenheid waar hij toe oproept straalt hij zelf uit en dat doet weldadig aan. Dat maakt het gemakkelijker om over enkele minpunten heen te stappen. Ik denk daarbij aan de rommelige opbouw van het betoog en de vele herhalingen.

Een serieuzer bezwaar vind ik de evangelische toon. Die klinkt door in het wel erg gemakkelijk veronderstellen van geloof Toch is ook goed merkbaar dat Crabb be ïnvloed is door de Puriteinen. Zo legt hij veel nadruk op het luisteren naar de Schrift, het persoonlijk kennen van Christus, ontdekking aan de zonde, de heiliging van het leven en het groeien in het geloof.

Nu maakt Crabb het gereformeerde lezers niet gemakkelijk met zijn benadering en woordkeus. Zijn wel erg vlotte stijl kan ons verleiden om de boodschap niet helemaal serieus te nemen en dat zou erg jammer zijn. Dit zij hem tot op zekere hoogte evenwel vergeven. Aan gene zijde van de oceaan bestaan nu eenmaal andere gewoonten en zijn er andere kwesties aan de orde. Het vraagt enige inspanning om door de presentatie heen te kijken en de zaak waar het om gaat op waarde te schatten.

Bezinning

Het belangrijkste is in dat opzicht wat Crabb zegt over de plaats en functie van ambten en gemeente in het omgaan met elkaar als er psychische nood is. Zijn boodschap heeft hier en daar, ik zou haast zeggen, profetische allure. Er zouden minder interne conflicten zijn en er zou meer onderlinge opbouw en werfkracht naar de wereld zijn, als het omzien naar elkaar in afhankelijkheid van de Heere meer wordt beoefend.

Hier ligt een onvermijdelijke opdracht ter bezinning voor ambtsdragers, hulpverleners en gemeenteleden. Ter onderstreping herinner ik hier an een uitspraak van de Romeinse keizer Justinianus Aposta: „Nu kunnen we zien wat het is dat deze christenen zulke machtige vijanden maakt van onze goden: het is de broederlijke liefde die zij bewijzen aan vreemdelingen, zieken en armen".

N.av. “Lichtpunt in het lijden. Antwoorden op vier vragen van mensen met pijn", door dr. Larry Crabb en dr. Dan B. Allender; uitg. Medemi) Vaassen, 1997; ISBN 90 6353 270 9; 192 pag.; ƒ 24,95.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

Therapie in dienst van geestelijke groei

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 24 Pagina's

PDF Bekijken