Bekijk het origineel

Geen sporen van geweld meer te zien

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Geen sporen van geweld meer te zien

Egypte lijkt moslimextremisten met harde aanpak te hebben beteugeld

7 minuten leestijd

AZBIT EL-IQBAT(AP) - Op de muren van de lemen huizen zijn nog steeds sporen van bloed te zien. Ook de kogelgaten zijn er nog. Maar verder zijn in dit dorp in een verlaten uithoek van de Nijlvallei geen sporen van geweld meer te bespeuren. De vrees dat er een herhaling plaatsvindt van het bloedbad van vorig jaar, waarbij moslimextremisten in een bliksemactie acht dorpelingen doodschoten, lijkt ongegrond. Hier in Azbit el-Iqbat is een einde gekomen aan het geweld van de extremistische moslimfundamentalisten. Voorlopig althans.

Iedere middag trekt een kleine colonne -een blauwe pantserwagen en twee vrachtwagens met militairen- door de nauwe straten van het christelijke dorpje en de omliggende maïs- en tarwevelden om de 3000 inwoners en het enige kerkje van Azbit el-Iqbat te beschermen. „Zolang de overheid hier is, voelt het dorp zich veilig”, zegt de met een antiek geweer uitgeruste Zahi Shehata, een wachthoudend lid van de dorpsmilitie.

Het lijkt erop dat Egypte” als enig Arabisch land erin slaagt de moslimoppositie, zowel de gewelddadige als de meer vreedzame, aan banden te leggen. Militante moslims die ooit aan de winnende hand waren, zijn nu in de verdediging gedrongen. Behalve door het doeltreffende optreden van de overheid zijn ze ook verzwakt door onderlinge twisten. De ontwikkelingen in Egypte staan in schril contrast met die in Algerije, waar de extremisten alleen maar wreder en moordlustiger zijn geworden.

Balans

De strijd tegen het moslimextremisme heeft echter ook zijn tol geëist. De mensenrechten en de democratie schoten erbij in. De vraag is nu of er democratische hervormingen kunnen worden doorgevoerd waarbij de eeuwenoude stroming van orthodoxe moslims kan worden ingepast in het politieke establishment. „Daarmee lopen we echt achter”, zegt Saad Eddin Ibrahim, hoofd van een onderzoekscentrum in Cairo. „Als de regering het niet op tijd doet, dan verwacht ik dat het veel erger wordt”.

In totaal vonden bij de opstand in Egypte meer dan UGO politiemannen, militairen, moslimextremisten en burgers de dood. Ter vergelijking: bij de eveneens vijfjaar oude opstand in Algerije kwamen ruim 60.000 mensen om, vaak bij bloedige moordpartijen. In de strijd tegen het Egyptische moslimextremisme werden duizenden mensen opgepakt. De toeristische industrie leed een schade van honderden miljoenen guldens.

Op het hoogtepunt van de opstand vermoordden de moshmextremisten de parlementsvoorzitter en probeerden ze de premier en de ministers van informatie en binnenlandse zaken van het leven te beroven. In 1995 was president Hosni Moebarak zelf het doelwit toen hij met zijn gevolg door de straten van de Ethiopische hoofdstad Addis Abeba reed.

Zuiveringen

De extremisten pleegden in heel Egypte bomaanslagen op banken, vielen bussen en treinen aan die toeristen vervoerden en waren bijna dagelijks, vooral in het zuiden, verwikkeld in vuurgevechten met de veiligheidstroepen. Net als de moslimopstandelingen elders wilden de extremisten in Egypte een islamitische staat vestigen. De regering vocht met een zekere wanhoop terug, de verbeten strijd in Algerije in gedachten. De hele mammoetbureaucratie van het land werd ingezet om het extremistische fundamentalisme te onderdrukken en intimideren.

Het ministerie van onderwijs zuiverde de 16.000 scholen van leraren die ervan werden verdacht onderwijs op religieuze grondslag te geven. Op zeker moment pochte minister van onderwijs Hussein Kamal Baha dat hij al 1000 leerkrachten had ontslagen en dat 10.000 andere docenten hetzelfde lot wachtte.

Eenzelfde campagne werd gelanceerd tegen de 55.000 particuliere moskeeën in het land, ooit een voedingsbodem voor het moshmactivisme, van de niet gewelddadige Broederschap tot de verschillende terreurgroepen. In het jaar 2000, zo stelde de regering, zou de staat zeggenschap hebben over elke moskee in het land. Tot nu toe zijn al vergunningen verstrekt aan geestelijken van 10.000 moskeeën die voorheen vrij waren van staatsbemoeienis.

Verdeeld

Het meest effectief in de strijd tegen het moslimextremisme was echter het niets ontziende optreden van de veiligheidstroepen in het zuiden. Duizenden mensen werden hier opgepakt; huizen waar extremisten zich hadden schuilgehouden werden met bulldozers tegen de vlakte geduwd en voor hele dorpen wei-den uitgaansverboden afgekondigd. Volgens mensenrechtenorganisaties namen de autoriteiten vaak hun toevlucht tot marteling om van verdachten bekentenissen los te krijgen.

Nu breekt er slechts sporadisch geweld uit in dorpen als Azbit el-Iqbat, waar de akkers van elkaar worden gescheiden door aarden wallen en door middel van irrigatiekanaaltjes met Nijlwater worden bevloeid. Dit jaar zijn in heel het land tot dusver ‘slechts’ 67 mensen bij gewapende confrontaties om het leven gekomen, vergeleken met 167 vorig jaar en 360 in 1995, het bloedigste jaar in de opstand.

De militante moslims zijn verdeeld over de strategie die ze verder moeten volgen. Tijdens een proces voor een militair tribunaal riep een van de aangeklaagden namens gevangenzittende leiders van organisaties zoals de Islamitische Groep en Heilige Oorlog op de strijd binnen en buiten het land te staken en te stoppen met het uitgeven van communiqués waarin fanatieke moslims worden opgezweept tot geweld.

In ballingschap levende moslimleiders noemden de oproep nep. In verklaringen in Arabischtalige kranten stelden ze dat de strijd tegen de wereldlijke regering van Egypte juist door zou gaan.

Aderlating

Hoe het ook zij, volgens waarnemers duidt de oproep erop dat de militante beweging zwaWcer is dan ooit sinds het begin van de opstand in 1992. „Ze worden belegerd”, zegt de vooraanstaande mensenrechtenactivist Hisham Moebarak. „Vele van hun leden zitten gevangen, zijn gedood of gevlucht”.

Ook de meest gerespecteerde leiders van de niet gewelddadige Moslimbroederschap zitten gevangen. Ooit stond deze organisatie zo in aanzien dat Amerikaanse diplomaten belet vroegen op haar hoofdkantoor in het centrum van Cairo. De Moslimbroederschap werd een zware slag toegebracht met de veroordeling van 61 vooraanstaande leden tot maximaal vijfjaar dwangarbeid. De processen waarop dit gebeurde werden door Amnesty International scherp veroordeeld.

Na deze aderlating splitsten jongere leden zich af om een politieke partij te stichten. Tientallen prominente leden zijn inmiddels naar de kersverse Centrumpartij overgelopen - een enorme vernedering voor de broederschap, die sinds haar oprichting in 1928 prat ging op haar interne discipline.

In grote lijnen wordt de verhouding tussen kerk en staat in Egypte weerspiegeld in de geschiedenis van de Moslimbroederschap, waarin periodes van bloei werden afgewisseld door keiharde onderdrukking.

Misschien hebben de autoriteiten slechts een enkele slag gewonnen, maar is de oorlog nog onbeshst. „Het is een tijdelijke oplossing, geen definitieve”, zegt Abul-Ela Maadi, een van de oprichters van de Centrumpartij. „Deze atmosfeer is onverdraaglijk en niet gezond”.

Hervormingen

Maadi en andere leden van de Centrumpartij vinden dat er nu democratische hervormingen moeten worden doorgevoerd, opdat de moshmoppositie kan deelnemen aan het politieke leven. Dat scenario is succesvol gebleken in andere landen zoals Jordanië en Jemen.

President Moebarak heeft democratische hervormingen echter niet hoog op zijn agenda staan. Eerder tijdens zijn zeventien jaar durende bewind leek hij bereid de oppositie eenzelfde kans te geven op het politieke toneel. Dit leidde er in 1987 toe dat de oppositie een derde van de 444 parlementszetels veroverde, hetgeen nooit eerder was vertoond. In 1995 werd het aantal zetels voor de oppositie weer teruggebracht tot slechts veertien, bij verkiezingen die zelfs volgens de quasi-democratische maatstaven in de Arabische wereld een schijnvertoning waren.

„De wegen naar de macht zijn geblokkeerd”, zegt de in Londen wonende Midden-Oosten-deskundige Ibrahim Karawan. Volgens waarnemers zullen er altijd, onder- of bovengronds, islamitische stromingen zijn in Egypte. De definitieve oplossing van het conflict hangt af van de vraag of de regering vreedzame elementen binnen de beweging omarmt. Als dat niet gebeurt, zo waarschuwt Ibrahim, „dan plavei je echt de weg voor de volgende generatie extremisten”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Geen sporen van geweld meer te zien

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken