Bekijk het origineel

Kerkenbouwers en beeldenstormers

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Kerkenbouwers en beeldenstormers

4 minuten leestijd

Zouden de duizenden leden van Veronica wel weten dat hun omroep vernoemd is naar tiet legendarische meisje dat Christus ontmoette tijdens Zijn lijdensweg? Zij zou Zijn gezicht hebben afgeveegd en daarbij een indruk van Zijn gelaat hebben achtergelaten op het doek. Dit tafereel is afgebeeld op de zesde “statie” in de serie van de kruisweg, die te vinden is aan de muren van katholieke kerken. Het is een voorbeeld van de betekenis van kunst in de middeleeuwse kerken. Veronica... ach, “what’ s in a name?”

Peter van Daal, jezuïet en hoofddocent aan de Vrije Universiteit in Amsterdam, schreef een boek dat velen een plezier zal doen. Het heet “Tot lering en verering. Functies van kunst in de Middeleeuwen”. Eigenlijk is de titel een beetje vaag, want het boek behandelt vooral de theologische doordenking en legitimatie van het plaatsen van kunstvoorwerpen in kerken. Daarnaast gaat het onder meer over de verschillende kunststijlen. Het enige minpuntje van het boek is dat er maar twintig foto’s in staan en die zijn niet eens bij de bijbehorende tekst geplaatst. Voor de rest is het een prachtboek, dat bovendien niet duur is. Eenieder die een beetje belangstelling heeft voor oude kerken, zal in “Tot lering en verering” kuimen lezen hoe en waarom de verschillende protestantse en katholieke kerken er zus of zo uitzien.

Eeuwenoud en nog altijd actueel is de discussie die nog steeds in onze kerken wordt gevoerd, of bijvoorbeeld in kinderbijbels wel afbeeldingen van Jezus mogen worden opgenomen. Al in de oudheid stelde Eusebius dat Christus twee gedaanten had, een goddelijke en een menselijke. „We hebben geleerd dat beide onverenigbaar zijn en de goddelijke is niet in lijnen en kleuren uit te drukken”. Anderzijds liet Hij Zich, door mens te worden, bekijken.

Beeldenverwoesters

Gaandeweg kwam het afbeelden van bepaalde christelijke symbolen, zoals het ichthus-teken, in zwang. Ook werden gedachteniskerken gebouwd op de graven van martelaren, en in de zesde eeuw verschenen de eerste beelden aan de muren en ‘in levenden lijve’ op sokkels. Duidelijk wordt erbij gezegd dat ze voor de ongeletterden zijn en niet bedoeld om te worden vereerd, maar om erdoor te worden onderwezen in de gewijde geschiedenis. Bonaventura zei later: „Beelden zijn uitgevonden opdat eenvoudigen kunnen leren over de geheimen van ons geloof’.

Het maken van beelden en schilderijen van heiligen neemt een hoge vlucht tot het jaar 726. In dat jaar ontdekte keizer Leo III dat het winnen van een veldslag niet afhankelijk is van het feit of op de munten en kerken heiligen zijn afgebeeld. Leo verbood daarop het maken van afbeeldingen en stelde alles in het werk om de kerken te zuiveren. Toen hij eigenhandig de Christus-icoon van zijn paleis wilde verwijderen, trokken boze vrouwen de ladder omver en stierf hij. In hoeverre deze beeldenverwoesters of iconoclasten het oudtestamentische beeldenverbod op het oog hadden, blijkt niet duidelijk uit het boek.

Op de tweede synode van Nicea in 787 kregen de iconodulen hun zin en werden beelden weer in ere hersteld. Interessant hierbij is dat de verwoesters veel eenvoudiger bijbelteksten konden overleggen dan de vereerders - de rooms-katholieke auteur is hierin zeer integer. Fijntjes merkt hij in het hoofdstuk over het calvinistische beeldenverbod op dat dit geen betrekking had op edellieden en admiraals, die soms over de meest pompeuze praalgraven konden beschikken. Luther had minder dan Calvijn en ZwingU bezwaren tgén beelden in de kerk, mits ze nuttig zijn bij de Woordverkondiging. Calvijn beperkte zich tot het toestaan van historische gebeurtenissen: andere beelden leiden tot aanbidding en verering en dat is afgode rij

Kerkgebouwen

De bekendste middeleeuwse beeldencriticus was Bernard van Clairvaux, stichter van de cisterciënzerorde. Hij ergerde zich aan „die wonderlijke wanstaltig schone gestalten en schone wanstaltigheden... als men zich dan niet schaamt over de nonsens, waarom ziet men dan tenminste niet op tegen de kosten?” Overigens betreft zijn kritiek alléén beelden in kloosters, want omdat monniken kunnen lezen en schrijven, hebben zij helemaal geen beelden nodig om Gods Woord te verstaan.

Ook het kerkgebouw zelf kan uitdrukking geven aan bepaalde theologische opvattingen. Abt Suger bouwde de grote kerk van Saint-Denis in 1140 naar anagogisch model. Anagogisch betreft de kunst die de geest opvoert van de aardse Jezus naar de hemelse, doordat bijvoor- ’ beeld aangebrachte edelstenen naar de heerlijkheid van God verwijzen of het daglicht naar het Licht der wereld verwijst.

Dat er heel concreet sprake was van een “nieuw licht”, blijkt uit hét feit dat deze kerk een van de eerste gotische gebouwen was. Het verschil tussen gotisch en romaans is dat de eerste stijl veel hoger is, met muren die meer ramen kunnen bevatten. Romaanse kerken zijn ‘veel donkerder en massiever.

Dit, maar nog veel en veel meer staat in een boek van slechts 175 bladzijden dik. Heel hartelijk aanbevolen; hefzet aan tot denken en dat is een goede zaak. Zeker voor degenen die vaste afnemers zijn van Veronica.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

Kerkenbouwers en beeldenstormers

Bekijk de hele uitgave van maandag 25 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 14 Pagina's

PDF Bekijken