Bekijk het origineel

De discipelen van de Doper

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

De discipelen van de Doper

Sabiërs Mandaeërs zien zich als „neven en nichten” van christenen

6 minuten leestijd

ZEIST - Met handenvol spetterde priester Al-Rabbi Rafid alSabti het water over de twee bruiden die in de Waal kopje onder gingen. Tielenaren die vorige week bij het Paardewater hun hond uitlieten of in zwemkleding langs de rivier zaten, keken hun ogen uit toen zich voor hun ogen een doop- en trouwplechtigheid van de Sabiërs Mandaeërs afspeelde.

Gehuld in witte gewaden gaven de jonge „volgelingen van Johannes de Doper” elkaar het jawoord. Maar eerst moesten ze kopje onder, zodat ze rein het huwelijk in zouden gaan. Van tevoren was een van de leiders van de groep druk bezig de honden uit het doopwater te houden, want dat zou daardoor onrein worden. De eigenaars van de viervoeters toonden zich begripvol. Ook in de Maas bij Andel en in de Lek bij Tuil en ‘t Waal is al eeris een doopplechtigheid gehouden, maar het was nu voor het eerst dat er een huwelijksceremonie aan verbonden was.

Gevlucht uit Irak

De Sabiërs Mandaeërs zijn uit het zuiden van Irak naar Nederland gevlucht. De overheid heeft volgens hen een hekel aan hun godsdienst en sowieso aan alle mensen in het zuiden van het land. Velen van hen zijn gedood in hun huis of in de gevangenis en anderen zijn gemarteld.

Met veel moeite slaagden de volgelingen van Johannes de Doper erin het land uit te komen. Om aan valse pas poorten en visa te komen, werden ambtenaren tegen hoge bedragen omgekocht. Een deel van de vluchtehngen werd gearresteerd omdat het bedrog ontdekt werd.

Inmiddels zijn in Nederland, Zweden en Australië gemeenschappen van Sabiërs Mandaeërs ontstaan, terwijl kleinere groepen in landen zoals Engeland en de Verenigde Staten terechtkwamen. De Nederlandse groep heeft zich eind vorig jaar gegroepeerd in de “Sabiërs Mandaeërs Vereniging in Holland”. „We zijn een vereniging voor sociaalculturele contacten en houden ons niet met politiek bezig”, benadrukt voorzitter ir. H. N. Atwan (vader van een van de Tielse bruiden) in zijn flat aan de rand van Zeist.

Neef en nicht

Sabiërs Mandaeërs (de naam betekent: gedoopten die God dienen) beschouwen zich als „neven en nichten van de christenen”. Adam was hun eerste profeet, gevolgd door zijn zoon Sitel (Seth), Sem en Abraham. Laatstgenoemde werd ziek en daarom vond zijn familie dat hij niet meer mocht dopen. Daarom trok hij naar Palestina. De laatste profeet was Johannes de Doper, wiens moeder Elizabet volgens de Sabiërs Mandaeërs een zus van Maria was. Van Zacharias en Elizabet heeft men complete stambomen.

Jezus werd door zijn neef Johannes de Doper gedoopt, maar vormde daarna een aparte groep, die Johannes’ regels versoepelde, bijvoorbeeld door de onderdompeling te vervangen door besprenging. „Wij waren er het eerst”, zeggen de Sabiërs Mandaeërs. Het jodendom en het christendom beschouwen ze als varianten op „hun eigen godsdienst. Dat God volgens de christenen een Zoon heeft, vindt Atwan onbegrijpelijk. Een verschil is ook dat de christenen accepteren dat anderen zich bij hen aansluiten. De Sabiërs Mandaeërs, die zeggen dat ze vasthouden aan de strenge regels van Johannes de Doper, laten geen nieuwelingen toe. „Je bent alleen Sabiër Mandaeër als je als zodanig geboren bent. Daardoor blijft onze groep wel klein”, erkent Atwan. „Er gaan er wel van onze groep naar andere religies, maar andersom niet: wij geven alleen, wij nemen niets”.

Goud- of zilversmid

De volgelingen van Johannes de Doper zijn vanuit Palestina weer in het gebied terechtgekomen waar Adam en Abraham oorspronkelijk leefden: bij de Eufraat en de Tigris. In het zuiden van Irak leven nu zo’n 50.000 Sabiërs Mandaeërs. Anderen leven in het aangrenzende Zuid-Iran. In de Iraakse groep zitten veel hoogopgeleide mensen. „Een deel heeft een academische graad en de anderen werken allemaal als goud- of zilversmid. Dat is het ambacht dat bij ons van generatie op generatie is overgeleverd”. Atwan toont de zilveren ring aan zijn vinger en wijst op de door hemzelf gemaakte, felgekleurde bekleding van de schoorsteen.

Aan de muur hangt een Aramese tekst. Het is een gedeelte van de inleiding in de Ginza Rubba (letterlijk: grote schat), de ‘bijbel’ van de Sabiërs Mandaeërs, die grotendeels bestaat uit instructies van Adam en Sitel. De leerstellingen van Johannes de Doper zijn in een apart boek opgenomen.

Het Aramees is de taal die de Sabiërs Mandaeërs eigenlijk zouden willen spreken, maar doordat dit vak op de Iraakse scholen niet onderwezen mag worden, zijn alleen de priesters haar machtig. Zij leren de taal van hun vaders. Voor een deel van hun volgelingen zijn de ceremoniën nu onverstaanbaar.

Behalve priesters (térmida) kent de groep ook een soort Ijisschoppen (kenzabra), terwijl de rishimma de hoogste geestelijke is. Daarnaast zijn er nog halali, die een deel van de ceremoniën verzorgen, maar geen doop- en huwelijksdiensten mogen leiden.

Ceremoniën

Zondag is voor de Sabiërs Mandaeërs de rustdag. In Irak levert dat problemen op, omdat de moslims de vrijdag als rustdag hanteren. Daardoor moesten de Sabiërs Mandaeërs ‘s zondags gewoon werken.

Tijdens de diensten preken de priesters, maar worden vooral lange gebeden uitgesproken. „Sommige ceremoniën duren de hele dag. Er wordt ook veel gebeden voor en tijdens het doden van dieren. Tijdens het slachten zijn we helemaal in het wit gehuld, net als degene die als getuige achter ons staat”.

„Ook dopelingen gaan geheel in het wit. Dat dopen gebeurt op jonge leeftijd, maar kan daarna herhaald worden. De huwelijksvoltrekking moet altijd voorafgegaan worden door een doopcéremonie”. Ook het vasten behoort tot de godsdienstige rituelen: 36 dagen per jaar mag er geen vlees gegeten worden.

Er is wel verondersteld dat de oorsprong van de Sabiërs Mandaeërs in een joods-gnostische sekte uit het begin van de christelijke jaartelling ligt. Volgens de groep vertoeft de ziel, die afkomstig is uit het hchtrijk, hier op aarde in den vreemde totdat een goddelijke bode haar de terugkeer wijst. Het herhaaldelijk dopen is voorwaarde voor de verlossing van de ziel.

Inmiddels wonen zo’n duizend volgelingen van Johannes de Doper in Nederland. Hun vereniging wil ontmoetingsbijeenkomsten, volksdans- en muziekgroepen, jeugdactiviteiten en de uitgave van een blad op touw zetten.

Als voorzitter heeft Atwan het druk. Het gesprek wordt een paar keer onderbroken door telefoongerinkel. Onverstaanbare klanken rollen door de kamer. Uit de woorden „journaille” (of zoiets) en „Appeldoorn” blijkt dat ook de bezoeker niet onbesproken blijft. De plechtigheid bij Tiel levert nogal wat publiciteit op, en dat is ook de bedoeling, want de groep is driftig op zoek naar een plaats van samenkomst. Maar wel graag dicht bij een rivier, want daar moeten de ceremoniën plaatsvinden. Ook de gebeden moeten aan de waterkant worden uitgesproken, waarbij de handen voortdurend een wasbeurt ondergaan.

Een verzoek om financiële steun aan een groot aantal kerken en gemeenten heeft tot nu toe hoofdzakelijk negatieve reacties opgeleverd. „Gemeentebesturen willen ons niet subsidiëren, omdat we door het hele land verspreid zitten en de provincie Utrecht, waar de meesten wonen, verwees ons weer terug naar de gemeenten”.

Door het internationale embargo tegen Irak konden de Sabiërs Mandaeërs niet op legale wijze aan visa komen. „Maar als we dan eenmaal in het Westen zijn, krijgen we direct een vluchtelingenstatus. Het probleem is dat we nauwelijks werk kunnen vinden, zelfs als we Nederlands hebben geleerd. Wij willen niet van een uitkering leven, maar zelf ons brood verdienen. Als de overheid de werkloze vluchtelingen beter zou bezighouden, zouden ze ook minder problemen veroorzaken”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

De discipelen van de Doper

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken