Bekijk het origineel

TUINPAD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

TUINPAD

4 minuten leestijd

Vanuit de stomp van een afgezaagde boomV ankwam heel nieuwsgierig een niet alledaagse vogelkop telkens tevoorschijn. Een uitgerekte nek en aan de kop een lange spitse snavel. Soms zat het dier tegen de stam aangedrukt, dan weer kroop hij boven in de uitgeholde stam. Veel vogels zijn de kunst niet meester om tegen een boomstam op te Idauteren. Boomkruipers en boomklevers zijn geroutineerde schorslopers. Maar van een van deze vogels was geen sprake. Wat gverbleef was de spechtenfamilie. De houding en het gedrag van de vogel wezen daar ook duidelijk op. De grote bonte specht was hier eerder wel eens gesignaleerd. Maar die was het niet, want er was geen rood, zwart of wit te ontdekken. De andere spechten zijn eveneens duidelijk gekleurd. Maar er is één spechtachtige die een grijsmet-bruine schutkleur heeft. Aangezien onze vogel deze kleuren vertoonde en daarbij lichte, gestreepte onderdelen had, ging het hier duidelijk om de draaihals.

De onverwachte nieuwe vogelwaarneming gaf ons zoals altijd een heel triomfantelijk gevoel. Rondom deze fraaie vogel fladderden nog diverse andere soorten vogels. Zo’ n’ met rust gelaten stukje vervallen bos is een ideale plaats om allerlei vogels te herbergen. Het winterkoninkje hipte gezellig in het vogelbosje rond.

De wirwar van takken in het dichte struikgewas is voor veel vogels natuurlijk een uitgelezen plek om een nest met’ jongen groot te brengen. Misschien worden hier ook wel koekoeksjongen grootgebracht. Deze vogel maakt vaak gebruik van de nesten van kleine vogels om er een ei in te deponeren. De koekoek is hier vaak te horen, maar hij laat zich niet gemakkelijk zien.

Vlakbij dit struweel zitten hoog in de nok onder het overstek van het huis verschillende nesten van huiszwaluwen. Ze zetelen al sinds jaren ‘s zomers op deze plek. Het mannetje en zijn wijfje maken van modderballetjes, verstevigd met plantvezels, een kwartbolvormig nest. Daarna legt het wijfje er vier tot vijf glanzend witte eieren in. Als de eieren uitgebroed zijn en de ouders met het voer komen aanvliegen, steken de gretige, gele snaveltjes van de jonge zwaluwen uit de opening aan de bovenkant van het nest. Bij het af- en aanvliegen valt menig uitwerpseltje naar beneden. Bij de voordeur ligt dan ook een wit met zwart gekleurd tapijt. Andere witzwartcombinaties vinden we op de oprijlaan. Maar dan is het van de witte kwikstaarten die zich daar ophouden. Druk lopen ze heen en weer met hun voortdurend bewegende staart.

De ransuil is terug van weggeweest. . Na een afwezigheid van een paar sei- ;S zoenen is het stel prachtige uilen opnieuw gesignaleerd. Ze hebben hun domicilie in de populieren. Door de opvallende, lange oorpluimen zijn ze duidelijk te onderscheiden van andere uilen. Overdag rusten ze onder dicht gebladerte of vlak langs de stam op een zijtak. Bij onraad rekken ze zich zo lang mogelijk uit om zo min mogelijk op te vallen. Er zijn hier al verscheidene nesten grootgebracht. De jonge uilen zijn grote witte donsballen die hun aanwezigheid verraden door het typische, keffende geluid.

De populieren staan als windvangers aan het eind van het erf. Daarachter bevinden zich de uitgestrekte akkers waar fazanten, patrijzen en eenden hun leefgebied hebben. In het open veld is vaak de veldleeuwerik te horen. Hij schuwt iedere boom of struik. Bij mooi, zonnig weer zijn ze op huii best. Vooral dan zoeken ze het hogerop. Met zijn gevingerde vleugels slaat het mannetje zich bijna rechtstandig de lucht in, de kop in de wind. Dan blijft hij als een stilstaand stipje in de lucht hangen. „ Van daaruit is zijn jubelende zang minuten achtereen te horen. Dan daalt de vogel weer, maar blijft doorzingen tot hij bij de grond is. Daar neemt hij op zijn tijd een lekker stofbad, zoals de mussen dat ook dikwijls doen..

Langs de slootkanten ontwaarden we regelmatig een roerloos naar voedsel turende reiger. In de vlucht is deze grote vogel een opvallende verschijning. Door zijn ingetrokken kop steekt zijn hoekig borstbeen spits naar voren. De poten lang uitgestrekt tot ver voorbij de staart klapwiekt hij traag over akkers en sloten op zoek naar een visstek. Dit alles vonden we niet in onze eigen (bos)tuin, maar in een prachtig stukje natuur rondom de ouderlijke boerderij. Gewapend met de verrekijker valt hier nog menig uurtje „zoet te brengen”. Marlies

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

TUINPAD

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken