Bekijk het origineel

„Maak Burundi onderdeel van Tanzania”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Maak Burundi onderdeel van Tanzania”

Ex-minister van buitenlandse zaken Ngendahayo zoekt creatieve oplossing voor etnisch conflict

6 minuten leestijd

PRETORIA - „Burundi als onderdeel van Tanzania”. Volgens de voormalige Burundese minister van buitenlandse zaken Jean-Marie Ngendahayo is dat de enige oplossing om het etnische geweld in zijn land te beëindigen.

Ngendahayo woont momenteel in ballingschap in de Zuid-Afrikaanse hoofdstad Pretoria. Wanneer hij hoort dat de bezoeker Nederlands is, spreekt hij prompt een aantal woorden Afrikaans. De oud-minister is veeltahg: naast zijn moedertaal Kirundi spreekt hij vlot Engels, Frans en zelfs behoorlijk Duits. Sinds zijn vlucht uit Burundi in juni 1995 heeft hij daar een aantal woorden Afrikaans aan toegevoegd.

De lange, atletisch gebouwde Ngendahayo richt eind jaren tachtig samen met een aantal gelijkgezinden de eerste mensenrechtenorganisatie in Burundi op. Het is de periode waarin de in 1987 via een coup aan de macht gekomen majoor Pierre Buyoya een politiek van openheid en hervormingen voert.

De president, zelf een Tutsi, probeert een einde te maken aan het decennialang voortdurende conflict tussen de Tutsi’s en de Hutu’s. De Tutsi’s vormen slechts 25 procent van de bevolking, maar bezetten wel alle machtsposities. De Hutu-meerderheid -ruim 70 procent- wordt nog altijd onderdrukt. Buyoya staat in 1992 de oprichting van oppositiepartijen toe.

Acht maanden later worden zelfs de eerste vrije verkiezingen gehouden. De door Hutu’s gedomineerde Frodebu van Melchior Ndadaye wint tot ieders verrassing de verkiezingen met ruim tweederde meerderheid. Buyoya’s partij Uprona delft het onderspit.

Vuurdoop

„De verkiezingen werden na zo veel jaren van dictatuur veel te snel georganiseerd”, vertelt Ngendahayo, tijdens de verkiezingen al een van de belangrijkste leiders van Frodebu. „De mensen hadden nog geen notie van wat democratie inhoudt. Wij wilden voordat er verkiezingen zouden worden georganiseerd, eerst een coalitieregering vormen voor een overgangsperiode van een aantal jaren. Buyoya weigerde dat te doen. Ik herinner me nog dat ik hem vroeg: „En wat als wij winnen?” Waarop Buyoya zei: „Dat zal niet gebeuren”.

Buyoya vergiste zich. De Frodebu komt aan de macht en Ndadaye wordt président. Kort na diens aantreden doet het door Tutsi’s gedomineerde leger al een couppoging. Ndadaye belt Buyoya voor hulp bij het herstellen van de orde. Buyoya lacht als hij de geschrokken Ndadaye aan de telefoon hoort en zegt: „Zo, je hebt je vuurdoop dus overleefd”.

Ondertussen probeert de nieuwe president verzoening tussen de Hutu’s en de Tutsi’s te bewerkstelligen. Ngendahayo is op dat moment minister van informatie: „Het bleek een moeilijk proces. Daarbij was de rol van Buyoya onduidelijk. Hij weigerde bijvoorbeeld het presidentiële paleis te verlaten”. Bij een nieuwe poging tot een staatsgreep door het leger in oktober 1993 komen president Ndadaye en verscheidene van zijn ministers om het. leven. Andere ministers, onder wie Ngendahayo, ‘vluchten naar de Franse ambassade. Opvallend genoeg zoekt ook Buyoya daar een veilig heenkomen. Als de coup onder druk van de westerse wereld niet wordt doorgezet, vormen de overgebleven Frodebu-leiders een nieuwe regering.

Mensenrechten

Ngendahayo wordt eerst minister van staat, om vervolgens in september 1994 te worden benoemd tot minister van buitenlandse zaken. „Ik probeerde als minister de etnische con flicten in het departement te kalmeren. Ik maakte duidelijk dat niemand zich bedreigd hoefde te voelen vanwege etnische achtergrond. Een van mijn adviseurs was zelfs een voormalige medewerker van Buyoya”. Ngendahayo stopt even en yoegt er met een glimlach aan toe: „Hij werkt nu weer voor Buyoya”.

De voormalige minister noemt zichzelf een Batwa, dat zijn afstammelingen van de vroegere aristocratie in Burundi, die zich noch Tutsi noch Hutu voelen. Veel Burundeen beschouwen de Batwa’s overigens als Tutsi’s.

Ngendahayo legt tijdens zijn buitenlandse reizen als minister vooral nadruk op de situatie van de mensenrechten:

„Mensenrechten zijn universeel. Iets wat waarde heeft in Europa, heeft dat ook in Azië of Afrika. Respect voor het leven is wereldwijd van belang, onafhankelijk van ras of kleur”.

In mei 1994 wordt tijdens een bezoek aan het noordwesten van Boeroendi een aanslag op het konvooi gepleegd waarin Ngendahayo reist. „De spanning in het land nam steeds meer toe. De toenmalige president Ntibantunganya had weinig macht. Het leger saboteerde steeds weer elk nieuw politiek initiatief tot verzoening”.

Een maand na de aanslag besluit de minister van buitenlandse zaken op te stappen en te vluchten naar Zuid-Afrika: „Niet zozeer vanwege de aanslag. Die bedreiging bestond continu, daar was ik aan gewend geraakt. Maar ik vluchtte vooral uit een gevoel van machteloosheid. De regering was onmachtig te regeren en aan beide zijden groeide het extremisme”.

Zo start na de moord op president Ndadaye zijn minister van binnenlandse zaken Leonard Nyangoma een gewapende verzetsbeweging, FDD genoemd, omdat, zoals hij zegt: „Als het leger de vijand is, moeten we dat vernietigen”.

Ngendahayo veroordeelt die houding: „De Frodebu is tegen geweld. Via geweld een oplossing nastreven, is verkeerd - nu worden zogenaamd uit politieke overwegingen aan beide zijden van het conflict onschuldige mensen vermoord”.

Bemiddeling

Ondertussen komt Buyoya via een nieuwe militaire coup op 25 juli 1996 wederom aan de macht. Ngendahayo is pessimistisch gestemd. Hij verwacht niet direct dat de bemiddelingspoging onder leiding van de voormalige president Nyerere van Tanzania succes zal hebben. „Eerst moeten alle gewapende groepen worden ontwapend”, meent de oudminister. „Dat kan worden gedaan door een gewapende’ interventiemacht. Ik roep daarvoor ook op tot meer betrokkenheid van de Europese Unie (EU). Die moet ten opzichte van Burundi dezelfde houding aannemen als destijds ten opzichte van de apartheidsregering in Zuid-Afrika. Toen werd het ANC zowel politiek als militair ondersteund. Waarom steunt de EU niet nadrukkelijker de Frodebu, die tenslotte in 1993 overduidelijk de verkiezingen won?”

Ngendahayo draagt momenteel binnen Frodebu de medeverantwoordelijkheid voor politieke en diplomatieke zaken. Hij vindt dat bij het zoeken naar oplossingen creatief moet worden nagedacht. Een van de opties zou bijvoorbeeld de integratie van Burundi in Tanzania kunnen zijn. „Burundi is overbevolkt en kan in de toekomst maar moeizaam op zichzelf blijven voortbestaan. Historisch gezien hebben delen van Tanzania en Burundi veel gemeen. Wellicht kan daarom Burundi samengaan met Tanzania, om vervolgens binnen dat verband een soort van soevereiniteit te behouden”.

Het belangrijkste is volgens de oud-minister echter het snel instellen van een vredesmacht en het ontwapenen van de diverse milities, waaronder het leger. „Alleen op die manier kan de huidige explosieve situatie worden gekalmeerd en kunnen de verschillende groeperingen proberen samen aan de toekomst te werken”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

„Maak Burundi onderdeel van Tanzania”

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 23 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 32 Pagina's

PDF Bekijken