Bekijk het origineel

„Scania is schroevendraaiersfabriek”

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

„Scania is schroevendraaiersfabriek”

Vakbonden en personeel nemen vanavond besluit over staking

6 minuten leestijd

MEPPEL/ZWOLLE - ScaniaNederland lijkt een paar historische den tegemoet te gaan. Wat sinds de start van de productie van vrachtwagens in Nederland in 1964 nog nooit is vertoond, dreigt nu wel te gebeuren: een staking vanwege interne problemen. „Scania is zo langzamerhand een schroevendrersfabriek. Dat willen we voorkomen”, aldus een werknemer van de vestiging in Meppel.

De angst bestaat dat de assemblage van cabines naar Zweden verdwijnt. Driehonderd personeelsleden in Meppel lopen kans hun baan te verliezen. Het zit hun vooral dwars dat de Scaniatop rommelt aan een recente overeenkomst waarin dit bedrijfsonderdeel juist voor Nederland behouden zou blijven.

De hoogste baas van Scania, president-directeur Leif Östling, was vorige week in Nederland om het personeel mee te delen dat de productie van motoren en assen in Scandinavië zal worden geconcentreerd. Tot het jaar 2000 verdwijnen daardoor 250 tot 325 banen uit Zwolle. Dit besluit was niet echt een verrassing.

Tijdens diezelfde bijeenkomst deed Östling ook een toekomstvisie uit de doeken, die in grote lijnen neerkomt op verdergaande concentratie van de activiteiten. „Mogelijk wordt ook de cabi neproductie onderworpen aan een efficiencyonderzoek”, aldus Scania-woordvoerder H. Pronk. Zowel het Nederlandse management als de vakbonden kregen deze boodschap te horen, maar niet het personeel.

Pronk betreurt dat achteraf. „We wilden de honderden vragen die zouden komen, en die we toch niet konden beantwoorden, voorkomen. Er is op dit moment nog geen onderzoek, dus wat zouden we daarover kunnen zeggen of op voorhand beloven?”

De vakbonden vatten de toekomstvisie echter op als een bedreiging voor de werkgelegenheid in Nederland en lieten een boos persbericht uitgaan. Met als gevolg een wilde staking van enkele uren afgelopen vrijdag.

Ultimatum

Eergisteren stelden de Industriebond FNV, de CNV Industrie- en Voedingsbond en De Unie de Scania-directie een ultimatum, dat vanmiddag om 12.00 uur afliep. Op de valreep bleek de directie vanmorgen toch bereid te overleggen om uit de impasse te komen. De werknemers van de vestigingen in Zwolle en Meppel spreken zich vanavond in Staphorst uit over het resultaat van die onderhandelingen. CNV-bestuurder T. Katerberg sluit werkonderbrekingen niet uit als de toezeggingen die worden gedaan tegenvallen.

„Scania kan wel zeggen dat er nog geen efficiencyonderzoek is, maar het feit dat de top daar wel over nadenkt, voorspelt weinig goeds. Onderzoeken hebben in het verleden altijd negatief voor ons uitgepakt”, aldus de CNV’er. Hij doelt onder mier op de verplaatsing van de (toen te robotiseren) lak- en lasstraat naar Zweden in 1992. Met het afmonteren van de vrachtwagencabines leek het in eerste instantie dezelfde kant op te gaan. Katerberg: „Na langdurig onderhandelen slaagden we erin tweehonderd arbeidsplaatsen te behouden door met zijn allen jaarlijks structureel 5 miljoen gulden te bezuinigen. In een protocol legden directie en personeel verder vast dat de cabine-assemblage voor onbepaalde tijd in Nederland zou blijven”. De werknemers zijn het volgens hem spuugzat dat de directie nu weer met een zwabberbeleid komt en een efficiencyonderzoek aankondigt.

Pronk brengt daartegen in dat voortgaande concurrentie de vrachtwagenproducenten dwingt tot kostenbeheersing. „De marges op de verkoopprijzen zijn minimaal. Goed en goedkoop zijn sleutelwoorden. Om toch te kunnen investeren in productontwikkeling zullen we dus intern efficiënter moeten werken”. Dat gebeurde onder andere al door de automatiseringspoot, Scania Data, samen te laten gaan met een Zweeds computerbedrijf.

Wishful thinking

Hoewel Scania dus ontkent dat een dergelijke operatie voor Nederland al, aan de orde is, is Pronk overigens wel zo realistisch om te erkennen dat het „wishful thinking is om te geloven dat de afmontage van cabines in Nederland bij een kostenbesparingsoperatie buiten schot blijft”.

De onrust is er ondertussen niet minder op geworden. Werknemers uit Meppel gaan ervan uit dat de messen vanavond in Staphorst worden geslepen. „We gaan staken”, beweert de een stellig. „Dat weet ik nog zo net niet”, denkt zijn maat. Hij vindt het vooral in de richting van afnemers niet verstandig. „We moeten rust in de tent. Als een klant door een staking zijn vrachtauto niet op tijd krijgt, loopt hij de volgende keer naar de concurrent, want die maakt heus geen slechte wagens”.

Scania, met productievestigingen in Nederland (Zwolle en Meppel), Zweden (Södertalje) en Frankrijk (Angers), draait volgens Pronk „heel behoorlijk”. „We hebben dit jaar al drie keer de productie moeten verhogen om aan de vraag te voldoen”. Randstad Uitzendbureau zoekt momenteel nog 150 gespecialiseerde mensen om in Zwolle 85 trucks per dag van de band te kunnen laten rollen.

Het aandeel van Scania op de WestEuropese markt (ruim 172.000 trucks) bedroeg vorig jaar 15,5 procent. In Nederland verkocht importeur Beers 2878 nieuwe vrachtwagens, bijna een kwart van de totale vraag. De omzet van Beers groeide met 28,2 procent tot 1 miljard gulden. De winst steeg met 6 procent en kwam uit op 41,3 miljoen. Uit gegevens van de RAI blijkt dat de markt voor zware bedrijfswagens (meer dan 16 ton) in de eerste twee kwartalen van 1997 wat achterblijft bij vorig jaar.

4-serie

De Scania-fabrieken in Meppel en Zwolle, met samen bijna tweeduizend personeelsleden, zijn in de jaren negentig voor 30 miljoen gulden gemodemi seerd om de productie van de nieuwe vrachtwagengeneratie de -4-serie- aan te kunnen. Vorig jaar verlieten 14.000 trucks de fabriek in Zwolle, op weg naar klanten in veertig landen. Scania is marktleider in Groot-Brittannië en de grootste importeur in Duitsland. Een deel van de wegreuzen wordt via de havens van Rotterdam en Antwerpen naar het Verre Oosten verscheept.

Woordvoerder Pronk kan zich de ge voelens van teleurstelling onder de werknemers wel voorstellen. „Vroeger maakten we hier een complete vrachtwagen. Alles deden we zelf, tot aan het testdraaien van de motoren toe. Door het produceren van de componenten steeds verder te concentreren, komt het accent hier steeds meer op de assemblage van de trucks te hggen. De betrokkenheid van het personeel wordt dan automatisch minder”.

Het idee van sommige werknemers dat Scania op den duur wel uit Nederland zal verdwijnen, deelt Pronk niet. „De productie is alleen maar gestegen.

Alleen doen we het met minder mensen. En in de Europese gedachte maakt het niet uit of de productie van een vrachtwagenmotor in Nederland of in Zweden plaatsheeft. Een baan voor het leven is ingeruild voor flexibiliteit”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

„Scania is schroevendraaiersfabriek”

Bekijk de hele uitgave van woensdag 27 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 18 Pagina's

PDF Bekijken