Bekijk het origineel

Motip overweegt na 30 jaar naar de beurs te gaan

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Motip overweegt na 30 jaar naar de beurs te gaan

Bedrijf dankt bekendheid aan aanstipbusjes om lak van de auto bij te werken

6 minuten leestijd

WOLVEGA - Voor het eerst in dertig jaar heeft Motip, producent en distributeur van verven en lakken, een jaarverslag gepubliceerd. Het familiebedrijf gunt de buitenwereld een kijkje in zijn financiële keuken. Een daad met een diepere achtergrond. Grootaandeelhouder en oprichter W. S. Post speelt met de gedachte zijn bedrijf naar de beurs te brengen.

In het Friese Wolvega doen machines de verf in de grote en Icleine spuitbussen. Er liomt haast geen mensenhand aan te pas. De productie nu staat in groot contrast met de beginjaren. „Met Icannetjes deden we de verf in de kleine potjes”, vertelt mevrouw Post. Zij en haar man begonnen dertig jaar geleden in de garage van de echtelijke woning in het Zuid-Hollandse Valkenburg. Terwijl de een op de kinderen paste, deed de ander het werk.

De reden om zich in de verf en lak te storten was een simpele: er moest brood op de plank komen. Post studeerde en had inmiddels een gezin. „Ik wilde een product verhandelen, het kon mij niet zo veel schelen welk”. Een strooptocht langs beurzen met een broer die een autospuiterij had, bracht Post op het idee om verf en lak in kleine hoeveelheden te verkopen. Heel wat Nederlanders kennen sindsdien Motip omdat zij de busjes gebruiken om kleine beschadigingen aan de lak van de auto bij te werken.

Toeleverancier

Via het industrieterrein van Valkenburg en Steenwijk komt het almaar groeiende bedrijf in 1992 in Wolvega terecht. Post koopt in datzelfde jaar De Beer, een fabrikant van autolakken en zijn belangrijkste toeleverancier. Na vijfjaar zijn „de twee bedrijven redelijk geïntegreerd, maar De Beer heeft wel een apart verkoopkanaal”.

De in Lelystad gevestigde lakfabriek zet haar producten voornamelijk af aan de professionele autoreparatiemarkt. Motip verkoopt haar verven en lakken vooral via het doe-het-zelfkanaal en de autoshops aan de gewone consument. Om niet helemaal van één product afhankelijk te zijn, distribueert Motip ook onderhoudsproducten voor auto’s zoals remreinigers. De beide bedrijven doen het een en ander samen. Zo hebben zij een autolak ontwikkeld die speciaal geschikt is om in spuitbussen (aerosols) te gebruiken. Binnenkort wordt de nieuwe vondst in productie genomen.

Motip onderscheidt zich volgens Post van zijn concurrenten door de grote verscheidenheid aan kleuren die het bedrijf in kleine verpakkingen op de markt brengt. „De kleuren van veel auto’s lijken op elkaar. Wij hebben 650 combinaties gemaakt, zodat wij met ons assortiment een grote markt kunnen bedienen. Dat maakt ons uniek”.

Marktaandeel

Hoe uniek blijkt wel als het om het marktaandeel gaat. In Nederland heeft de onderneming 70 procent van de markt. Op de Europese markt is Motip een van de grotere spelers. Als het om de wereldmarkt gaat moet Post vaststellen dat zijn bedrijf slechts 0,5 procent heeft. Motip werkt er hard aan dit te vergroten. Markten zoals de Verenigde Staten en Zuid-Amerika moeten nog ontgonnen worden. In delen van Azië en Australië heeft Motip vaste voet aan de grond.

Het winnen van nieuwe afzetgebieden is in de verfbranche een hard gevecht. „Je begint met het opkopen yan de producten van de concurrent. Daardoor krijg jij ruimte op het schap. Die opgekochte producten zetten we weer af in landen waar wij nog niet zitten. Zij zijn de wegbereiders voor het eigen product”. Momenteel probeert Post zo de markten van Centraal-Azië te veroveren.

Voor andere gebieden is de fase van het opkopen van de producten van de concurrent al een gepasseerd station. In Tsjechië bijvoorbeeld. In dit MiddenEuropese land heeft Motip twee jaar geleden met een eigen bedrijf in Bmo opgezet. Vorig jaar draaide de jongste loot al een omzet van 5 miljoen gulden. Post schrijft het succes toe aan het fijnmazige net van vertegenwoordigers dat hij in Tsjechië heeft opgezet.

Ambitieus

De grootaandeelhouder prijst zich gelukkig dat ook de Tsjechen even ambitieus blijken te zijn als zijn andere personeelsleden. „Ik vind het een uitdaging om de hele club -Motip telt in totaal 224 werknemers- in beweging te krijgen om samen een prestatie te leveren. De mensen die bij ons werken willen dat ook graag. Zo hebben wij vorig jaar in een paar maanden tijd een tweeploegendienst ingevoerd. Mensen krijgen ook de ruimte om dingen te doen. Dat valt zelfs stagiairs op. Zij zeiden na afloop van hun leerperiode bij ons het leuk te vinden dat ze dag en nacht mochten werken”. Dat laatste gebeurt overigens alleen bij uitzondering.

Motip vindt het erg belangrijk dat de werknemers plezier in hun werk hebben. Het bedrijf probeert de betrokkenheid te vergroten door veel geld te investeren in de opleiding van het personeel. Momenteel bestudeert de onderneming of nieuwe vormen van beloning zoals het uitgeven van werknemersaandelen mogelijk zijn. Post schetst de fase waarin Motip zich bevindt als een overgangsperiode. „De invoering van onder meer een nieuw computersysteem heeft gezorgd voor een cultuuromslag. Wij zijn veel opener geworden”.

Cijfers

Een teken van die nieuwe openheid is het jaarverslag dat onlangs werd gepubliceerd. De cijfers laten zien dat Motip een gezonde onderneming is. Jaarlijks groeien zowel de omzet als de winst met zo’n 10 tot 15 procent. In 1996 zette het bedrijf voor 76,9 miljoen gulden om. Het bedrijfsresultaat kwam uit op 8,2 miljoen, terwijl de winst 4,3 miljoen gulden bedroeg. Het rendement op het geïnvesteerd vermogen was 17,3 procent.

Aan de 12 procent hogere omzet droegen de lakken voor de auto’s en fietsen 49,6 miljoen gulden bij. Van de producten voor de industrie zette Motip voor 22,3 miljoen om, terwijl de doe-het-zelfproducten goed waren voor een omzet van 5 miljoen gulden. Van de omzet is bijna 77 procent buiten Nederland behaald. De belangrijkste exportmarkten zijn Duitsland, Polen, Groot-Brittannië, Tsjechië en België.

Het eigen vermogen bedroeg 23,2 miljoen gulden, waarmee het 45,5 procent van het balanstotaal vormde. De laatste jaren heeft Motip een aantal kortlopende leningen aangegaan om investeringen voor een deel mee te kunnen financieren. Het overige geld wordt aan de kasstroom onttrokken.

Het bedrijf heeft de intentie van 1996 tot en met 1998 voor 19,4 miljoen gulden te investeren. Een deel van dat bedrag, 8,8 miljoen gulden, is al gerealiseerd.

Om in de toekomst een overname te kunnen doen, bekijkt Post of het voor zijn onderneming gunstig is naar de beurs te gaan. Een beursgang over een jaar of twee vindt de 59-jarige grootaandeelhouder een mooie afsluiting van betrokkenheid bij het bedrijf. In de onderneming lopen zijn schoonzoon en zijn zoon zich al warm om de touwtjes van hem te kunnen overnemen.

Aan acquisities stelt Motip wel de voorwaarde dat ze minimaal een nettowinstmarge hebben van 7 procent. Hoewel Post nog geen bedrijven op het oog heeft, moet een nieuwe loot aan de stam wel bijdragen aan de verscheidenheid van de producten van Motip. Diverse producten maken de onderneming minder gevoelig voor schommelingen op de markt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

Motip overweegt na 30 jaar naar de beurs te gaan

Bekijk de hele uitgave van maandag 18 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 16 Pagina's

PDF Bekijken