Bekijk het origineel

Kistjesvisser: „Aal ruikt alles”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kistjesvisser: „Aal ruikt alles”

4 minuten leestijd

HaLalf vijf in de morgen. Aan boord van de IJsselmeerkotter UK 93 wordt eerst „een bekkien” gedaan. Terwijl het buiten nog pikdonker is, zitten schipper Jan Woord, zijn zoon Henk en weriaiemer Pieter Andries (Pie) Romkes in het vooronder. Na de kofBe pakt Woord de scheepsbijbel en leest Psalm 27. Voordat het drietal afvaart, vouwen ze de handen. Bidt en werkt.

Een voor een gaan de mannen via het steile trapje naar boven. De schipper klimt in de kajuit en start de krachtige dieselmotor. Snel verdwijnt de Urker haven in het prille ochtendgloren. De vuurtoren stuurt zijn lichtbundels achter ons aan. We gaan op paling, het kronkelende goud uit het IJsselmeer. Als je het de visser vraagt, is de „aol” nergens smaakvoller dan in zijn visdomein: de voormalige Zuiderzee.

Het vangtuig is van hout: smalle en langwerpige kistjes van zo’n halve meter, die beaasd worden met sterk geurende, verse spiering. In de openingen van het materiaal zijn “keeltjes” gemaakt die er, net als bij een fuik, voor moeten zorgen dat de gladde jongens er wel in, maar niet meer uit kunnen. Althans, niet zonder toestemming van de visser. Op de bodem van de uitgestrekte watermassa ligt 35 kilometer touw. Aan 770 zijlijnen zijn evenzoveel houten kistjes bevestigd.

Kieskeurig

Woord: „Het is elke keer weer spannend. Hoe zal de vangst zijn? Geen dag is hetzelfde”. Volgens de Urker is het van groot belang om netjes te werken. „Paling is buitengewoon kieskeurig als het om voed sel gaat. Als er een verdacht luchtje aan het kistje hangt, of als de spiering niet vers genoeg is, vang je niets. Het is dus zaak om zorgvuldig en met absoluut schone handen te werken”. „Daarom rook ik tijdens het beazen van de kistjes nooit”, verduidelijkt zoon Henk. „Aal ruikt alles”.

Voor veel mensen is de Anguilla anguilla een mysterieus verschijnsel. Zelfs wetenschappers blijven met vragen zitten. Om er maar een paar te noemen: Hoe onderscheiden we mannetje en vrouwtje? Is er sprake van tweeslachtigheid? Hoe verloopt het voortplantingsproces? Ook aan vissers geeft de paling niet al zijn geheimen prijs. „De ene keer vang je beter met fuiken, de andere keer met kistjes. Hoe dat komt? Het blijft gissen”.

Ondertussen breekt de opgaande zon door het dunne wolkendek boven de horizon. Een indrukwekkend schouwspel. In de verte zien we de schepen van een paar collega-vissers.

Oliebroek

Feilloos wijst de satellietnavigator de kortste weg. Na drie kwartier is het ranke schip op de plaats van bestemming. De jongens trekken vlug hun oliebroek aan en zetten de roUenband gereed. „Daar is ie”, roept Pie en hij wijst op het water. In de verte drijft een stok-met-vlag, die het begin van de lijn markeert. In de kajuit wordt gas teruggenomen. Het werk begint. Een inhaalmachine trekt het hoofdtouw met daaraan de zijlijnen aan boord. De breedgeschouderde Pie (Nederlands kampioen handjedrukken) hijst de slanke kistjes naar binnen. Met een forse zwaai belanden ze stuk voor stuk op de roUenband.

Nu is Henk aan de beurt. Snel pakt hij de bijna zwarte, houten palingval. Het schuifdeksel eraf.. Drie, vier mooie alen worden zichtbaar. Het ziet er veelbelovend uit. Een goed begin. Met behulp van een krachtige waterstraal belandt de levendige inhoud in een ton. Via een dikke slang glijdt de buit in het onderdekse “bun”. De lege kistjes worden keurig opgestapeld.

Scherpe wending

„Knap visserijtje”, roept Henk na een poosje boven het lawaai van de motor uit. Zijn vader knikt achter het raam van de kajuit instemmend. Het gaat goed, daar onder de overkapping. Af en toe kruist de lijn van de UK 93 die van een andere visser. Eén brul van Pie richting kajuit en het schip maakt een scherpe wending.

Om half negen legt de schipper de boot stil. Tijd voor een bakje en een boterham. Drie uur later varen we met de opbrengst van deze dag de haven van Urk weer binnen. Aan het eind van de middag volgt opnieuw een tocht naar het IJsselmeer, voor de jacht op verse spiering. Vervolgens worden de kistjes beaasd en uitgezet. De laatste zonnestralen schilderen de hemel roodgrijs. Een viertal flamingo’s vliegt statig richting noorden. De haven komt in zicht. Het einde van een lange dag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Kistjesvisser: „Aal ruikt alles”

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken