Bekijk het origineel

KLANTTEKENENINGEN

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

KLANTTEKENENINGEN

6 minuten leestijd

Luiers (I)

Stel dat iemand na een lang verblijf in een land dat verstoken is van alle vormen van moderne media, probeert op grond van reclame en advertenties zich een beeld te vormen van de alledaagse gang van zaken in Nederland. Zonder twijfel zou zo’n persoon zich verwonderen over de miraculeuze oplossingen die in de tussentijd bedacht zijn voor zeer platvoerse problemen op het gebied van hygiëne.

De overvloedige aandacht voor antirimpelcrèmes zou de gedachte kunnen doen postvatten dat uiterlijke veroudering anno 1997 echt niet meer nodig is. Plooien en verzakkingen verdwijnen immers als sneeuw voor de zon als het juiste middeltje wordt opgesmeerd. Althans, dat willen de fabrikanten graag doen geloven.

De gerepatrieerde vaderlander loopt kans dat hij ook binnen de kortste keren overtuigd is van het nut van de weg werpluier in het algemeen en van twee verschillende versies in het bijzonder. De reclamemakers garanderen niet alleen bijna dat ook een natte broek droog aanvoelt, ze spreken ook meveel overtuiging over het verschil in anatomie tussen een jongetjes- en een meisjesbaby en de speciale voorzieningen die daarvoor moeten worden getroffen om maximale droogheid te creëren.

En dus gingen vele ouders gehoorzaam geslachtsgebonden wegwerpluiers kopen. Als de teruggekeerde reiziger/ontwikkelingswerker zelf een dochtertje zou hebben, zou hij zonder twijfel in de winkel op z’n minst ook even staan aarzelen bij een schap met grote roze pakken. Terwijl hij in zijn oerwoud ver weg een katoenen lap die geschikt is voor Karels en Carolines vaarschijnlijk ook wel afdoende vond.

Luiers (II)

Fabrikanten hebben soms een wadubbele rol. Ze spelen in op de vraag van hun klant, maar tegelijkertijd zijn ze er ook meesters in om mensen een behoefte aan te praten. Als het dan na verloop van tijd weer nodig is die opgeroepen vraag om te buigen in een andere richting, kan er een op z’n minst ongeloofwaardige situatie ontstaan.

Net nu iedereen gewend was aan het luieronderscheid, heeft fabrikant Procter & Gamble besloten om voortaan geen verschil meer te maken tussen jongens en meisjes. Het Amerikaanse bedrijf is een hele grote in deze sector: Pampers wordt door hen op de markt gebracht.

De concurrentie met deze babyproducten is heftig en dus is de kans groot dat ook andere fabrikanten binnen de kortste keren afstand doen van de anatomisch gevormde luier. Dat is waarschijnlijk slecht nieuws voor ouders die juist erg gehecht zijn geraakt aan de op maat gesneden luiers.

Procter & Gamble motiveert het afschaffen van dè jongens- en meisjessluier door erop te wijzen dat de grondstoffen tegenwoordig zo sterk absorberend zijn dat het niet meer nodig is op zekere plaatsen een extra dikke laag of een geslachtsgebonden piasgootje aan te brengen. Bovendien zou er met de nieuwe materialen 40 procent minder verschoond hoeven te worden. De argumenten die pakweg acht jaar geleeden werden gebruikt bij de introductie van de varianten “boys” en “girls” gelden daarom niet meer. Aldus de fabrikant.

De consument heeft het maar te geloven. En te kopen. Of niet: het is natuurlijk ook mogelijk om voor een ander merk te kiezen of om de al decennia bekende vierkante katoenen lappen om baby’s billen te spelden. Dat is in ieder geval aan te bevelen met het oog op de beperking van de hoeveelheid huishoudelijk afval.

Winkeliers zullen qua ruimte niet ontevreden zijn met de stap van Procter & Gamble. Vanwege de variatie in geslacht en gewicht heeft een beetje supermarkt toch al snel zo’n tien verschillende soorten Pampers in het schap liggen. Dat neemt heel wat ruimte in beslag, zeker als de omvang van de pakken in ogenschouw wordt genomen. Het is op twee handen na te tellen dat de keuze voor de unisex-luier een halvering van de keuzemogelijkheden tot gevolg kan hebben. De wegwerpluiermarkt wordt in Nederland overigens steeds minder lucratief. In ons land worden jaarlijks zo’n 160.000 baby’s geboren. Vorig jaar besteedden hun ouders voor zo’n 287 miljoen gulden aan papieren luiers. Al is dit zo op het eerste gezicht een aanzienlijk bedrag, twee jaar geleden lag dit nog op 330 miljoen gulden. De afname van de bestedingen heeft te maken met dalende prijzen en soms nogal aggressieve acties. Ook neemt het aantal verkochte luiers af: in 1996 3 procent minder dan in het voorgaande jaar.

Bodemprijzen

In heel Europa gaan consumenten zich grilliger gedragen. Enerzijds is er een algemene tendens om winkels steeds aantrekkelijker en gezelliger te maken. Ondernemers die dit doen, willen inspelen op de wens van klanten die het winkelen (”shoppen”).als een vorm van vrijetijdsbesteding beschouwen.

Tegelijkertijd doet zich het merkwaardige fenomeen voor dat discounters, zaken die spullen tegen bodemprijzen aanbieden, bezig zijn met een tamelijk opmerkelijke opmars. Het einde van de groei van deze winkels lijkt nog niet in zicht te zijn.

Onderzoeksbureau AC Nielsen heeft een studie gedaari naar het verschijnsel discounter in Europa. Uit een onlangs gepubliceerd rapport blijkt dat de zeer goedkope stuntwinkels in vijf jaar tijd flink aan invloed hebben gewonnen. In 1991 kwam er van iedere gulden die een consument besteedt, nog maar 9 cent in de kassa van een discounter terecht. Inmiddels is dat 15 cent.

De populariteit van de bodemprijzenwinkels verschilt nogal per land. Duitsland -het zal niet verrassen, gezien de in Nederland algemeen bekende herkomst van supermarktketen Aldi- is koploper. Van elke tien mark wordt drie mark bij een discounter besteed. Nederland bekleedt een middenpositie met een gemiddelde van 12,5 procent van de consumentenbestedingen, Frankrijk sluit de rij met 7,5 procent.

Ook het aantal vestigingen rukt op. In ons land kunnen we op korte termijn de komst van Lidl verwachten, een super marktketen die net als Aldi oorspronkelijk Duits is. De aanpak van beide bedrijven vertoont overigens ook veel overeenkomsten: kale winkels gevuld met “merkloze” producten, waarbij weinig aandacht wordt besteed aan een aantrekkelijke presentatie.

In Europees verband was er tussen 1991 en 1996 haast sprake van een vervijfvoudiging van de discounters. Het aantal vestigingen nam toe van bijna 5500 tot ruim 26.000.

De dichtheid van deze winkels wisselt per land ook sterk. In Noorwegen loop je het minst risico dat er een lange rij bij de kassa staat. In dit Scandinavische land zijn per miljoen inwoners 247 discountzaken gevestigd. Ook in Finland, Duitsland en Denemarken zijn de no-nonsense-winkels behoorlijk dik gezaaid; ze zitten alledrie boven de grens van honderd winkels per miljoen mensen. Inwoners van Engeland, Frankrijk, Portugal en Griekenland hebben echter maar 25 discountzaken per miljoen landgenoten tot hun beschikking.

De hedendaagse discounter wijkt nogal af van deze winkel in zijn oervorm. In eerste instantie waren het zaken die nogal sterk gericht waren op acties en stuntverkopen, waarbij merkartikelen uiteindelijk met een aanzienlijke korting werden aangeboden. Tegenwoordig zijn de producten met een bekende en vertrouwde naam veelal van het toneel verdwenen. De lage prijs is echter gehandhaafd. En dat blijft kennelijk aanspreken.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

KLANTTEKENENINGEN

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken