Bekijk het origineel

Limburgse succesformule in de dessa

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Limburgse succesformule in de dessa

Ruim tweeduizend gehandicapten geholpen via Bhakti Luhur-project Indonesië

8 minuten leestijd

MALANG - Erlis zit soms op het dak wanneer de hulpverleenster komt. Schreeuwen om haar naar beneden te krijgen helpt niet; ze is blind en doof. Het zwaar gehandicapte meisje, wonend in Oost-Java, is een van de kinderen die begeleid worden door het rehabilitatieproject Bhakti Luhur, dat is opgezet door priester Paul Janssen. De 75-jarige Limburger, geboren in Venlo, komt in juli kort naar Nederland. ‘Thuis’ is voor Janssen al tientallen jaren Indonesië.

Vier jaar geleden werd Erlis gevonden door Bhakti Luhur-hulpverleners. Eerder was ze hun niet opgevallen: ze woont kilometers van de hoofdweg af in een klein dorpje, 80 kilometer van de Oost-Javaanse stad Malang. Erlis’ moeder had haar afgegeven aan haar grootouders. ZeJf vertrok ze weer naar het naast Java gelegen eiland Bali, om daar te werken als naaister. Vader trok zich nog minder aan van zijn mismaakte dochter, hij komt nooit meer opdagen. „De enigen die zich om Erlis bekommeren, zijn de grootouders”, concludeert de 27-jarige hulpverleenster Kristianingsih.

Tweemaal per maand komt zij of haar collega Magda in het kader van het Bhakti Luhur-project op bezoek bij Eriis. Grootvader trekt zich tijdens die bezoeken zichtbaar het meeste aan van zijn zwaar gehandicapte kleindochter. Erlis -doof, blind, doofstom, mentaal onderontwikkeld en bij vlagen hyperactiefschuifelt wat over de binnenplaats, betast de bezoekers enkele seconden, slaakt af en toe een onverstaanbare kreet en gaat weer op het beton van de binnenplaats liggen. Kristianingsih doet therapieoefeningen met haar, probeert haar te leren eten en drinken en legt grootvader uit wat voor oefeningen hij het best met zijn kleindochter kan doen.

Blij

„We zijn blij dat Bhakti Luhur ons begeleidt”, zegt grootvader. „Hopelijk kan Erlis daardoor op termijn zelfstandig eten en drinken”. Nu is het nog niet zover, en de twee hulpverleners moeten toegeven dat ondanks hun inspanningen het resultaat van de therapie nog mager is. Erlis is een van de zwaarste gehandicapten in hun regio. Eigenlijk heeft ze intensievere begeleiding nodig. Het zou goed zijn als ze naar het Bhakti Luhur-centrum 80 kilometer verderop, in Malang, werd gebracht. Daar kan ze voltijds worden begeleid.

„Erlis is een grensgeval”, vindt ook pater jianssen. „Ze zou beter voltijds op het centrum in Malang kunnen worden behandeld”. Kristia ningsih: „Grootvader geeft veel om Erlis en wil haar nu nog niet naar Malang brengen. Maar ik verwacht dat hij over een paar maanden wel toestemming geeft om haar voltijds te laten begeleiden”.

De Limburger zette het centrum in het begin van de jaren zeventig op. Oorspronkelijk was het helemaal niet de bedoeling dat hij zich met gehandicapten zou gaan bezighouden. In 1947 werd hij uitgezonden naar China. Halsoverkop moest hij dat land enkele maanden later weer verlaten om niet het slachtoffer te worden van Mao’s Culturele Revolutie.

Hij vertrok naar de Filipijnen, waar hij vanaf 1948 tot 1951 in Manilla zijn doctorstitel in de theologie behaalde. Maar ook op de Filipijnen zou hij niet blijven. Hij werd naar Java, Indonesië, gestuurd. „Eigenlijk was ik daar niet blij mee, ik was veel liever op de Filipijnen gebleven”.

Dessa

Zeven jaar lang werkte hij op Oost-Java, in het plaatsje Kederi, waar hij de plaatselijke cultuur leerde kennen en de Javaanse taal leerde spreken. In de dessa, het platteland, maakt hij kennis met de verwaarloosde gehandicapten van Indonesië. Er werd niets voor hen gedaan, constateerde hij. De Indonesiërs lieten hun mismaakte kinderen aan hun lot over. En ook de voormalige Nederlandse kolonisators die na de onafhankelijkheid in Indonesië waren blijven wonen, interesseerden zich niet voor hen. Janssen verzamelde de ernstigste gevallen uit zijn regio en regelde een onderkomen voor hen. Enkele meisjes hielpen hem bij de begeleiding van de groep kinderen.

Toen, na zeven jaar, werd hij aangesteld als rector sociale wetenschappen op een universiteit in OostJava. „Wat doe ik met mijn gehandicapten?” vroeg hij zijn superieuren. Maar uiteindelijk vond Janssen een manier zijn rectorschap en de zorg voor z’n kinderen te combineren. Hij vond een leegstaand huis in de buurt van zijn nieuwe woonplaats, liet de circa vijftig kinderen overkomen, „en kroop er toen in met dat stelletje gehandicapten en een paar meisjes die me hielpen”.

Ondertussen was een aantal lokale vrijwilligers zo enthousiast geworden dat ze halverwege de jaren zestig samen met Janssen de stichting Bhakti Luhur oprichtten, wat Indonesisch is voor “toegewijde dienst”. „Het was het eerste initiatief voor gehandicapten in Indonesië vanuit de kerk”, herinnert Janssen zich. Tot dan toe kon Janssen zijn rectoraat en zijn gehandicaptenwerk nog met elkaar combineren. Maar na een meningsverschil over de erkenning van Bhakti Luhur besloot hij zich voltijds met zijn kinderen bezig te houden.

Tien provincies

Sindsdien heeft zijn werk zich iederjaar uitgebreid. Dankzij de financiële hulp van Nederlandse en Duitse organisaties, waaronder Deutsche Entwicklungshilfe, kon hij gebouwen aanschaffen. Twaalfhonderd kinderen worden momenteel in Malang en omgeving verzorgd, verdeeld over 84 huizen. De meeste kinderen zijn gehandicapt. Anderen zijn ge zond maar hebben geen ouders meer.

Ruggengraat van Bhakti Luhur is sinds enkele jaren de opleiding van hulpverleners uit de hele Indonesische archipel. Vrijwilligers uit tien provincies, van Borneo tot Irian Jaya, volgen momenteel een opleiding in Malang. Ze krijgen er een interne opleiding in onder meer fysiotherapie, omgaan met blinden en doven, bezigheidstherapie en hoe meervoudig gehandicapten en epileptici te behandelen.

De opleiding wordt, als dat mogelijk is, bekostigd door de studenten of de ouders van de studenten. Is dat niet mogelijk dan betaalt de stichting er zelf voor. De honderden studenten die meedoen -alleen meisjes- hebben zich verplicht gesteld na hun opleiding ten minste drie jaar voor het project te blijven werken.

Wanneer de opleiding en de stage na drie tot vier jaar voorbij zijn -ieder jaar worden circa tweehonderd studenten „afgeleverd”- zullen meer dan duizend hulpverleners zijn uitgezonden. Met, een door de overheid erkend diploma op zak gaan ze terug naar hun geboortestreek. Daar sporen ze samen met collega’s gehandicapten op en proberen die zoveel mogelijk te helpen, bij voorkeur in hun eigen omgeving. Via dit zogenoemde Community Based Rehabilitation-programma worden dan circa 1800 gehandicapten begeleid.

Ze weet het niet

Bhakti Luhur staat bekend als een van de succesvolste hulpprojecten in Indonesië. Voornamelijk omdat het inmiddels voor het grootste deel gedragen wordt door de lokale Indonesische gemeenschappen, en nauwelijks meer door westerse hulporganisaties. Daardoor is de kans minder groot dat het project, waarbij honderden lokale mensen betrokken zijn, op termijn zonder hulp vanbuiten niet zou overleven. Want dat is het probleem bij veel hulpprojecten die door westerse instanties zijn opgezet: als de westerse hulp wordt teruggetrokken, storten ze in elkaar.

Janssen denkt dat hij door de opzet van het programma dat gevaar heeft onderkend. Op verschillende plaat sen in Indonesië heeft Bhakti Luhur vergelijkbare instanties opgezet als in Malang. Dat is voor het overgrote deel gebeurd op initiatief van lokale mensen, en daarom heeft Janssen vertrouwen in de toekomst. „Ook als ik er niet ben loopt het gewoon door”, constateert hij. Maar niet alle medewerkers zijn zo optimistisch over de toekomst na Janssen. Als zuster Agnes, de assistente van Janssen, gevraagd wordt wie de leiding van Bhakti Luhur op zich gaat nemen als Janssen dat niet meer kan doen, antwoordt ze: „Ik weet het niet, we moeten vertrouwen op God”.

Maar ondanks dat staat het project aangeschreven als een van de meest effectieve hulpprogramma’s in Indonesië. En ook toen Janssen na een hartoperatie eind jaren zeventig een jaar lang in Nederland en de Verenigde Staten moest revalideren, hoefde hij bij terugkeer in Malang geen puin te ruimen; alles bleek gewoon door te zijn gegaan. Hulporganisaties sturen geregeld aspirant-medewerkers naar voorbeeldproject Bhakti Luhur met de opdracht het te bestuderen omdat het effectief blijkt te zijn.

Heimwee

Janssen vertelt dat zijn succesvolle project het resultaat is van jaren experimenteren. Hij heeft geleerd dat een voorwaarde voor succes de inzet van lokale mensen is. En dat niet alleen; zij moeten financieel worden ondersteund door lokale instanties die bereid zijn dat voor langere tijd te doen. Verder is het verstandig de overheid zo weinig mogelijk invloed te laten hebben op het project. En ten slotte heeft hij gemerkt dat de deelname van overtuigde christenen het voortbestaan van een project op lange termijn waarschijnlijker maakt.

Zoals Kristianingsih, die al drie jaar werkt voor het project in Mojorejo, in de regio Malang, waar ze onder anderen de meervoudig gehandicapte Erlis begeleidt. Ze ervaart haar werk, dat vooral in de regentijd soms zwaar en vermoeiend kan zijn, als bevredigend. En dat niet alleen, het is voor haar een roeping. „Gehandicapten zijn gebrekkig en ik ben gezond. Ik wil dat zij van mijn gelukkige situatie kunnen profiteren”.

Janssen zelf is meer dan verbonden met zijn Bhakti Luhur. Behoefte om weer naar Nederland te verhuizen heeft de 75-jarige, die al tien jaar een Indonesisch paspoort heeft, totaal niet. Hij vindt het er niet alleen saai, hij voelt zich na zo’n lange tijd ook vervreemd van zijn geboorteland. „Als je hier 45 jaar bent, ben je daar een vreemde”.

Last van heimwee heeft hij niet.„Heimwee naar Nederland? Nee, daar heb ik geen last van. Ik heb alleen heimwee als ik langer dan een maand in Nederland ben”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

Limburgse succesformule in de dessa

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken