Bekijk het origineel

Een kerk zonder lei is geen kerk

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Een kerk zonder lei is geen kerk

Leidekkersbedrijf Toorenburg zoekt het altijd hogerop

5 minuten leestijd

DEN HAAG - Een kerk zonder lei is geen kerk. Daarvan is J. B. Toorenburg overtuigd. Samen met zijn broer C. J. J. Toorenbui runt liij een leidekkersliedrijf in Den Haag, Toorenburg BV. J. B. Toorenburg t meestal het dak op en doet veel in de z(enaamde buitendienst Zijn broer verwerkt de orders en probeert alles in goede banen te leidea Het bedrijf heeft met de loodgieters en koperslagers erbij ongeveer twintig mensen in dienst „We zijn een van de grootste in het westen van het land”.

Een leien dak is een van de beste bedekkingen die er bestaan, zegt J. B. Toorenburg. „Leien hebben een stevige bevestiging aan het dak. Er kunnen veel stormen overheen gaan en de schade is meestal minimaal. Gewone dakpannen vliegen binnen de kortste keren van het dak. De levensduur van leien is zeker tachtig jaar. Het is een van de weinige materialen waar dertig jaar garantie op gegeven wordt”.

Steengroeven

Leien worden gemaakt van speciaal leisteen dat lang geleden is ontstaan door vervormingen van kleihoudend slib. De beste kwaliteit leien ontstaat in de kern van de groeve op grote diepte. Door deze laagsgewijze vorming laat leisteen zich eenvoudig splijten in dun . ne, vlakke platen.

Het Haagse bedrijf haalt de leien vooral uit Frankrijk, waar de industriële exploitatie al in de vijftiende eeuw begon. Maar ook andere landen worden ingeschakeld, zoals Engeland, Duitsland, Spanje en soms zelfs Amerika.

Er zijn twee soorten bedekking, de maas- en de rijndekking. Zo heet dat in vaktaal. In het eerste geval worden er twee lagen over elkaar heen gelegd, in het tweede geval gaat het om één laag. Het gevaar van de tweede bedekking is dat er een gat ontstaat als er een lei uitvalt.

Kerken

Zo’n 40 procent van het werk van het leidekkersbedrijf wordt gedaan aan de kerken. Het gaat dan vooral om de oude kerken. Eind jaren veertig begon het bedrijf met de restauratie van kerkgebouwen. Toorenburg heeft niet de indruk dat het met het onderhoud slecht gesteld is. „Vooral dankzij de monumentenzorg is het de goede kant opgegaan. Zonder financiële steun is het onmogelijk kerken goed te onderhouden”. Een leibedekking voor een oude kerk kost al gauw vele tienduizenden guldens.

Toorenburg beklemtoont het belang van een goed kerkbestuur. „Een lekvrij dak bespaart veel kosten. Er is niets zo duur als achterstallig onderhoud. In rooms-katholieke kerken lopen vaak inspecteurs rond, nu.krijgen bijna alle andere kerken een bezoek van de monumentenwacht, die één keer per jaar de gebouwen inspecteert. Die maken rapport op en via de kerk als opdrachtgever krijgen we dan onze opdrachten”.

Veiligheid

Het leidekkerswerk gaat niet altijd van “een leien dakje”. Je moet in ieder geval geen hoogtevrees hebben. De twee zonen van C. J. J. Toorenburg hebben dat wel. Dat is de reden waarom ze geen leidekker geworden zijn.

Er zijn al wel veel veiligheidsmaatregelen genomen, vooral dankzij de Ar bowet. Een veiligheidshaak wordt in de dakbedekking geboord waaraan de leidekker zich met een touw hecht. Het is echter volgens de beide broers nog nooit gebeurd dat iemand die haak no dig had.

Soms wordt gewerkt met kraanbedrijven als het gaat om reparaties. Steigerwerk is immers onbetaalbaar. Een leidekker kan per dag ongeveer acht vierkante meter bedekken. De klussen bij kerken gaan om -een oppervlakte tussen de 1000 en 5000 vierkante meter. Het is niet alleen bedekken wat een leidekker doet. Soms komt er ook sloopwerk aan te pas. Herstel van het oude dakbeschot, schoonmaken en natuurlijk het onderhoud horen er ook bij.

Als je erg leergierig bent, kun je binnen twee jaar al een redelijk goede leidekker worden, vinden de broers Toorenburg. Het aantal leidekkersbedrijven is niet groot. Daarom verwachten de beide broers nog genoeg groei voor de toekomst. Ook voor nieuwe gebouwen worden soms leien gebruikt. Het bedrijf heeft inmiddels een aantal grote projecten uitgevoerd, zoals de oude kerk aan de Rijndijk te Zoeterwoude. Maar ook de imposante gebouwen van Shell en Esso in Den Haag zijn door Toorenburg bedekt, alsook het Tropenmuseum in Amsterdam.

Geen kerkgangers

De werknemers van Toorenburg zien de kerkgangers weinig omdat ze immers hoog op het dak zitten. Maar met een bruiloft of iets dergelijks leggen ze het werk overdag even stil, omdat leidekken nogal wat lawaai met zich meebrengt. Opzienbarende dingen hebben ze nog weinig meegemaakt. „Ach, het gebeurt wel eens dat ineens een vleermuis op je afvliegt die zich wild schrikt”.

Van de leegloop van de kerken merken de broers niets. Het is volgens hen zelfs opvallend dat bij acties om geld voor restauratie te krijgen veel jeugd actief betrokken is. J. B. Toorenburg heeft als leidekkersknecht dertig jaar geleden nog meegeholpen bij de restauratie van de hervormde Noorderkerk, een Gereformeerde-Bondswijkgemeente in Amsterdam. „Dat waren van die schubleien”. Later is hij voor zichzelf begonnen en heeft hij nog meegedaan om een bijdrage te leveren aan de restauratie van de kerk. Dat is niet gelukt. „Ach, je kunt ook niet alles”, lacht hij.

Dit is het achtste deel in de serie “De kerk als klant”. Volgende week dinsdag deel 9: “De welluidende taal van de kerk”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

Een kerk zonder lei is geen kerk

Bekijk de hele uitgave van dinsdag 19 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 12 Pagina's

PDF Bekijken