Bekijk het origineel

Klassieke fragmenten

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Klassieke fragmenten

4 minuten leestijd

In vroeger dagen vulden uitgevers en boekverkopers de laatste bladzijden van hun publicaties bij wijze van reclame wel met een overzicht van de uitgaven in hun fonds. In het boek “Oude keizers, nieuwe kleren. Griekse en Latijnse vertalersfondsen” heeft uitgeverij Athenaeum - Polak & Van Gennep onlangs iets dergelijks gedaan.

Dit werk bevat „zevenenveertig nog nooit gepubliceerde fragmenten” uit de klassieke literatuur en een aantal essays over het vertalen van klassieke geschriften en aanverwante thema’s. Op de laatste pagina’s van het boek wordt de aandacht van de lezer gevestigd op de nu vijfentwintig jaar bestaande “Baskerville Serie” van deze uitgeverij, die tal van klassieke teksten in vertaling bevat. De mededeling op de achterzijde van het boek dat het hier om een „feestelijke bundel” gaat, leidt dan ook als vanzelf tot de gedachte dat hier op een interessante manier reclame voor deze serie bedreven wordt.

Toch is dat laatste niet geheel juist. Als- er al van reclame gesproken mag worden, dan geldt dit de aandacht die gevraagd wordt voor het opmer kehjke verschijnsel dat er de laatste jaren een enorme groei van het aantal vertaalde klassieke teksten te constateren valt. Het overzicht van leverbare titels van vertaalde Griekse en Latijnse literatuur (bladzijde 103107) bevat ongeveer 170 publicaties van verschillende uitgeverijen. Terecht wordt daarin niet alleen vermeld welke geschriften van bijvoorbeeld Plato en Cicero in Nederlandse vertaling verkrijgbaar zijn; ook titels van Flavius Josephus, Augustinus, Anselmus van Canterbury én Thomas van Aquino worden genoemd.

Volgens het eigenzinnige essay van Piet Gerbrandy, “Boeken die ertoe doen” (bladzijde 41-46), mogen deze laatsten trouwens niet tot de canon van de klassieken gerekend worden. Maar aangezien Gerbrandy ook auteurs als Vestdijk onder dit oordeel laat vallen -waarmee hij wel heel ver buiten het spoor treedt dat in de ondertitel van zijn opstel aangegeven wordt: “Quintilianus over canonieke klassieken en ongelezen meesterwerken”en bij de naam van Publius VirgiUus Maro blijkbaar slechts aan het werk van een zesde-eeuwse grammaticus wil denken, behoeven we ons van dit vonriis niet zoveel aan te trekken. Uiteindelijk maakt elke lezer toch zijn eigen canon.

Latijnse schatten

De vertaalde fragmenten bestrijken een breed terrein, waarvan de grenzen in ieder geval niet gevormd worden door de geschriften van hen die men gewoonlijk de klassieke topauteurs noemt. Zij variëren naar inhoud van een gedicht van de Griekse dichtervorst Pindaros tot een op papyrus bewaard gebleven briefje van een jongetje aan zijn vader, en naar tijd van ontstaan van de achtste eeuw voor Christus tot de veertiende eeuw na Christus. Zo komen we uiteraard stukken tegen uit het oeuvre van Homerus (de bekende aanhef .van de Ilias, vertaald door Imme Dros), Vergilius (Laocpöns dood, vertaald door M. d’Hane-Scheltema, en “Het Schild” van Aeneas, vertaald door Henk Schoonhoven), maar ook veel minder bekende fragmenten als de “kernachtige verwoording van waar het in de geneeskunst op aankomt” (overgeleverd op naam van Hippo crates en vertaald door Philip van der Eijk) en de aanhef van Ausonius’ “Mosella” (De Moezel,,vertaald door Patrick Lateur).

Naast een algemene inleiding op de bundel door Mark Pieters en de reeds genoemde beschouwing over canonvorming door Piet Gerbrandy bevat het boek opstellen van Rudi van der Paardt (over klassieke motieven in recente Nederlandse literaire werken), Hein L. van Dolen, “Bonenpulp of amandelspijs” (een poging om de „gevreesde vraag” naar de zin en waarde van het onderwijs in de klassieke talen te beantwoorden) en Paul Claes (over gecensureerde passages in klassieke werken). Het laatste woord is aan Vincent Hunink en Patrick de Rynck.

Zij formuleren enkele gedachten over de hausse aan vertalingen, en wijzen er terecht op dat in de vroegchristelijke en middeleeuwse Latijnse literatuur nog grote schatten op herontdekking door middel van vertaling liggen te wachten.

N.a.v. “Oude keizers, nieuwe Icleren. Griekse en Latijnse vertalersvondsten”, red. Vincent Hunink, Mark Pieters en Patrick de Rynck; uitg. Atlienaeum - Polak & Van Gennep; Amsterdam, 1997; ISBN 9021420341; 107 biz. ; ƒ 25,-.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Klassieke fragmenten

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken