Bekijk het origineel

Brievenbussen onder de tropenzon

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Brievenbussen onder de tropenzon

Op Caraïbisch eiland Nevis staat de tijd niet helemaal stil

12 minuten leestijd

NEVIS - Links rijden en ook nog uit moeten kijken voor overstekende apen: wie verwacht dat in het Caraïbisch gebied? Al sinds 1725 vormen apen op Nevis een ware plaag - en zo heeft elk Caraïbisch eiland wel iets aparts. De negenduizend, vrijwel uitsluitend zwarte bewoners leven er zorgeloos onder de zon, op een schat aan historie. Veel toeristen komen er niet op af, maar sinds enige tijd wordt weer wat extra’s verdiend: aan brievenbusmaatschappijen van fiscale vluchtelingen. Zo staat op Nevis de tijd toch niet helemaal stil...

“Windward Islands Airways” berekent iets meer dan iionderd gulden voor de vlucht vanaf het koninkrijkseiland St. Maarten naar het onbekende Nevis en weer terug. De luchtvaartmaatschappij van de bovenwindse eilanden van de Nederlandse Antillen voert de vlucht uit in ongeveer een halfuur. Vanuit de lucht levert het een spectaculair beeld op. In de prachtig blauwe CaraAische zee koesteren zich de eilanden Saba, Sint Eustatius en de minder bekende parels als St. Earths en St. Kitts.

Het kleine toestel remt krachtig op de korte landingsstrip van Newcastle Airport en taxiet door tot voor de deur van de houten keet die luchthaven heet. We hebben slechts één medepassagier aan boord en worden na het uitstappen vriendelijk welkom geheten door de douanier van het eiland: hij doet het voorkomen alsof hij inderdaad de enige is die het eiland rijk is.

Voor toeristische informatie over het eiland verwijst de man ons door naar een juffrouw, die in haar balie lijkt te zijn vastgegroeid. Ze zal haar f baantje als toeristische informatrice : wel aan een invloedrijke neef te danf ken hebben, want ze heeft een -voor Èhaar voorlichtende werk- wat minider handig spraakgebrek. Ze wijst I zwijgzaam op een telefoon aan de I achterwand van het gebouwtje. Voor als we een auto willen huren.

Kindermishandeling

We krijgen verbinding met “Skeete’s”, een lokaal autoverhuurbedrijf. Een vriendelijke stem vraagt om buiten het gebouw te wachten. Eerst moeten we namelijk naar de plaatselijke politiepost voor een tijdelijk rijtbewijs: een vorm van toeristenbelaspting of geldplukkerij, zo lijkt het wel.

De politiepost van het gehucht Newcastle ziet er kaal uit. Binnen doet de dienstdoende agente een ochtenddutje. We kuchen even en ze schrikt waïdcer. Een tijdelijk rijbewijs kost 30 Eastern Caribbean dollars. Z& trekt een bonboekje open, compleet met carbonpapier in drievoud. Het is dramatisch om te ontdekken: de ambtenaar is niet in staat uit te rekenen hoeveel EC-doUars we als wisselgeld moeten terugkrijgen van 20 Amerikaanse dollars bij een koers van 1 op 2,5. Na enige eigen rekenoefeningen op een calculator grijpt ze vertwijfeld naar de bakelieten telefoon, belt het hoofdbureau van politie in de hoofdstad Charle’stown en rekent het verkregen antwoord nog eens na. Gelukkig zit er voldoende wisselgeld in haar geldkistje.

Aan de muur hangen enkele sympathieke, opvoedend bedoelde posters, die zich vooral richten tot de vaders van Nevis: „Kinderen hebben niet alleen een moeder nodig, maar ook een vader”. Dat is in de praktijk ook hier dus niet zo vanzelfsprekend. Een andere poster: „Wees voorzichtig met wat u doet en zegt tegen uw kind. Kindermishandeling kan fysiek, psychisch en/of seksueel zijn!”. De zondeval is ook aan Nevis niet voorbijgegaan...

Sneeuw

De Spanjaarden ontdekken Nevis op 11 november 1493, op de tweede reis van Columbus naar de Nieuwe Wereld. Ze noemen het aanvankelijk („vanwege de elfde van de elfde”) San Martin, maar sinds 1540 verschijnt het eiland op kaarten met de naam “Nieves”. Een naam die afgeleid is van de Spaanse “Santa Maria de las Nieves”, in het Vlaams “Heilige Maria ter Sneeuw” genoemd. Nevis bestaat eigenlijk uit een hoge berg, die door zijn hoogte veelal in wolken is gehuld. Dat deed de Spanjaarden denken aan de besneeuwde bergtoppen in hun verre vaderland.

De eerste overleveringen stammen uit 1603, als ene kapitein Gilbert uit het Engelse Plymouth er met zijn uit twintig mannen (soms nog jongens!) bestaande bemanning voet aan wal zet. Ze komen er tropisch hardhout halen en doen zich volgens de beschrijving tegoed aan een schildpad, die „zo zwaar was dat vier mannen haar niet aan boord van het schip konden takelen”. Het moet een open baring zijn voor de opvarenden:

„Deze nacht openen we het dier, dat 500 eieren en buitengewoon zoet vlees bevat. Allé pogingen om met netten vis te vangen lopen stuk op schildpadden die de netten vernielen”.

De eveneens Engelse kapitein Smith dóet het eiland vier jaar later aan en noemt -behalve de overvloed aan vis, gevogelte en een soort konijnuitgebreid het geneeskrachtig water dat hij er aantreft: „Hardnekkige schotwonden genezen er, alsmede huidirritaties die de bemanning hier opliep van een giftig gebleken soort vijg”. Latere lieden reppen over de wondere werking van het water op hardnekkige hoest en lepra, al is het als drinkwater minder geschikt. „Het is te heet om aan te raken en men verkiest het om regenwater in bakken op te vangen”, zo schrijft iemand.

Vreselijke stormen

Op deze 93 vierkante kilometer -een vlekje op de wereldbol- hebben drie rassen elkaar in heerschappij opgevolgd: eerst Caraihische indianen, daarna Europeanen en vervolgens af lstammelingen van negerslaven uit Afrika. De historie van het eiland in dit opzicht laat zich overal zien. In Newcastle -vlak bij het vliegveldzien we een massief stenen bouwwerk uit 1650, waarin de Engelsen zich bij aanvallen van de Carib-indianen konden terugtrekken. Het ging er ruig aan toe in de regio, want de Europeanen lieten elkaar onderling ook niet met rust. Zo hadden de Engelsen weer de Spanjaarden overleefd, alvorens ze uiteindelijk toekwamen aan het uitmoorden van de indianen.

Daarnaast bestond er het gevaar voor rampen tijdens dê zeereis of de niets ontziende orkanen in het bovenwindse gebied. Volgens een legende kenden de Caraïbische indianen de god Hunrakan, die winden stuurde als hij boos was. Europeanen kwamen zo op het woord “hurricanes”. Nevis heeft er heel wat over zich heen gehad. Soms zogen tornado’s hele delen van het eiland kaal en de resten van verwaaide bouwwerken uit het verleden, zelfs fundamenten van complete kerken, zijn overal zichtbaar. Van de in 1625 door de Britten gestichte voormalige hoofdstad Jamestown is nog slechts de St. Thomas Lowland Church over, de vensters -je weet maar nooit- veilig verscholen achter houten schotten.

In de 18e eeuw wordt het eiland getroffen door maar liefst zesentwintig hurricanes; deze eeuw zijn het er -inclusief Hugo in 1989 en Luis in 1995- slechts vier. Voor de kust van Nevis liggen de wrakken van vele in vliegende storm vergane schepen. Destijds kon men immers niet gewaarschuwd worden voor de dag of de route van de naderende storm.

Drank en vrouwen

In de tussentijd worden godsdienstoorlogen uitgevochten: de protestantse Engelsen en Hollanders tegen de rooms-katholieke Spanjaarden en Fransen. Ierse katholieke kolonisten op Nevis vallen in deze strijd soms letterlijk tussen wal en schip. Ook Quakers moeten het bij tijd en wijle zwaar ontgelden. Deze gelovigen droegen een zwarte hoed en daarom alleen al stond er op Nevis een zware boete op het dragen van hoofddeksels!

Door het Caraihisch gebied dolende joden daarentegen blijken weer van harte welkom te zijn geweest. Bij de huidige hoofdstad Charlestown is nog de ruïne te vinden van hun synagoge. De joodse begraafplaats wordt redelijk bijgehouden en heeft stenen uit de periode 1670 tot 1758. De grafstenen laten namen als Abraham Cohen, Cohen Rodrigues en Bathseba zien; de grafschriften zijn in het Portugees, het Engels en het Hebreeuws. De joden werden door de Portugezen uit de Hollandse bezittingen in Brazilië gejaagd en zochten hun heil op protestantse eilanden in het Caraïbisch gebied. Daar was voor hen relatieve godsdienstvrijheid.

Uiteindelijk zegeviert de op anghcaanse leest geschoeide methodistenkerk. In 1787 arriveert bisschop Thomas Cooke op Nevis en binnen tien jaar is 90 procent van de bevolking methodist, meer dan op welk ander bovenwinds eiland. Geestelijken worden op de plantages toegelaten om te preken over het betere leven na de dood, maar veel bronnen spreken over het geringe aantal pastores, die vaak ook nog dronken waren.

Het kerkvolk zelf was niet veel beter: een methodistenzendeling schreef op dat alles en iedereen beheerst werd door drank en vrouwen. De rijke planters deden in de zonde voor niemand onder en moesten daardoor wel bang zijn geworden voor het laatste oordeel: een anglicaanse priester kreeg in die dagen eens zeven jaarsalarissen om een rouwdienst te leiden van een planter die het in het leven wel erg bont had gemaakt...

Suikertijd

De Britse kolonisten zijn veelal arme lieden, die met contracten voor vijf jaar worden gelokt. Ze moeten land vrijmaken van stenen, die worden gebruikt voor bouwwerken en wegen. In de “struggle for life” worden aanwezige wilde varkens en de leguaan uitgeroeid. Na afloop van het contract krijgen de “settlers” 5 are land om zelfstandig te kunnen gaan boeren. Aanvankelijk stort de arme blanke bevolking van het overbevolkte Nevis zich op de verbouw vantabak, specerijen en de kleurstof indigo. De opkomst van Virginia als tabaksproducent en de kolonisatie van Jamaica zorgen in 1655 alleen al voor een vertrek van 2000 van de 5000 burgers.

De tweehonderd jaren daarna zullen verbonden zijn met de verbouw van suikerriet. Op de plantages en in de suikerfabrieken werken daarna alleen nog maar negerslaven. Rond 1778 telt het eiland maar liefst 10.000 slaven. Hun welbevinden hangt af van welke baas ze hebben en na een grote misoogst in 1788 sterven wel 400 slaven de hongerdood. Op een gegeven moment is nog maar een op de tien bewoners van Nevis blank.

Op 1 augustus 1834 wordt de slavernij afgeschaft. Op Nevis blijken dan nog 7225 slaven te zijn, op zo’n veertig plantages. Trinidad, de VS, Venezuela en Panama worden trekpleisters voor de steeds meer (door onder andere de stoommachine) zonder werk komende inwoners van Nevis.

Nog één keer leeft de economie op: rond de Eerste Wereldoorlog profiteert de landbouw van de katoen, die op zeker moment zelfs de helft van alle agrarische produktie omvat. De crisis in de jaren ‘30 doet ook deze markt instorten.

Uit deze eeuw kunnen nog enkele wapenfeiten worden gemeld: de malaria wordt uitgeroeid en een beter onderwijs pakt het hardnekkige analfabetisme aan. Op 3 september 1983 verkrijgen de eilanden Nevis en St. Kitts gezamenlijk als land volledige onafhankelijkheid binnen het Britse Gemenebest. De grondwet waarborgt de minderheidspositie van Nevis ten opzichte van het grotere eiland St. Kitts.

De laatste jaren zijn nog veel inwoners van Nevis naar Engeland vertrokken. Bij de recente parlementsverkiezingen op het eiland stonden nog 5900 kiesgerechtigde burgers geregistreerd, van wie 60 procent ook daadwerkelijk was komen stemmen.

Trekpleister

Het is heerlijk om over Nevis rond te rijden. Wat straalt deze wereld een rust uit. Wat een eeuwenlange historie voel je om je heen. De smalle, hoge palmbomen zijn overweldigend in aantal, in vorm en in kleur. Wie al veel eilanden in deze regio heeft bezocht, wordt toch geïmponeerd door de palmbomen hier. De smalle wegen moeten gedeeld worden door voetgangers en automobilisten. Vanaf de weg richting de hoofdstad zien we de ruïne van een kerk die de natuurrampen van vroeger niet heeft overleefd.

Vlak daarnaast heeft de St. Thomas Anglican Church de geestelijke fakkel overgenomen. Binnen in de kerk worden oude hoge heren geprezen om hun goede daden; daarbij wordt met nadruk gesteld dat ze heel goed zijn geweest voor de negers van het eiland. Op het kerkhof wijzen stenen een graf aan uit 1649, maar ook ligt er een pas gedolven graf.

Het Hamilton Museum in Charlestown eert het geboortehuis van de later beroemd geworden Amerikaanse staatsman Hamilton. Een hoekje van het museum maakt melding van de joodse gemeenschap, waar ook eerder genoemd kerkhof van getuigt. In de vitrine prijkt een stuk van een opgegraven zilveren menorah, de joodse kandelaar.

Verder biedt het eiland voor de toerist oude fortificaties en ruïnes van suikerfabrieken, waardoor het verleden gaat spreken. Eeuwen van slachtingen, onrecht, ziekte, armoede en eenzaamheid trekken door ons endeheeneials we voor een lichte lunch in de 1200 inwoners tellende hoofdstad Charlestown zijn neergestreken. Vanaf de tweede verdieping van een oude patriciërswoning in Main Street zien we het marktplein en het winkelend publiek: het zijn de nazaten van de roekeloos uit Afrika geroofde negerslaven.

De gewone man heeft nog steeds weinig perspectief op Nevis; de economie van het eiland heeft de bevolking te weinig te bieden. Arme drommels delen de straat met een enkele golftoerist, die het nieuwe en met Europese ontwikkelingsgelden aangelegde “Four Seasons Golf Resort Hotel” is komen bezoeken.

Belastingparadijs

Enige tijd geleden verwierf de Amerikaan Vincent Hubbart op Nevis het monopolie voor het opzetten van een zogeheten offshoresysteem. rHijde alleen mag bemiddelen tussen de overheid en buitenlandse bedrijven, die zich op papier op het eiland mogen vestigen. Deze “brievenbusmaatschappijen” -het zijn er inmiddels meer dan 5000- leveren het eiland jaarlijks een paar miljoen gulden op. Wie minimaal 100.000 dollar belastingvrij wil wegzetten, kan op Nevis een naamloze vennootschap oprichten. Namen en adressen hoeven niet bekend te worden gemaakt, als er maar jaarlijks een vast bedrag naar de overheid en naar meneer Hubbart gaat. Een ideale mogelijkheid om criminele gelden wit te wassen, daar waar het in landen als Aruba en de Nederlandse Antillen steeds moeilijker wordt.

Als we de zuidpunt van het eiland willen verlaten, krijgen we de huurauto niet meer aan de praat: ondanks de gunstige stand van de brandstofmeter blijkt de benzine op. We laten de auto in de steek en hopen in de brandend hete zon al üftend in de buurt van een telefooncel te komen. Gelukkig worden we al snel opgepikt en biedt chauffeur Tony aan om voor ons vanuit zijn huis naar Keete’s Car Rental te bellen. Het Engels dat hier gesproken wordt is bijna niet te verstaan. We drinken een op het buureiland St. Kitts gebrouwen Caribbier en de tongen komen allengs losser. Inmiddels brengt de autoverhuurder een nieuwe auto: inderdaad, sorry, het naaldje van de benzinemeter stond stil. Net als de tijd, hier op Nevis...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Brievenbussen onder de tropenzon

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken