Bekijk het origineel

Margalit en Tsila na 49 jaar herenigd

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie

Margalit en Tsila na 49 jaar herenigd

Eén opgeloste zaak in het Israëlische raadsel van de verdwenen Jemenitische kinderen

5 minuten leestijd

APELDOORN - „Waarom zie ik er anders uit? Waarom ben ik bruin en zijn alle andere kinderen blank?” Kwellende vragen voor een schoolkind uit de eerste jaren van Israels staatkundige bestaaa Inmiddels kent Tsila Levine (49) de waarheid. Haar echte moeder heet Margalit Amosi. Eén gelukkige ontknoping in de zaak van de verdwenen Jemenitische kinderen. Een affaire die de joodse staat tot op zijn 50e verjaardag pijnlijk achtervolgt

Toen ze zes was, hoorde Tsila de reden voor haar ‘afwijkende’ huidsldeur. Eén maand oud hadden Anda en Mordechai Rosen haar geadopteerd. Een arts in Haifa verwees het kinderloze echtpaar naar een kraamkhniek waar zogenoemde achtergelaten of ouderloze baby’s werden verzorgd. Eigenlijk wensten de Rosens -beiden reeds overleden- een zoon, herinnert een vriendin zich. De donkere Tsila met haar guitig gezichtje bekoorde hen echter direct. Op 18 november 1948 vertrouwde de Israëlische rechterlijke macht het meisje definitief aan hun ouderlijke zorgen toe.

De keerzijde van dit huiselijke geluk was evenwel het drama van een jonge moeder, die haar eerstgeborene van de ene op de andere dag kwijtraakte. In datzelfde jaar 1948 was zij, Margalit Amosi (67), uit Jemen naar Israël geïmmigreerd. Achttien en net gescheiden. Vanuit het opvangkamp Rosh Ha’ajan in het noorden van Israël zocht Margalit dagelijks haar dochtertje in een kliniek op. „Ik voedde haar ‘s avonds en de volgende dag was ze er opeens niet meer. De zuster die dienst had, wist zogenaamd van niets”.

Vandaag de dag haalt Margalit op hoe enkele dagen voor de mysterieuze verdwijning van Tsila iemand naar haar financiële situatie had- geïnformeerd. De radeloze moeder zocht tevergeefs hulp bij de autoriteiten. Al haar naspeuringen bleven vruchteloos. Sterker nog, een hoge pohtiefunctionaris blafte: „Je kunt altijd weer terug naar Jemen als je wilt”.

Die bitse afwijzing volgde de beroofde moeder niet op. Ze hertrouwde, vestigde zich in Petah Tikvak en kreeg nog vier kinderen. Het verlies van Tsila bleef evenwel schrijnen. „Wanneer we als familie ook maar iets vierden, gloei de de hoop in mij op dat ze eens terug zou komen. Een klop op de deur...”.

Babyfoto’s

In deze week is die nooit gedoofde hoop opgelaaid tot een hartenvuur. De draden van twee bewogen levens zijn weer bijeengekomen. Margalit en Tsila zijn na een scheiding van bijna een halve eeuw herenigd! Ben genetische test, uitgevoerd door de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem, wees voor 99,99 procent uit dat Tsila Levine de lijfelijke nakomelinge is van Margalit Amosi..

Hoe vonden moeder en dochter elkaar uiteindelijk? Daarvoor zijn verscheidene redenen aan te voeren. Een aantal jaren geleden las Tsila, die zo’n zeventien jaar geleden een Amerikaans staatsburger huwde en naar Californië verhuisde, een artikel in de plaatselijke pers over het historische raadsel van de verdwenen, respectievelijk ontvoerde kinderen in Israël van Jemenitische komaf. Ze ging opnieuw op zoek naar haar familiale wortels en kreeg daarbij de hulp van een comité van Jemenitische joden dat al jarenlang het spoorloos verdwijnen van Jemenitische kinderen sinds de oprichting van de staat Israël met grote hardnekkigheid tracht op te helderen. In Israëlische kranten verschenen haar oude babyfoto’s. Verscheidene families met een oriëntaalse achtergrond meldden zich. Het telefoontje van Margalit bleek raak, aldus Tsila’s advocaat Rami Tsobri.

Op initiatief van Tsobri ontmoetten moeder en dochter elkaar een week geleden op diens kantoor. Vóór de verlossende uitslag van de DNA-test stond het voor Margalit al vast; Tsila was haar hervonden dochter!

Commentaar van Tsila: „In ons geval draait het om drie slachtoffers: een gewonde moeder, een dochter die verder moest leven én onwetende adoptiefouders die in deze tragedie zijn meegesleurd”.

Grieven

Tsila repte evenzeer over een „samenzwering”. Want haar levensloop mag een onverwachte, verrassende wending hebben genomen, tegelijk werpt het heuglijke weerzien van de echte moeder tal van vragen op. De eigenlijke vragen in feite. Hoeveel kinderen zijn eindjaren veertig van berooide, dikwijls analfabete Jemenitische nieuwkomers in Israël simpelweg afge nomen of door de Israëlische autoriteiten voor verdwenen of overleden verklaard? Was er soms sprake van een grootscheepse samenzwering? Dat idee leeft sterk binnen de Jemenitische gemeenschap in de joodse staat. Niet in de laatste plaats dringt zich telkens de vraag op: Wie waren de verantwoordelijken voor deze spoorloze verdwijningen?

De zichtbaar ontroerde moeder gooide dezer dagen olie op het vuur: „Onze droom was naar het land Israël op te gaan (de alija, red.) Maar eenmaal aangekomen, bemerkten wij dan ze ons nog slechter behandelden dan de Arabieren”.

In de jaren 1948 tot 1950 vervoerde een luchtbrug zo’n 60.000 Jemenitische joden naar het land van de vaderen, informeert Alex Weingrod, expert op het gebied van het oosterse jodendom. Het wantrouwen van de Jemenitische joden kan de Duitse correspondente Inge Günther goed plaatsen. Daarvoor zijn immers verscheidene redenen aan te voeren. „In de vroege jaren van de staat Israël voelden de oriëntaalse joden zich door de zionistische en Europees gestempelde elite bevoogd, uitgespro ken slecht of in het beste geval neerbuigend bejegend. Meestal terecht. ‘De economische kloof tussen Asjkenaziem (Europese joden) en Sefardiem (oosterse joden) getuigt daarvan nog steeds. Dat intussen een derde officiële onderzoekscommissie zich bezighoudt met de zaak van de vermiste kinderen zonder tot een eindrapport te komen, heeft ook niet bepaald vertrouwen gewekt”.

Eerlijk genoeg laat zij daarop volgen: „Maar dat is nog geen bewijs voor de ergste van alle vermoedens, namelijk dat toentertijd in Israël een regelrechte kinderhandel, een zogenoemde cashfor-kids, floreerde”.

Met de van overheidswege aangevoerde verklaring dat het merendeel van de zoekgeraakte kinderen in de chaotische periode van de onafhankelijkheidsoorlog aan besmettelijke ziektes dan wel ondervoeding is bezweken, neemt de Jemenitische gemeenschap onder geen beding genoegen.

Eén hunner, Jigal Josef, verklaarde tegenover de Jerusalem Post: „In het denken van die tijd figureerden de Jemenieten als primitieve lieden met veel te veel kinderen. En er waren tegelijkertijd zo veel kinderloze overlevenden van de holocaust. Wat is er dus mis mee om een aantal kinderen aan de laatsten te geven?”. Josef praat over eigen leed. Hij raakte in 1953 zijn zusje kwijt in het ziekenhuis...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

Margalit en Tsila na 49 jaar herenigd

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 28 Pagina's

PDF Bekijken