Bekijk het origineel

HUISRAAD

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

HUISRAAD

4 minuten leestijd

Fleurig (I)

Niet iedereen houdt van deze verwennerij, maar een beetje tuinliefhebber moet er de meeste zomers aan geloven: sproeien. Hoewel het weerbeeld in Nederland volgens beroepsklagers de meeste dagen van het jaar nat en guur is, kunnen onze tuinen jaarlijks miljoenen liters vocht aan.

De meeste mensen kennen het verhaal wel: „Jan, het gras ligt op apegapen, ga eens snel sproeien". En dan begint de operatie voor Jan. Slang aansluiten en uitrollen, sproeikop(pen) op het gazon plaatsen, weer terug naar de kraan om die open te draaien en dan als een haas richting tuin in de hoop dat de kunstmatige regenbui alleen op die plaats belandt waar Jan ‘m wil hebben.

In het gunstigste geval bereiken de waterstralen de stoep. Pakt het inschatten van de juiste plaats voor de sproeier iets minder goed uit, dan lopen bijvoorbeeld de pas gezeemde ramen of de was die net droog is grote kans op een niet gepland spetterfeest. En Jan mag blij zijn dat hij de kleren droog houdt bij de operatie. Kortom, dat ene kleine onderdeeltje van wat tuinieren heet, sproeien dus, is een heel gedoe.

Verschillende leveranciers op de tuin- en decoratiebeurs Fleurig ‘97 op het Edese landgoed Kemhem boden de oplossing voor alle sproeiproblemen: een beregeningsinstallatie. En het moet gezegd worden: het is een lust om vanuit de luie stoel naar te kijken. Een buizenstelsel onder de grond met op strategische plaatsen een sproeier en een regenautomaat nemen een hoop werk uit handen.

De voordelen zijn legio. Na het instellen van de computer is zelfs een lange vakantie buitenshuis mogelijk omdat het ‘regengeheugen’ de hele machinerie keurig op tijd in werking stelt. Regent het dat het giet, dan vertelt een regensensor dat het wonder van techniek z’n gemak moet houden.

De sproeipunten in het gazon zijn een bezienswaardigheid op zich. Zodra er druk op de leiding wordt gezet, komen de sproeiers zo’n 7 centimeter naar boven en bevochtigen het hun toegemeten gebied. Draait Hendrik Jan de Tuinman de kraan dicht, dan verdwijnen de sproeikoppen tot ongeveer 2 centimeter onder het maaiveld. Makkelijk!

Volgens de leveranciers is de prijs -zo’n 5 gulden per vierkante meter tuin- geen obstakel. „Mensen hebben steeds meer over voor de tuin. Bedragen vanaf 10.000 gulden zijn geen uitzondering".

Fleurig (II)

Over geld gesproken. Er is inderdaad geen kunst aan om een modaal maandsalaris naar een tuincentrum te brengen. Trends zijn heel leuk, maar kosten geld. Koop je voor een paar tientjes wat eenjarig spul, voor de meer bijzondere en duurzamere soorten moet de knip al aanmerkelijk verder open.

En zit het beplantingsschema eenmaal in het hoofd, dan volgen de prakkesaties over de bestrating, want die doet het nu eenmaal zo leuk. Tegels zijn bekend. Maar alleen tegels zijn ook alleen maar tegels. Dus moet er een speels rond terras komen, het liefst met getrommelde Waaltjes, Flintstones, zeskantstenen en noem maar op. En wie het allemaal wat minder strak wil, kan aan de slag met natuursteen, ‘t Kost een paar mille, maar het oog wil ook wat en het is zonder meer prach tig.

Fleurig (III)

Wie zich stellig heeft voorgenomen eenhoekje te reserveren voor de kinderen, hoeft zich niet suf te piekeren over de inrichting daarvan. Op Fleurig ‘97 stonden zé pontificaal -heel slim- opgesteld: speeltoestellen.

Trampolines bijvoorbeeld. Kinderen leefden zich uit, ouders stonden erbij te lekkerbekken. Wie wil nou niet eens lekker door de lucht buitelen zonder het gevaar te lopen van een ritje in de ambulance.

Bijkomend voordeel is dat vijf minuten springen gelijk staat aan het calorieverbruik van een half uur zwemmen of een kwartier joggen, als we de folder mogen geloven. Gezien de verhitte gezichtjes op de tuinbeurs is trampolinespringen inderdaad een manier om van het luie zweet af te komen. De prijs: vanaf zo’n 1000 gulden.

Klauter-, klim- en glijtoestellen konden zich op Fleurig ‘97 ook verheugen in warme belangstelling. De basis wordt in veel gevallen gevormd door een speel toren. Daaraan kunnen allerhande accessoires worden gekoppeld: schommels, een glijbaan, touwladders, klimtouwen, een klimwand.

Ook hier geldt weer een variant op het gezegde dat wie.mooi wil zijn, pijn moet lijden. Voor een paar duizend gulden hebt u een speeltoestel van formaat in de tuin. Maar zet dat eens af tegen het aantal uren plezier van uw kinderen (en die van de buren). Echt, u hebt geen kind meer aan hen.

Redactie: L. Vogelaar

Bijdrage: H. de Boer

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

HUISRAAD

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 16 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken