Bekijk het origineel

Een eenzaam paalhuisje op Vlieland

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een eenzaam paalhuisje op Vlieland

„Volgens sommigen ben je pas een echte eilander als je grootvader hier geboren is”

11 minuten leestijd

Bij een „avonturentocht door de Sahara van het Noorden” zullen de gedachten van velen niet snel richting Vlieland gaan. Toch trekt de Vliehors Expres hier zijn sporen in een zandvlakte die de grootste van Noordwest-Europa zou zijn. Wi e instapt, ondergaat het gevoel in een verafgelegen woestenij te zijn beland. Aan het andere uiteinde van het waddeneiland ligt het dorpje Oost-Vlieland. Het ofiSciële document is zoek, maar vierhonderd jaar terug werd het een zelfstandige gemeente. Historische kledij hangt gereed voor een driedaags feest.

Het is een kleine ploeg, die zich op een zwoele maandagavond om kwart voor zeven aan de steiger van rederij Doeksen in Harlingen opstelt om de laatste boot naar Vlieland te nemen. Te midden van toeristen keren twee gezinnen, gebruind door de Spaanse zon, terug naar het vakantieeiland, dat voor hen de woonplek is. Zij zijn de enigen die een auto aan boord hebben geparkeerd. Walbewoners verplaatsen zich op het Friese waddeneiland met de benenwagen en per fiets of nemen desnoods de bus.

De bediening van de Oost-Vlieland -zwarte broek, blauw-wit gestreept overhemd, blauwe schort- loopt zich het vuur uit de sloffen om de passagiers ongevraagd drinken en snacks aan te bieden. „Zijn er hier liefhebbers voor...?” Binnen drie kwartier maken de dames met overvolle dienbladen de standaardzin af met koffie, kroket en patat. Een ramp voor ouders die zich hebben voorgenomen de oversteek voor hun kinderen met een rol Mentos en een meegebracht kartonnetje appelsap plus een rietje tot een succes te maken.

Geen vakantie

Op het eiland is het rond negen uur, als de laatste reizigers de boot hebben verlaten, rustig. Een wandeling door de Dorpsstraat maakt duidelijk dat de bewoners zich op een regenachtige avond op dezelfde wijze als de gemiddelde Nederlander vermaken. Je hoeft niet brutaal naar binnen te gluren, om vast te stellen dat ze in acht van de tien woonkamers -al dan niet de voeten op tafel- de blik op de beeldbuis hebben gericht. Slechts enkelen kozen de krant of een spel rummikub als alternatief

„Dit is toch geen vakantie, zeg?” moppert een kind dat genoeg heeft van de onophoudelijke regen tegen haar moeder. Een meisje dat zich op de bagagedrager stevig tegen haar vriend heeft aangeklemd, denkt er anders over. „Samen onder een paraplu. Dat schept een band”. Wat overblijft, is rust. Twee affiches op de ruit van het VW-kant oor doen vermoeden dat het er ook anders aan toe kan gaan. De dreigende pamfletten, Duits- en Nederlandstalig, spreken in klare taal de jeugdige bezoekers aan.

„Welkom op ons eiland. Leuk dat je ons komt bezoeken. Uiteraard kom je niet alleen voor de bloemetjes en de vogeltjes. Uitgaan, dansen en drinken horen erbij”, veronderstelt de tekst. Vervolgens maken de ondertekenaars -bewoners, gemeenteraad, openbaar ministerie en Justitie- onomwonden duidelijk dat ze niet van overlast zijn gediend. „Dat maakt ons woedend”. De politie geeft lastige klanten lik op stuk. „Piesen en kotsen in het openbaar kost je 70 gulden. Vernielen van andermans spullen kan snel je complete vakantiegeld kosten”.

Notariswoning

Blaffende honden gaan vrijuit. Uitgerekend deze categorie produceert vanavond het meeste geluid. Een dag later zal VWdirecteur J. Kuijper de overlast van jonge vakantievierders relativeren. „Dat zijn de voorbehoedmiddelen van de politie”, nuanceert hij de tekst van de posters. In zijn kantoor aan de haven ligt de verrekijker op de vensterbank. Het programma voor de viering van het 400-jarig bestaan van de gemeente Oost-Vlieland, dat zich eind deze maand concentreert, ligt samengevat in een paar A4-tjes op tafel. Het waddeneiland pakt drie dagen lang stevig uit.

De hele “zomer kan de liefhebber een gratis verkrijgbare wandel- en fietsroute volgen, die de aandacht op historische aspecten van Vlieland vestigt. De deftige notariswo ning tegenover het raadhuis zet de oppervlakkige kijker even op het verkeerde been. “Anno 1598” staat er op de muur. Een informatiebord in de tuin verduidelijkt dat de gevelsteen afkomstig is van de voorganger van het pand. Nadat het dorpsbestuur aanvankelijk in de plaatselijke herberg “Het Gouden Vlies” vergaderde, kwam het in dit “Oude Raadhuis” samen. De huidige notaris hield er een aardig optrekje aan

Historische uithangborden brengen de sfeer van vroeger enigszins terug in de Dorpsstraat, waarin de commerciële activiteiten van de gemeenschap zich sterk concentreren. De gemeente was zo vriendelijk er tijdelijk geen vergunning voor te verplichten. De plaatselijke bevolking gaat creatief om met de beperkingen die het leven in een kleine eilandgemeenschap -circa 1100 inwoners- met zich meebrengt. Zo is de eerste zaterdag van de maand in een boeken- en fotozaak een opticien aanwezig.

Nachtwaker

Smalle steegjes bieden zicht op de dijk, waarachter de Noordzee verscholen ligt. Het eiland heeft namen van bekende personen aan een “glop” (steeg) gekoppeld. Zo herinnert de Jan Siebenglop aan de laatste Vlielandse nachtwaker. Iets verderop belicht het Tromp’s Huys - het oudste pand in het dor p- diverse aspecten van het verleden, waarbij dit jaar de aandacht al snel op de speciale expositie “400 jaar Vlieland” valt. Het belangrijkste document ontbreekt: de oorkonde waarin het besluit tot het instellen van de vroedschap OostVlieland is vastgelegd. Op 30 augustus 1597 moet het door Johan van Oldebarnevelt zijn getekend.

De expositie verweeft de lijnen van de vaderlandse geschiedenis met die van de lokale historie. Conservator Bert Huiskes is afkomstig uit het Twentse Hengelo en heeft zijn draai op het eiland gevonden. Zeven jaar geleden stak hij met gezin en huisraad de zee over, om als ambtenaar in dienst van de gemeente Oost-Vlieland te treden. Hij voelt zich er thuis, maar durft zich geen echte eilander te noemen. „Wat is dat precies? Er zijn veel definities in omloop. Volgens sommigen ben je pas een echter eilander als je grootvader hier gebo

Relativeren

Degenen die daarop kunnen bogen, hebben volgens Huiskes wel eens de neiging „zichzelf als heel bijzonder te beschouwen. Als je aan de wal hebt gewoond en dan hier komt, blijkt het met dat bijzondere wel mee te vallen. Het ontbreekt de echte Vlielander een beetje aan het vermogen dat te relativeren. Ik denk dat het vooral een gevoel is”. Toch ziet Huiskes wel verschillen-met andere kleine dorpen die Friesland op de kaart heeft staan. „Op het vasteland is de stad altijd nabij. Dat ontbreekt hier. Sommigen kunnen daar niet tegen, anderen vinden het prachtig.

Het is enerzijds een leven met een enorme rijkdom: rust en natuur. Anderzijds is het een leven met beperkingen”. Een van de eerste dingen die Huiskes op Vlieland opvielen, was dat het CDA in de plaatselijke politiek ontbreekt. WD „ PvdA en Algemeen Belang Vlieland vullen de raadszetels. Een ander opmerkelijk punt vindt hij dat op het eiland geen allochtonen wonen. „We hebben geen multiculturele samenleving. Dat is misschien wel een beperking. Het is allemaal één kleur. Elke gemeente in Nederland heeft de verplichting asielzoekers op te nemen. Dat is er hier nog niet van gekon ligt niet ver”.

Walviskaak

De museumconservator draagt momenteel zijn steentje bij aan de restauratie van de kerk. Huiskes neemt de walviskaken voor zijn rekening. Deze markeerden aanvankelijk de graven in de kerk en kwamen later op het kerkhof te staan. „Het was een teken van armoede. Als je geen steen kon betalen, markeerde je het graf met een walviskaak”. Een Rotterdamse bioloog wees in 1920 op de grote, cultuurhistorische waar de ervan. Eén exemplaar verhuisde daarna naar het Nationaal Natuurhistorisch Museum in Leiden, de andere walviskaken krijgen straks weer een plekje in de opgeknapte kerk.

Kosteres Enny Outhuijsen heeft een drukbezet jaar. Ze heeft het nonnengewaad al klaar liggen, dat ze de laatste drie dagen van deze maand zal dragen, als alle inwoners zo veel mogelijk historisch gekleed over straat zullen gaan. Behalve met het jubileum van het dorp is ze druk met het 350-jarig bestaan van de kerk. In de zomer wordt het gebouw op zondag volop benut. De vrijgemaakt-gereformeerden houden er om kwart over acht ‘s ochtends hun eerste dienst en komen aan het eind van de middag nog eens terug. In de tussentijd heeft de Samen-op-Weggemeente van Vlieland er gekerkt en hebben Duitssprekenden een Evangelischer Gottesdient kunnen bijwonen.

Scheepsdeurtjes

Omdat het drieënhalve eeuw geleden is dat de kerk de huidige kruisvorm kreeg, is ze momenteel dagelijks voor publiek opengesteld, vertelt mevrouw Outhuijsen, ook al geen geboren Vlielander. Ze woont „pas” twintig jaar op het eiland. Sinds haar tweede man is overleden, doet ze dienst als koster in de vanouds hervormde kerk. „Ik was behoorlijk versleten. Deze kerk werkt helend voor een mens. Ik ben er veel. Dat geeft rust”. Ze wijst op de inventaris die voor een groot deel bestaat uit materiaal dat op het strand is aangespoeld. Zo is de kansel opgebouwd uit vroegere scheepsdeurtjes. Het plafond rust voor een deel op oude scheepsmasten.

De eilandbevolking is niet erg kerks, zo blijkt uit het verhaal van mevrouw Outhuijsen, die ook diaken is. „Het is moeilijk om de bank vol te krijgen”. De gemeente is al enkele jaren vacant. De kerkenraad bestaafuit zeven personen, van wie er een al verscheidene jaren nier meer in de kerk komt. In de jaren zestig was er ook nog een gereformeerd kerkje op het eiland, dat échter al snel werd afgebroken. Nu kerke; de protestantse eilanders samen. „We heö ben ruim negentig leden, zijn aangesloten bij Samen op Weg. Gelukkig. Zo is het beter”. Door de week wordt het gebouw voor allerlei activiteiten gebruikt. „Het is de mooiste concertzaal van het eiland”, zegt de kosteres ironisch. Een andere is er niet.

Stokbrood

Rond de middag trekt een sliert fietsers de bebouwde kom uit, die slechts een fractie van het eiland omvat. Sommigen komen er slechts voor de noodzakelijke boodschappen, om daarna weer zo snel mogelijk strand en duinen op te zoeken. De geasfalteerde weg richting het Posthuys, dat jarenlang een belangrijke schakel in de postroute Amsterdam-Vlieland vormde, loopt deels langs de zee. Links of rechts van de route afwijken, is een groot deel van het jaar niet toegestaan. De fauna vraagt om rust. Huurfietsen van allerlei tegen elkaar op biedende bedrijven (Zoals deze: „Frisia geeft 10 procent extra korting op alle Vlie-’? land Fietskortingsbonnen”) rijden kriskras door elkaar. Druk is het evenwel niet, terwijl het toch hoogseizoen is.

Bij het Posthuys, ruim zeven kilometer vanaf het centrum, vindt pas weer een concentratie plaats. Rond het middaguur wordt elke lege stoel op het terras binnen de kortste keren weer bezet en lopen obers af en aan met pannenkoeken, frites en stokbroodjes ham of kaas. De claxon van een oude legertruck kondigt aan dat het tijdstip van twee uur nadert. Een groot deel van het verzamelde volk spoedt zich erheen om een plekje in de aanhanger te bemachtigen. De Vliehors Expres heeft als reisdoel de meest westelijke punt van het eiland en blijkt een attractie die jong en oud gedurende anderhalf uur geen minuut verveelt.

Vuurtoren

Onder luid gejuich beklimt het voertuig langzaam een duinweg, om daarna met een flinke vaart het strand op te rijden. De zongenieters hebben een zee van zand en water voor zich. Ongekend rustig. Zonder dralen volgt de chauffeur de kustlijn, enthousiast toeterend naar goed geklede badgasten en een enkele naaktloper. Als de kar van het zeewater afbuigt, krijgt de truck het zwaarder te verduren. Het nevelige weer draagt eraan bij dat je je al spoedig in een verlaten woestijn waant. Enkele straaljagers vliegen luidruchtig over, terwijl op een flinke afstand enkele tanks zichtbaar zijn. Ook zonder dienstplichtigen blijft Defensie oefenen.

Negen kilometer van het Posthuys houdt de chauffeur op de grens van zand en water halt. De contouren van de vuurtoren van Texel zijn nog net zichtbaar. Het is op deze plek zo’n beetje het enige houvast. Afgezien van de inzittenden van de Vliehors Expres is er in de verste verte geen mens te bekennen. Even later gaat de tocht verder richting het witte reddingshuisje, dat na ruim honderd jaar nog steeds op z’n plek staat, maar z’n oude functie heeft verloren. Naast de deur wijst een roestig handje in de verte, naar een onduidelijke horizon. Zo wisten drenkelingen in welke richting ze het Posthuys moesten zoeken.

Paalhuisje

Over enige tijd kunnen bruidsparen op deze locaüe in de echt worden verbonden. Het kan niet gekker. Veel getuigen kunnen bruidegom en bruid naar verwachting niet meenemen, want het toch al kleine paalhuisje staat mudvol attributen, die ooit in deze contreien zijn aangespoeld en waaromheen soms fantastische verhalen zijn verzonnen. Wie denkt er nog aan dat in het nabijgelegen water mensen het leven lieten?

De tijd dringt. De chauffeur roept iedereen aan boord en draait de wagen. Hij kiest de richting van het roestige handje.

Vervolg op pagina 4.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Een eenzaam paalhuisje op Vlieland

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken