Bekijk het origineel

Onrust in Indonesië is van alle tijden

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Onrust in Indonesië is van alle tijden

Nederlanders paaiden inlandse vorsten op Java met een draaiorgeltje

6 minuten leestijd

JAKARTA - De laatste jaren wordt het steeds onrustiger in Indonesië. Nu eens plegen fanatieke moslims aanslagen op toeristische trekpleisters, dan weer zijn er rellen tegen Chinezen of is er gewelddadige oppositie tegen de overheid. Toch is er niet veel nieuws onder de zon, blijkens stille getuigen uit het koloniale verleden. Sultans en andere “snoeshanen” lieten steeds hun sporen na.

Voor de komst van de Nederlandse koloniale overheid worden de eilanden in de Indische archipel geregeerd door een veelheid aan vorsten. Voor de kooplieden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) is het een uitdaging om daar op de juiste wijze mee om te gaan! In 1645 sluit de VOC vrede met de vorst Amangkoerat I. Zijn titel was “soesoehoenan” van het Midden-Javaanse rijk Mataram. Soesoehoenan -de Nederlanders zeiden spottend snoeshaanbetekent letterlijk: „Die men knielend nadert”.

Daarvóór zijn er wel meer grillige vorsten geweest, maar deze Amangkoerat slaat haast iedereen in wreedheid. Bij tijd en wijle slacht hij verwanten af of laat hij honderden mohammedaanse geestelijken tegelijk ombrengen. Regelmatig drijven in de rivier Solo de lijken van vooraanstaande personen.

Doodhongeren

Als de favoriete vrouw van deze soesoehoenan sterft, laat hij honderden van zijn bijvrouwen in een open kooi boven het graf van zijn overleden geliefde verhongeren. Voor de Nederlanders is het een ware opgaaf om op hun veroveringspad met de gevreesde inlandse vorst in contact te komen. Vanwege hun geringe aantal hebben de jongens van Jan de Witt in de grote eilandenarchipel niet de zware strijd maar de onderhandelingen als inzet. Na uitgebreide krijgsraad meldt een niet bang uitgevallen soldaat zich aan met een list. Zijn naam is Van Goens. Hij bezit een draagbaar draaiorgeltje en neemt dit al spelende mee naar het paleis van de inlandse vorst.

De vorst neemt het orgeltje van Van Goens in ontvangst en laat zich daarna nooit meer zonder het instrument in het openbaar zien! Daarna weet Van Goens de bloeddorstige soesoehoenan te neutraUseren door soldaten te laten optreden die enkele goochelkunsten meester zijn. Een van hen, zo meldt een oud reisjournaal: “At naar schijn wel ses pond capock en spooch gedurigh vuur ende oneindeleijk veel gecouleurde linten, naalden, spelden ende geldt uit syn hals. Dit alles behaaghde de Soesoehoenan soo, dat hij dickmael daerom seer hartelyk lachte”.

Ten slotte raakt Amangkoerat I door drank en opium in een staat van verdwazing. Vaak loopt hij als een geitenhoeder met een stel geiten over de paleisterreinen rond. De Nederlanders gebruiken hem alleen nog om impopulaire maatregelen aan het volk te verkopen.

Spijker der Wereld

Niet altijd blijken de door de Nederlanders geneutraliseerde inlandse vorsten betrouwbaar. Rond 1750 doen zich in Batavia (het huidige Jakarta) ernstige rellen voor. De volkswoede richt zich aanvankelijk -net als vandaag de dag nog- tegen Chinese immigranten, die in economisch opzicht de Javanen dreigen te overvleugelen. Nederland stookt aardig in deze etnische onrust, onder het motto: verdeel en heers. Uiteindelijk worden er 10.000 Chinezen afgeslacht.

Tijdens de rellen kiest een andere soesoehoenan, die van Kartasoera (ook op Midden-Java), de zijde van de opstandelingen, zodat er ook een revolutie tegen de Nederlanders dreigt. Deze vorst heet Pakoe Boewono II (zijn naam betekent: “Spijker der Wereld’ ). Als vergelding steken de Nederlanders zijn “kraton” ( paleis) in brand. Daarna krijgt hij evenwel toestemming om enkele kilometers oostelijker een nieuwe kraton te bouwen. Zijn nieuwe residentie is te Soerakarta, ook wel Solo geheten.

In 1755 sticht ene Hamengkoe Boewono, een oom van eerdergenoemde Pakoe Boewono II, een kraton j n Djokja, het tegenwoordige Yogyakarta. Deze tweespalt wordt door de Nederlanders gretig gevoed. Naast de soenan -zoals de titel soesoehoenan wel wordt afgekort- van Solo is er dan ook een sultan van Djokja. Meer dan onderworpen leenmannen zijn de soenan en de sultan niet meer geweest. Tijdens opstanden op Java in de vorige eeuw kozen ze veiligheidshalve steeds de zijde van de koloniale overheerser.

Politionele acties

Na de Tweede Wereldoorlog verandert het beeld. Hamengkoe Boewono IX, de toenmalige sultan van Djokja, kiest in 1945 de zijde van de opstandige Soekamo in het streven naar onafhankelijkheid. Zijn kraton wordt tijdens de politionele acties door de Nederlanders bestormd. De sultan is aanvankelijk alleen bereid om -neerkijkend vanaf zijn paleismuurmet de Nederlanders te onderhandelen. Later moet hij zich overgeven.

De soenan van het nabijgelegen Solo wedt op het Nederlandse paard. In zijn kraton wordt een groots feest aangericht om de komst van de Nederlandse soldaten te vieren. Na de onafhankelijkheid van Indonesië wordt de soenan van Solo door Soekamo als landverrader van al zijn in landse gezag beroofd. De sultan van Djokja, die aan de zijde van Soekarno had gestaan, blijft semi-autonoom. Hij wordt benoemd tot eerste vice-president van het nieuwe land, met behoud van de titel van sultan. De mensen in de stad Solo en haar omgeving voelen zich de eerste tijd van de nieuwe republiek achtergesteld vanwege de foute keuze van hun soenan. Velen sluiten zich aan bij de PKI, de communistische partij van Indonesië. Midden jaren ’ 60 pleegt generaal Soeharto eentaatsgreep, waarmee hij genadeloos afrekent met de PKI. Veel inwoners van Solo en omgeving worden vermoord of geïnterneerd. Weer drijven er lijken in de rivier! Vandaag de dag maakt Solo als stad een verwaarloosde indruk. Het leven lijkt er te hebben stil gestaan, waar op andere delen van Java zich juist een geweldige economische opleving laat zien. Door de achterstand krijg je overigens wel een beetje een beeld te zien van hoe een Javaanse stad er enige tientallen jaren geleden moet hebben uitgezien. Het paleis van de soenan staat er nog gedeeltelijk, maar maakt een troosteloze indruk. De oorspronkelijke daken zijn vervangen door golfplaten en zelfs het tuinonderhoud laat vreselijk te wensen over. W

Tien jaar geleden woedde er een brand, waardoor een deel van de inventaris verloren is gegaan. Vooral koetsen en rijtuigen van de soenan waren pronkstukken, met de allure van die van de gouden koets in Den Haag. Op de rijtuigen was steeds prominent het wapen van de VOC te zien. De rest van de expositie was er zo droevig, datje haast je entreeprijs terug wilde. Prachtige wajangpoppen stonden te verschimmelen achter defecte vitrines, hier en daar stond een oude vaas of hing een verroeste kris.

Een bezoek aan de kraton van de sultan van Djokja is evenwel nog steeds een toeristisch hoogtepunt.i,Het paleiscomplex is meer dan deifmoeite van een bezoek waard. Del „gebouwen zijn uitstekend onder hou-den en Nederlandssprekende gidseiiS staan klaar om een rondleiding t e * verzorgen. Aan de architectuur is te zien dat de Nederlandse stijl van glas-in-lood, Hollandse tegeltjes en gietijzeren lantaarns prima combineren met Aziatische bouwkunst. Op de grote binnenterreinen staan veel Delfts blauwe vazen. Na de onafhankelijkheid is in een fraai reliëf uiting gegeven aan de keus van de sultan’ tegen de Nederlanders en voor de onafhankelijkheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

Onrust in Indonesië is van alle tijden

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken