Bekijk het origineel

De Grote Krokodil spreekt

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De Grote Krokodil spreekt

Zuid-Afrika’s ex-president Botha blikt terug op zijn carrière

13 minuten leestijd

Bijna acht jaar na zijn terugtreden blikt de voormalige Zuid-Afrikaanse president Pieter W. Botha (”PW”) terug op zijn lange politieke loopbaan. Hij doet dat via het boek “Stem uit die Wilderness”, met daarin onthullingen over PW’s botsingen met zijn uiteindelijke opvolger, Frederik W. de Klerk.

Oorspronkelijk zou het boek van PW Botha al vier jaar geleden zijn verschenen. Uitgelekte passages over de ‘rechtse’ De Klerk vertraagden de uitgave. De Klerk wenste een meer volledige weergave van de gewraakte passages. PW weigerde hieraan toe te geven. Ander probleem is de omvang van het werk: ruim 1200 bladzijden. Pas na reductie tot de uiteindelijke 458 pagina’s wilde een kleine uitgever het boek op de markt brengen.

“Stem uit die Wilderness” is PW’s inbreng in de Waarheids- en Verzoeningscommissie, die onder leiding staat van de vroegere aartsbisschop Desmond Tutu. Officieel gaat het om een biografie. De schrijver is dr. Daan Prinsloo, een vroegere medewerker van de ex-president. Anderzijds, zo staat in de inleiding, heeft Botha een groot aandeel in de realisatie van het boek en is het grotendeels vanuit zijn perspectief geschreven. De naam “Wilderness” uit de titel verwijst naar het gebied waar Botha tegenwoordig in de Noordkaap woont.

Protégé

De Botha-familie is de grootste en tevens een van de oudste Afrikaanstalige bevolkingsgroepen in ZuidAfrika. De naam Botha is afkomstig van de Duitse immigrant Friedrich Both. Omdat Both uit Gotha kwam, is de naam waarschijnlijk later in Botha veranderd. Botha is een nazaat van deze Duitser, evenals de bekende Boerenleider generaal Louis Botha.

Pieter Willem Botha komt ter wereld op 12 januari 1916, in de plaats Telegraaf in Oranje-Vrijstaat. Al op jonge leeftijd raakt hij betrokken bij de politiek. Op negentienjarige leeftijd noemt zijn Engelse leraar hem bij zijn initialen: PW. Hij komt er nooit meer vanaf. In 1935 ontmoet Botha dr. D. F. Malan, leider van de dan nog oppositionele Nationale Partij. Spoedig geeft hij zijn studie op en gaat volledig in de politiek. In de aanloop naar de Tweede Wereldoorlog sluit PW zich aan bij de radicale Ossewa-Brandwag. Begin 1941 zegt hij deze beweging echter weer vaarwel: „Als er niet een sterk christelijk-nationale grondslag is, bestaat het gevaar dat Afrikaanders gaan heulen met ideologieën” als fascisme en nationaal-socialisme”.

Op 13 maart 1943 trouwt PW met de onlangs overleden Elize Rossouw, door vrienden liefkozend “Tannic Elize” genoemd. Tijdens de onverwachte verkiezingsoverwinning van de Nationale Partij in 1948 komt Botha in het parlement. Hij wordt gezien als een protégé van dr. D. F. Malan, de nieuwe premier, die „afzonderlijke ontwikkeling” van de diverse bevolkingsgroepen doorvoert. Dit beleid staat beter bekend onder de naam “apartheid”. Vijfjaar later kondigt Malan zijn aftreden aan. Botha ondersteunt tijdens de partijverkiezingen niet de uiteindelijke winnaar, J. G. Strydom. Het remt een snelle politieke bevordering.

Organisme

In 1957 volgt een conflict met dr. H. F. Verwoerd, toen nog geen premier, over strengere apartheid in de kerken. „Een aantasting van het beginsel van vrije aanbidding”, meent Botha. Het meningsverschil leidt niet tot politieke problemen als Verwoerd in 1958 Strydom na diens plotselinge dood opvolgt. PW wordt opgenomen in het nieuwe kabinet als adjunct-minister van binnenlandse zaken met speciale verantwoordelijkheid voor kleurlingenzaken. In die hoedanigheid weigert Botha een thuisland voor kleurlingen te scheppen, zoals dat wel gebeurt voor de verschillende zwarte bevolkings-’ groepen. PW windt zich in die tijd, zonder er overigens veel aan te doen, regelmatig op over de ingewikkeldheid van de verschillende apartheidswetten; „Er zijn maar weinig mensen die een goed inzicht in de wetten hebben - vermoedelijk alleen de Schepper en de man die de wetten heeft geschreven!”

Botha botst verschillende keren met de radicale politiek van Verwoerd, vooral ten opzichte van Indiërs en kleurlingen. Telkens trekt hij echter aan het kortste eind, waarna hij politicus genoeg is om rustig op zijn post te blijven zitten. „Als goed partijman berustte ik in het standpunt van de leider”, zou hij later zeggen. Wel zegt PW in 1961: „Een staat is een levendig organisme dat moet inspelen op nieuwe ontwikkelingen”. In datzelfde jaar volgt de benoeming tot minister van kleurlingenzaken, gemeenschapsopbouw en behuizing. Vijf jaar later wordt hij minister van defensie.

Diep wantrouwen

Inmiddels groeit in Zuid-Afrika het verzet tegen de apartheid, gecombineerd met toenemende isolatie door het buitenland. In 1966 doodt een dienstbode Verwoerd met een mes. Geruchten circuleren over een mogelijke kandidatuur van PW. Hij weigert en ondersteunt John Vorster, die inderdaad tot nieuwe premier wordt gekozen. Vrijwel gelijktijdig valt een groep Swapo-leden het huidige Namibië aan. In die dagen legt Botha de grondslag voor de niet-conventionele oorlogvoering tegen de Swapo en later ook tegen het ANC.

De Nationale Partij raakt in toenemende mate verdeeld over de te nemen stappen. Vorster meent dat de partij daarentegen „een sterke eenheid” vormt en geeft de pers de schuld van de verhalen. Toch stapt in 1969 een kleine groep conservatieven onder leiding van Jaap Marais uit de Nationale Partij. In het begin van de jaren zeventig ontwikkelt Botha als defensieminister de begrippen “totale aanslag”, “totale strategie” en “totaal verweer” als reactie op het „communistische gevaar”. Dat leidt er onder meer toe dat Zuid-Afrika in 1975 Angola binnenvalt om daar de pro-westerse partijen FNLA en Unita aan de macht te helpen.

Volgens het boek gebeurt dat op verzoek van de toenmalige president van Zambia, Kenneth Kaunda, en de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, dr. Hemy Kissinger. Het doek voor het Zuid-Afrikaanse optreden valt als de Amerikaanse Senaat in december besluit geheime hulp aan de pro-westerse strijdkrachten te verbieden. Kissinger distanti- eert zich onmiddellijk in het openbaar van de Zuid-Afrikaanse activiteiten. Botha zal de Amerikanen vanaf dat moment nooit meer op hun woord vertrouwen en hij ontwikkelt een diep wantrouwen ten opzichte van de „opportunistische” Amerikaanse politiek.

Schandaal

In augustus 1978 wordt premier Vorster na een hartaanval in het ziekenhuis opgenomen. Ruim een maand daarna treedt hij af. De opvolgingsstrijd gaat tussen Connie Mulder, op dat moment minister van binnenlandse zaken en Botha. In dezelfde tijd speelt ook het zogenoemde “inlichtingenschandaal”, waarbij miljoenen randen zijn doorgesluisd naar geheime projecten. Mulder was als minister nauw betrokken bij het schandaal. Botha wint mede hierdoor de verkiezingen en wordt op 28 september 1978 gekozen als nieuwe premier. Hij belooft de „handhaving en ontwikkeling van een eerlijke openbare regering en een positief beleid om de verhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen te verbeteren”.

PW raakt echter direct in de problemen als het inlichtingenschandaal blijft voortsudderen. Steeds meer onthullingen komen naar buiten en Botha lijkt de zaak eerder in de doofpot te willen stoppen dan het tot de bodem uit te zoeken. Uiteindelijk is hij genoodzaakt om Connie Mulder als minister te laten vallen. Zijn opvolger als leider van Transvaal wordt Andries Treurnicht. Het schandaal leidt ook tot het aftreden van Vorster, die na zijn aftreden tot president is benoemd. Het gevolg is een breuk tussen Vorster en Botha. Vorster verdedigt later de standpunten van de Conservatieve Partij.

Productiever

Botha gaat aanvankelijk voortvarend van start. Hij schaft enkele apartheidswetten af en benoemt in 1982 Chris Heunis als minister van staatkundige ontwikkeling en beplanning. Volgens Leon Wessels, minister van behuizing in de laatste blanke regering, was Heunis een bron van inspiratie voor de hervormingsgezinden en gaf hij altijd ruimte voor debat: „Een raadsel dat na de ingrijpende hervormingen als gevolg van 2 februari 1990 -de dag van de “ontbanning” van het ANC en de vrijlating van Mandela- geen behoorlijke erkenning is gegeven voor de sleutelrol die Chris Heunis in deze vroege dagen speelde”.

Hoe het ook zij, Heunis wordt een naaste vertrouweling van Botha op weg naar voorzichtige hervormingen. Als Botha naar een „gezonde machtsdeling” met kleurlingen en Indiërs streeft, komt hij in botsing met de conservatieve tak in zijn partij onder leiding van Andries Treurnicht. Zij beschuldigen Botha ervan „de rug naar zijn voorgangers te keren”. Treurnicht schrijft later in zijn boek “Noodlottige Hervorming” dat hij steun kreeg van De Klerk, Gerrit Viljoen en Ferdi Hartzenberg, de huidige leider van de Conservatieve Partij. Begin 1982 komt het tot een uitbarstirig. De Klerk roept op de partijdiscipline te handhaven en probeert een verzoening tussen de beide kemphanen tot stand te brengen.

De bemiddelingspoging van De Klerk mag niet baten en Treurnicht stapt met enkele volgelingen uit de partij en richt de Conservatieve Partij op. Inmiddels’krijgt PW steeds meer te maken met binnenlandse en buitenlandse problemen. In 1984 wordt het United Democratie Front opgericht, een interne partij die wordt beschouwd als frontorganisatie van het ANC. Ook nemen de boycotmaatregelen door het buitenland toe. Botha stelt Zuid-Afrika voor de keuze: „Adapt dr die”.

Anderzijds neemt de rol van het leger toe en worden regelmatig militaire aanvallen in buurlanden uitgevoerd. Ook speelt nog de onafhankelijkheid van Namibië. Zuid-Afrika wil niet uit dat land vertrekken voordat de Cubanen Angola verlaten. Opmerkelijk positief is Botha in het boek over de houding van dr. Perez de Cuellar, destijds secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Zijn bezoek aan Kaapstad in 1982 wordt als „positiever en productiever” beschouwd dan dat van zijn voorgangers. Het versnelt het onafhankelijkheidsproces van Namibië.

Inzet

Op 3 september 1984 treedt een nieuwe grondwet in werking. Botha wordt president. Zuid-Afrika heeft op dat moment een driekamerparlement, één voor de blanken, één voor de kleurlingen en één voor de Indiërs. Botha wil verder en geeft een kabinetscomité opdracht een nieuwe koers uit te stippelen. Hierin ontstaat spoedig grote verdeeldheid, met aan de ene kant de “verligtes” zoals Pik Botha en Heunis en aan de andere kant de “verkramptes”, waaronder F. W. de Klerk.

De onenigheid heeft tot gevolg dat de “Rubicon-toespraak” in 1985 niet de verwachte grote hervormingssprong in het vooruitzicht stelt. Er worden weliswaar stappen genomen, maar te weinig en te laat. De wereld reageert teleurgesteld en stelt ZuidAfrika nieuwe sancties in het vooruitzicht.

PW beschuldigt in het boek vooral de toenmalige minister van buitenlandse zaken Pik Botha ervan via een uitgebreide mediacampagne te hoge verwachtingen van de toespraak te hebben geschapen. Pik beweert later een meer hervormingsgezinde eerste versie van de toespraak voor PW te hebben geschreven. De oud-president ontkent deze uitleg en meent dat Pik slechts een van de ministers was die een inbreng mochten leveren, waarna hijzelf de eindversie van de toespraak schreef. Na de toespraak wordt driftig gespeculeerd dat Botha moe is en wil aftreden. Hij ontkent. Aartsbisschop Tutu meent ondertussen dat Botha „de moed voor verdere hervormingen heeft verloren”.

Aanslagen

De vroegere Amerikaanse staatssecretaris voor Afrika Chester Crocker beschouwt de Botha tot 1986 als de meest hervormingsgezinde leider van Zuid-Afrika na 1948. „Zijn regering introduceerde een aantal ingrij pende hervormingen en schafte’ een aantal wetten af, wat de levensstan- daard van veel zwarten aanzienlijk verbeterde”, aldus Crocker. Vanaf 1985/1986 lijkt de president zich echter steeds meer te concentreren op het bestrijden van de opstand, die zich inmiddels steeds verder uitbreidt in Zuid-Afrika. Op 12 juni 1986 kondigt hij de noodtoestand aan. PW ontwikkelt zich steeds meer tot een autoritaire leider, die zijn eigen kabinetsleden vaak op botte wijze tot tranen drijft. Het levert hem de bijnaam de “Grote Kjokodil” op.

In 1986 richt Botha een comité op dat zich gaat wijden aan het bestrijden van „binnenlandse onlusten en terrorisme”. Deze groep komt onder beheer van de minister van binnenlandse veiligheid Adriaan Vlok en wordt in het boek veelbetekenend “Derde Macht” genoemd. Verdere noemenswaardigheden staan er vreemd genoeg niet te lezen over de-’ ze speciale eenheid. Vlok vertelde onlangs als eerste oud-minister aan de Waarheidscommissie hoe de regering aanslagen op antiapartheidsgezinde doelwitten plande. Botha zou voor verschillende van deze acties zelf opdracht hebben gegeven. In het boek valt hierover niets te lezen. Botha’s opvolger De Klerk meent overigens evenmin iets van zulke acties af te weten. Ook dat komt voor veel Zuid-Afrikaners ietwat ongeloofwaardig over.

Verzoening

Intussen laaien de meningsverschillen over de te volgen koers binnen de Nasionale Party weer hoog op. Pik Botha vertelt begin 1986 dat hij best onder een zwarte president zou kunnen dienen. Later zegt Pik dat hij zijn woorden onder druk terugnam. “Stem uit de Wildemess” geeft een andere versie. Het is juist De Klerk die de president met opstappen dreigt indien hij tegen Pik geen maatregelen neemt. Overigens meldde Pik volgens het boek in die tijd als minister op te stappen wanneer De Klerk ooit president zou worden. Hoe anders verloopt het in 1989, als Botha na een beroerte halverwege het jaar als president onder druk van zijn eigen ministers opstapt en De Klerk hem opvolgt. Pik blijft gewoon minister van buitenlandse zaken. In het boek staat dat Pik onder Amerikaanse diplomaten destijds bekend stond als de “Machiavelli van de Zuid-Afrikaanse politiek”.

Het is overigens De Klerk die het voortouw neemt om PW te laten aftreden. Botha zal het FW nooit vergeven. Enkele maanden later ontpopt De Klerk zich als de man die datgene durft te doen wat zijn voorgangers nooit wilden of nooit aandurfden: Mandela vrijlaten, het ANC toelaten en de eerste vrije verkiezingen organiseren. De Klerk verdient er onder meer de Nobelprijs voor de vrede voor.

Maar het was Botha die enkele jaren voor zijn uittreden een taakgroep oprichtte om gesprekken aan te gaan met Mandela. PW ontmoet Mandela op 5 juli 1989. De huidige ZuidAfrikaanse president zegt daarbij dat hij de Afrikaanders in de gevangenis beter heeft leren kennen en belooft zodra hij wordt vrijgelaten een gunstig onderhandeUngsklimaat te scheppen. Opmerkelijk is dat hoewel Botha diverse keren De Klerk aanvalt over zijn hervormingsgezinde politiek, Mandela altijd contact blijft onderhouden met Botha. Twee jaar terug zei Mandela, na weer eens een bezoek aan PW: „Wij samen hebben het proces van verzoening in dit land gestart”.

Hervormingsbal

Na zijn terugtreden vertrekt Botha naar zijn huis aan de Noordkaap. De Klerk weigert hij tegenwoordig nog te ontvangen. PW ziet hem als de man die telkens op de rem trapt als Heunis de staatkundige hervormingen wil versnellen. Toch is dat maar een deel van het verhaal. Botha trekt zich vanaf 1986 steeds meer terug achter de rug van zijn zogenoemde ‘securocraten’. Juist in die periode tot zijn uitpindelijke presidentschap komt De Klerk tot het inzicht dat alleen ingrijpende veranderingen ZuidAfrika van een totale oorlog kunnen weerhouden. En gelijk had hij. Uiteraard werd hij geholpen door de frisse wind die met het aantreden van Gorbatsjov vanuit het Oostblok was gaan waaien.

In zes jaar tijd verandert De Klerk Zuid-Afrika van een land gedomineerd door blanken in één met voor iedereen gelijke rechten. De rol van Botha om de hervormingsbal aan het rollen te krijgen, mag niet worden onderschat. Anderzijds miste hij de visie en de wil om verder te gaan. Hij stopte aan de Rubicon.

N.a.v. “Stem uit die Wilderness - ‘n biografie oor oud-president Botha”; door dr. Daan Prinsloo; Vaandel-uitgevers, Zuid-Afrika,, 1997; ISBN O 9584061 6 2458 blz.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De Grote Krokodil spreekt

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken