Bekijk het origineel

Uit de kerkelijke pers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Uit de kerkelijke pers

9 minuten leestijd

Naden Bekeken

Even rust na alle drukte. Zo ervaren velen de vakantie. Anderen hebben alleen al vanwege de vakantie extra stress te pakken. Hoe hielden de reformatoren het uit zonder vakantie? Ds. H. J. Boiten, predikant van de Gereformeerde Kerken (Vrijgemaakt), bezint zich in het blad “Nader bekeken” op deze kwestie.

„In deze zomerse tijd van rust en ontspanning vraag ik in deze kroniek aandacht voor de werkdruk van predikanten. Want steeds meer predikanten komen in de problemen. Een aantal wordt geconfronteerd met een (dreigende) procedure tot ontheffing uit de ambtsbediening. Dit ten gevolge van spanningen in de gemeente en in het persoonlijk leven. Onzekere toekomstverwachtingen geven nieuwe spanningen. Steeds meer predikanten willen het gemeentewerk de rug toekeren. Men zoekt een baan buiten de gemeente. Het aantal procedures tot ontheffing is in vergelijking tot voorgaande jaren „zeer hoog”. Op deze wijze trekt in zijn jaarverslag 1996 de Bond van Nederlandse Predikanten stevig aan de bel”.

„Hadden mannen als Calvijn en Luther dan geen behoefte aan vakantie? Ik denk het niet, al zullen ze zeker met een grote werkdruk te maken hebben gehad. Calvijn bezat een grote werkkracht. Jaarlijks hield hij tegen de tweehonderd preken en bovendien een kleine tweehonderd bijbellezingen en colleges. Hij schreef veel en snel en dicteerde ook veel aan een secretaris. Tal van boeken en commentaren zijn verschenen. Zijn commentaren zijn niet alleen taalkundig knap, ook spreekt er theologische diepte en praktisch inzicht uit. Calvijn voerde een uitgebreide correspondentie. Doumergue vertelt hoe eindeloos vaak Calvijn tijdens zijn werk werd gestoord. Ook was het lichaam van Calvijn uitermate zwak en ziekelijk. Dikwijls werd hij gekweld door hoofdpijn en slapelooslieid.

Hij schreef eens, toen hij voortdurend gekweld werd door pijn, die hem bijna niet toeliet iets te doen: „Want afgezien van preken en lesgeven heb ik al een maand lang nauwelijks iets uitgevoerd, zodat ik mij bijna schaam zo nutteloos te leven”. Dan hebben we nog niet gesproken over het intense verdriet dat Calvijn kreeg te verwerken (vgl. W. F. Dankbaar, Calvijn, zijn weg en werk, 142v.; E. Doumergue, Calvijn in het strijdperk, 384).

Calvijn ging wel eens op reis, maar niet voor vakantie. Hij bezocht bijvoorbeeld te paard Bern of Frankfurt om er orde op zaken te stellen. Calvijn bewoonde een huis met een tuin, waarvan hij genoot. Calvijn was wel geen lid van een Alpenclub, maar hij bewonderde de natuur zeer. Hij genoot van de schoonheid, de geur en kleur van bomen en bloemen. Hij genoot van het bijwonen van een gastmaaltijd. Calvijn wist van lachen en schertsen, binnen de maat. Het geheim van zijn leven was zijn verhouding met de Heere. Dat vind je onophoudelijk terug in commentaren, preken en brieven. Mutatis mutandis is hetzelfde te zeggen van Luther en vele anderen. Zij leefden vanuit de gedachte: laat ik maar verteren, als ik maar nuttig ben ter wille van het koninkrijk van God.

Voor alles is van belang te leven vanuit de roeping. Weten we ons in dienst te staan van een heilig en machtig God, die zorgt in alle hchamelijke en geestelijke behoeften? Dragen we de kudde op het hart of binden we ons die last alleen voor kantooruren om? Hoe ziek Calvijn ook dikwijls was, hij wist zich verkondiger van de gezonde, gezondmakende leer. Misschien is het goed om eens te onderzoeken, hoeveel stress veroorzaakt wordt door allerlei wind van leer. Je zult maar heen en weer bewogen worden. Wat een energie gaat daarmee verloren”,

de Waarhiedsvriend

Een meditatie treffen we in bijna elk christelijk blad aan. In “De Waarheidsvriend” vraagt dr. A. van Brummelen aandacht voor de eigenlijke betekenis van het woord meditatie, een van de hulpmiddelen voor geestelijke oefeningen.

„Als vanzelf denken wij bij meditatie meer aan een korte stichtelijke toespraak, maar van oudsher moet u bij meditatio denken aan de handeling van het stille nadenken, bepeinzing van een bepaald gedeelte uit een bijbelboek. Het gevaar dreigt dat men zich in eigen bespiegelingen verdiept en daarbij de kennis veracht, die God door Zijn Woord ons schenken wil. Zo doet trouwens de valse mystiek, die zich in het verborgene van eigen gemoedsleven terugtrekt en zonder roer erh zonder kompas zich drijven laat op eigen inzicht en gevoel. Het rechte mediteren zal zich niet losmaken van het Woord Gods, maar zich daardoor laten leiden en daaraan eigen leven en ervaringen toetsen.

Deze meditatie is nodig voor de prediking, maar ze heeft ook een breder bereik. Het gaat om het getrouw lezen van de Schrift. Van het begin tot het einde. Dat kan natuurlijk als methode zonder meer vrij dor worden, maar het heeft het voordeel zich zo geheel bepaald aan de orde van de Bijbel te binden. Wel moeten wij daarbij een opmerking maken. Voor echte meditatio is nodig dat men zich voorziet van een bijbeluitgave die verklarende toelichtingen biedt. Denkt u bijvoorbeeld maar aan de kanttekeningen van de Statenvertaling, de Korte Verklaring en dergelijke. Wij hebben tegenwoordig veel goeds op dit terrein.

De hoofdzaken van meditatio zijn: allereerst de bepaalde Schriftplaats te overwegen in zijn samenhang die hij met de gehele openbaring heeft. Dan is er nodig te overdenken wat de tekst te zeggen heeft met het oog op de eigen persoon, het ambt, het beroep en de gemeente. Vergeet ook niet naar aanleiding van de tekst te denken aan land en volk, gezin en familie. Zulk een bepeinzing moet langzamerhand worden geleerd. Het moet regelmatig worden in acht genomen. Als het goed is, kunnen wij van de Schriftoverdenking overstappen naar de belijdenis van de kerk. U glijdt soms van de Schrift zomaar vanzelf over naar de Catechismus. Er zijn aanvankelijk veel verhinderingen tot deze meditatio. Maar voortdurende oefening maakt ons daarin soepeler, vooral als wij telkens de stilte zoeken. Ook behoort daartoe strenge concentra tie van onze gedachten op één punt. Zonder zulk een concentratie zijn wij niet geestelijk, maar werelds.

Het tweede hulpmiddel is de verzoeking oftewel de tentatio. De satan probeert uiteraard iedere christen uit de sfeer van het Woord te trekken. Wie van de verzoeking en aanvechting niets weet, heeft nog maar weinig van het christenzijn meegemaakt. Wat zijn zoal de verzoekingen? Verstrooiing, gedachteloosheid, onverschilligheid bij de heiligste verrichtingen; mallotige en lasterlijke gedachten bij heilige dingen; vooral uiterlijke en innerlijke onrust. Denk ook aan het gevoel van verlatenheid en alleen zijn. Wij moeten in dit verband ook denken aan geestelijke dorheid en zwakheid. Evenzeer ook aan zeer fijn verborgen hoogmoed in allerlei diepe geledingen.

Wij kunnen in dit verband niet breder ingaan op dit punt, maar de lezer moet weten dat wij hier een donker terrein betreden. De eigenlijke geloofsaanvechtingen zijn oeverloos. Denk nooit dat u alle strijd bespaard blijft. Door geestelijke oefening kan er een zekere paraatheid komen tegenover vele verzoekingen, maar niet tegen alle. De catechismus weet van een doodsvijand, die niet slaapt of sluimert. Plotseling kunnen wij aangevallen worden. Het is raadzaam om hier niet geringschattend van te denken. Een leven uit het Woord biedt troost, maar ook waakzaamheid. Met name leven en denken met onze naasten biedt ongekende gelegenheden om in zonden te vallen. Geen gebod is daarbij uitgezonderd. Wij noemen nog eens persoonlijke teleurstellingen, eisen aan onszelf te hoog gesteld. Kortom, geheel het dagelijks leven in ons en om ons heen biedt evenveel kansen voor de satan ons in zijn vangnet te nemen”.

HET ZOEKLICHT

Dat we aan het begin van het einde staan, is voor ds. H. Schouten buiten twijfel. Maar uit de talloze inzichten over de eindtijd kan hij er geen kiezen. „Daarvoor is mijn verstand te klein”. Deze boodschap geeft de gereformeerde gastschrijver aan de lezers van “Het Zoeklicht” mee. Hij schrijft in zijnartikel over het appèl van de eindtijd.

„Welk appèl gaat er uit van die dreiging én verwachting van het einde? Ik noem er één uit de vele die zich opdringen: het vasthouden aan de leer, die aan de vaderen is overgeleverd: „Ik weet, waar gij woont, daar waar de troon des satans is, en gij houdt vast aan Mijn naam en hebt het geloof in Mij niét verloochend”. De Heer waarschuwt nadrukkelijk tegen de valse profeten in het einde der tijden (Matthéüs 24, Markus 13 en Lukas 21).

Paulus vat zijn hele verkondiging samen in één zin: „Ik heb mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus en Dien gekruisigd”. De persoon en het werk van Christus, of, om het wat leerstellig te zeggen: de godheid van Christus en de verzoening door Zijn bloed.

Beide worden vandaag ontkend en aangevallen, zowel in de roomse, als in de hervormde, als in de (synodaal) gereformeerde kerk. Door ambtsdragers van die kerken, of ze nu zwarte of witte of pimpelpaarse profetenmantels dragen. Soms in ronde woorden (en dan weet je tenminste meteen waar je aan toe bent), vaker in een neo-mystiek taaltje, waaraan niemand een touw kan vastknopen, en nog vaker door over die twee luidkeels te zwijgen.

De Openbaring van Johannes spreekt over dé valse profeet, maar vele valse profeten zijn nu al aan het werk, zoals we weten dat er een antichrist komt, maar er zijn nu ook vele antichristen opgestaan en ddaraan onderkennen wij dat het de laatste ure is (1 Johannes 2: 18).

Een van die mannen in profetenmantel vraagt zich openlijk af of de kerk Jezus niet te vroeg tot Messias heeft uitgeroepen, een ander ontkent dat de klassieke verzoeningsleer in het Kièuwe Testament te vinden is”.

„Wie dit leest, verbaast zich er niet over dat de synodaal gereformeerde kerken tienduizend lidmaten per jaar verliezen. Mensen, die ontdekt hebben dat de nieuwe bodem, die hun door de valse profeten werd aangeboden, van zand was. Als de stormen en de slagregens van het oordeel komen, wordt het huis, dat op die bodem gebouwd was, weggevaagd. „En zijn val was groot”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Uit de kerkelijke pers

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 9 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken