Bekijk het origineel

De angel van het computerspel

Bekijk het origineel

PDF Bekijken
+ Meer informatie
Print this document

De angel van het computerspel

12 minuten leestijd

Als kind lag Oene Wiegman letterlijk onder vuur. „Ik ben van de oorlogsgeneratie. Ik woonde op Terschelling en elke dag was het raak met de beschietingen. Er was maar één goeie Duitser, dat was een dooie Duitser, zei m’n vader altijd. Ik weet nog goed dat ik met m’n oom een film bracht naar een bioscoopzaal voor Duitse militairen, in Ons Huis, een kerkelijk gebouwtje - en ik viel daar als kind van vier in een instructiefilm hoe je mensen moet doodmaken”. Ruim een halve eeuw later keert Wiegman, inmiddels hoogleraar, zich tegen geweld in de media: tv en video, maar ook krant en computerspel. „De grootste angel van de beïnvloeding zit in het ongemerkte, sluipende proces waarin je terechtkomt”.

„’Veelspelers’ zijn intelligenter, actiever en meestal populair”

Cowboy’e

Kalkman: „Een kind heeft het spel nodig om mens te worden. In het spel kun je je expressie kwijt, kun je je emoties verwerken, je identificeren. Je ziet dat kinderen die in hun leven niet of weinig de gelegenheid kregen om te spelen een achterstand vertonen, zoals in de omgang met anderen of het verwoorden van emoties. Het spel behoort bij de basisbehoeften van een kind”.

Een van de eigenschappen van een spel is dat een kind zich identificeert met voorbeelden uit de ‘grote-mensenwereld’. „We hebben allemaal cowboytje en soldaatje gespeeld, of schooljuffrouw en kerkje, toen we klein waren. Op die manier probeer je de werkelijkheid te vertalen naai” de eigen wereld en er grip op te krijgen”.

Het ene spel is echter het andere niet. Een potje ganzenbord levert minder identificatie op dan een autoracespel op de computer. „Er wórdt een visuele dimensie toegevoegd. Achter een dambord word je minder geleefd door het spel, je hebt het beter in de hand”, zegt Kalkman.

Juist omdat de moderne computerspellen steeds realistischer worden, maken de Driestar-docenten Kalkman en Van Nieuwkoop zich zorgen over de effecten ervan. Van Nieuwkoop: „Actiespellen hebben een invloed op je waar je je niet aan kunt onttrekken. Je raakt zo afgesloten van de wereld om je heen, dat je gedwongen bent om mee te beleven wat de spelprogrammeur erin heeft gegooid, of je wil of niet. Je ondergaat het”.

De vraag naar de negatieve gevolgen van computerspellen hoort op het bordje van prof. Wiegman. Zijn vakgroep doet sinds begin jai-en tachtig onderzoek naar het schadelijk effect van televisiegeweld. Wiegman analyseerde welke ingrediënten in films leiden tot sterkere identificatie en, als gevolg daarvan, het nadoen. het imiteren van agressie. Soortgelijke factoren spelen ook een rol bij computeramusement, denkt hij.

„Een hoofdvoorwaarde voor identificatie is dat er een relatie is tussen datgene wat je ziet bij zo’n spel en datgene waar de betreffende persoon zich in werkelijkheid in bevindt”. Hij noemt het voorbeeld van een maanlandschap, waarbij buitenaardse wezens elkaar met raketten afmaken: „Kinderen zitten niet in zo’n situatie, ze kunnen niet beschikken over dit soort wapens, dus de identificatie is niet sterk. Daar waar de agressie zodanig plaatsvindt dat de kijker zich herkent in de situatie, is de mogelijkheid tot imitatie het grootst”.

Televisie

„Computerspellen hebben meer invloed op kinderen dan geweld op televisie. Bij films zijn kinderen alleen consumenten, bij computerspellen doen ze actief mee”, beweerde H. Zwanenburg, hoofd informatica van het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderwijsbegeleiding onlangs in een interview in het Friesch Dagblad. Het onderzoek van Wiegman nuanceert dat beeld. „Spelen met de computer is duidelijk een andere activiteit dan televisiekijken. Het grote verschil zit ’ m in de actieve instelling van het kind bij het spel, kinderen zijn er veel geconcentreerder mee bezig. Daardoor kan het effect van computerspellen inderdaad groter zijn”, zegt Wiegman. Bovendien wordt het geweld in spelletjes vaak beloond: de speler moet jagen op criminelen of ruimteschepen laten exploderen ert dat levert punten op. En, stellen de onderzoekers vast, de videospelletjes bevatten de laatste jaren meer geweld dan de tv.

„Daar staat echter tegenover dat die spellen doorgaans minder realistisch zijn, het geweld is er abstracter. En zelfs als het heel realistisch is, hoeft het nog niet direct tot imitatie te leiden. Als ik een afweging maak van alle factoren die een rol spelen, denk ik dat er weinig verschilbestaat tussen televisie en het medium computerspelletjes met betrekking tot het aanzetten tot agressie”.

Sociale contacten

Wiegman rekent af met het beeld dat kinderen die veel bezig zijn met computerspellen minder sociale contacten zouden hebben. „Ik verwachtte dat inderdaad hard aan te kunnen tonen. Wij dachten dat het een beetje zombies zouden zijn, sociaal geïsoleerd en zo. Dat bleek helemaal niet het geval: uit recent onderzoek blijkt dat ze juist intelligenter en meer actief zijn. Bovendien zijn’ze populair, waarschijnlijk omdat ze, als ze over veel van die spelletjes beschikken, die kunnen uitlenen aan hun klasgenoten”.

De uitkomst dat de ‘veelspelers’ intelligenter zijn, was verrassend, juist omdat uit eerder onderzoek bleek dat ‘veelkijkers’ minder intelligent zijn. Als mogelijke verklaring voert Wiegman aan dat computerspellen van kinderen meer cognitieve vaardigheden eisen en cognitief uitdagend zijn vergeleken met het kijken naar televisie.

Hoe positief dat allemaal ook klinkt, toch is de Twentse hoogleraar bezorgd over de gevolgen van computerspellen, met name van de gewelddadige categorie. Ook als de spellen niet realistisch zijn en de speler dus niet snel het agressieve gedrag zal imiteren, kunnen ze toch zijn emoties beïnvloeden. „Een spel kan heel angstaanjagenertoe dat je door de beening van de werkelijkhedenkt dat de wereld ooagressief is”.

„Gelukkig is agressie iets dat in onze maatschappij nog steeds wordt veroordeeld, er staat een rem, een sanctie op". Dat computerspellen die drempel kunnen verlagen, staat voor Wiegman vast.

Freud

Gewelddadige spelletjes werken niet als een bliksemafleider. De resultaten van Wiegmans eerdere onderzoek laten weinig heel van de stelling dat agressie in een spel juist een kalmerend effect heeft op kinderen en hun overvloed aan agressie zou kanaliseren, in goede banen leiden. „Die theorie komt bij Freud vandaan: van agressief gedrag krijg je een stukje loutering, een afvloeien van energie en daardoor word je een beter mens. Dat is in pedagogische kringen doorgedrongen. Freuds volgelingen beweerden dat ook het kijken naar agressie voldoende was: door de inleving, het eenworden met wat je ziet, zou je minder agressief worden". Niets is minder waar, toonde Wiegman aan: al in de jaren zeventig voor de media tv en film -„we hadden toen geen video, en deden onderzoek met een poppenkast"- en nu voor computerspellen.

„Het computerspel ontlopen, is je ‘t zand steken”

Toets

Het signaal van Wiegmans onderzoek is duidelijk: kinderen spelen vaak computerspellen, gewelddadige spellen zijn populair, en agressie in computerspellen kan het gedrag van kinderen negatief beïnvloeden. De Driestardocenten zijn niet verbaasd dat ook agressieve geweldsspellen populair blijken in de gereformeerde gezindte. Alle reden voor opvoeders om in te grijpen.

De verantwoordelijkheid ligt primair bij de ouders, vindt Kalkman.Het probleem is dat zij vaak niet weten waar. hun kinderen mee bezig zijn. Heeft de school hier geen taak, bij andere vakken maken ouders toen ook gebruik van de professionaliteit van leerkrachten? „Ja, maar de school is niet het geweten voor de ouders. Als je de spelletjes bekijkt, heb je vrij snel door, ook als ouders, of ze de toets kunnen doorstaan. Lees met je kinderen de teksten die erop staan, bekijk de platen, bespreek ze met hen en vraag je af of ze passen bij het christen-zijn. Streef naar openheid in het gesprek met kinderen. Maak een duidelijke selectie voor je iets aanschaft, of als het een gekopieerd of geleend spel is, toon dan als ouder interesse in wat ze doen terwijl ze spelen”.

Het is voor hem duidelijk waar de maatstaf ligt. „Waar ik me in het dagelijks leven niet voor kan verantwoorden tegenover God, daarvoor kan ik het ook niet op het moment dat ik een schijnwereld creëep. Het computerspel ontlopen, is je kop in ‘t zand steken. Het is beter om te zoeken naar wat verantwoord is en die zaken te mijden waar ik in het dagelijks leven ook niet blij mee ben”.

Norel

Ook Van Nieuwkoop benadrukt dat er één lijn moet gelden voor vrijetijdsbestedingen. „In bepaalde kringen wordt een computerspel met andere ogen bekeken dan bijvoorbeeld een stripverhaal. Ik vind het zo frappant dat men vrij tolerant is over geweld, bijvoorbeeld de oorlogsboeken van Norel, of spannende detectives, maar gaat het over erotiek dan zegt men: dat kan niet. Zo'n onderscheid is niet logisch, beide zijn niet goed. Je moet dieper kijken: wat is de geest van het spel, Wil ik daarin participeren? Is het de moeite waard of ademt het een zodanige sfeer dat ik beter een ander spel kan nemen? Je ziet ook dat het geweld gelegitimeerd wordt door het met een glimlach te doen. Als het de bedoeling van een spel is om zoveel mogelijk mensen te doden, dan is dat meestal om je te verdedigen tegen vijanden die het op je gemunt hebben. Geweld met een knipoog".

Een indeling van spelletjes in goed en verkeerd, in gewelds- en behendigheidsspellen, is bijna onmogelijk. Van Nieuwkoop: „Behendigheid in een spel kan van belang zijn om voorwerpen te ontwijken of snel constructies tbouwen, maar ook in veel schietspellen speelt behendigheid een belangrijke rol om te overleven. De setting van het spel is dus van belang”. Hij bepleit het aanbieden van alternatieven: „Kom zelf eens met initiatieven, doe suggesties. Je stimuleert kinderen toch ook om naar de bieb te gaan, om in contact te komen met cultuur? Waarom zou je dat niet doen met spelletjes die de moeite waard zijn? Doe als ouder zelf mee. En wees veelzijdig, er zijn ook andere dingen in de wereld die de moeite waard zijn”.

De twee pedagogen waarschuwen voor te veel spelen achter de computer. Kalkman: „’t Is de vraag of je je tijd moet vullen met computerspellen, of het niet beter is met elkaar te spelen en tegen een bal te trappen. Je moet grenzen stellen aan het gebruik. Aan de andere kant: als je eindeloos in een boek leest, ben je er ook verslaafd aan. Gezonde afwisseling is nodig. Ga eens lekker buiten spelen, „de kinderen vinden het juist leuk als pa dan meedoet”.

Ketchup

In de ogen van Kalkman en Van Nieuwkoop heeft de school de taak om ouders een steun in de rug te bieden en met adviezen te komen. „Soms kom je op school een goed educatief programma tegen, schrijf daarover dan een positief artikel in de schoolkrant zodat ouders voorbeelden van goede spelletjes kennen”.

Ook Prof. Wiegman ziet een rol weggelegd voor scholen, maar heeft z’n vraagtekens bij de effecten van mediaeducatie. Hij verwijst naar Amerikaanse onderzoekers die dachten dat wanneer je kinderen duidelijk maakt dat het geweld op tv niet reëel is, ze minder snel beïnvloed worden. „Het effect daarvan is echter nooit aangetoond. De situatie op school is heel anders dan wanneer kinderen voor de tv zitten. Als een film of een spel aanspreekt, attractief is, ga je erin op. Dan denk je niet meer: Dat bloed is in principe ketchup”. Een serie ingewikkelde experimenten van Wiegman toonde aan dat veel van deze beïnvloeding inderdaad onbewust plaatsvindt, alle mediaeducatie ten spijt. „De grootste angel . van de beïnvloeding zit in het ongemerkte, sluipende proces waarin je terechtkomt”.

Broodheren

De Twentse hoogleraar is sceptisch over de rol van de overheid. „In Nederland worden we meestal aangesproken op onze daden, niet op het nalaten ervan. Als je niet ingrijpt wanneer een ander in levensgevaar is, ben je strafbaar, maar dat artikel wordt nooit toegepast. Als het gaat om media, computerspelletjes en tv, dan nemen de politici toch helemaal hun verantwoordelijkheid niet? Omdat zij hun eigen broodheren niet afvallen. Hun broodheren, dat zijn de mensen die hun brood, hun stemmen, aandragen. Dat zijn de media”. Wiegman weet waarover hij praat, want hij bestudeerde jarenlang de manier waarop politici de media gebruiken om informatie over te dragen. „Media worden in Nederland altijd met een fluwelen handschoen aangepakt. Zelfs als een computerspel kinderporno zou bevatten, dan wordt het niet veroordeeld omdat het zo’n negatief effect heeft, maar omdat bij de productie ervan kinderen zijn misbruikt”.

Spek

Het instellen van een geweldskeurmerk zou kunnen helpen, opperde Wiegman dit voorjaar. „Als de branche er zelf iets aan wil doen, vind ik dat uitstekend, mits het geloofwaardig is. Er is wel een instantie nodig die op de naleving toeziet, en het moet zich uitstrekken tot alle audiovisuele middelen. Als de industrie creatief is, is ze in staat om mooie dingen te maken die geen geweld bevatten. Laat ze andere wegen proberen te vinden om iets aantrekkelijk te maken dan alleen door dit heilloze geweld”. Maar is Wiegman niet bang dat zo’n keurmerk averechts werkt, als een rode lap op een stier, omdat jongeren juist de gewelddadige spellen zullen uitkiezen? „Inderdaad, je bindt de kat op het spek. Maar als je dan consequent bent, zou je om diezelfde reden ook geen rechtsspraak meer moeten hebben, omdat die uit zou lokken tot misdaad. Dat mag dus geen reden zijn om het keurmerk niet in te voeren. Je moet proberen die kat van het eten weg te houden. Dat is moeilijk, vooral als het spek betreft”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

De angel van het computerspel

Bekijk de hele uitgave van zaterdag 30 augustus 1997

Reformatorisch Dagblad | 36 Pagina's

PDF Bekijken