Bekijk het origineel

Tuinsteden zijn aan vernieuwing toe

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Tuinsteden zijn aan vernieuwing toe

Amsterdams stadsbestuur wil karakter van naoorlogse uitbreidingen handhaven

4 minuten leestijd

De grote naoorlogse woonwijken zijn zorgenkinderen geworden. De woningen zijn er te klein, de problemen te groot. Vernieuwingsoperaties moeten voorkomen dat de wijken door verpaupering te gronde gaan. De Westelijke Tuinsteden van Amsterdam zijn er een voorbeeld van.

De Amsterdamse tuinsteden zijn voor het overgrote deel onder ongunstige omstandigheden gebouwd. Vanwege de woningnood moest er in snel tempo gebouwd worden, en dat ondanks het gebrek aan geld en bouwmaterialen. Geen wonder dat deze wijken eerder aan een opkalefaterbeurt toe zijn dan de stadsuitbreidingen uit de vorige eeuw (De Pijp, de Kinker- en de Staatsliedenbuurt, de Dapper- en de Indische buurt).

Voor de oplossing van de naoorlogse woningschaarste waren er twee mogelijkheden: een nieuwe stad maken of de bestaande plaatsen via het vinger- of lobbenstadmodel uitbreiden. Het eerste model was rond de laatste eeuwwisseling populair, maar in de jaren twintig had het vinger- of lobbenstadmodel steeds meer bijval gekregen. In dit model worden de uitbreidingen als gespreide vingers aan de bestaande stad gehecht.

Vingers en lobben

In Amsterdam werd in de jaren twintig het ene na het andere plan ontworpen en verworpen. De Mokumers dachten op de lange termijn en ze hielden in 1939 al een lezing over “Amsterdam in het jaar 2000".

Uiteindelijk werden de tuinsteden gedeeltelijk gerealiseerd op basis van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) van 1935, dat uitging van het vinger- of lobbenstadmodel. De hoofdstad kreeg in het westen twee lange ‘vingers’ aan weerszijden van de uitgestrekte Sloterdijkermeerpolder. Het plan werd door de dienst stadsontwikkeling samen met de architecten C. van Eesteren en Th. K. van Lohuizen opgezet.

Het AUP had een voorbeeldfunctie die zich tot ver over de landsgrenzen uitstrekte. De ontwerpers van toen streefden naar een open bebouwingswijze met veel groen. Dit tuinstadidee was ontwikkeld door Ebenezer Howard. Functies als wonen, werken, recreatie en verkeer werden strikt van elkaar gescheiden. De woonblokken werden achter elkaar geplaatst, zodat elke woning evenveel daglicht zou krijgen.

Wijzigingen

Het AUP omvatte grote uitbreidingen naar het westen (Bos en Lommer, Slotermeer, Slotervaart, Geuzenveld, Osdorp en Overtoomseveld), het zuiden (Buitenveldert) en het noorden. Het plan werd groten deels pas na de oorlog Uitgevoerd. Toen de bouw van de tuinsteden op gang kwam, werd het gebied minder opgehoogd dan voor de oorlog gepland was. Enkele groenstroken die in het AUP waren opgenomen om de woonwijken van elkaar gescheiden te houden, werden nu toch bebouwd.

Toch werden de tuinsteden op een voor Amsterdam ongekend ruime manier opgezet. De naam “tuinstad” verwees naar het vele openbare groen, dat overigens vaak slechts uit uitgestrekte grasvelden bestond, terwijl struiken de wat minder fraaie hoeken van de bebouwing aan het oog moesten onttrekken.

De nieuwe huizen waren van minimale afmetingen en hadden meestal geen centrale verwarming. Er woonden veel jonge gezinnen. Momenteel is het kleine formaat van de woningen een van de problemen waarmee de vroeg-naoorlogse wijken te kampen hebben. De tuinsteden worden nu aangepakt om te voorkomen dat ze verpauperen en dat iedereen zo veel mogelijk wegtrekt naar aangrenzende nieuwe wijken. Ook het beheer van de grote hoeveelheid openbare ruimte baart zorgen. Mede door de inspanningen van de onlangs opgeheven stichting “Van na de oorlog” kwam de rijksoverheid tot het inzicht dat financiële ondersteuning van de aanpak van deze wijken onmisbaar is. Het Amsterdamse stadsbestuur wil overigens dat bij alle vernieuwingen het tuinstadkarakter gehandhaafd blijft.

Expositie

In het Amsterdams Historisch Museum (Nieuwezijds Voorburgwal 357/Kalverstraat 92) is tot 24 augustus een bescheiden tentoonstelling, “De Amsterdamse Westelijke Tuinsteden - Een nieuwe toekomst voor een historisch plan", te bezichtigen. Deze expositie bestaat uit drie delen: het eerste geeft een indruk van de plannen voor de tuinsteden zoals neergelegd in het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935, in het tweede komt de geschiedenis van de bouw van deze tuinsteden aan de orde, het laatste en grootste deel gaat in op de plannen voor en de discussies over de huidige stadsvernieuwing in dit deel van Amsterdam. Foto’s laten er zien hoe flatgebouwen vernieuwd en soms ook uitgebreid zijn. Ook de tussenliggende groenstroken worden aangepakt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Tuinsteden zijn aan vernieuwing toe

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken