Bekijk het origineel

Preken, maar zonder preektoon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Preken, maar zonder preektoon

„Voor mij is Ida Gerhardt onze grootste dichter in deze eeuw”

5 minuten leestijd

APELDOORN - Jda Gerhardt heeft in haar gedichten de kern van de grote momenten van het leven weten te verwoorden”, zegt dr. C. A. de Niet is, evenals Gerhardt dat was, zowel neerlandicus als classicus. „Ik weet me daarbij als christen aangesproken, maar niet omdat zij als christen spreekt Ze staat slechts in de christelijke traditie”. De dichteres overieed in de nacht van donderdag op vrijdag in Waensveld op 92-jarige leeftijd.

De Niet, docent aan het Van LodensteincoUege in Amersfoort, voelt zich in dezelfde eeuwenoude traditie als Ida Gerhardt staan, „zij het dan dat ik een heel wat bescheidener plaats inneem. Ik bewonder de moed waarmee zij tegen heersende meningen durfde in te gaan. Daarbij denk ik bijvoorbeeld aan “Anno domini 1982 I en II”, waarin ze vlijmscherp kritiek oefent op partnerruil en abortus”.

„Toch wilde ze zich niet als christendichter geafficheerd zien. Ik kan me haar weerzin ook wel enigszins voorstellen: christelijk dichterschap heeft al eerder de reactie opgeroepen: „Verlos ons van de preektoon. Heer”. Ida Gerhardt durfde best te preken, maar dan zónder preektoon. Ze is niet speciaal voor het christelijk volksdeel van betekenis, ze was universeler”.

Leerlingen

„Haar poëzie lees ik vaak in de klas. Leerlingen moeten weliswaar leren doordringen in de geslotenheid van haar gedichten, maar dat lukt ook als je moeite doet. Een aantal jaren geleden had ik een vierde klas die zo gegrepen was door haar gedichten, dat de leerlingen vroegen: Moeten we haar niet bedanken voor al het moois dat ze hééft geschreven? We hebben haar een kaart gestuurd en kregen zelfs een briefje terug, waarin ze schreef dat ze de leerlingen niet kende, maar ze in gedachten weer voor zich zag. Ze is zelf immers ook lerares geweest”.

„Voor mij is Ida Gerhardt de grootste dichter van de 20e eeuw in Nederland. Op moeilijke momenten grijp ik vaak naar haar “Verzamelde Gedichten”. Haar poëzie heeft een troostend vermogen”.

Tussenuur

Ook C. Bregman, docent Nederlands aan het Wartburg College in Rotterdam, heeft persoonlijk veel aan Ida Gerhardt te danken. „Toen ik 25 jaar bij het onderwijs was, zag ik er tegenop om verder te gaan als docent. Toen heeft het gedicht “Tussenuur” me geholpen om te zien: Dit is toch mijn taak, mijn opdracht”.

Voor de eenvoudige poëzie-lezende christen is Ida Gerhardt een onbekende dichteres, denkt Bregman. „Ik heb altijd weer leerlingen in de klas die haar gedichten heel mooi vinden, maar in het algemeen denk ik dat ze in de gereformeerde gezindte niet zo snel herkenning zal vinden. Haar gedichten zijn te moeilijk, te afstandelijk, ze zitten te vol symboliek”.

Vormvast

De literatuurcriticus Hans Werkman heeft de dichteres een aantal malen persoonlijk ontmoet. „Marie van der Zeyde, haar huisgenote, leefde toen nog. Dat was bijzonder, twee van die geleerde dames -ze waren allebei classicus in dat kale huis. In 1990 ben ik een dag met Ida op stap geweest. We hebbentoen uitvoerig gesproken over haar Ieven en werk en het resultaat daarvan i seen boekje dat over een paar weken bij uitgeverij De Prom verschijnt: “Uren uit het leven van Ida Gerhardt””.

Gerhardts mooiste gedicht vindt Werkman “Pasen”. „Dat gaat over een kindje dat op paasmorgen verrukt wijst naar zijn doopnaam, die in pas opgeko-men sterrenkers (tuinkers) geschreven staat. Ida Gerhardt vertelde me dat z idat kind was. Ze mocht er vroeger niet zijn -haar moeder was psychiatrischpatiënt en zij werd als klein kind uithuis geplaatst- maar hier geeft ze aandat ze er -op grond van Gods verbondtóch mocht zijn”.

Gerhardts poëzie vindt Werkmaii „zeer imposant en vormvast. Ze moest het aanvankelijk opnemen tegen de Vijftigers, maar kreeg later meer dan genoeg erkenning. Zelf vond ze dat erg laat, maar ze leed denk ik aan een soort waan dat ze te weinig werd gewaardeerd”.

Proefschrift

De dichter Lenze Bouwers wilde jaren geleden een boekje over Ida Gerhardt schrijven, had de nodige informatie verzameld en stuurde haar het een en ander toe. „Op zaterdagmiddag belde ze op: het ging niet door. Er moest over haar werk worden geschreven en niet over haar persoon. Haar leven stond in dienst van het woord en dat stond weer -denk ik- in dienst van God. Ze voelde wel dat ik teleurgesteld was en dus zei ze: „Ik heb ook wel eens zoiets gehad. Ik was met mijn proef-’ schrift bezig, toen ik ontdekte dat een ander me voor was. Ik heb een kopje koffie gedronken en ben met een nieuw proefschrift begonnen”.

„Ze was geobsedeerd door haar werk, dat is voor een kunstenaar opk goed. Als dichteres moet je haar denk ik zetten naast een dichter als Nijhoff Ik weet niet hoe christelijk haar werk is; het probleem is de manier waarop zij omgaat met de klassieken. Daardoor krijgt het humane te veel nadruk. Af en toe lijkt ze er moeite mee te hebben om van genade alleen te leven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Preken, maar zonder preektoon

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken