Bekijk het origineel

Groningen: stad van hofjes en gastehuizèh

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Groningen: stad van hofjes en gastehuizèh

Twee uurtjes wandelen langs de vele bezienswaardigheden loont de moeite

6 minuten leestijd

Steden heeft het noorden niet. Wie dat nog steeds gelooft, moet in de vakantie maar eens een dagje afreizen naar het hoge noorden. Want Groningen heeft in ieder geval wél een stad: Groningen. Een stad die zich qua bezienswaardigheden met vele andere steden in het land kan meten.

Een tiental kilometers vóór de stad wordt het weer levendig op de saaie A28. De weg wordt voller en borden kondigen aan dat je er bijna bent. Automobilisten worden verwezen naar parkeerterreinen buiten de stad, maar op een doorsnee dag kun je de auto ook nog prima in een van de vele parkeergarages kwijt.

Dan ben je dus in de stad. En om een stad een beetje te leren kennen, moet je eerst even fors de benen strekken. Bij de VVV (aan Gedempte Kattendiep of splinternieuwe Waagplein) kun je voor een gulden een stadswandeling kopen.

Het startpunt van de ongeveer twee uur durende wandeling ligt bij de VVV aan het Kattendiep. De eerste bezienswaardigheid ligt om de hoek. Het glanzende gebouw van het Holland Casino laten we rechts liggen en via de Kleine Peperstraat komen we bij het zogenaamde Pepergasthuis in de Peperstraat. Via een poort uit 1640 wordt het hofje betreden. De rondleiding duurt tien .minuten. In overvalst Grunnings wordt verteld wat er aan dit huis allemaal zo bijzonder is. De conventkerk van dit in 1405 voor „ellendighe arme Pelgrams” gebouwde gasthuis valt op door de sobere protestantse inrichting. Maar de gids vertelt dat hier tot voor enkele jaren geleden ‘s zondags Latijnse missen vyerden gecelebreerd. Door een tekort aan priesters is de kerk echter overgeschakeld op oecumenische diensten. De beelden zijn weggehaald, het is een ingetogen kerkruimte geworden. Het orgel, in de jaren 1861/1862 gebouwd door Van Oeckelen, mag gezien worden. Of het ook klinkt, is natuurlijk de vraag.

Donderslach

De dag is heet, de zon staat hoog en de verkoelende verlokkingen in de Poelestraat zijn vele. Eerst maar even pleisteren. Maar dan moet het weer snel voort, want de route is nog lang. Via het Provinciehuis -een statig gebouw met moderne aanbouwen- naar de Prinsenhof met de Prinsenhoftuin. Een lommerrijke hof met ook hier weer stoeltjes, bezet door drinkende en etende mensen. Aan de rand staat een theehuis waar allerlei versnaperingen voor r.edelijke prijzen te verkrijgen zijn. De rozen-en kruidentuin, ingericht in zeventiende-eeuwse stijl, heeft aan een van de muren een schitterende zonnewijzer, gemaakt in 1731. En om de bezoeker tot onbezorgd genot van het moment te verlokken, is er zelfs een heuse spreuk: “De verleden tijd is niets, de toekomende is onzeker, de tegenwoordige onstandvastig, zorg dat gij dezen, die alleen de uwe is, niet verliest”. Moderne taal in een oud jasje.

Aan de Ossenmarkt wordt de bezoeker opnieuw op spreuken getrakteerd. Het protserige huis van de in Bengalen rijk geworden koopman J. A. Stichterman moet je beslist even gezien hebben. Naast het huis staat een herenhuis uit 1624 met een leerzaam opschrift. “Hij heeft wel gebout die op Godt vertrout”, zo melden vergulde letters hoog op de gevel. En eronder: “Godt geve dat ick hier in vrede schuilen mach en also ontgaan des werelts donderslach”.

Synagoge

Aan het Academieplein is er opeens het Academiegebouw dat alle aandacht vraagt. Jammer van die rijen fietsen ervoor, want het pand zelf is prachtig. Het hoofdgebouw van de Rijksuniversiteit werd in 1909 in gebruik genomen, nadat de oude academie bij een brand in 1906 was verwoest.

En dan wordt het even doorbijten. Want wat moet de toerist met een prachtige Aa-kerk die dicht zit en een even fraaie synagoge waar ook geen beweging in de hekken is te krijgen? Vooral de synagoge is met zijn Moorse vormen bijzonder.

Via de Herestraat gaat het voort. Hier zullen veel vrouwelijke bezoekers afhaken en de route de route laten vanwege het overweldigende winkelaanbod. Toch is het jammer om nu al de tocht te beëindigen. Iets verderop ligt namelijk het “Heiligen Geest- of Pelstergasthuis”, dat het oudste hofje van Groningen (daterend uit 1267) binnen zijn muren heeft. De aangrenzende kapel werd volgens de gids in 1600 ingericht voor de hervormde eredienst. Maar een ander bord aan de voorkant spreekt van een Waalse kerk. En weer andere borden vertellen over de vrijzinnige bijeenkomsten die hier eens in de veertien dagen gehouden worden. Wat is waarheid? Via het Tingtangstraatje komen we langs het Goudkantoor. Het oude pand uit 1635 is opgenomen in een grootse verbouwing van het hele gebied WaagpleinAVaagstraat. Ook hierover zullen de meningen uiteenlopen, maar Groningen heeft lef gehad door dit bouwproject op deze plaats, vlak achter het stadhuis, te realiseren. Waarom meldt de papieren gids daar niets over?

Martinikerk

Ongemerkt zijn we bij de Grote Markt gekomen. Jammer eigenlijk dat we hier niet begonnen zijn, want dit is toch echt het hart van Groningen. Ook hier volop vertier en heel veel winkels. Vergeet door alle afleiding de Martinikerk aan de rand van de Grote Markt niet. De toren (97 meter hoog) kan tegen een geringe vergoeding beklommen worden; het uitzicht laat zich raden. Ook het binnengaan van de kerk zelf kost helaas geld. Een imposant gebouw, hoewel wat rommelig. Maar het orgel is prachtig!

Buiten is er verkoeling onder een zee van parasols. Straks niet vergeten om nog even wat andere bezienswaardigheden te bekijken. Het omstreden Gronings museum bijvoorbeeld. Of het gebouw van de Gasunie. Eigenlijk is een dag veel te kort om Groningen goed te leren kennen. Wie langer wil blijven: hotels genoeg!

De dege Degelkhaaid Degelkhaaid

„Daar v/oont de dege degelk-’| haaid, de wille, vast as staar’’ïi Regels uit het Groningse VblksfliS ekaSf l ï nPef i * vs’at een bezoeker in Groningen verwachten kan: degelijkheid. Maar dat is niet alles. Groningen is met z’n 170.000 inwoners onbetwist de grootste stad van het noorden des lands, met tal van bezienswaardigheden.

De bevolking van Groningen is relatief jong. Ruim 50 procent van de inwoners Is jonger dan 35 jaar! Hoe dat komt? Doordat Groningen niet alleen degelijk is. maar ook wijs. De Rtjksuni versiteit Groningen (RuG) en “di ’ FËni i f denten. BÖctteÖt tellen samen ruim 50.000 stu

En voor wie het nog niet wist: Groningen is een eldorado voor fietsers. Volgens het Amerikaanse ti j dschrift “Bicycle” is Groningen fietsstad nummer I van de wereld. Meer dan de helft van de inwoners gaat op de fiets naar school of naar het werk. Vanuit de hele wereld komen beleidsmakers in deze stad kijken hoe aangenaam het de fietsers in Groningen gemaakt. wordt

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

Groningen: stad van hofjes en gastehuizèh

Bekijk de hele uitgave van donderdag 21 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 22 Pagina's

PDF Bekijken