Bekijk het origineel

Tegen de grenzen van de groei

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

Tegen de grenzen van de groei

Amerikaanse tak van Greenpeace kampt met problemen

5 minuten leestijd

APELDOORN - Het 25-jarig bestaan was al niet zonder zorgen. Nu, een jaar later, is Greenpeace de malaise nog niet te boven. De milieuorganisatie weet inmiddels waar de grenzen van de groei liggen. In de Verenigde Staten is zelfs een omgekeerde ontwikkeling op gang gebracht.

Noodgedwongen moeten begrotingen omlaag en kantoren sluiten. Als dat de trend is voor de komende tijd, belanden de activisten nog op straat in plaats van in rubberbootjes.

De zelfbenoemde milieubeschermers zijn nog onverminderd actief. Afgelopen weken voerden ze klassieke speldenprikacties uit tegen een BP-platform in de Atlantische Oceaan en een olieboorplatform in Alaska. Niemand die er veel aandacht aan besteedde, op de rechter na. Deze maakte op niet mis te verstane wijze duidelijk waar Greenpeace zich aan had te houden. BP kon tevreden zijn.

Vergeleken met de wereldwijde koepelorganisatie Greenpeace International brengt de Amerikaanse tak het er slecht af. Internationaal stijgt het ledental van de organisatie en is de financiële situatie stabiel. En hoewel ook het pad van andere milieugroepen in de VS niet over rozen gaat, heeft geen van deze een dergelijke neerwaartse gang gemaakt als Greenpeace.

Hoewel de Greenpeace-leiders zelf niet bijzonder genegen zijn de problemen te analyseren, menen waarnemers dat de organisatie gewoonweg te veel is blijven steken in de jaren zeventig. De ban-de-bomsfeer van anti-autoritaire types met geitenwollen sokken en een button is in het huidige tijdsgewricht nu eenmaal weinig ‘cool’.

Wanbeheer en explosieve groei in het verleden hebben eveneens een steentje bijgedragen, vermoedt oud-directeur Peter. Bahouth. Managementproblemen brachten de bedrijfsvoering schade toe. En in zekere zin gaat Greenpeace gebukt onder het eigen succes. De onheilsboodschappen komen minder goed over nu wereldwijd regelgeving van de grond komt die milieuvijandig gedrag aan banden legt. Met andere woorden: missie volbracht.

Gedateerd

Net als elders houden ook in de Verenigde Staten veel mensen de ‘groene’ waaghalzerij voor gezien. De stunts le veren een slaapverwekkende reeks herhalingen op. Het grote publiek is minder vertederd dan voorheen door de “jeugdige-overtreders-voor-het-goededoel”, meent hij.

Een rubberbootje dat voor een oceaanreus gaat liggen mag in 1975 fris en opwindend zijn geweest, „nu zijn een hoop van de activiteiten oude koek geworden”, stelt William Kovarik van de Radford Universiteit, die de geschiedenis van de Amerikaanse milieubeweging heeft bestudeerd. Sommige andere ecobewegingen hebben Greenpeace allang in hardheid ingehaald. Wat te denken van het vernielen van vissersboten en het slaan van spijkers in te vellen bomen - waardoor houtkappers overigens levensgevaar kunnen lopen?

Critici, onder wie sommige leden van de organisatie, vinden dat de doelstellingen te vaag zijn, te wijd uiteenlopen, en dat activiteiten integendeel vervelend zijn. In de loop van de tijd heeft het optreden van Greenpeace een abstracter karakter gekregen. Het grote publiek windt zich gemakkelijker over een bedreigde apenstam op dan over het gebruik van pvc in verpakkingsmateriaal. In een tijdvak waarin chemische bedrijven prachtige milieuplannen opstellen en zelfs ministers van economische zaken het ongebreidelde van de economie groei afwijzen, doet de rol van Greenpeace als enige bewaker van ongerepte natuur bovendien een beetje gedateerd aan.

Dieptepunt

Geconfronteerd met een dalend ledental en stijgende begrotingstekorten moet het Amerikaanse Greenpeace noodgedwongen snoeien in staf, kantoren en activiteiten. Het is een trieste neergang voor wat eens de meest zichtbaar aanwezige en invloedrijkste van de ‘groene’ groepen was. In de jaren zeventig verwierf Greenpeace internationale roem -en afkeuring- toen activisten zich onvervaard tussen walvissen en harpoeniers gooiden. Om jagers tegen te werken bespoten ze zeehondjes met verf, ze ketenden zich vast aan vaten giftig afval en stuurden kernproeven in de war. Het grote publiek stelde de acties op prijs.

In de jaren tachtig begon de club mensen schriftelijk te benaderen, om de inkomsten via deurcollectes verder aan te vullen. „Dankzij de ecostunts had de schriftelijke benadering een enorm succes”, aldus Robert Cameron Mitchell van de Clark Universiteit in Worcester, die net als Kovarik studie naar milieugroepen verricht. Greenpeace bouwde een band op met de donateurs. Op het hoogtepunt in 1991 zorgden 1,2 miljoen Amerikaanse leden voor een jaarinkomst van 60 miljoen dollar.

Te kostbaar

Maar Greenpeace-VS was niet in staal de gevers blijvend te binden. Zelfs in de hoogtijdagen begin jaren negentig begon het daarom al met het ontslaan van medewerkers. In 1993 bracht het de operaties met 25 procent terug. Kantoren in Californië, Texas en Arizona sloten de deuren. Afgelopen jaar slonk het ledental tot 420.000. De inkomsten vertoonden echter weer een licht stijgende lijn vergeleken met het dieptepunt tWee jaar geleden, toen er 25 miljoen dollar in het laatje rolde.

Het overkoepelend internationale Greenpeace-verband besloot een paar jaar geleden Greenpeace-VS uit de brand te helpen en stelde een aantal drastische organisatorische veranderingen voor. Alle resterende elf kantoren sluiten; alleen het hoofdkantoor in Washington blijft open. Van de 390 werknemers mogen er slechts 65 blijven.

Aan bepaalde vormen van werving komt een einde. „Mensen worden het zat twaalf keer per jaar een smeekbrief in de bus te vinden”, zegt voormalig Greenpeace-staflid Mike Roselle. De campagnes tegen giftig chemisch afval en kerntransporten moeten het eveneens ontgelden. In plaats daarvan concentreert de Amerikaanse afdeling zich in navolging van de internationale organisatie op het behoud van bossen en de gevolgen van de veronderstelde wereldwijde opwarming.

De activiteiten rond het Arco-olieboorplatform in Alaska tonen aan dat de jaren zeventig en tachtig desondanks zeer wel kunnen samengaan met de jaren negentig. Naast het klassieke gedoe met hinderlijke rubberbootjes liet Greenpeace paginagrote cynische advertenties plaatsen in de kranten: „Arco gaat eindelijk iets doen aan het broeikaseffect. Arco gaat het nog erger maken”...

Een strijdvaardige topman Damu Smith waarschuwt: „De industrie moet ons niet te vlug afschrijven”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

Tegen de grenzen van de groei

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken