Bekijk het origineel

Predikant en inkomstenbelasting

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Predikant en inkomstenbelasting

4 minuten leestijd

Op 25 april jl. deed het gerechtshof in ‘s-Gravenhage uitspraak op een beroepschrift van een niet nader genoemde (vrouvfelijke) predikant. Ze liet de procedure door een gemachtigde doen. Maar dat ging niet goed. In de vakpers staat dan ook als commentaar bij deze uitspraak dat procederen ook een vak is en dat de theologe dat vak niet beheerste. De gemachtigde liet blijkbaar steken vallen.

Het ging over een paar aspecten van de inkomstenbelasting, die niet alleen voor dominees van belang zijn. De dominee was in 1991 afgestudeerd als hervormd predikant. Ze moest twee jaar op een beroep wachten. Vanaf 1 oktober 1993 kreeg ze een vast traktement. Dat bracht haar direct in aanvaring met de belastinginspecteur.

Onkostenvergoeding

De eerste kwestie ging over onkostenvergoedingen die de kerkvoogdij in 1993 had- verstrekt. Dit waren vaste bedragen voor reizen, administratie, representatie en vakliteratuur. Deze onkosten waren dus niet bij de kerkvoogdij gedeclareerd met bijbehorende specificatie. Ze waren als vaste, ronde bedragen gegeven zonder dat de kerkvoogdij ernaar keek of de kosten werkelijk werden gemaakt.

De Belastingdienst heeft in 1995 een regeling getroffen dat predikanten belastingvrij bepaalde bedragen voor bepaalde kostensoorten kunnen ontvangen. Die regehng gold nog niet in 1993. De inspecteur en de rechter oordeelden dat het daarom gewoon om een bestanddeel van het traktement ging.

Daar zijn vraagtekens bij te zetten. Maar misschien lag de uitkomst aan het procederen van de dominee. Als zij met bewijzen in de hand had kunnen aantonen dat ze wel degelijk al dat soort kosten gemaakt had waarvoor de vergoeding was gegeven, had ze goede kans gemaakt. Maar ja, misschien had ze die kosten in werkelijkheid (nog) helemaal niet gehad. Toch lijkt mij dit onwaarschijnlijk. Waarom zou de Belastingdienst dan een algemene regeling hebben willen treffen? Dat is alleen gedaan omdat dominees nu eenmaal dergelijke kosten hebben. Nee, bevredigend is de afloop allerminst.

Beroepskosten

De dominee deed nog een beroep op de regeling die toen al gold voor rooms-katholieke geestelijken. De rechter vond de vergelijking niet opgaan. Een predikant is naar zijn mening heel wat anders dan een pastoor. Nu is dat natuurlijk ook zo. Toch denk ik dat dit voor de belastingkwestie niet helemaal opgaat en dat de rechter ook Wer wat al te gemakkelijk heeft geredeneerd.

Het tweede geschilpunt ging over de aftrek van beroepskosten tot een bedrag van 1435 gulden. In de eerste plaats de post “afschrijving bibliotheek” (800 gulden). Ook hier volgde de rechter de inspecteur en ook hier was een sterk verweer van de belastingplichtige op zijn plaats geweest. De theologe kocht, zoals elke predikant, nogal wat theologische werken. Normaal gesproken zijn dat beroepskosten. Terecht zei de inspecteur dat je dan niet nog eens op die boeken kunt afschrijven. Het is of het een of het ander. Als de dominee dure boeken aanschaft, mag ze deze best over een aantal jaren afschrijven. Maar niet én direct als kosten nemen én afschrijven.

Hetzelfde lot ondergingen de kosten van aanschaf van een duur woordenboek en een telefoonbeantwoorder. De dominee kon niet aannemelijk maken dat het beroepskosten waren. Iedereen van een niveau als de dominee koopt toch ook privé dergelijke dingen. Naar mijn mening was de uitspraak van de rechter ook hier weer wat gemakkelijk. Zo onwaarschijnlijk is het toch niet dat het om beroepsuitgaven ging, om zaken die typisch horen bij de uitoefening van het beroep.

Pastorie

Dan de rente studiefinanciering. De Informatiseringsbank, later bekend onder de wat deftiger naam -Informatie Beheer Groep, had wat onduidelijke informatie gegeven over de rente van de studieschuld van de voormahge studente theologie. De inspecteur dacht daarom aanvankelijk dat er in 1993 geen rente was betaald. Op de zitting van het hof ontstond daarover een hele discussie. De gemachtigde van de dominee legde een heleboel papieren over van de studiefinancieringsautoriteiten in Groningen. Daaruit maakten het hof en de inspecteur uiteindelijk op dat in 1993 een bedrag aan rente bij de hoofdsom van de schuld moest zijn bijgeschreven. De rente mocht toch nog in aftrek worden gebracht. Ten slotte de bijteUing voor het mogen bewonen van de pastorie. De inspecteur vond het door de dominee opgegeven bedrag veel te laag. Hij kwam daarmee pas tijdens de procedure voor de rechter. Het is de vraag of dat mag, maar ook hier: de dominee bestreed het onvoldoende. Toch gaf het hof in dit geval de dominee gelijk. De inspecteur had het hogere niet voldoende waar kunnen maken. De gemachtigde had een goed verhaal.

Vele kleine postjes maken één grote. Bij gevallen als deze is het zaak goed op de onderbouwing te letten van uw stellingen. Anders is het procederen onbegonnen werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Predikant en inkomstenbelasting

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken